Biografie van Helena Packx

maker van kunstdocumentaires. auteur van korte verhalen en poëzie.
2011
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    7663

    De tekenaar

    1e ronde
    De tekenaar


    Een blanco vel papier:

    wat leeg lijkt is vol van klaarte.
    Dat te laten zien is wat hij wil.
    Hoe je met een potlood licht verkavelt.  

    Maar eerst dient de blik gewet,
    tot alle ballast uit het landschap weg
    gekeken is. Virtuoos is de tekenaar
    die gomt voor hij begint.  

    Zwart is het gruis waaruit hij wint

    het zilver van een wandelaar, de rivier
    van zijn gezicht, de wolkjes  

    van twee handen wit gelaten.
    Het papier is opgelucht.
    Klaarte trilt.            
  • 2
    9374

    De fijnschilder

    1e ronde
    Zoals een fijnschilder

    Zoals een fijnschilder lang geleden

    het geduld opbracht te wachten
    tot alle stof
    gedaald
    was
    neder,
    zo wil ik je beminnen.
    Teder en trefzeker.
      

    Ik laat in alle rust
    mijn lust ontbotten aan je lippen,
    en wacht.
    Traagte is de overtreffende trap
    van graagte: zo traag wil ik
    je tomeloze luister
    zien.
    Ik ben geen vink die in het duister
    zingt.
    Ik wil mijn drift ontblinden.

    En wacht.
    Tot van de eerste hitte
    alle wind
    gaan liggen is.
        
2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    6690

    de zee van bakeliet

    1e ronde

    de zee van bakeliet

     

     

     

    bij gebrek aan grot en sneeuw

    kies je voor de zee van bakeliet.

    je loopt bij nacht het water in en laat

    de man op je rug in zijn verlangen glijden:

     

    een zwart glissando zonder wee.

    zelf zou je krijten als een kind, bijten

    in zijn hand misschien. hij niet.

    voor hem geen weg terug, geen laf andante

     

    in het zand, hooguit een korte vloek,

    al geldt die jou niet maar

    het koude water.

     

    hoe lang zal je die nog horen, hoe diep

    is de naald in de zee van bakeliet.

    dag vader.

     

     

2016
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    6405

    Pater noster

    Top 100
    Toen ik doodging werd ik wakker
    met mijn ogen dicht. Ik werd gewassen
    en geschoren. Met een bijbel
    werd gestut mijn kin.

    Alles kon ik horen, en al werd er niet
    gespot, getreurd werd er evenmin.
    De laatste van zijn generatie, zei iemand.
    Gesuis van een gordijn: opluchting.

    Een zwaan daalde in de kamer neer,
    trok de veters van mijn handen strak.
    Daar was mijn ziel terug, wist ik.
    Er werd gestemd over stropdas, niets of strik.

    Kom, laat ons kuchen, stelde plots een tante voor,
    op de toon van laat ons bidden. Ze begon te stemmen
    haar falset. Eerst en sourdine, allengs luider.
    Een halve kring trad nader rond mijn bed.

    Hoog en schor geschraap, het schuurpapier van keel
    en strot: geen geweeklaag, zucht of lied in het Latijn,
    laat staan een kort gebed. Er werd gekucht 
    alsof het om een wedstrijd ging.

    Hij wint aan koude, zei de zwaan,
    wat fraaier klinkt dan warmte verliezen.
    Ze herschikte kort de stropdas, niets of strik,
    fixeerde even nog de stut onder mijn kin.

    Iedereen verdween, waarop ik in de nacht
    te veel tijd kreeg om te tellen al mijn zonden.
    Snel was ik rond, dus fileerde ik de kuchers
    van de halve kring, de gooiers van de eerste steen.

    Het werd ochtend, en zonder pardon lijmde
    men mijn lippen dicht. Overbodig werd de stut
    onder mijn gezicht. Het oude en het nieuwe
    testament verloor zijn laatste nut.
  • 2
    7650

    Vandaag

    1e ronde
    Vandaag las ik de zusjes Karnejeva voor
    uit het dagboek van mijn Krimreis vorige winter.
    O, zuchtte Lida, dit is zoveel mooier dan een avond
    cinematograaf! Zoja zweeg.
     
    Ik voelde hoe zij, de jongste, zonder iets te zeggen
    vroeg om meer (meisjes willen landschappen, en het begin
    van melancholie dat nooit zal smelten).
    Dus begon ik opnieuw, maar Lida onderbrak alweer
     
    mijn wit relaas. Waarom, Sergej Sergejevitsj, heeft u
    een wandelstok? Sinds wanneer dragen jonge heren
    een stok om te flaneren?
     
    Die draag ik om mijn dode vriend te eren, zei ik
    niet, maar stuurde de gedachte naar de jongste Karnejeva.
    En Zoja knikte, zweeg.
     
  • 3
    7652

    Een soort van blauw

    1e ronde
    Vandaag liep Ik op het weiland langs de Tosna en
    kon alleen maar lila zeggen, violet, een soort van blauw.
    De namen van de bloemen ken ik niet: in de datsja
    van mijn hoofd is de kamer Botanica volkomen leeg.
     
    Zo moet het galmen in het brein der bolsjewieken,
    dacht ik onlangs op de trein. In mijn bovenkooi
    sloot ik mij af. Gulzig las ik de dialogen der antieken,
    terwijl de bolsjewieken sliepen, snurkten.
     
    Geluk, las ik, is hoogstens de afwezigheid van smart.
    Naar dat hoogstens, liefste, wil ik streven.
    De naam van een roos in het Latijn kan ik leren, maar
     
    hoe het jubelt in die ogen van jou? Ik heb het raden
    naar hun tint van openlucht, ik kan alleen maar
    lila zeggen, violet, een soort van blauw.
     
  • 4
    7653

    een halm

    1e ronde
    vroege ochtend, en grijs is nog het grasveld vol
    van dauw. een jongen gaat op zoek naar het geheim
    van grijs en gras en ochtenddauw.
     
    liggend aan de rand van het gras bekijkt hij
    een halm van dichtbij: tussen halm en druppel zit
    een laagje was. daarom dus blijft droog het gras
     
    en alles grijs in deze ochtend vol van dauw.
    het licht bereikt niet eens de halm: halt
    zegt de druppel, tot hier en niet verder,
     
    en het licht, dat zo graag breken zou in kleuren
    moet stoppen aan het laagje was. maar niet
    de jongen aan de rand van het gras.
     
    met één oog bekijkt hij nu een druppel van dichtbij.
    ligt daar niet een regenboog op wacht?
    achtereenvolgens komen uit het wit tevoorschijn
     
    blauw, groen, geel, oranje en een streepje rood.
    de jongen houdt de zon van zijn adem in. het heelal
    knipoogt terug in een druppel, halm, niemendal.
     
     
     
     
  • 5
    7654

    De tja-tjavink

    1e ronde
    van de tja-tjavink wordt gezegd
    dat het een oudemannenvogel is.
    tja.
    te pas en te onpas zingt hij zijn lied
    dat die naam niet eens verdient:
    tja-tja.
    een in twee gebroken zucht is het,
    hooguit het litteken van een melodie.
     
    terwijl andere vogels in de lucht
    hun klankbellen blazen honderduit, even
    kleurrijk als hun veren, kiest de tja-tjavink
    een tak
    en wacht daar de stilte af na het concert.
    na het lied van merel, tjiftjaf, sijs
    wil hij plaatsen zijn tja-tja
    als uitroepteken.
     
    jarenlang heeft hij geoefend dat geluid
    getoonzet in het dofste grijs
    tja-tja
    verdund met terpentijn van spot
    tot craquelé van zerp geknars
    tja-tja
     
    maar vandaag koos hij zijn tak zo laag
    dat het lot hem maakt tot vogel
    voor de kat.
    tja.
    met de dode vink in de bek danst de kat
    even nog de cha-cha-cha en laat hem daarna
    vallen in volmaakte onverschilligheid.
    daar ligt de tja-tjavink.
    afgevinkt.
    niet langer klinkt zijn
    tja-tja.
     
    tja.
  • 6
    7658

    goldberg

    1e ronde
    een aria als dans
    op de stapstenen van een lied
    de speeldoos van een sarabande
    begint en eindigt niet
     
    een aria als alibi
    alibi cantabile voor verdriet
    de speeldoos van een sarabande
    begint en eindigt niet
     
    een aria als spitsboog
    hoge vlucht in een verborgen taal
    in de eerste stapsteen ligt
    de sluitsteen van een kathedraal
     
    een aria als dans
    op de stapstenen van een lied
    de speeldoos van een sarabande
    begint en eindigt niet
     
     
  • 7
    7660

    een droom

    1e ronde
    Een droom vannacht, die als een kiezel in mijn schoen
    blijft kleven. Ik zie bleke handen die pianospelen
    op een boot, en mag, moet draaien alle bladzijden.
    Nu jij, papa, zegt het meisje met de bleke handen
     
    en ik die nooit een piano aanraak op een boot, neem over
    de pianostoel, de bleekte van het meisje en de bleekte
    van de passagiers die kijken. Ik speel met opzet minder goed
    dan het meisje, dat op haar beurt de partituur omslaat.
     
    Zo neemt een droom een loopje met het leven, zei ik
    tegen mezelf vandaag. En ook een beetje met de dood,
    hoewel ik geen dode dochter heb, geen levende.
     
    Was het Beethoven die ik bevend en met bleke handen
    speelde? Ach, de vader die ik even was en nooit zal zijn
    liet niettemin zijn dochter triomferen.
     
  • 8
    8867

    Taal is zilver

    1e ronde
    Taal is zilver, denkt de dichter.
    Met koper, zink en nikkel schrijft hij de legering
    van zijn lied, op maat van vreugde en verdriet.
     
    De dood van een te snel vergeten vriend
    wordt ‘een wiekslag die het riet
    slechts even huiveren liet’.
     
    De geboorte van een kind daarentegen
    volgt ‘de wiekslag van het leven’.
    Zo buigzaam is zijn lied.
     
    Maar dankbaarder dan vreugde is verdriet:
    dichtgeschroeid wordt elk verlies het zingen
    van een litteken, een melopee voorbij de pathos
     
    van het ach en wee. Dichters verzilveren
    het metaal verdriet met taal die glanst in de leugen
    van een lied dat niet te luid mag klinken:
     
    welgetemperd, zacht  gerinkel moet het zijn,
    welgeteld de lettergrepen strak op maat gesneden,
    met listig binnenrijm en af en toe een enjambement
     
    als lijm tussen de zinnen. Dichters verzilveren
    verdriet omdat hun lied zich voorbij de roest
    van het vergeten liegen moet:
     
    een fraai gesneden metafoor als leuning voor de stoel
    die troost zal heten. De poten kunnen dienen als veren
    voor een nieuwe wiekslag straks. Die van het leven.