Winnaars 10e editie


Op 6 februari 2019 zijn de winnaars van de 10e Turing Gedichtenwedstrijd bekendgemaakt tijdens een live-uitzending van het radioprogramma Met het Oog op Morgen vanuit de Rode Hoed. Onder water van Meity Völke uit Roermond werd gekozen tot het beste gedicht van het jaar en bekroond met de hoofdprijs van € 10.000. De tweede prijs (€ 5.000) werd toegekend aan Truus B.A. Roeygens uit Mechelen en de derde prijs (€ 2.000) aan Willemijn Kranendonk uit Arnhem.

Aan de 10e editie van de Turing Gedichtenwedstrijd deden in totaal 2.442 dichters mee, van wie 25% afkomstig uit Vlaanderen, die gezamenlijk 7.155 gedichten inzonden. De 100 beste gedichten van deze editie zijn gepubliceerd in de bundel Steeds op reis en altijd thuis.

De Turing Gedichtenwedstrijd bekroont jaarlijks het beste Nederlandstalige gedicht met een geldbedrag van € 10.000, de grootste prijs ter wereld voor één gedicht. Deelname en jurering zijn anoniem. Voor de afgelopen tien edities werden in totaal maar liefst 100.000 gedichten ingezonden.


Jury


De jury bestond deze editie uit dichter Tsead Bruinja (juryvoorzitter), Neske Beks (multidisciplinair kunstenaar), Radna Fabias (dichter), Françoise Geelen (medeoprichter Turing Foundation) en Jeroen van Kan (presentator, redacteur en dichter).
 
Voorselectie
Een voorjury bestaande uit medewerkers van poëzietijdschriften Awater en De Poëziekrant selecteerde de gedichten voor de tweede ronde (Top 1000) en de derde ronde (Top 100). De beste 1000 gedichten zijn door de voorjuryleden voorzien van een persoonlijke beoordeling.

De drie winnende gedichten


1e prijs: Meity Völke

Onder water
 
Ik herinner me dat ik geboren ben met handen
van mijn vaderskant en wat daaruit is weggegleden.
'Hou dat vast,' zei de man die me twee keer twaalf
minuten had zien huilen als een baby en daar in
rechte lijnen een draai aan wilde geven.

Hij tekende een kubus op het bord. 'Pas als je 
niet meer om je eigen hoek komt kijken is het
plaatje rond, heb ik de kantjes gladgestreken.'
Wie baart er nu een kreukvrij wezen, dacht ik maar
ik vroeg het niet. Kunnen blote handen naakten kleden?

Verder nooit begrepen dat slakken dakloos kunnen
zijn, dat een pasgeboren zeeschildpad alleen naar
het water kruipt. Misschien snap ik alleen de egel die
bij nood zijn kroost aanvreet maar ook niet helemaal.
Wie snoert de dierenriemen zo strak aan?

Soms voert men jonge muizen aan een zwangere
kat om haar kittens in een emmer te verzuipen.
'Daarom dus,' zei de man, 'geef ik jou een goede kans'
en veegde met een natte vinger een hoekje van de kubus af.
Ik dacht: een pasgeborene kan ademen onder water.
 
 
2e prijs: Truus B.A. Roeygens
 
Kleine nullen van Celsius

we waren meisje, geen aardig meisje
veeleer in elkaar verwarde vlammen 

we werden tijdelijk geschorst door de schooldirectie omdat we een blanke appel aten
en daarbij de donkere pitten voor de voeten van onze racistische fysicaleraar uitspuwden
 
vandaag zijn we vooral bang dat er niets is
waardoor we een mes kunnen nemen en het in de mens kunnen zetten
 
ik kijk naar de man van de veewinkel aan de overzijde van de straat
maar onze eenzaamheid komt nooit in gevaar

ik stapel de slokken sterke koffie
ik stapel de lepel met vervormde schedel de gekneusde sigaretten de knalgele aansteker
ik stapel de as
(mijn longen vormen een zwart gebergte)
ik stapel de stoel mijn kont het buikvet (bereikt als lava mijn schoot)
ik stapel de herinnering aan de rode en de witte bloedlichaampjes
tijdens de expeditie naar zijn hart
ik stapel zijn adem zijn melk de rukwinden in bed
Ik stapel de vochtplekken op mijn gelaat
 
bovenop een balkon

terwijl duizenden nulganzen over de stad trekken
met hun vleugels op hun rug gebonden
 
alleen opwarmen is al een soort schuld


3e prijs: Willemijn Kranendonk
 
Je kan rekenen op verandering
 
Er wordt gezegd: wacht op het startsein van de revolutie om goedgekeurd je geduld te verliezen, 
zodat de mening die je koestert als een perfect gerijpte aardbei blijft.
Nu is geen tijd om pinda’s te pellen, een compromis is geen oplossing 
als er mensen zijn die aangezien worden voor minder.
 
Ik wijs naar het systeem waar alle plekken lang geleden verdeeld zijn.
Ik zie hoe mannen zwoegen om de sterkste te blijven, hun kinderen niet zien opgroeien,
thuis zo moe zijn dat ze enkel kunnen zitten. Iedereen mag Frozen kijken en huilen,
iedereen is een kleuter in een groot log lichaam dat zich alleen met moeite laat verplaatsen.
 
Er zitten maar negenenveertig vrouwen in de tweede kamer.
Vrouwen moeten nog steeds stil, mooi en gehoorzaam zijn.
Ik zie niet negatief, maar glashelder en trap tegen alles aan wat ik tegenkom.
Dit lichaam plaats ik buiten mezelf om een punt te maken.

Relativeer wat zich als goed idee in je hersenen nestelt,
denk aan de foetus die je was in de warme baarmoeder,
niet alles hoeft uitgesproken te worden op twitter.
 
Het probleem is niet dat de vluchtelingen voorrang krijgen op een sociale huurwoning,
het probleem is dat er te weinig sociale huurwoningen zijn. Geld moet naar hardwerkende mensen
met een minimum inkomen, naar arbeiders. Ik ga niet naar het ziekenhuis met mijn
etterende ingegroeide teennagel omdat ik het eigen risico niet kan betalen,
een vriend zit thuis omdat hij stemmen hoort en niet naar een passende zorginstelling kan.
 
Er waren jongens die een lijst maakten met meiden uit de groep die ze het eerste zouden neuken.
Naast mijn naam onderaan stond: ze heeft overal een mening over.
Mensen die zeggen dat politieke kunst geen kunst is: dit is een gedicht en dit gedicht gaat de wereld veranderen.
 
In een café vraagt een meisje: waarom moet ik feminist zijn?
Kom je altijd klaar als je seks hebt, word je geloofd als je zegt dat je verkracht bent,
krijgt je moeder hetzelfde betaald als haar mannelijke collega?
Zolang klaarkomen een politieke daad is, ben ik feminist.
Het woord brengt kracht, geen negatieve connotaties.
 
Laten we een hand op onze buik plaatsen, daar waar eenzaamheid voelt als een versteende bal.
‘Alle mannen, alle vrouwen..’ het is niet waar.
Mijn hand leg ik op de buik van haat zaaiende mensen,
waar zit de angst waar deze ideeën in geboren worden? Vertel het me, ik word niet boos.