Top 100 2018

  • Nr.
    Titel
    Auteur
    Tekst
  • 1
    5189

    Onder water (1e prijs)

    Meity Volke
    Ik herinner me dat ik geboren ben met handen
    van mijn vaderskant en wat daaruit is weggegleden.
    'Hou dat vast,' zei de man die me twee keer twaalf
    minuten had zien huilen als een baby en daar in
    rechte lijnen een draai aan wilde geven.

    Hij tekende een kubus op het bord. 'Pas als je 
    niet meer om je eigen hoek komt kijken is het
    plaatje rond, heb ik de kantjes gladgestreken.'
    Wie baart er nu een kreukvrij wezen, dacht ik maar
    ik vroeg het niet. Kunnen blote handen naakten kleden?

    Verder nooit begrepen dat slakken dakloos kunnen
    zijn, dat een pasgeboren zeeschildpad alleen naar
    het water kruipt. Misschien snap ik alleen de egel die
    bij nood zijn kroost aanvreet maar ook niet helemaal.
    Wie snoert de dierenriemen zo strak aan?

    Soms voert men jonge muizen aan een zwangere
    kat om haar kittens in een emmer te verzuipen.
    'Daarom dus,' zei de man, 'geef ik jou een goede kans'
    en veegde met een natte vinger een hoekje van de kubus af.
    Ik dacht: een pasgeborene kan ademen onder water.
  • 2
    379

    KLEINE NULLEN VAN CELSIUS (2e prijs)

    Truus B.A. Roeygens
    we waren meisje, geen aardig meisje
    veeleer in elkaar verwarde vlammen 

    we werden tijdelijk geschorst door de schooldirectie omdat we een blanke appel aten
    en daarbij de donkere pitten voor de voeten van onze racistische fysicaleraar uitspuwden
     
    vandaag zijn we vooral bang dat er niets is
    waardoor we een mes kunnen nemen en het in de mens kunnen zetten
     
    ik kijk naar de man van de veewinkel aan de overzijde van de straat
    maar onze eenzaamheid komt nooit in gevaar

    ik stapel de slokken sterke koffie
    ik stapel de lepel met vervormde schedel de gekneusde sigaretten de knalgele aansteker
    ik stapel de as
    (mijn longen vormen een zwart gebergte)
    ik stapel de stoel mijn kont het buikvet (bereikt als lava mijn schoot)
    ik stapel de herinnering aan de rode en de witte bloedlichaampjes
    tijdens de expeditie naar zijn hart
    ik stapel zijn adem zijn melk de rukwinden in bed
    Ik stapel de vochtplekken op mijn gelaat
     
    bovenop een balkon

    terwijl duizenden nulganzen over de stad trekken
    met hun vleugels op hun rug gebonden
     
    alleen opwarmen is al een soort schuld




  • 3
    8881

    Je kan rekenen op verandering (3e prijs)

    Willemijn Kranendonk
    Er wordt gezegd: wacht op het startsein van de revolutie om goedgekeurd je geduld te verliezen, 
    zodat de mening die je koestert als een perfect gerijpte aardbei blijft.
    Nu is geen tijd om pinda’s te pellen, een compromis is geen oplossing 
    als er mensen zijn die aangezien worden voor minder.
     
    Ik wijs naar het systeem waar alle plekken lang geleden verdeeld zijn.
    Ik zie hoe mannen zwoegen om de sterkste te blijven, hun kinderen niet zien opgroeien,
    thuis zo moe zijn dat ze enkel kunnen zitten. Iedereen mag Frozen kijken en huilen,
    iedereen is een kleuter in een groot log lichaam dat zich alleen met moeite laat verplaatsen.
     
    Er zitten maar negenenveertig vrouwen in de tweede kamer.
    Vrouwen moeten nog steeds stil, mooi en gehoorzaam zijn.
    Ik zie niet negatief, maar glashelder en trap tegen alles aan wat ik tegenkom.
    Dit lichaam plaats ik buiten mezelf om een punt te maken.

    Relativeer wat zich als goed idee in je hersenen nestelt,
    denk aan de foetus die je was in de warme baarmoeder,
    niet alles hoeft uitgesproken te worden op twitter.
     
    Het probleem is niet dat de vluchtelingen voorrang krijgen op een sociale huurwoning,
    het probleem is dat er te weinig sociale huurwoningen zijn. Geld moet naar hardwerkende mensen
    met een minimum inkomen, naar arbeiders. Ik ga niet naar het ziekenhuis met mijn
    etterende ingegroeide teennagel omdat ik het eigen risico niet kan betalen,
    een vriend zit thuis omdat hij stemmen hoort en niet naar een passende zorginstelling kan.
     
    Er waren jongens die een lijst maakten met meiden uit de groep die ze het eerste zouden neuken.
    Naast mijn naam onderaan stond: ze heeft overal een mening over.
    Mensen die zeggen dat politieke kunst geen kunst is: dit is een gedicht en dit gedicht gaat de wereld veranderen.
     
    In een café vraagt een meisje: waarom moet ik feminist zijn?
    Kom je altijd klaar als je seks hebt, word je geloofd als je zegt dat je verkracht bent,
    krijgt je moeder hetzelfde betaald als haar mannelijke collega?
    Zolang klaarkomen een politieke daad is, ben ik feminist.
    Het woord brengt kracht, geen negatieve connotaties.
     
    Laten we een hand op onze buik plaatsen, daar waar eenzaamheid voelt als een versteende bal.
    ‘Alle mannen, alle vrouwen..’ het is niet waar.
    Mijn hand leg ik op de buik van haat zaaiende mensen,
    waar zit de angst waar deze ideeën in geboren worden? Vertel het me, ik word niet boos.  
     
  • 4
    4023

    *

    Chris Ceustermans
    Dichters en automobielen
     
    Dichters zouden nooit een auto mogen besturen.
    Zelfs uit een sinaasappel weten ze bloed te persen.
    Als ze het woord te pakken krijgen,
    vallen er lijken uit de boekenkast.
    Het is beter dat ze vers na vers
    naar het slot strompelen,
    hier en daar een laatste adem uitblazen.
    (Zo zijn ze wel, of toch niet.)
     
    Want in de gloed van spaarlampen
    dromen ze van rode bolides,
    pitspoezen met opwaaiende jurken
    in windtunnels van slaap.
    Van engelen op motorfietsen
    die allitererende regels spuwen,
    verkeersborden vol vijfvoetige verzen.
     
    's Ochtends ontwaken ze in bushokjes
    voor meisjesscholen, bidden
    dat de bus die hen naar de bleke velden voert
    niet te snel zal komen, grijpen
    naar voorbijrijdende lichamen
    die duizend maal per uur net niet crashen,
    alsof er geen vluchtheuvels
    bestaan, geen stoptekens,
    geen interlinie.
     
    Alleen een regelstrak rijvak
    met aan de horizon die hemelsblauwe muur.
  • 5
    8683

    *

    Helma Michielsen
    MRI-scan voor vissen
     
    Niet kijken nu stenen vissen het water grijs kleuren.
    Aan stilte herken je de vinnen en de vergroeide huiden.
    Ik lees het tafereel van telkens opnieuw het daglicht, van
    een zon die schimmig toeschouwers trekt in de kijklinie.
     
    Want er blijft altijd een vraag: of het gaat over vijf broden
    en twee vissen of over doorgestoken advertenties van
    gerookte forel en blauwvis. Het verhaal heb ik nog niet
    doorgenomen. In mijn Bijbel eten zilvervisjes gaten in woorden.
     
    Buiten luwt het daglicht. Of schubben aaibaar zijn?
    Ik weet niet hoe de dreiging als een harpoen je lijf opjaagt,
    het middenrif open zaagt. En of ik wel hard genoeg loop
    voor vis en gebroed, wisselgeld heb?
     
    Een wervelwind schuurt pupil en oogbol dicht.
     
    Nog even, dan knip ik hun silhouetten.
    Met vloeipapier bedek ik de harde lijfjes,
    een verfdoos kleurt water naar de horizon.
     
    Kijken of manna uit de hemel valt.
     
     
  • 6
    5629

    *

    Bibi Tegzess
    Hij er plotseling was, in het park zo naast ons
    alsof wij hem zijn leven lang al eigen waren.
    Zijn beven onze opmaat voor het groot gevoel.

    We knielden, trokken hem naar ons toe, streelden zijn flanken,
    zijn harige kop, voor elk van ons een oor om te likken, 
    wat jij daarin hijgde, hoorde ik het andere eruit.
    Één geur waren we, tot vel gegroeide huid, 
    Ach, die zoete kwelling van het onderlinge kammen.

    Tot hij blafte, ons overstemde, oorverdovend was het.
    Een van ons schreeuwde GA! de ander BLIJF! Wat wil je dan, 
    zo'n beest heeft niet te willen! En hij ging.

    Nu hollen we door het schemerkwartier,
    beide een oor in de hand, op zoek naar
    de kop die ontbreekt, hij gaf ons geen naam en   
    geen hond die nog luistert naar ons amechtig HIER!
  • 7
    3597

    *

    ceciel Boudewijn


    be kind to this world
     
    zet wind vast bewaar beweging
    in blad voor later spaar zilver
     
    van regenval in je handpalm voor dorre
    dagen onder je zolen zet een pad uit
     
    zon aan ontbos de horizon tot
    blote vloedzee aan je tenen volg
     
    kraken in je knieën spoor
    van suiker klop je bloed beenzwart
     
    met je wijsvinger in de aarde teken
    een huis als een prentenboek
     
    open je aankomst noem het eigen
    je naam voor de wereld een kind
  • 8
    6966

    *

    Jorina van der Laan
    Een mager meisje geeft me een broek die ze niet meer draagt.
    Ik leg de broek in een hoek van mijn kamer en raak de spijkerstof elke ochtend even aan.
    De broek is een entiteit en bekijkt me.

    Me bekeken voelen leidt tot in mezelf willen verdwijnen,
    leidt tot met een scherp voorwerp kleine incisies in mijn lichaam maken,
    ze naar lucht zien happen als mondjes, weekdieren die uit zee worden getild.

    Op slechte dagen voel ik me verantwoordelijk voor alles dat wankel is:
    een bankstel bij het oud vuil, een porseleinen kat die een oortje mist,
    een handschoen op het fietspad, een gekneusde vrucht.

    Ik zoek op Marktplaats naar voorwerpen waarin ik het spiegelbeeld van de verkoper zie.
    Ik vind een verdrietige man in een zilveren dienblad,
    print de foto uit en draag hem bij me in de borstzak van mijn jas.
  • 9
    8297

    *

    Jared Meijer
    laatst was ik bijna op de tandem van een echtpaar
    in de metro gestapt
    remde net op tijd voor het rood van een foto-oog
    dat tussen een vijfje en een biebpas zat
     
    de afgebroken spakenkralen heb ik laten liggen
    de naam van het soort brood dat ik voor je haalde
    of er een spleet zat tussen je voortanden of de zaden
    weleens vastzaten daartussen
     
    welke thee het liefst op bed
    de reistijd naar een plek die eens van ons
    de thuiskomtegel van een hinkelspel
    het hoofd van een lichaam weggespoten
    een top vijf kindernamen en meer nog
    wat zonder krijtcijfer niet meer meetelt
     
    we stonden hand in hand in de deuropening
    van de metrowagon
    onze armen een lint dat we opspanden
    onze handen in elkaar een strik we droegen
    de afgekloven sloffen waarmee we de verkeerd
    bezorgde post haalden
     
    de mensen achter ons gromden
    het was hun halte ze wilden erlangs een vrouw
    haalde een schaar uit haar handtas en trok je vingers
    door de handvaten je had medelijden
    de vrouw moest haar kindje ophalen

    je knipte zomaar het licht van een tunneleind open
     
    soms nog bel ik aan bij het huis waar we samen later
    hoe het lantaarnlicht boven de gordijnen gele sprieten
    net als toen we in het graan
     
    in de ochtend maait een sikkel mijn lichaam
    van jouw voeten en zweef ik in een boom vast
    of je vlees eet nu niet meer weet ik maar toen
  • 10
    3949

    *

    Johan Wambacq
    Grote componisten alfabetisch / 3

     
    alvleesklierkanker
    angina
    beroerte
    blaasaandoening
    cholera
    darmkanker
    doodslag
    geestesziekte
    hartaanval
    hartstilstand
    leukemie
    longontsteking
    longtuberculose
    strottenhoofdkanker
    tering
    waterzucht
    zelfmoord
    zenuwziekte
     
  • 11
    1692

    *

    Gijs Smit
    Ik tel de druppels tegen de voorruit,
    de windvlagen die aan het stuur rukken,
    de lichten van het tegemoetkomend verkeer.
     
    Elke druppel is een minuut,
    elke windvlaag een uur,
    elke tegenligger een dag.
    Zo rijd ik terug.
     
    Ik ken de stad, de straten, de gebouwen,
    maar vandaag ben ik er voor het eerst.
    Ik parkeer de auto en loop naar het plein.
    Daar staat mijn vader.
    ‘Was u hier altijd al?’ vraag ik,
    ‘ik heb u zolang niet gezien.’
     
    Mijn vader omsluit mijn handen met de zijne,
    dan legt hij zijn arm om mijn schouder,
    en neemt me mee naar het park.
     
    Ik schop tegen de bladeren, laat ze meegenomen worden door de wind,
    de bomen worden groen,
    de tulpen gaan bloeien,
    de narcissen, de krokussen, de sneeuwklokjes.
     
    We komen bij de rivier.
    ‘Ik wil weten waar de rivier begint,’ zeg ik.
    Mijn vader laat me los. ‘Ga,’ zegt hij.
    Ik hol langs de rivier.
    Ik hol langs de rivier.
    Achter me hoor ik mijn vader roepen.
     
    Ik hol langs de rivier.
    Dan is het stil.
  • 12
    5381

    12 oktober 1492

    Jaap Lemereis
    C. kwam aan land in Amerika, pas later zagen we terug op youtube
    hoe hij met indianen kralen ruilde tegen papegaaien, de aarde
    was groter dan gedacht, de maan leek kleiner

    -ook daar waren we bij trouwens, nog geen 500 jaar later, we zaten
    vooraan, maakten stappen in slow motion in de kamer, probeerden
    net zo te kraken in onze zinnen als Houston-

    C. zat in zijn scheepshut achter zijn logboek, de avond van die eerste dag
    hij had werelden gekoppeld, in een houten capsule een halve baan om de aarde
    de zeebenen stijf van de reis

    nog waren er geen doden gevallen, de eerste microben maakten aanstalten
    en de wapens lagen klaar, maar de bladzij was nog blank, het schip deinde, wat
    het schrijven lastiger maakte

    ook de indianen gingen slapen
    de maan verschool zich achter een wolk

  • 13
    3871

    Achterwaarts

    Jacoline Vlaander
    Net als Ester



    Stel dat je ineens valt. Je zwaait, raakt filosofen in de kast.
    Herkent een onherkenbaar hoofdstuk tussen tegels en tonijn.
    De katten schichten naar 't balkon.

    En dat je ziet hoe roerloos je maar uitdrijft, de geur
    van oud papier, bestofte boekomslagen, vocht
    dat optrekt en zich ruggelings verspreidt.

    Je laat het los. Je kunt geen lemma's meer geloven. De stilte
    is de tijd voor kerst niet, dat is je hart.

    Wie lang alleen is, weet hoe alles klinkt. Een leeslint
    van sirene's door de nacht. Geen voetstap op de galerij,
    de koelkast ronkt, waar katten maanlicht drinken.

    Stel, er bladert iemand voor je terug. Het nieuwe jaar
    een reconstructie van het oude. 

    In de brievenbus beneden kranten, enkele kaarten. Een
    laatste geldopname. De houdbaarheid van volle melk, wat
    soep, salade. Half blikje kattenvoer.

    Zo schichtig, zullen buren zeggen. Vangen lieten ze zich
    nauwelijks na twee weken. 



  • 14
    5184

    Alles onder nul is een gevoelskwestie

    Meity Volke
    Er bestaan negatieve getallen terwijl er niet minder
    is dan niks. Dit gegeven begrijp ik enkel bij het weer
    dat inderdaad veel minder dan geen weer kan zijn.

    (Of dan dit hoofd. De stortplaats voor 
    je hartafval waar vuilnis bij lantaarnpalen
    schreeuwt om hergebruik, je smeekt iets
    op te rapen. - Niet luisteren nu. Liggen laten.)

    Hoe stop ik min drie knikkers in een vaas of hoe
    zouden zij de uitkomst dus de inhoud van diezelfde
    vaas kunnen zijn? Kan ik kaler dan geen haren?

    (Of dan het beest dat op zijn wreedst de
    schoothond van een ander lijkt en nooit de nagels
    in wil trekken, je spraak met huid en haar ontvelt
    dat beest heet Schrift en spelt en s-p-e-l-t.)

    Als ik al je vingers uit mijn oren haal hoor ik ze nog
    steeds en in onbekende bedden kruien onderlakens,
    op die lakens ligt jouw mal, rijst ijzig maar blijft waterpas.
  • 15
    3704

    Anoniem

    Ik heb een prettige relatie met mijn lichaam
    Hetgeen ik iedereen kan aanbevelen
    De realiteit is iets waar we ons geen zorgen over hoeven maken
    Gezien het feit dat de werkelijkheid op zichzelf niet geil is

    Het beeldscherm toont ons wat wij willen zien
    Maar het beschermt ons niet tegen wat wij ervaren
    De seksualiteit is in vele variaties waarneembaar
    Wat achterblijft zijn de pixels van een gestild verlangen

    Dit neemt niet weg dat een ademend wezen
    Onvervangbaar is of het nu stil ligt of beweegt
    Wat het is dat je wilt vasthouden is wat je wilt omarmen
    We gebruiken daarvoor de term: mens

    Een weerwoord uit een mond een blik in twee ogen
    Je stapt een kamer binnen waarin iemand is
    Je gaat zitten en voordat je het weet
    Besluit je er te zijn en te blijven
  • 16
    1029

    anorexia nervosa

    afgelopen zomer reden we naar de zon
    je zei: ‘op een hete motorkap kun je eieren bakken’
    dat was jouw manier om honger te hebben
    je lag wel vaker opgerold in je eigen verhaal

    liep je achterstevoren, om dunner te lijken
    rende je over daken, sprong je van gevels, vloog je door bossen
    probeerde je langzaam te verdampen

    volgens jou was afscheid nemen een vorm van verbazing

    vechten tegen de hongerklop
    gemuilkorfd door het leven gaan
    de korf dragen met trots
    een kuisheidsgordel, om niet te zondigen

    gisteren belde ik bij je aan
    ik had mijn sleutel nodig om binnen te komen
    je krulde niet op de bank, je bed was leeg

    toen ik begreep dat je er niet meer was
    wist ik dat het je gelukt was
    je wilde altijd al verdwijnen
    zonder gezien te worden
  • 17
    3774

    Chindogu of de aard van risicopoëzie

    Leen Pil
    Mislukte foto’s zijn een uiterst verwarrend fenomeen, haast nutteloos, 
    ze doen je denken aan Japanse prenten die wat verschoven zijn,
    aan bijgekleurde zomers op de rugzijde van vergeeld dik papier.

    Het zijn niet noodzakelijk de bergen die het mooist zijn, de lucht
    neemt een deel van het zicht over, zeker nu er nergens nog sneeuw ligt,
    nu de arend baadt terwijl het regent, hij water door de einder strooit.

    Als de regen stopt, ontstaat er nevel. Niemand die ziet dat ik een gat prik
    in het blad. Een koelie verliest zijn lading papier, de wind waait het weg,
    op een berg een klein figuurtje dat loodrecht naar beneden springt.
  • 18
    2686

    dat er zoiets bestaat als najaarstrek

    dat er zo iets bestaat als een dijk langs het water
    zelfs als het water er niet is. dat men daar kan
    staan kijken naar brandganzen die laag over gaan,
    met intens donkere blik hoog in de witte wangen.
     
    dat er zo iets bestaat als hartewee als ze vlak boven je
    vliegen met getekend gezicht, en hoe ze keffen
    maar je weet dat ze je niet begroeten want, nee,
    ze horen niet bij jou en je uiteengerafelde familie-
     
    verband. dat er zo iets bestaat als achterstalligheid
    en radicaal onvervulde wensen. dat er zo iets bestaat
    als wind in mijn oor die niet kouder kan zijn dan
     
    het kale woord dat je uitsprak voor  je van de dijk
    af rolde, en je opmaakte om samen met de ganzen
    naar niet bestaanbaar verre oorden weg te trekken.
  • 19
    1856

    de tochtstroom

    Opnieuw kiert tussen de bomen door de overkant, vlekken
    licht, open plekken die schreeuwerig opgevuld

    zullen worden door rode daken, groene deuren, bloemen
    van kant die half opgetrokken plastic vazen,

    monsterlijke kleinoden, asbakken en bewoners tonen die
    gedrapeerd over de vensterbank wachten op

    deurbel en huilend kind, auto’s koud en aan die kant licht
    geschaafd, bepleisterd, vochtig hoestend tot

    plaatsgenomen wordt in de eindeloze stroom die op de hoek
    alweer uiteenvalt, grijs de laatste vrijheid boven

    de wijkende toppen, knipperend vanuit de kleine ramen, het
    leed tuimelend vanaf vier hoog tussen de

    laatste bloeiende struik in buurman’ s tuin, net voor de niet
    opgehaalde vuilnisbak beplakt met haar naam.
  • 20
    4500

    De winkel van de Kunst

    Op de hoek van mijn straat is een uiterst klein winkeltje
    waar bijna nooit iemand naar binnengaat.
    Het heet De winkel van de Kunst.
     
    Voor een keer stap ik over de drempel.
    Ik zie een man die achter de balie staat.
    Hij draagt een ooglapje,
    ik weet niet waarvoor.
    Er zal vast sprake zijn van een bepaald gemis.
    Met mensen met een ooglapje is er doorgaans wel iets bijzonders aan de hand.
    Aan de andere kant weet je vanaf je eigen stand nooit precies wat de ander ziet.
     
    Een aantal mensen waaien aan,
    echt storm loopt het niet.
    Eenmaal alleen met de halfziener, tovert hij een glazen pot met stuiterballen tevoorschijn.
    Hij kiepert de inhoud leeg. Al die ballen stuiteren in het rond.
    'Zie,' spreekt hij. 'Alles valt uiteindelijk samen en stuitert op de grond, da’s geen kunst.
    Wel om jezelf voortdurend op te rapen, en jezelf bij elkaar.'
     
    Ik wil graag hier vandaan,
    toch vraag ik wat het kost.
    Hij antwoord: 'Ik kan het niet minder maken dan het is.'
     
  • 21
    3840

    Denkend spek

    Anton Kardoen
    Mijn lichaam is mijn lichaam niet. Niet
    schiep ik mijn eigen klei, noch de 
    zonderlinge
    vormen 'geplukte kip met vlezige kop'
    waarin ik werd gekleid.

    Mijn lichaam is mijn lichaam niet. Wapen ben
    ik in de genen-strijd. Som van hen die voor mij
    kwamen. Reunie van DNA. Tijdelijk voorouderlijk
    onderkomen waar schaduwen en schimmen
    elkander onophoudelijk bespringen.

    Maffe stoet die zich in mij ontmoet.

    Sterrenwichelaars en slagers, soldaten, dokters,
    dronken schreeuwers, meisjes met een vage
    blik, liefdelozen en verliefden, rabbis, hoeren,
    hazenjagers, mannen met een paardenbek.

    Mijn lichaam is mijn lichaam niet. Wandelende
    fakkel ben ik, wandelende fik. Vuur in de nacht
    waar omheen gedanst wordt en gevochten,
    gedroomd wordt en gezwetst.

    Koor van gek en realist. Denkend spek.
  • 22
    2503

    dichter bij de boom

    in de schaduw van de boom
    de temperatuur loopt op
    en de spieren worden loom
    na inspanning een stop

    ook de vogels passen zich aan
    aan de stram geworden lucht
    vliegen, lijkt het, langzaam aan
    als door stroop met een zucht

    de warmte komt alsmaar lager
    en er is geen ontkomen aan
    de mens gaat alsmaar trager
    en leunt tegen het slapen aan

    toegeven is dan vlakbij
    wat houdt je nog tegen
    als alles wordt tot een brij
    de werkelijkheid ontstegen
  • 23
    3225

    dode puppies in het ballenbad


    dode puppies in het ballenbad


    Sommige mensen houden zo van zingen
    dat je hoopt dat ze vandaag nog worden opgepikt
    door een ruimteschip en nooit meer terugkeren. 
    Verder zeg ik altijd vriendelijk hallo tegen de buurman
    wanneer ik hem liever niet tegenkom. 

    Aan de bushalte staat telkens hetzelfde dronken koppel. 
    Ik heb niets tegen liefde ik vraag me gewoon af
    als zelfs een geest uit een lamp naar een mens kijkt
    toegeeft dat ook hij zoiets onmogelijk beter kan maken
    is er dan nut? 

    Wat maakt een verzameling uit als het huis brandt
    kun je een oorzaak bedenken die geen oorzaak heeft 
    welk nut houdt een moeder over als haar kinderen weg zijn
    heeft iemand al getest of kleuters wel of niet houden van 
    dode puppies in het ballenbad?
  • 24
    4100

    dood geletterd

    hij roerde elke ochtend geschaafd metaal
    door zijn yoghurt
    om de racefiets die sinds zijn jeugd
    in de schuur had gestaan
    weg te werken
    de enige kilometers die hij niet denkend
    had afgelegd
     
    op een woensdagmiddag
    schoot hij zichzelf
    toen de school vlakbij uit ging
    en de meeste kinderen gillend
    door de straat rende
    tussen de ogen
    omdat daar niets meer te zien was
     
    toen ze tijdens een autopsie zijn rug opensperden
    als de kaft van een oud boek
    staken er enkele verdraaide letters
    uit zijn hart 
    de rest was verstrooid geraakt
    daaruit mochten bekenden
    een afscheidsbrief samenstellen
  • 25
    2167

    Drakensberg

    er is geen plastic voor Amerikanen
    er is niets afdoende om een nieuwe accolade
    wil je lachen om mijn gekken en grillen ?
    Times Square verdrinkt in een soep van ketterij
     
    ik veeg jouw applaus van de tafel
    je hebt dat vooral aan mijn mime te danken
    er is overal moeraswater
    alles vermindert in inkt en contracten
     
    vind je dat vernederend, als ik je zou kleineren ?
    natuurlijk, meteen een reden om er niet aan deel te nemen
    stel dat er nu eens nieuwe bezetters opduiken
    ik wed niet op het liederlijke daarvan, dat spoort niet
     
    meteen het einde van mijn monoloog
    zonder jouw inbreng weliswaar
    aerobics – je zakt door een polder
    je raakt onzichtbaar, nog voor een kort gebed
     
    het vaderland waakt, er zijn geen kapers
    wij berechten een kraakvis, in het dorp
    een eresaluut voor een kardinaal die er niet is
    wat we aanvoeren, stemt overeen met de feiten
     
    niet alles wat ik zeg, wordt afgedaan als ruis
    er bestaat logica, de tarra van een vracht
    een ontstekingsmechanisme dat geneutraliseerd moet worden
    aan de haven van Cho Ming wordt niet geraakt
     
    stel jezelf scherp, laat mij vrij
    luxe vreet aan jouw krokodillen, om een handtas
    er zijn geen garanties
    iedereen zegt dat ze er niets meer over weten
  • 26
    7411

    Gefeliciteerd

    Robin Kramer
    Zijn ze weer, de verzamelde aardigheden; wangkussen, wand- en kaasplanken,
    taartpunten die als grimassen over te kleine gebaksborden krullen,

    cirkelfuif met stuiverpraat en ondertussen:
    vensterenveloppen die op matten vallen waar men overdreven lang de voeten veegt.

    De mannen zitten in de serre, de vrouwen in de woon-

    het is allemaal zo gewoon, weet je,
    en gewoon kan gaan ontsteken als je er te lang mee blijft lopen.

    Maar goed, zolang je de tijd nog kleiner kunt grijnzen

    is een gijzeling zo voorbij.
  • 27
    1844

    Geur

    Willem Tjebbe Oostenbrink
    Het is waar
    ik vol vuur woorden gesproken heb
    als uitgelaten honden die in het rond rennen
    zo vrij als ze zich voelden tot ze werden opgejaagd,
    een uitweg zochten en ik ze niet meer baas bleef.
     
    Ik riep nog, maar ze luisterden niet meer
    het ging alle kanten op, toen ik ze later weerzag,
    verregend, aangeslagen.
     
    Ik heb mijn woorden teruggenomen, opgeborgen als
    in het tuinschuurtje tussen spullen, kapotte knuffeldieren,
    een driewieler, en verder wat niet meer goed liep.
     
    Het spijt me, heb ik gezegd.
    Vroeger zei ik mijn kinderen dat ze het ook moesten
    menen. Toen nam ik genoegen met een stil knikken
    maar dat is nu duidelijk
    onvoldoende.
     
    Ze ondervragen me wat er in mij gebeurt alsof ze
    elke hoek van de kamer willen inspecteren.
    Alles ligt onder een vergrootglas. Ook
    wat iemand meende te horen.
     
    Zoveel hangt nog in de lucht
    de uitspraken die gedaan zijn,
    kwetsbaar of roekeloos of iets daartussen,
    het zweet van wat je niet kunt terugnemen.
     
    Ook dat wat niet gezegd is, de dreiging van een drijfjacht
    onduidelijk wie het wild is of dat het de natuur is
    van wolven die de geur van schaap ruiken.


  • 28
    8469

    glippermannen

    Het regent, mijn raam klinkt
    alsof er maïskorrels achter worden verwarmd.

    Mannen aan mijn bed pruttelen met lippen en hun tong,
    verstonden mij wel, maar begrijpen het verkeerd en denken
    dat ik het had over regendruppels met een huidlaag
    – nu hangt de wereld er vol mee, net als klokken en barometers.
     
    Ik vraag me af waar die regels voor zijn als niemand zich er aan houdt.
     
    Het asfalt in het moeras is onze weg, krokodillen heten hier alligators,
    jij zegt het is om het even terwijl je het vlees uit je profiel peutert
    – wij zweten anders. Ik zie jou niet knikkebollen
    in deze kolonie van glippermannen
    alsof overleven een optie is.
     
    Sommige volkeren zingen het bestaan voor zich uit en taal speelt geen enkele rol.
     
    Overal waar je was heb je verzwegen.
    Ik dacht hier zijn geen deuren, geen mensen, alleen dieren.
    Alleen gaten in de grond en in de lucht.
    Toch klinkt er in de verte dat zaken in het slot vallen
    tussen het riet, over het water.
  • 29
    50

    Grijp uw kans

    U kunt hier
    een rivier
    een eenpersoonsrivier
    bestellen
    let wel u heeft nog drie dagen recht
    op vroegboekkorting

    het betreft een unieke belevenis
    u bent namelijk
    - gedurende de met u overeengekomen periode -
    zelf de rivier

    u kunt naar keuze ongestoord vloeien
    vissen voortstuwen
    langs kades en kreekjes
    slurpen en spuwen in monden van zorgeloze zwemmers
    desgewenst overstromen

    dit betreft een belevenis zonder souvenirs
    u kunt haar met niemand delen
  • 30
    5023

    Habanita

    Geert Adriaens
    Buffetten van zeeanemonen en bloedkippenworst
    Rebajas en geldautomaten, bedelaars verminkt
    Als straatartiesten of eenarmige bandieten voorbij
    Middernacht gitaren misschien

    Fluisterende waterslangen rond koelinstallaties
    Tafels betegeld met gapende kieuwen, woelende schalen
    Oogjes op steeltjes, schotsen en schubben van smeltend ijs
    Tussen slijmdieren, vis en rauwe garnalen. Sirenes

    Gassen ook van matrozen en vuilniswagens
    Hoevengekletter, uitglijdende paarden op de dam tegen zee
    Zonen en vaders in rolstoelen, roestig, blind, dorstig
    Van zwetende waanzin, van dementerende vliegen

    Rond het Castillo de San Sebastián, de muren verzweerd
    Het spottende schreeuwen
    Van meeuwen,

    De meeuwen.
  • 31
    1773

    Hansaplast

    jullie dronken samen
    kersenthee met zoute drop
    liefst in de vorm van katjes
    met hun kopjes licht gebogen

    jullie praatten over welke film
    je beslist niet wou vergeten
    die waarin zij blauwe cowboylaarzen
    draagt en zachte dagen spaart
    als medicijn tegen verlangen
    of toch die zonder einde

    het gebruik van smartphones
    maakt vingertoppen gevoeliger
    bij aanraking met duim of wijsvinger
    treedt extra hersenactiviteit op

    je plakt beide duimen af
    voor je haar naam uit jouw geheugen wist
  • 32
    4042

    Herfst

    Deleu Hervé
    Ze vermageren samen
    hij en de boom aan het raam
    vannacht zijn er weer een pak gevallen, zegt hij,
    ik tel er maar twintig meer,
    ik ga met het laatste blad
    heeft de dokter gezegd
    ze zijn daar tegenwoordig nogal open over

    ik zorg dat je er morgen nog bent, beloof ik
    hij doet of hij mij gelooft

    hij is vannacht vredig heengegaan, zegt de zuster
    de boom heeft nog één blad

    ik schraap de restjes lijm van mijn handen.
  • 33
    3893

    HET UUR VAN DE SPREEUW

    Het mooie meisje met de eekhoornoortjes en ik,
    we spraken in haar kleine kamer bij onhandig licht
    in courante termen van die tijd: postmodernisme, 
    fin de siècle, paradigmawisseling. Zij was Gaia,

    Chaos ik. Ontwikkeling van nieuw bewustzijn 
    en geboorte versus woekerende uitdijing, vermenig-
    vuldigde herhaling van het enkel ding tot de n-de 
    macht, tot in de volste verte. Waarna implosie, stilte,

    nacht. Hoe je vroeger aan de dag moest voelen
    wie je vandaag zou kunnen zijn, in welke holte
    de tijd zich verstopte en waar je vrienden waren, 
    overal. In de Amstel inkt een kleine rimpeling, 

    de lichte trilling van een nieuwe dag. Een aalscholver 
    spreidt zijn vleugels en wacht af. Een kras een scherpe 
    tekening tegen de lucht van zeilende meeuwen in 
    hun vlucht, geen vermoeden nog van spreeuwen 

    die van onderaf de brug hemeldonkerend oorverdoven, 
    van horizon tot horizon, het water raken, opgeslokt 
    door golven, metershoog, muur na muur - het meisje 
    de kamer het lamplicht en ik, ópgegeten door het uur.

    Goedemorgen patrijspoort. De ochtendmist verschuift 
    het bed waarin ik lig, de wind waait om een ander
    schip. Zij heeft zichzelf herhaald in kinderen, verse 
    woorden voor een nieuwe mond. Mijn zinnen cirkelen 

    nog om hun punt, vogelvleugels fladderend - de kamer
    barst zijn ruimte in. Mijn hand ligt op de koele tafel,
    voelt het hout, weet de vorm. Ik ben hier, vandaag, al
    mijn vrienden ergens, deinend in dezelfde stille storm.
  • 34
    8445

    Het verlengen van een rilling

    Terwijl ik wacht me nog rustig verheug
    op wat jij een mooi gesprek hebt genoemd
    stap je breed de witte ruimte in
    aan het lege buitenbad.
     
    En je sluit het hoge raam een stukje
    maar we voelen de kou
    horen de ruisende ringweg nog.

    En je tekent een klimhuis
    onder mijn neus.
    Zegt per ongeluk meisje toch
    en vertelt me over je eiland
    hoe wild en stil het is.

    En reageren is mijn werk
    en er is nog afstand
    precies de juiste kleine afstand
    die van twee kanten komt –
     
  • 35
    2387

    Hiernamaals

    Sadiqa de Meijer
    Dan zullen deze atomen,
    die vastzitten in de gelei van het ik,
    en nu houden van fietsen en Nina Simone,
    traag losraken in ondergrondse stromingen,
    drijven, en opstijgen in wortelstokken—
    naamloos, zo goed als nieuw.
     
    Maar ze zouden dit kind nog altijd
    liefhebben. Hoe dan ook, de grassen
    zouden houden van dit kind.
  • 36
    3549

    Honeymoon

    de laatste tijd droom ik steeds vaker dat iemand ons
    heeft opgegeven voor een huwelijksquiz op de tv
     
    bruidsparen in vol ornaat die om een koelkast strijden of
    een busreis naar Parijs, de grootste prijs voor wie het meest
    van elkaar weet
     
    we dobberen in een zwanenbootje op een studiozwembad
    de quizmaster zingt over engelen, duiven storten
    uit de hemel en jij
    weet niet hoe mijn konijn vroeger heette
     
    de zwaan maakt water en ik breek me het hoofd
    over jouw favoriete schrijver en wat je het liefst
    at op je kinderfeestje
     
    wanneer we ten onder gaan, zullen we plotseling weten:
    het is niet het water dat we vrezen, maar om eeuwig
    in die zwanenboot te moeten blijven drijven
  • 37
    8811

    Houvast

    Isa Altink

    voor mijn verjaardag gaf mijn moeder mij
    een envelop met twee zeepaardjes
    in roze vliegerpapier gewikkeld
                     
    ze krulden zich op, tot in de puntjes
    van hun staart, in de kleinst denkbare
    hoek
     
    moeder ligt op de nepleren bank, gewerveld
    en mysterieus, ze praat en praat alsof haar stem door een strakke
    plastic verpakking heen moet

    als ik vertel wat er van mij terecht komt
    staart ze in de naden van de bank en ik
    voel mezelf retour komen
     
    de zeepaardjes liggen uitgedroogd in de la van mijn bureau
    een geheim prijs te geven waar ik doof en blind voor ben
     
    ik keer alsmaar terug naar huis en strijk
    over de knobbels in mijn rug
  • 38
    8480

    huidlijsten

    Ik knijp in elke hand alsof die van mijn vader is.
    Lukraak spreek ik mensen aan op straat,
    richt me tot hun handen omdat die niet praten kunnen.
    Soms zijn ze klam, soms koud en afstandelijk
    soms strelen ze met hun wijsvinger het kussen van mijn duim.
    Ik ben knokig als giraffen, eelt alleen waar het een functie heeft.
     
    Op een hoek liggen dennenbomen meer dan sneeuw
    opeengestapeld te wachten
    tot zij afgevoerd worden en verbrand.
    Een kind aan de hand van zijn vader loopt voorbij,
    ogen groot als sinaasappels. Het knijpt
    en krijgt drie knepen terug.
     
    Hij was iemand die ik kende van zijn films,
    zijn driedelige penoze aan stranden. Hoe hij daar voor altijd
    met zijn handen op zijn knieën en opgetrokken schouders
    op een boomstronk in de duinen zit. Golven tellen.
     
    Je zet hem onder je kin, gebald om je hoofd op te steunen als je zit.
    Eén vinger uitgestrekt over je wang, je huid iets opgehoopt
    alsof de vinger een sliding maakt in gras,
    naar boven je kruin wijst zo van: hier staat wat ik denk.
     
    Ik sla je hand weg en duik diep in je nekharen,
    knor en snotter wat terwijl ik woorden zoek.
    Alle betekenis verdwijnt in je vacht.
    Ik wijs naar de grond achter je.
     
    Ik sla je hand weg en duik diep in je nekharen.
    Dat deed ik al toen ik net geboren was.
    Tegenwoordig een kus op je wang
    tussendoor, zoals vogels in de lucht
    die plotseling van richting veranderen.
     
    Elke keer krijg ik drie knepen terug. Dat betekent ja.
    Het is wat tijdrovend
    – ik probeer dan ook weinig
    positief geformuleerd mijn vragen te stellen,
    maar ben jij het niet klinkt zo raar.
  • 39
    8348

    Ik heb moeite met bruggen

    Kinha de Almeida Guimaraes
    Ik heb moeite met bruggen die ouder zijn dan ik
    dit is geen biecht, maar soms voel ik me schuldig
    omdat ik de oude stenen wantrouw,
    de betonnen constructies en ijzeren moeren
    die metaal op metaal laten groeien
    alsof het geen moeite heeft gekost.

    Het is niet alsof ik bang ben voor de afgrond
    want ik kan lachen om de dood.
    Nee, de vorige keer dat iemand zei
    dat we bruggen gingen slaan
    kregen we al het geld van de wereld
    maar niet wat we zochten.

    Daarom stel ik voor dat we vanaf nu
    zwemwedstrijdjes houden  
    in het zwarte water vol bloedzuigers
    en slingerende planten.
    Voortaan elke brug bij wet verboden,
    wie de overkant wil bereiken
    parkeert zijn auto op de juiste plaats.
    Zo voorkomen we teleurstellingen
    en andere narigheden.

    Ik begrijp de zorgen om parkeerboetes
    en praktische beslommeringen,
    maar als we verandering willen
    dan moet er iets gebeuren.
    Laten we alle laagjes bloot aandoen
    en staren naar het koude water
    alles vloeit door elkaar
    de vissen en de boomtoppen
    jij en ik, het eerste zonlicht
    en alle gezichten om ons heen
    als we springen, zijn we gewichtloos.
  • 40
    8495

    Ik heb nooit geleerd mezelf te hechten

    Demi Baltus
    Toen ik nog geloofde dat genezen
    een door Hippocrates gegeven zegen was
    leerden ze me hoe je een arm afzet
    met een vlakke hand en geveinsde compassie
     
    Ze leerden me de kunst van het helen:
    Het hechten van een kipfilet
    Het verbinden van plastic been
     
    Ik bleek vaardig met naald en draad
    Ik was in staat om mooie littekens te maken
    van weidse wonden met rafelranden
    (Mijn handen ruiken nog steeds naar bloed)
     
    Toen ik na maanden oefenen een hele kip in elkaar had gehecht
    was ik klaar voor het echte werk
    Ik hechtte mijn ouders, mijn vrienden, de buren
    en als laatste de hond
     
    Na een jaar was er haast niks meer te zien van hun leed
    Enkel wat lijntjes littekenweefsel
    onzichtbaar als er nooit aan de korst was gekrabd  
     
    Ze bedankten mij voor mijn kundigheid
    Ik zei dat de tijd zijn werk wel deed
    en keek naar mijn zwaargehavende lijf
    terwijl ik wazig werd door bloedverlies.
     
     
  • 41
    3185

    Ik wilde rozen planten

    De tuinman sprak:

    Je moet tachtig centimeter afgraven om rozen te planten
    de bloemenkoningin stelt eisen
    allereerst wil ze humusrijke grond 

    controleer goed op vervuiling
    fascisme, nazisme, nationalisme,
    je ziet ze allicht over het hoofd

    gemakkelijker zijn de bomscherven,
    botscherven en het soldatenglas
    dat je niet moet verwarren met 
    het glas van bierflesjes dat
    zwervers achterlaten

    waar te beginnen, vroeg ik
    en welke zeef heb ik nodig?

    de tuinman keek me schattend aan
    zag hij de rouwranden onder mijn nagels wel?

    doe het niet, zei hij langzaam, begin er niet aan
    de zeef van de tijd is voor jou te zwaar
    ik raad je geraniums aan.
  • 42
    3035

    Ik zou wel met kleine letters willen schrijven

    Carmen van Haren
    ik zou wel met kleine letters willen schrijven
    om je bij te houden, scheef in de wind, op
    smalle paden. ik trok een dikke jas aan, maar
    dat helpt het niet. juist niet. zie ik ga schrijven,
    kleine letters, om je grote ogen te richten,
    om te laten weten dat ik het streepje dat er
    onopvallend en toch zichtbaar loopt, dat ik
    het zie. net als jij. of ik moet het heel heel
    erg mis hebben.
     
    en zo kan ik nog wel even doorgaan, met een
    laaghangende lok voor mijn ogen, zuchtend
    vanachter een windscherm op een verlaten
    strand. zien jij en ik het streepje?
     
    iemand spant zich in, neemt de tijd, en gaat
    werkelijk rond, over het lange strand, buigt
    zijn rug, kijkt, tuurt, onderzoekt; in de verte
    zie ik hem overeind komen.
     
    een speer kauwen trekt over.

    Voordracht:
    https://soundcloud.com/carmenkata-1/ikzouwelmetkleineletterswillenschrijven

  • 43
    7947

    Inburgering voor gevorderden — toets (extract)

    37) U probeert een opiniestuk voor de krant te schrijven wanneer u wordt onderbroken door iemand die iets aflevert waarvan u hoopt dat het relevant kan ziijn voor uw artikel. Is dit:
              a) ironie
              b) nee, toch zelf-spot
              c) verzonnen
              d) de toekomst
     
    38) Mensen lezen kranten omdat:
              a) ze willen lezen wat zij al weten
              a) ze niet voldoende tijd hebben voor sociale media*
              a) dat doen zij niet
     
    39) Kruis het juiste antwoord aan:
              a) 1932
              b) neem contact op met je huisarts
              c) de gemeente aanvaardt geen aansprakelijkheid
              d) een willekeurige onbekende BN’er
              e) een beetje zoals een duur restaurant
     
    40) Professionele sport is een beetje zoals een duur restaurant, want:
              a) het stelt nooit teleur
              b) hoe meer u betaalt hoe minder je krijgt
              c) het trekt een bepaald, niet altijd even fris publiek
              d) 374m2
     
    41) Wist je dat de kleinste vogel in West-Europa een spanwijdte heeft groter dan het roosvenster van de kathedraal van Chartres?
              a) ja, dat wist ik wel
              b) deze reactie is verwijderd omdat het als ongeschikt of ongepast wordt beschouwd
     
    42) Schrijf een essay met niet minder dan 12 ongegronde argumenten en 7 volledig onbelangrijke observaties van het dagelijks leven in de Randstad met de titel '9 redenen waarom mensen van lijsten houden'. Verwijs naar de Vrede van Munster; de opkomst van Nederland als belangrijke kracht in World Darts; en/of de correlatie tussen de algemene chagrijn van het volk en de teloorgang van pepernoten als voorkeurskeuze strooi snoep door Sints helpers.
     
    Zie ook: “Ik heb dit langer gemaakt omdat ik geen tijd heb gehad om het korter te maken.”
                                                                                                                                  
    Harry Mulisch Blaise Pascal
  • 44
    522

    interimkracht

    als je als interimkracht hebt gewerkt
    maak je de meest vreemde dingen mee

    zo was er de jongen die door een openstaande schuld
    voor het spuiten van graffiti drieduizend euro moest verdienen

    na een week had hij begrepen dat het onbegonnen werk was
    ook waren er mannen uit zwart Afrika die barcodes

    op bevroren giraffekeutels en olifantenivoor kleefden
    en zelfs een MILF die kartonnen dozen aan de lopende band

    met haar driften voor een veel te jonge collega vulde
    tijdens de pauzes in de kleedkamer heb ik meermaals gehoopt 

    op een vast contract en géén gelovige richting Mekka
    maar iedereen bleef stilstaan tijdens evaluatiegesprekken

    omdat ik de kunst kon appreciëren van het repetitieve werk
    ben ik doorgegaan als sorteerder van tweedehands kledij

    tot de dag waarop de hoofdredacteur van een uitgeverij
    het potentieel van een groot schrijver in mij herkende

    talent dat aanwezig is kun je niet blijven negeren
    per direct heb ik mijn interimcontract opgezegd

    en ben vreemde gedichten beginnen schrijven
    over dingen die ik als interimkracht heb meegemaakt
  • 45
    533

    KERN

    Truus B.A. Roeygens
    we kunnen de wereld nooit verlaten
     
    streelt je mond als een hand? de haaientand om je nek, was de haai verdoofd? is je huid                  
    Marsrood? geef je de verte jouw ogen? ben je verboden?
     
    ik vraag je dit alles omdat ik op zoek ben naar een gezicht
    dat loenst naar mijn handen dat terugkaatst door mijn dromen dat knippert in mijn donker         
    dat nadert omdat het zin in mij ziet
     
    zonder het decorum van aanbidders is er niets
    om voor te hopen twee gezadelde paarden op de dove korst van aarde
     
    we kunnen de wereld nooit verlaten
     
    we bouwen een blauwe brug over de zon
    waar we om, om en om elkaar draaien
     
    er is iets gaande
  • 46
    2707

    Kikkererwten

    Ik wou dat kikkererwten konden kwaken.
    Ze zegt het zonder verpinken.
    Legt de bonen op dezelfde helft van het bord.
    Knikkert ze één voor één naar de overkant.

    De tafel wankelt.
    Het is de eerste keer dat ze met haar eten speelt.
    Ze kijkt uit het raam.
    Kiest de langste rijstkorrels uit
    en turft alle mensen die voorbij komen.

    Er is niemand die naar haar kijkt.
    Het is stil in huis.
    Ze hoort alleen de stemmen die zwijgen.
    Ik wou dat kikkererwten konden kwaken.

    Ze kookt water om de fluitketel te horen.
    Laat de diepvries te lang open staan
    omdat ze weet dat die gaat piepen.
    Draait de radio op het geruis tussen twee posten.
    Post één: een praatprogramma.
    Post twee: het weerbericht.

    Het gaat stormen.
    Ze had geleerd te tellen hoe ver het onweer was.
    Eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig.
    Ze deed het ook als mensen uitbarstten.
    Eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig.
    Telde de seconden tussen het roepen
    om te weten of ze nog veilig was.

    Ze loopt naar het gasvuur.
    Ziet wortelschijfjes in kookvocht.
    Denkt aan munten in een wensput.
    Ik wou dat kikkererwten konden kwaken.

  • 47
    8767

    Kleine kreeftjes grote dromen

    Maxime Garcia Diaz
    er kroop iets achter de bank vandaan,
    een trage, schuwe dreiging (een halfdode mot
    op mensenmaat), en toen won ik ineens achtduizend euro
    door op de verkeerde pop-up te klikken.

    ik likte aan mijn vingers tot de huid losliet en likte toen
    aan wat er onder mijn huid zat. om mijn hoofd zoemde
    een zwerm glinsterende pixels. ik ga terug naar het
    gymnasium en dit keer ga ik een kreeft worden,
    een rode zelfvoldane kreeft die nooit beseft
    dat alles wat ze aanraakt met haar achteloze scharen
    een kleine scheut pijn ondergaat. die niet doorheeft
    dat ze allang gekookt is, omdat ze anders nog grijs zou zijn.

    ik heb al mijn tanden geslepen door een kattenschedel
    tussen mijn kaken te vermorzelen.
    ik heb de kleine brokjes met aioli geserveerd
    als borrelhapjes. oude mannetjes hebben ervan gegeten.
    ik heb er een horecaconcept van gemaakt
    en shop dat nu rond.
    wie is je doelgroep? vroeg een marketeer.
    alle halfdode motten wiens emoties
    in concept stores verkocht worden,
    zeg ik.

    ik hinkel van de ene mini-planeet naar de andere.
    vanaf nu wil ik alleen nog maar
    seks hebben met Sims.
    ook graag voortaan bij elke maaltijd
    iets rozes eten

    en dan het liefst iets van een insect gemaakt.
  • 48
    293

    koningin van de erven

    met het afkolven van één zeug haal je de winter niet sprak vader
    dus maakte moeder melk van de kaktussen op de vensterbank

    tante Odette spaarde in het geheim zegeltjes voor een grof wit gesneden
    bruin was voor losers, mongolen en de mannen van de andere kant

    alles lag aan de wijze waarop de tweeling de aftandse tractor manoeuvreerde:
    het met uitwerpselen vermengde gewas voedde de vlinders in hun buik

    opa's banksaldo voor een gebit was deze zomer weer ontoereikend en
    de luiers uit het winkelcentrum maakten van de oogst stadskankers

    naast het veld stonden de achterkleinkinderen als vogelschrikkers te wachten
    ergens op het erf gaven twee neerhofdieren hun instant peter- en meterschap

    op de hooizolder dronk oma vluchtig van een in havermout gedrenkte borst
    zoals ieder jaar om ons voor een nieuwe vorst te behoeden
  • 49
    333

    Kopland

    Mitchell Imar van Tilburg

    Ik staar nonchalant in semiduister
    naar voorhoofden, en betrap
    mezelf er op te verwonderen, of zij

    ook gaten in geheugen slaan
    met liefdes- mokers: verleden
    proberen te onderscheppen, zodat
    deze geen oud zeer aanwakkert

    Straten vol met verbroken relaties,
    geuren en omhelzingen, kleffe
    warmte van zachte gezichten

    en vingers over, of in geslachten
    weergehouden: ja, ik heb het over
    investeringen die uitmondden op
    zielig, onthutsend gemis.

    Omgedraaide rollen worden steriel,
    of routineus uitgevoerd, afstand
    bewaakt omwille van gekrenkte trots –

    ik wil de fijne details vergeten, dat in
    de buurt buiten mij, ervaren geluk leeft
  • 50
    5063

    Koudwatervrees


    In deze straat steekt men paraplu's in plantenbakken

    als het regent. Er zijn yucca's. Er gaan geen grote helden dood 
    er drijven amper pups gedumpt in vuilniszakken in de sloot.
    Alle kinderen blijven over op school, hun huizen 
    zijn aflossingsvrij. Er worden kettingbrieven rondgestuurd
    en nepcontracten afgesloten. Ondertussen
    steekt iemand 
    paraplu's in de aarde tegen regen 
    in excelsis yucca. Ze zijn van precies dezelfde grootte. 
    Er zijn hier mensen die echt alles slaan, 
    er zijn dode dingen in de mode. Zoals yucca’s
    praatjes over wortelrot, er is niets op ware grootte.
    Ik zag een forse man in pak zijn kindje slaan 
    zodat het huilend harder fietste. 
    Iemand zaagde hier
    het handvat van twee nieuwe paraplu's

    en ik citeerde bijna Nietzsche: 
    Een yucca is een harde plant. Er liep een vrouw ook
    met een opgerolde krant. Ze sloeg er een vinnig ritme mee 
    op een blinde schutting aan haar rechterkant 
    dit is stil verdronken land. 


  • 51
    2180

    Laten we beginnen (met het bloed)

    Anne Eekhout
    als we nou beginnen
    met het spek varken
    te noemen
    (zo slim als je hond)
    vis
    vissen, en
    rund koe
    koedier
    wimpers
    oogopslag – hallo
    het spierrood komt uit lampen
    bloed licht niet zo fel
     
    ik hield van een jongen die slager was
    nu is hij dood
     
    laten we beginnen sommige mensen slager te noemen
    beul kan later nog en
    mensen het wreedste dier
     
    laten we beginnen
     
    de wereld op te delen in vakjes
    waar bloed stroomt, waar het niet stroomt
    waar het tegen de klippen op stroomt
    laten de mensen zich afdrogen met
    handdoeken van bloedkatoen
    laten we het vrede noemen
    want, laten we eerlijk zijn
    we blijven bezeten
    van het idee het goede te doen
    laten we wel wezen
    laten we in godsnaam allemaal wel wezen
  • 52
    5082

    Leegstand

    Antony Samson
    Je zit alleen aan een houten tafel voor twee.
    Er hangt een kruis boven je ongelovige hoofd
    en de klok tikt zoals ze zal blijven tikken na je dood.
    Kille serveerwagens met lauwe maaltijden rollen hun ronde
    en mensen zoals jij, waarvan men denkt dat ze het niet horen,
    rollen spottend over de tongen. Je zit aan het einde van de gang.
     
    Af en toe krijg je bezoek. In het begin van je kinderen,
    kleinkinderen, broers en zussen en nu, alleen vreemden.
    Ze spreken over een huis dat je vulde met verhalen.
    Ze zaten met jou aan tafel en hingen aan je anekdotische lippen
    tot de ziekte ze traag dichtritste. Je moest toekijken hoe alles
    door de ramen van je geheugen vervloog met de tijd.
     
    Je zit alleen aan een houten tafel voor twee met een afgebladderd verstand.
    Er hangt een kruis. In je ongelovige hoofd heerst leegstand
    aan het einde van de gang.
  • 53
    4335

    Mannenkoor

    Caroline Wiedenhof
    Het dorp weet niet hoe hij de luiken sluit.
    Een lint van bloemen komt gevlogen
    totdat het in zijn tuinhek steken blijft.
    Op bed ligt hij, onder een warme huid.
     
    Hij heeft geen zin meer om de hondenclub te spekken.
    Het mannenkoor zal voortaan zingen zonder hem.
    Ze zullen denken dat zijn stem het was,
    maar hij gelooft er niet meer in.
     
    Hier binnen bidt hij voor een nieuw begin:
    zo ijl te zingen dat de twijgen breken,
    zichzelf een engelpakje aan te meten
     
    en uit te vliegen naar een nieuw gebied.
    Massief klinken de mannen buiten met hun lage lied.
    Je mag de honden aaien, maar de mannen niet.
  • 54
    2994

    mergelgrot

    toen moeder zei kijk je oom nou eens genieten
    van het kerstbuffet
    voor even voelde het alsof een kapper
    alle voelsprieten aan de binnenkant
    van mijn huid
    met een tondeuse had weggeschoren

    ineens was zijn huid onzichtbaar geworden
    zag ik een skelet op twee minimale poten staan
    en een bronzen adelaar op zijn rug
    in plaats van een maag
    had hij een mergelgrot
    waar kinderen in woonden

    ze waren de diepte gaan imiteren
    bij wijze van spel
    zijn lippen waren van gas
    waardoor ik ten alle
    tijden zijn ontblote tanden zag
    als een afbrokkelende poort naar de hel
  • 55
    2734

    Mijn eerste ruimtereis

    pieter geenen
    Vorige week woensdag zag ik voor mijn huis een kat lopen.
    Niet echt, natuurlijk, want woensdag bestaat niet
    vanuit een kat bekeken, maar toen ik bij de groencontainer stond
    kwam hij mij tegemoet gesjokt.
    Ik hurkte en stak een hand naar voren,
    zachte haren, zonnewarmte, bewegende botjes en het kloppende hart
    golfden langs mijn vingers en ik wist meteen dat dit de ware tijd was.

    Ik tilde het beest op en ging weer naar binnen,
    astronaut terug van een kort verblijf in de ruimte.
    Mijn vrouw zat met vriendinnen in de tuin.
    Ik vertelde van mijn reis en zette de kat op tafel,
    tussen de hapjes en de glazen.
    De ogen van de vrouwen werden groot, de wangen rood,
    kreten van ongeloof terwijl zij hem bleven strelen.
    "Dit bewijst dat de werkelijkheid bestaat, riep Evelien verbaasd,
    maar kan de mens daar leven?" 

    Wij staarden naar het dier op de tafel,
    dat tonijnsalade van een toastje likte
    en de hele tijd heelal was.
  • 56
    3867

    mondig

    voor Alina Szapocznikow                              
     
     
     
    rond de mond ronde mond halfronde lippen
    de bovenlip halfrond op de onderlip halfrond
    afgerond zachtrood opgerood aangedikt uitgelicht
    de uitgelichte lippen de geprononceerde mond
     
    een tussen de lippen door glippend woord
    de gemummelde woordjes
    de gearticuleerde volzinnen
    de uitgespuugde verwensingen
    het spettertje spuug in de mondhoek
    de zich zacht sluitende lippen
     
    de tongpunt
    streelt de bovenlip glijdt langs de onderlip
    de mond is dicht de lippen zijn ontspannen
    de wangen trekken de lippen op, de kin haalt de lippen naar beneden
    de tanden bijten op de lippen, de boventanden op de onderlip
    de ondertanden op de bovenlip, de doorbloede lippen
    op elkaar geknepen lippen
    samengetrokken lippen
    een opgetrokken lip
     
    losse lippen
    loslippige mond
    geopende mond
    open mond 
    wit gebit
    rond zwart gat
     
     
     
     
     
  • 57
    3389

    Nachtschaar

    Eens waren er lolliedagen
    ik likte de ochtend in lange strepen
    naar de ondergaande zon
    de nachtschaar verdween in de keukenlade
    knipte mijn slaap niet langer in stroken
    maar lijmde de dromen weer aan elkaar
    gaf de cactus in mijn borst water
    er groeide bloemen daar
    toen kwam het terug in flatgebouwen
    en mails over gestapelde vrouwen
    ambtenaren die ik ervan moest weerhouden
    toenemend autoverkeer, al dat andere grauwe
    ging zonder te vragen onder de parasol zitten,
    keek uit over zee
    en bracht de nachtschaar weer met zich mee
    nu knipt het gretig in de gordijnen
    nog banger ben ik dat het krast
    in dat kleine zacht dat van binnen groeit en wacht
    het druppelt mijn dagen vol gapen
    ik ben vergeten waar de muurtjes zijn om
    over heen te lopen, waar ik
    plakband voor de gaten kan kopen.
  • 58
    4895

    NAP

    we hangen slingers aan de gaten in het behang
    en ik verzin een gezin
    wat er precies tussenin woonde

    ze slapen onder mijn nagelbedden
    en soms hoor ik ze krijsen,
    over iets neurologisch
    of over de zeespiegelstijging:
    dat ik eigenlijk zou moeten verdrinken
    dat ik drijf op een bruistablet

    zoon fluistert dat ik het niet hoef te begrijpen
    en dat het asfalt tijdens de dageraad
    het zachtst is

    ik klim boven NAP
    in de hoop niet meer te hoeven zwemmen
    met mijn hoofd verpakt in bubbeltjesplastic;
    als ik dit keer val
    dan breekt er niets
  • 59
    1545

    Olijfboom

    Van Armeense vlaktes tot Syrische steppen; de olijfboom reisde rond, gedijt in droge grond en wijst wanneer hij water wil. Speelse stroken vol bonkige boompjes met een gecomprimeerd bladerdek, weinig menselijke handafdruk in ’t zicht. De vrucht smaakt zoals geplukt.


    Wij spraken van zwanger, nog niet van een baby. De verloskundige deelde mede dat het nog niets wilde zeggen dat het hartje niet hoorbaar was en schreef een verwijsbrief.



    Amorf, zo werd je voor het eerst benoemd. De arts in opleiding schatte in dat je na acht weken gestopt met groeien was, klein macaroni-elleboogje, en dat je cellen splitste zonder dat je hartje klopte. De arts in opleiding schreef pillen voor; je moest eruit.



    Ik ken de olijfboom van vakantie, Wikipedia en kassen in het Westland. Te klein vaak om een gestrekte Brabander van beschutting te voorzien.



    De apotheker deed de pillen in een doosje. Vocht met de printer. De bijsluiter werd - dan maar op A3 - geprint.



    Er waren vrienden die verdrietig werden. Vrouwlief had buikpijn en ik geen idee wat te voelen, of je al iemand was. Vastligt dat je iemand had kunnen worden, was dit niet natuur, zoals olijfbomen in moeilijke grond niet gedijen.



    Zonder ceremonie, wat vluchtig, gehaast, hebben we jou in het zand begraven - bang dat de buren het zagen - in moeilijke grond: resten van de bodem van de brouwerij die reeds gesloopt werd, afgegraven en gevuld met zeebodemzand. Daarop vijftig liter potgrond die ze in de bouwmarkt niet verkopen, anderhalve tegel uitgespaard, een boombak eromheen. Geen zorgen, mijn genen aarden nergens, amorfje, behalve in moeilijke grond.

  • 60
    8051

    om de afstand te accentueren

    Misschien bestaat herstel hieruit: alle zolen van alle schoenen
    te laten maken door de aardigste ondernemer uit

    de stad, wellicht alle neuzen ook, en dat verspreid over de weken
    van het nog resterende jaar zodat we zijn prettige stem

    en dito handelingen kunnen herhalen en iets hebben om naar uit
    te zien, de kosten gespreid, en bij het laatste bezoek

    aan een zelfgebakken cake kunnen denken die hij dan met
    groezelige vingers kan oppeuzelen en waarvoor hij

    knikkend bedankt om dan met vuile en vette handen en volle
    mond precies mijn laarsjes uit de berg schoengoed

    te halen en met een buiging te overhandigen zodat ik kan zeggen
    hoe knap het is dat hij mijn schoeisel herkent en hij

    dat ik weer mijn best heb gedaan en het onzeker is of het om gebak
    of voeten gaat of hoe weinig scheef ik heb gelopen.
  • 61
    3661

    om het huis, is het stil nu

    De blauwe betonweg voor het huis wacht,
    nauwgezet oost-west gericht, zodat je
    in de ochtend aan de einder in het oosten
    de zon kan zien opkomen en ondergaan
    aan de westelijke kim, waar grauwe avondwolken oranjerood kleuren.

    In de moestuin achter, groeien rode kolen en schiet soms sla door.
    Mijn tengere vader staat aan het eind van het tuinpad, hoofd in de nek,
    blik op de immense molenkap gericht, naast de bloeiende kersenboom
    waarvan de blaadjes neervallen na iedere zoevende wiekslag.
    Ik zie. Mijn moeder ligt buiten op de strandstoel en leest.

    In zijn hand de magere hamer waarmee vader smalle latten,
    op maat gezaagd, in de kieren van het kippenhok wil slaan, Gehinderd
    door de felle haan die telkens zijn kop, vervaarlijk kraaiend, naar buiten draait.
    Mijn moe streelt teder de kip, raapt de eieren uit de leghokken.
    Pa veegt het bloed van zijn knokkels.

    Om het huis, is het nu stil. Ik wacht.
    Hoofd in de nek, ontkent vader steeds de hemel, 
    -opium voor het volk-
    en ook straks zal ik hem niet zien
    ten wensten noch ten oosten van de weg
    waarvan hij levenslang de richels met teer heeft dichtgegoten;
    noch aan het eind van het tuinpad.
  • 62
    4173

    ongemak

    Arthur Schoep
    zoals ik het mij herinner

    bomen, struikgewas, iemand op zijn buik, trekzaag in de nek
    aan weerszij een man in uniform, de hand stevig om de greep
    jongens ondanks hun baret
    mijn beeld is vaag maar volstaat

    wat ik mij ook nu nog afvraag

    hoe vaak het over moest, dit kiekje voor de slacht
    voor iemand sterven mag
    say cheese

    liet er een zijn vrouw de foto zien
    wees hij: kijk, dat ben ik, dat is mijn kameraad
    en daar, herken je hem, dat is die van de bakker
    die hoerenzoon hadden we mooi te pakken
     
    stak zijn vrouw de herinnering in het plakboek
    noteerde ze in zwierige letters
    datum en bijzonderheden
    of er die dag zon was of regen
    zoals onder de foto's van hun huwelijksdag

    vertelde opa later nog eens van toen
    de ander een hond was of nog lager

    1943 of morgen
    en de vraag
    of ik daar lig of sta
  • 63
    8171

    Ongewervelden

    Pieter Van de Walle
    pas toen je de camera uitvond, begon je te lachen
    woonwijken uit te ademen als aardbeien bodymist
    te bevelen: hou me vast als na een executie
    niet veel later vond je geld uit, een overheidsvoorziening
    die de armoede de wereld uit zal prijzen

    dokters hebben ooit tegen je mams en paps gezegd:
    uw kind is ongeschikt en lelijk, op haar drieëntwintigste
    zal ze kaal en dood en stikjaloers zijn
    op alles dat naar mensen ruikt die lachen

    politiek gezien ben ik een peuter met een doctoraat in ongewervelden
    en als een vrouw surrealistisch huilt, dan denk ik
    dat dat als kunst bedoeld is. Ik heb je dooie goudvis vervangen
    door een andere dooie goudvis en de kans is groot
    dat ik je in de supermarkt niet eens herken
    als levend wezen, wellicht hebben de dokters ook
    over mij zoiets gezegd: dit specimen behoort niet tot een soort, het is beter
    als je het gewoon zo laat, geef er niet te veel aan uit
    wacht nog even met een naam
  • 64
    3971

    ONTSNAPPING

    Dorien De Vylder
    Het regent pijpenstelen, het stopt pas
    als het waterpeil tot net onder het dakraam
    van mijn zolderkamer komt.
     
    De naakte zebra en ik duwen
    mijn eenpersoonsmatras uit het raam,
    varen op goed geluk de Vlaamse akkers af
    naar de andere kant van de evenaar.
     
    Onderweg tracht een wolk dwergaalscholvers
    ons het zicht te benemen, maar zebra
    steelt met priemende blik de inkt van hun verenkleed
    en schildert er opgewekt verse strepen mee.
     
    Transparante vogels vliegen vlotter over,
    met een vlak hand tegen mijn voorhoofd tuur ik
    verder naar de horizon.
  • 65
    4615

    Op een kier

    Patrick Cornillie
    Het is maar dat er wind is
    of we hadden geen weet van gaten,
    spleten, kieren - het volstrekte
    niets met iets er rond.
     
    Het is maar dat er gedichten zijn
    of er waren geen woorden als
    waaien, fluiten, gieren. En witregels
    waar de tocht door jaagt.
     
    Het is hoe je ze vindt en waar
    dat luidruchtig zwijgen over gaat.
    Lees maar, het is niet wat er staat.
    Het is wat er niet staat.
     
  • 66
    307

    Overtuiging

    Jürgen Dewulf


     
     
    Er was iemand die zeker was
    iemand die niet twijfelde
    iemand die zei: Alles is anders
    Vaak danste hij op zijn handen
    Soms droeg hij gewoon een hoed vol edelstenen
    Hij zei: Haal de zon maar van het dak, we gaan hier weg
    we gaan met stenen slaan,
    allesverslindend als een trein met grote gele tanden
    Geweld is al wat we nodig hebben 
    ’s  Avonds keek hij naar me door het sleutelgat
    Met mijn ogen dicht kwam hij langzaam dichterbij
  • 67
    8877

    Overzicht

    Overzicht
    Kijk: hier zijn we nu. Halverwege. Sommige van ons verlaten
    mannen voor vrouwen, verkopen huizen voor ze af zijn
    sluiten anderen buiten en staan weer op een schoolplein
    We zijn de mensen geworden die er verstand van hebben
    Verleiden met weinig tekens, bestellen personen als pizza’s
    Sommige van ons zien dingen van dichtbij onscherp worden
    Voor een van ons is de dichtstbijzijnde ander een astronaut
    op vierhonderd kilometer boven zich in rondjes om de aarde
    Terwijl jij probeert wat je in de slaapkamer hebt belooft te ontbinden
    in de rechtzaal
    Loslaten, zeggen we tegen de buurvrouw, want de angst van wat kan
    is erger dan het gebeuren zelf, onze stemmen zijn laag geworden.
  • 68
    4894

    pannenkoek

    we gooien druiven en raken alles
    behalve elkaar
    en proberen een woord te bedenken
    voor de afstand tussen ons

    het gordijn bedekt de scheuren in de wand
    al lang niet meer
    en de ruimte loopt langzaam leeg;
    de wind slikt onze spiegelbeelden door

    je zegt dat het niet uitmaakt:
    dat als je met geknipte nagels geen grip meer hebt
    je vanzelf een bestemming krijgt

    dat de jongen uit de flat
    louter op het nachtkastje van zijn moeder bestaat

    ik ga liggen op het midden van een witte streep
    en trek het asfalt over me heen,
    denkend: nu ben ik niet meer te missen
  • 69
    2172

    Partners in crime

    Er was iets uit de hand gelopen

    de vloer lag bezaaid met confetti van huid
    jij zei dat het Julia's sproeten waren 
    koperkleurig als haar haren

    je veegde ze zorgvuldig op, zocht een 
    doosje en rammelde kort, er klonk een geluid
    als van zilveren klokjes, het laatste dat
    we van haar hoorden

    later liet ik het doosje per ongeluk vallen
    het deksel verschoof, met geruis
    ontsnapte een mot met gestippelde vleugels 

    ze was altijd al een nachtvlinder, zei jij
    daarna zwegen we haar dood.
  • 70
    7982

    Pointe

    Nadine Ancher
    Ze leerde me spotten.
    Mijn balletjuf, die kanker heeft.

    Het is uitgezaaid, ze is uitgedraaid. In een kist
    past geen split. Doodgaan is wellicht zwaarder
    voor dansers. Het aldoor willen weten waar ze staan.

    Ooit moest ik van haar een matroosje zijn. Een jongetje
    met open armen, een havenhoofd. Weldra droeg ik helmen
    en schelpen, kalkpetjes van heimwee en ruis. Rust niet.
     
    Denk aan de schaduw van coyotes aan je voeten. Ik denk aan je
    spitzen van satijn en hoe je al tijden een punt wilde maken.
    Je liep zelfs even op je tenen. Die linten om onze enkels

    verlengen enkel de benen, niet dit leven
    . Ik meende dat

    je verdriet kon delen zoals je samen de lijkkist draagt,
    maar droefheid moet je toch echt zelf torsen.

    Bij een perfecte pirouette past er een opblaasbal in je armen.
    Om rond te komen richt je je ogen non-stop op de nooduitgang.

     
  • 71
    8516

    Quarantaine


    Want er was niets dat nog kon gebeuren.
    Alle bloed was vergoten. Alle waanzin verzonnen.
    Alle onzin was geleefd. Alle pillen bestonden.

    Er waren woorden als: liefde. Waarheid.
    Wachten. Werk. En alle gradaties daartussen.
    Want alles was werkelijk doorzien.

    Er was geen hoop meer.

    Of de gesel van talmende nabijheid.
    Of de stormloop van kritische massa’s.

    En verder: niets doen.
    Of eenzaam mens en woord betichten:
    van onvolkomenheid, van mogelijke grootheid.

    En huiveren: voor cynisme, als gezaghebbend wachtwoord.
    Het kreunen. En de ingepompte vrolijkheid.
    Er was niets meer. Of doen alsof beginnen vanzelfsprak.


  • 72
    8338

    rabarberlimonade

    op een onbewaakt ogenblik
    was er een meisje in mijn
    rabarberlimonade gesprongen.
     
    het was lastig te zien of ze
    in paniek de kant probeerde te bereiken,
    of daar alleen maar wat rond dobberde.
     
    voor de zekerheid heb ik in één keer alle limonade
    met het rietje uit het glas gedregd.
    haar daarna op mijn arm
    te drogen gelegd.
     
    iemand zei later; wist je
    dat je heel ziek kan worden
    van zoveel limonade in één keer,
    zeker met rabarber,
     
    maar dat was iemand die altijd
    dezelfde route naar huis toe rijdt,
    alle vakantiedagen een ontbijtbuffet,
    tomatensoep. nooit eens een leven redt.
  • 73
    2091

    Regen

    Cilja Zuyderwyk
    Aan de muur hangt een cirkel, eronder de maan.

    Gordijnen verstoppen de gasten, het regent bejaarden. Op het
    zwarte scherm verschijnen soldaten. Ze doden de huilende kinderen.
    Wij wassen onze gezichten met schuim.

    Twee kussens de man om ons hoofd te verheffen. Op de tafel
    ligt het spel dat we spelen. De handdoeken zijn stralend wit.

    ‘We zijn onschuldig,’ zeg je, ‘we hebben hier niets mee te maken.’
    Ik knik, kijk naar het plafond dat me aan Groenland doet denken.

    ‘Wij zijn vrede.’
    Je ogen zijn blauw van onschuld. Er rollen koffers voorbij.

    Als de nacht valt, schreeuwt de bosuil. We horen hem niet,
    want we slapen.
  • 74
    902

    Silent blue

    Filip Eerdekens
    het blauw is de stille honger aan het oppervlak
    een tijger op een reclamebord die ontbijt verkoopt
    terwijl wij als zwerfvuil huizen in een slaapstad


    het is een allesreiniger die nacht en dag wegwast
    tot wij alleen nog kunnen drijven op een matras
    voorbij week karton of solitaire schoenen


    we overdrijven dat onze lijven zullen ontvetten
    door de stadsranden af te snijden en we laten toe
    dat de ochtend ons mag binnensijpelen


    we zien een reiger op één poot geschiedenis schrijven
    de geschiedenis van hoe een moeras een stad werd
    hoe de stad zijn liefde voor het blauw verloor
  • 75
    2732

    Sneeuw op de dagen

    pieter geenen



    Een andere tijd kwam uit de nacht gedwarreld
    en bleef liggen op de onze.
    De huizen, de auto's in de straat,
    die klaar stonden om een nieuwe dag te starten,
    de woordenvoorraad in mijn hoofd,
    alles werd toegedekt, wit en stil.
    Alsof wij niet meer verder hoefden met de vooruitgang
    en niet meer iemand hoefden te zijn.

    Ik stond bij het raam te kijken
    hoe de vlokken vielen en 2017 verdween.
    Ik wilde mee verdwijnen, maar ik moest naar de wc,
    berichten checken, de kinderen wekken, een kop thee en naar kantoor.
    Mannen van de gemeente pekelden de wegen.

    's Avonds, thuis bij de tv, was ik al weer vergeten
    dat het sneeuwde toen ik opstond,
    dat er een ander heden is, veel ouder dan het onze.
  • 76
    8839

    Sterke wind in rood

    Sophie Zwertbroek
    iedere stap is net zo goed een stap in het
    heelal als een stap
    op Jupiter, in een zwart gat, op de toppen van een nevel ongeveer
    zesenhalf honderd lichtjaar van ons vandaan
     
    zo ben ik verwant aan alles dat ik mis, iedereen die ik
    niet meer spreek, kansen die ik niet heb aangegrepen omdat ik op een nippertje
    na niet het juiste koos
     
    ik vermom me gecontroleerd onherkenbaar en kijk
    met ogen die niemand kennen naar de wereld
    de starende blikken wegen niet op tegen de dissociatie van
    mijn gezicht dat zonder de vermomming dezelfde reactie oplevert
     
    in kleurcodes herken ik het weer in Den Bosch, filmpjes
    over de sterke wind domineren het internet, de radio zoekt
    een dichter; ik bel de redacteur van het programma en hij zegt dat ik moet
    beginnen aan een gedicht
    dat ik hem werk moet sturen en dat ik klaar kan staan voor het geval dat –
     
    ik doe wat hij zegt en neem een douche. Rond vijf uur word ik gebeld
    dat ze eindelijk Ingmar
    Heytze te pakken hebben gekregen
    achteraf wordt me gevraagd hoe ik in Hilversum was gekomen
    de treinen rijden immers niet

    een stuk huid kleurt wit nadat ik de trede van de trap op een haar na mis
    de druppel bloed die opwelt
    is bijna even rood als de handschoenen van de vriend van mijn
    huisgenoot, die met haar sjaal, haar fiets en haar wanten boodschappen doet
     
    symbiose, heet dat. De perfecte samenwerking tussen twee organismen –
    die bij anderen altijd veel soepeler gaat
    het gras is niet groener aan de overkant, het gras
    is groener waar je het water geeft
  • 77
    1508

    Sudoku

    Alexander van der Weide
    mijn moeder
    gebogen over de krant
    lost een sudoku op        lost
    de getallen           op        als ze gelijk zijn
    aan elkaar ik aan haar dit alles

    lost zij op, dat de boomringen en kinderen
    getallen hebben diep gevouwen in hun bast is het niet

    een grandioze formule dat alles helder
    vloekend
    past in onderliggend optellen aftrekken – oplost?
    krast zij met potlood in de vakjes cijfers

        een donker bos
        de getallen trillen in blaadjes
        hoe zij onvindbaar is tussen de takken

    als het gedempte daglicht de tafel de stoel het gordijn omspoelt,

    zit zij in volkomen rust
    ergens tussen het werkelijke en
    het onwerkelijke

    de cijfers ijveren zacht –

    maar vooral: dat zij zo
    verdiept is      in een vergelijken
    <alsof ze zichzelf wil herleiden>
    en krantdun dit evenwicht
  • 78
    4704

    Timmerman

    Fleur Bodt
    Al jaren lang timmer je voor haar;
    ledikantjes, kinderstoeltjes, van stapelbed tot twijfelaar.
    Van krasvastekeukenkasten tot nietjes door het hout heen jassen. 
    De met bruine beits doordrenkte kwasten spatten op de tegelvloer uiteen.
     
    Je timmert aan relaties, hakt en snijdt je eigen vlees;
    de werkplaats is je leven aan het overnemen.
    De planken zijn de bindmorfemen, de bouwstenen tussen haar en jou tussen dood en leven,
    tussen zagen of zinken.
    De geur van eikenhout en grenen zit zelfs in haar haren. 
    Als je haar bemint voel je splinters in je vingers.
    Zoete hars plakt aan je wimpers,
    monden vol Swietenia, Massaranduba, Fagus Sylvatica.
    Het voelt als vreemdgaan als je aan haar zit.
     
    Jarenlang op triplex bijten, de vaste lasten bij elkaar lakken en schuren,
    ruzie met het buurtcomité. 
    Boormachines splijten de wanden van de huurwoning uiteen. 
    Op straat heb je niks aan laminaat of nieuwe zaagbladen, 
    kromgetrokken nagels hechten niet aan steen.
    Rauwe handen vol met blaren van het sjouwen en het sjorren
    aan je liefdesleven, liefde geven, leven kweken. 
    Stapel larix, linde, loofhout tot de muren het begeven.
    Het bouwen van een thuis duurt vaak een leven lang.
     
    Tel je zegeningen in het hout dat je bezit.
    Zaag in wonden, verbind spijkers aan je zonden.
    Draag het kruis dat je ondergang moet worden. Hak de vingers van je handen,
    bloed de bast van je werkmans huid.
    Scheld haar uit, geef haar ringen om de jaren te markeren, om het groeien te bedwingen,
    je moet de afstand overwinnen die de boom tussen jullie beiden brengt.
     
    Creëer het huis dat je ondergang zal zijn.
    Verplaats het weer en bouw opnieuw, bouw het hoger, bouw het schever,
    bouw tot je tevreden op kunt kijken naar de stapel splinters,
    een berg van nerven, mergvaten en lignine houtstralen.
  • 79
    4619

    Titel onvindbaar

    Tot stilstand gebracht in een belmenu,
    in een wachtrij eindeloos,
    een lichtje scheen me bij,
    ik zag de straat stranden.

    Wie zijn we, waar moet ik heen,
    kom ik later weer terug als dier,
    denkt ze nog weleens aan me,
    wordt Arsenal kampioen en waarom
    oh waarom gaat alles in rondjes?

    Verwijzen alle woorden naar iets in de wereld?
    Kun je de baas zijn over iemand en moet je dat willen?
    Staat vriendschap boven liefde of andersom?
    Houdt angst ooit op en wanneer is iets waar?

    Wat mag ik hopen? Wat kan ik beloven?
    Meer of minder zombiefilms kijken?

    Hoe kwast ik mijn verwachtingen bij tot ware grootte?
    Synthetisch tapijt of gewoon zo laten?
    Is volg je hart een pesterijtje of goedbedoeld?
     
    Ik zocht aanmoedigingen ademend als verlaten grensovergangen.
    Ik kreeg adviezen die als slagbomen achter me dichtvielen.
    Geloof in jezelf. Be the best. Stel je niet aan. Bevroren
    boterhammen besmeer je het best met bevroren boter.
     
    Vertrouw nooit een man die niet kan dansen.
    Belgische koningen overlijden niet zo snel.
    Snijd je tattoo eigenhandig uit je huid,
    begin schreeuwend van de pijn opnieuw.
  • 80
    4764

    Tussentijd

    Kamiel Choi
    Op de veranda hingen persimmons te drogen en wij twee
    speelden monter wie de langste schaduw had. We lachten
    en belaagden elkaar met de eerste sneeuw.

    Onze Siberische schoenen dropen naast het vuur en jij
    pantoffelde in het herfstlicht. Ik hoorde daarin het ruisen
    van een naamloze god, die ons een strook zon aanwees.

    Ik las je daarbinnen de hele twintigste eeuw voor,
    en toen begonnen we woorden te schrappen,
    tot ons onze dadendrang vergeven was.

    Zo konden we elkaar behagen in die tussentijd
    ik knipte met twee vingers de dood uit je haar
    terwijl we staarden in het blozende vuur
    waar oranje een kind was van het geel en het rood.

    We zetten oude jazz op en dachten aan het wezen
    een ster dook onder in je ogen, we beloofden
    te zorgen voor een naam, bij voorkeur klinkend
    als een godin, die stervende zielen te ruste legt.

    Zo wachtten we uitgerekend op de kortste dag
    je dronk oolongthee en tekende konijntjes
    die aan het dromen waren en o ik droomde ook
    van onze vrucht, die een nieuwe oorsprong was

    en een afgrond - daar drukte ik mijn lippen vast
    op jouw mond en viel gelukkig in slaap tegen je
    eironde buik.

    Alles was heilig, en alle grond geboortegrond.
  • 81
    4054

    Uitschuifbare noodsituaties

    hoe zet je een muts op als er glas op je haren ligt, zodra het
    het waait voel je overal de scherven, je denkt nog aan hoe je
    zo van veraf lijkt te glinsteren, maar welk deel van de spiegel
     
    je duwt wat je kwijt wilt onder wat ooit van een schaap was,
    alles wat je denkt wint aan warmte, maar onthou dat het laatste
    dat je moeder voor je maakte een uil werd zodat jij misschien

    een nachtroofvogel blijft, in een compleet donkere kamer,
    onthou, verlangens zijn brandladders aan de gevel van een
    gebouw die opgehangen worden voordat er bewoners zijn
     
    het is wettelijk verplicht om je veilig te voelen, ’s nachts
    of bedoelen ze de plicht om je gasmeter bereikbaar te weten,
    de knop om te kunnen draaien voor een vertrek
     
    vertel je de man die piepers koopt om te vertillen dat de berg
    aan lokspijs er niet toe doet, alleen dat je ze gebruikt,
    of zeg je de man dat je zijn glimlach bewaart.
  • 82
    2919

    Up in smoke

    Eddy Steenvoorden


    Het liefst was je hoppa in zee gebonjourd als wietrijk
    hapje voor de vissen maar opeens werd je ergens in een
    oven geschoven - keep smiling mietjes zei je tegen ons
    stumperds aan de overzijde ongelooflijk grijnzend onder
    je verschroeiende Zappa-snor omdat er bij hoge uitzondering
    rook uit je oren kwam en je nieuwsgierig uitkeek naar de
    fabelachtige Rockies die morgen jouw asbak zouden zijn.
     
    In onze versie van Up in smoke zagen we van afstand ook
    hoe deur voor deur dichtviel daglicht afdroop voor je ramen
    hoe je zonder enige geestverruiming langzaam leegbloedde
    alleen op koude badkamertegels alleen bot op steen zagen we
    jankend als honden hoe de wind je bijna helemaal meedroeg naar
    my precious wildflower who bloomed long and beautiful -
    rest well my sweet girl in de fabelachtige Rockies.
     
    Een flintertje vriend vloog in de handbagage mee naar
    een Limburgse schoorsteenmantel vol rechthoekig gezinsgeluk
    in onze versie je stembanden die weigeren zacht te rusten
    in een potje voor een vergeelde foto van de Marx Brothers
    ach jochies zeg je glashelder met bloedeloze g ik zat er toch niet
    ver naast met dat leven na de dood - van dichtbij horen we jou
    en je wilde bloem eindeloos schateren in de fabelachtige Rockies.
  • 83
    8844

    VEI 6

    Martje Wijers
    op perrons hoor je samen te zwijgen

    naast me staat een vrouw met de benen van een paspop
    tegen zich aangeklemd alsof ze bang is dat ze weg zullen lopen
    op zoek naar hun bovenkant

    bijna geluidloos beweegt het gat in haar gezicht
    weet ze dan niet dat ze het dicht moet houden?

    sommige mensen zijn zo broos dat ik ze wil slaan
    denkbeeldig scheld ik haar de huid vol
    spoel ik woest mijn mond met zeep
    zodat ik PH neutraal kan schuimbekken
    daarna voel ik me schoner, lichter, wil ik

    mijn handen voor de ogen
    van een wildvreemde leggen
    fluisteren: raad eens wie ik ben?
    ik ben de tweelingzus
    die je nooit hebt gekend
    een betere versie van jezelf

    ook ik heb mijn menselijke momenten
    jouw broekzak belt me precies op het juiste
    de ruis geeft me rust, hier, omringd
    door hordes mensen die ik nooit
    zou willen zijn, maar jij, wij
    wij zijn voor herhaling vatbaar
    wij zijn voor herhaling vatbaar

    laten we onze namen in elkaars vellen kerven
    massief brons in de wonden gieten
    het als een sieraad dragen
  • 84
    2665

    Verjaardag

    Aat Ceelen
    Ik droomde dat ik mijn verjaardag vierde
    ik wist niet of ik jong was of heel oud

    Het bezoek was vreemd, een dode
    moeder en een dode hond

    Ik kreeg treintjes en een bal. Hoe het was
    om dood te zijn? Volgens beiden dit noch dat.

    Bij 't afscheid zeiden hond en moeder
    mij dan en dan in liefde bij te staan

    In de verte mauwde een oude kat
    een lang en klagelijk proficiat.
  • 85
    3718

    Vijf pogingen tot overwinteren

    Marianne Geboers
    1. In takoksel rusten met tanden tot blaadjes
    ontpoppen. Een moeder had je achteloos
    op de grond kunnen werpen.
     
    2. Tussen herfstblad een schuilplaats
    spinnen of losjes oprollen en
    naschuivers intrekken.
     
    3. Met lotgenoten rondhangen onder
    vensterbank tot exact zonlicht
    door sarcofagen schijnt.
     
    4. Aderen vullen met antivries verstoppen
    in kruipruimte of op zolder hangen aan
    hanenbalken opwarmen kan dodelijk zijn.
     
    5. Naar zachte winters trekken het doel
    met afgevlogen schubben bereiken
    foute ansichten sturen naar achterblijvers.
     
    Ofwel:
    rouw duurt langer dan de diapauze
    van een dagpauwoog
  • 86
    4663

    Vogelvlucht

    Bert Karel Schreurs
    Als een handvol zaadkorrels werpt de avond
    vanuit het niets een zwerm zwarte vogels
    tegen het wegstervende hemelblauw.
    Nagenoeg geruisloos, eensgezind en doelgericht
     
    haasten ze zich naar hun afspraak met de nacht
    en gaan even plots op in datzelfde niets,
    dat ze volgens een ondoorgrondelijke,
    onmenselijke wet werpt en bergt en draagt.
     
    Ik zit op het terras, vleugellam, en geef me
    gewillig over aan de oprukkende duisternis,
    de neerdalende stilte, alsof de verdwenen vogels
     
    een teken waren dat de dag ten einde liep
    en vraag me af: zullen wij ons dan nooit
    zo geworpen en geborgen en gedragen weten?
  • 87
    4969

    Voor je het weet

    roberta petzoldt
    Voor je het weet
     
    Ik wist voor het eerst dat een jaar een getal bezat
    en schreef 1990 onder elke tekening die ik gemaakt had

    Mijn broer verbood mijn moeder de manke strijkplank op straat te zetten
    ik bewaarde scherven van de eerste koffiepot die ik zag sneuvelen
    Twee melancholische kinderen die als cipiers op het huisraad letten

    We huilden met het smelten van Sylvain de sneeuwman
    de vriend die dankzij de gratie van een vriespunt leefde
    en we begrepen dat je nooit iets twee maal maken kunt

    Onder de douche dacht ik
    dit is misschien het hoogtepunt van mijn leven
    staarde naar steeds veranderende waterregen
    verbond de druppels op de badrand met elkaar

    Ik zag hoe mijn kindertijd eindig was
    had heimwee naar de zelf die dit dacht
     
    gehypnotiseerd door osmose en zwaartekracht
    liet ik druppels tijd
    langs mijn lichaam
    door de afvoer glijden
  • 88
    6821

    Vorm

    Dorien Couton
    Op woensdagen leer ik meer over vormen
    van verzakken en verliezen: in de kamers gevuld met gaten
    weet ik niet meer hoe ik mijn lichaam
    bij kan houden. Hier telt meer vel

    dan tijd. Ik vind haar voor het televisiesneeuw-
    landschap en geef haar ijs. (Ik veeg haar mond. Waarover te praten?
    Nu pas kan ik vertellen hoe laat ik het al jaren maak.)

    Voor deze onnatuurlijke omkering wordt nog naar de juiste nuance
    van schaamte en schroom gezocht. Het woord zal klaar zijn
    in 2020 (de verborgen kosten van een bevolkingspiramide
    in de vorm van een urn). Voorlopig laat ik lege plaatsen in mijn dagboek.

    Terug thuis moeten al mijn kleren uit. Naakt zit ik dan voor de wasmachine,
    met roodgeschrobd vel en de belofte nooit meer
    iets onaf te laten. Ik zie hoe alles krimpt in de hitte, het klotst en bonkt
    alsof ik al vergeten ben.
  • 89
    3241

    Waarom ik van spoorwegen houd

    Eigenlijk kun je heel goed
    diagonaal reizen. Je neemt
    een meetlat en trekt een
    schuine lijn over de kaart.
     
    De plaatsen die je doorsnijdt
    doe je liefdevol aan. Je dwaalt
    niet af want dat is niet vaardig:
    de verwarring
     
    die je zaait als je van
    je pad afwijkt wordt duur
    betaald. Smal is de weg en
    recht ben je geschapen.
     
    Wijk niet af, wees niet
    laf. Volg je spoor,
    grijp de einder. Dien
    je gietijzeren liniaal.
  • 90
    2059

    werkdag met de hond als getuige

    als het droog is valt er weinig te snoeien. gras
    kleurt beige en groeit niet meer. onder slordig
    opgeschoten eikenboompjes verzamelt de hark
    bleke papiertjes, foliesnippers, filters, doppen.
     
    ik haal alles tevoorschijn. de hond die aan mijn zorg
    is toevertrouwd loopt achter me aan bij elke stap
    die ik zet. ik ga naar binnen, heb werk te doen, dat
    wil zeggen: iets maken wat eerder niet bestond.
     
    alsof er iemand op deze zinnen zou zitten te wachten.
    iemand die het ritme telt, nadat hij in de krant foto’s
    heeft gezien van bange, dunne kinderen en opgeblazen
     
    mannen. ik oefen hardop de dictie van wat ik schreef,
    aai de hond, hij heft zijn kop en lijkt te luisteren naar
    de taaie frictie tussen schrijftafel en strijdtoneel.
  • 91
    5605

    Werkverkeer

    Bibi Tegzess
    Een man fietst snel tegen de wind, onder een kapuchon muziek
    die elke waarschuwing verstomt, een wijdopen mond voor lucht
    en meezang, zijn tong vangt scherpe druppels water.

    Nog snel een lik natuur voordat verbetenheid zijn mond weer sluit
    en hij onder dak zijn fiets wegzet voor deze dag, bevindt zich
    plotseling een ander leven in hem, zoals wel eerder met een mug

    maar groter, vullender. Iets puntigs meent hij in zijn maag
    te voelen pikken naar zijn ochtendboterham met zaad,
    een vogel houdt zich in hem op. 

    Nu is het onduidelijk wie daar eerder was, 
    aan welke kant het recht, wie baat heeft, wie lijdt, er gevlogen,
    te snel gefietst, thermiek misschien, een hoos van wind uit de parkeergarage?

    Gewaaid? Nee, u zoog! Iemand draagt de verantwoordelijkheid,
    maar niet ieder heeft de juiste vogelvoelmaschine,
    elk wezen bereikt ergens de grens van zijn instinkt.

    Het gesprek op gang, welke stem krijgt voorrang,
    mag zingen of vloeken, wiens bek staat open genoeg om
    veren te kunnen kotsen tot kroketten.

    Verwijten ingeslikt, excuses uitgehoest.
    Er wordt moraal gereden maar zonder kaken, zonder tanden.
    Voor de wind uit gaan, vluchtig zijn.
  • 92
    1218

    Wij zijn ook maar mensen

    Geef ons dan maar een meisje in ons huis waar
    op de huid onder het poeder staat: ik eet niet goed.
     
    Haar ideaalbeeld dat ze elke dag herkent
    op de reclamezuilen is haar moeder
     
    van de foto's voordat zij geboren was, ze draagt
    de schuld net als haar tweelingzus dat deed
     
    in krassen op de huid. Laat ons maar fluisteren
    dat lang niet alles staat of valt met haar, we
     
    strelen teer, we trekken zacht demonen uit haar
    polsen en we wijzen haar op ieders angst voor
     
    eigen onvermogen.
     
  • 93
    3189

    Winter

    Terwijl de herfst wordt begraven,
    zijn onze wandelingen reeds luchtig
    als de koffietafels nadien.
     
    Vader vertelt verhalen tegen de koude,
    dat het vroeger nog kouder is geweest
    en dat hij er toen bij was.

    We weten dat alles wat passeert
    ook voorbij ons is gegaan
    en geen van ons twee
    verdenkt de aarzeling ervan
    ooit uitgesproken te worden.
  • 94
    4929

    Winterzee

    Hanne Geerinckx
    Het is wanneer je besluit alleen te mogen zijn, en
    de wind kan volgen naar waar ze haar eerste oorsprong
    vindt. Het geluk hoor je dan te zoeken, in het losschudden
    van een eeuwigheid. We vertelden elkaar ooit, hij en ik,
    dat een put woelen altijd al meer dan voldoende is.
     
    De koude kraakt zand onder tenen en verstomt
    de kreten van verdomde meeuwen. Het is hier anders
    met jou. We zijn op zoek gegaan naar een bos met naalden
    (soms begin je best spellen die nooit hoeven stoppen).
    We vonden vijf struiken en een zwarte, dode hond.
     
    Ze hebben altijd al dondersveel op elkaar geleken, maar
    het heeft ook altijd al die sigaret kunnen zijn: die bengelt
    op die ene zelfde wijze, tussen lippen naar binnen gebogen,
    zweeft door de vingeren door naar een hand dat enkel
    maar aanraken kan, konden ze maar.
     
    Ach ben jij dat, die nooit nodig heeft en nooit verwacht?
    Ik dacht dat het meer ging om bewegingen in handen en
    hoe ze konden proberen de stroom te vangen. We nemen
    niets, we lopen in stormvoeten de stranden plat en hopen
    dat de zee ons onthouden zal, kon ze maar.
  • 95
    2683

    Wouter Brom

    In vier bedrijven.
     
    Als jij hier informatie meent te zien ontbreken
    laat het mij dan gerust weten.
    Ik polste mijn poolberen
    voor een dienstbaar schot
     
    een vacht tegen het ijs
    een jager die rechtsomkeer maakt. Wij zijn geen eskimo's. Ik
    selecteerde.
     
    Ik insinueerde.
    Een juist adres, herfstporselein
    een gerucht om naar te griezelen
    een simpele optica. Veel leesplezier, boezem.
     
    Misschien zie je er nog iets in.
    Misschien verdient dit een plaatsje in jouw tijdschrift, misschien ook
    niet.

    Er zijn geen bevelen
    zo onschuldig als kanariezaad
    terzelfdertijd –
    er is weinig zo vlottend als een list.
     
    Als Nippon omzichtig
    je biecht raakt mij niet aan
     
    ( ik ben ontvlooid en Cylon )
     
    zij is onvermurwbaar, een schaap
    ik ben van celluloid
    – spottend
    haar gelaatsuitdrukking is drinkbaar.
  • 96
    7076

    Ze

    Ze verschuiven de gebouwen alsof het stukken karton zijn en binnen een ochtend is bijna alles weg. Ik verzamel dat wat me nog niet ontnomen is, maar weet eigenlijk dat ik het toch kwijt zal raken.
     
    Rond de middag vullen ze de oude stad met nieuwe flats die alleen bovenin bewoonbaar zijn. Vanaf hun penthouses schreeuwen ze dat de woorden vanaf nu de betekenis hebben van het volgende woord in de nieuwste dikke Van Dale.
     
    Ze draaien lachend aan het uiteinde van hun dunne snorretjes en zeggen dat ik het wel zal snappen, ook al heb ik een ouder woordenboek.
     
    Ze krijsen hun naam door de verlate straten: ‘Ze’. Het is een conglomeraat vol vuile streken, een koepel waaronder kwaadaardigheid schuilt, een schurk die me in een bad vol haaien laat zakken of een laser op mijn kruis richt. 
     
    Ze boren een weg door mijn kevlar huid, slokken alles op wat hun pad kruist en kiezen altijd voor de lange lijdensweg. Ze zijn een machine die onvermoeid doorgaat en pas rust als ze zeker weten dat ik niet meer verder kan.
  • 97
    3120

    ZO WIJ

    herman rohaert

     
    Hoe landschap zichzelf afschaft, de hemel
    de hemel niet meer, de aarde de aarde
    niet en hoe wouden zich terugtrekken en
    heuvels afvlakken, rivieren verzanden, kleuren
    verbleken, alles zand wordt waarin helling en
    dal verzinken en in elkaar schuiven en horizon
    vervaagt en wordt uitgewist, hoe alles verduistert,
    komt tot rust, stilstand
     
    -tot-
     
    plots, opnieuw, een rilling, een vouw,
    oprisping, een stroompje en een stootrand,
    voortschrijdende begroeiing, een schuimende
    rivier, een berg, dieptezicht en horizon, aarde
    en hemel en licht en eindeloze beweging
    in een hersteld landschap
     
    zo wij.
     
  • 98
    2001

    Zomaar

    Handzaam

    Zomaar op een ochtend aan de keukentafel terloops,
    dat een moeder haar zoon in de houtschuur vond,
    zijn voeten een halve meter van de grond, een week
    geleden nog maar, en hoe de verbeelding gissen gaat

    en misselijk maakt, zijn leven blijkbaar niet te dragen klaar,
    zijn naasten kennelijk niet naast genoeg geweten,
    en zij ver van vermoeden wat hij droeg en met zich sleepte
    en niet meer leven wilde, uitgemaakte zaak.

    Verstikte allerlaatste kreten, flitsen in het hoofd,
    een visioen misschien, een engel die niet kwam,
    wellicht zich enkel na zijn heengaan aan hem openbaarde

    als stabat mater, die haar zoon van het houtwerk nam
    en met hem in de wrangheid van haar schoot
    haar God en haar tanden heeft stukgebeten.
  • 99
    4806

    zonder titel

    Julie Beirens
    we wijzen elkaar de weg, zoals we telkens voor het slapengaan
    onze lijven navigeren, zorgvuldig, naast elkaar lijken onze
    navels iets eenzaams te hebben, zo verschillend van vorm
     
    we plooien onze lichamen tot de juiste hoek, alsof het een doelpunt betreft,
    de precisie van een chirurg die een vingerkootje amputeert,
    maar zoveel mogelijk vlees wil behouden, zo liggen we in bed
     
    om na het ontwaken de boodschap te krijgen dat er nog een volledige
    twee derde van de pink overblijft, ‘voldoende om gelukkig te zijn’
    de chirurg verlaat de ruimte, heeft haar taak volbracht
     
    we liggen rug aan rug, huid aan huid, met de nodige eerbied
    in een stilzwijgen dat enkel mensen die zich schamen kennen,
    al weten ze niet precies waarvoor, het is er gewoon
     
    schroom om de schaamte, zoals wij nu wakend naar elkaars
    hartslag luisteren, hoopvol luisteren, opdat wij geen
    onbekende soldaten worden voor elkaar
  • 100
    5965

    zwijggeld

    Sarah de Koning
    ik kan zeggen dat het zo hoort of toeval is
    een lichaam in het donker is niet meer en niet minder
    maar ik ben goed opgevoed, ik druk mijn blote tenen als
    bleke parels tussen de planken van de vloer

    als zwijggeld

    onderweg verlies ik alle vorm onder mijn nachtkleed
    druip ik weg langs mijn benen
    wanneer ik in bed kruip schiet er nauwelijks iets over
    maar nog steeds genoeg om te verstoppen 

    ondertussen trekt de nacht haar tong langs het raam, ook zij wordt moe
    en
    trager
    het huis geeuwt: ze geniet van het dwalen om haar as

    maar de stilte is een kwade moeder
    ze j
    aagt een stem de trap af
    en trekt de voordeur in het slot