Biografie van Elly Stolwijk

In 1986 verblijft Elly Stolwijk als vogelwacht twee maanden op een klein onbewoond eiland in de Waddenzee.Daar, midden in de wildernis, besluit ze toelatingsexamen te doen voor de kunstacademie.Van 1988 tot 1993 studeert zij aan de Gerrit Rietveld Academie, afdeling autonoom.Zij tekent, installeert, filmt, fotografeert, schrijft poëzie en onderzoekt de relatie tussen woord en beeld.Gedichten van haar zijn opgenomen in o.a. De Gids, Het Liegend Konijn en Meander, ook in bloemlezingen (o.a. in de bundels van De Nieuwe Wilden, in de gelegenheidsbundel van de Nacht van de Poëzie 1989).In februari 2013 wint zij de tweede prijs bij de Turing Gedichtenwedstrijd.Zij leest voor, alleen, of in samenwerking met musici.In januari 2019 presenteert zij een uitgave in eigen beheer: Small walks 1 - 49, weergave van een verblijf als artist-in-residence in Arles.Met haar beeldend werk neemt zij deel aan tentoonstellingen (o.a. Alkmaar, Bergen, Amsterdam, Leidschendam, Dortmund, Shetland UK).
2011
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    6800

    (zonder titel)

    Top 1000
    toen de eerste druppel in de whisky gevallen was
    - in het glas dat ik had meegenomen naar de vogelkijkhut
      en dat ik, rug en arm zoveel mogelijk strekkend,
      vanonder de omhoog geslagen luifel ophield naar de regen -

    en toen die magisch kleine hoeveelheid hemelwater
    het bleekgouden vocht had doen ontplooien,
    en ik met ieder slokje zachter werd (beseffend
    dat het de sterfdag van mijn vader was),

    moest ik denken aan de berghazen zonder schaduw
    die groter leken dan ikzelf, toen we het pad verloren
    op de kale helling nabij de verlaten skilift
    - die nooit ons doel was geweest en onvindbaar op de kaart.

    het getij had in cromarty firth, blikveld vanuit het kot,
    een poppenkopje achtergelaten, zonder ogen.
    een broedse zwaluw vloog hinderlijk in en uit,
    schampte mijn wang, en ik vroeg me af:

    waar is dat kinderlijk grote hart
    dat ik tekende, gisteren nog, in het natte zand,
    met onze namen eromheen geschreven?

    zou alles wat in zee drijft ooit uitgedreven zijn?

    verbaast een vogelwacht op een onbewoond eiland
    zich over de letters die in een cirkel tevoorschijn komen
    op het kleine witte strand? of spoel jij elders aan,
    terwijl ik neersla onder affakkelend licht?

    nu schrijven we onze namen op een stuk papier,
    rollen ze op en geven ze prijs aan de zee
    in een fles die leeg is van balblairbourbonbarrelbocht.
    waarop wachten we nu nog?

    sinds we samen de oudere whisky drinken,
    die geen water nodig heeft om te bloeien
    en ergens, diep van binnen, wat rokerig is,
    hebben we aangelegd, losjes, warm, nu, hier.
  • 2
    8491

    (zonder titel)

    Top 1000
    vanaf de wal maant de vrouw de roeiers
    met schorse stem: "ik ken je binnenkant!"
    in het gras liggen dode eenden in de rui.

    het was toen dat ik voelde hoe de stenen
    de warmte van m'n hals hadden aangenomen.
    de zilveren schakels koel gebleven waren.

    het was toen dat de roeiers zich uit de voeten
    maakten, er veertjes opwoeien.
    de megafoon verstopt raakte.
  • 3
    8515

    (zonder titel)

    Top 1000
    de schelp in je mond
    weerhoudt je tong van kussen

    je lichaam daarentegen
    ligt week en bleek
    in een bed van labiaten
    het mijne te beminnen

    ik observeer de droogte
    van mijn huig en lippen
    en zuig de dovenetel

    terwijl jij kruipt
    waar je niet kunt gaan
2012
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    4399

    zonder titel

    Top 100
    oud bietenblad en wat prinsessenboontjes
    liggen verspreid op het smalle pad

    zoveel moeders verliezen een kind
    en dat van mij is al zo lang geleden

    tuintjes zijn afgegraven, en liggen vierkant
    in het zachte, ronde landschap

    ter wereld gekomen in grote stilte
    maakte ze van ons tableau vivant

    de duindoorn die geen vruchten draagt
    staat gemeen dicht langs het paadje

    ze leek op niemand die ik kende
    zij was het meisje van mijn dromen

    voorbij de bocht staat een paardje
    zomaar wild en los te zijn

    zij werd sneller koud dan het zand
    langs de kust na een dag in de zomer

    ik aai het beestje dat zo verloren
    en toch zo zelfverzekerd staat te grazen

    nog streelde ik haar natte haartjes
    behoedzaam betastend de fontanellen

    ik laat het achter, het sjokkende, geurige
    diertje en volg het spoor naar zee

    ’s nachts liet ik haar achter
    ik kan haar nog altijd ruiken, het kind

    een kind speelt langs de vloedlijn
    een meisje met lokken die golven
  • 2
    4414

    waarom de zilvermeeuw in de nacht boven de parkeerplaats moet schreeuwen

    2e prijs
    er is dat veld, dat beweegt als
    je je hoofd beweegt,
    je hoofd voorover beweegt in mijn schoot.

    het witte veld waarover de binnenkant
    van mijn pols zich wil verlengen,
    handpalm ook, de arm gestrekt.

    je hemd dat los moet, dat witte,
    de woorden die los uit de zinnen
    misselijk makend niet kunnen zeggen

    wat er is. wat beweegt van binnen.
    wat wil schreeuwen boven
    braak liggend land, met honger.
2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2039

    echt geluk blijkt altijd een vreemde marathon

    Top 1000

    nergens zien we ooievaars, niemand

    houdt de regie in dit oprukkende schemerduister

    - Finsternis lijkt daarvoor het juiste woord -

     

    onder de ijswaterbank wordt nog een rat gespot

    grote lijsters, wel nee, ze zingen niet meer

    en de korstmossen zijn vergruizeld

     

    ontremd vertel je over vierkante dikke seks

    geen baas of assistent geeft die nieuwe vrouw te eten

    geregeld moet zij zichzelf uitborstelen

     

    stoffen provoceren deze verslaafde staat van zijn

    totdat dansende eibers ontspannen wapperen

    - de aangrijpende nevel rond ons hart verjagen

  • 2
    5422

    mannenlied

    Top 1000

    er was een bijzonder blauw te zien

    aan de westelijke hemel

    iets tussen indigo en donker violet

     

    in de schuwe steeg lagen takken

    waarover ik struikelde

    omdat ik steeds naar boven liep te kijken

     

    later zag ik de stapels hout, stronken voor in het dichte seizoen

    wanneer men zich op schapenvachten verzamelt rond het vuur

    en aardappels poft, spiritus drinkt en zout likt van een droge huid

     

    een openstaande poort bood me zicht op vrouw die zat

    of zag ik een engel, daar binnen die ommuring?

    ik liep naar haar toe en streelde haar lichte voorhoofd

     

    toen zij opkeek ben ik weggelopen

     

    zachtjes zingend om de stilte niet te verstoren

    bewandel ik nu dit dieper wordende pad, een vore,

    betoverend bevroren aan de randen

     

    altijd als het kouder wordt zoek ik mijn geliefde

    ik draag een ketting met haar naam en zou haar willen raken

    als ik me maar niet aan haar brand

  • 3
    5425

    in een kuil gaan staan

    Top 1000

    de moeder loopt naar de kuil

    zij had de plek nog niet bekeken

    zij gaat met blote voeten in de kuil staan

    zij drukt haar hielen in de grond

    zij stampvoet en jaagt de geur van vocht omhoog

    zij hurkt

    zij snuift en snuffelt

    zij graait met dikke vingers in de bodem van de kuil

    zij raakt bijna klem tussen de wanden

    tranen en speeksel druppen tussen haar knieën omlaag

    zij is een beest

    zij heeft zich opgericht

    zij heeft het zand geëffend met haar voeten

    zij heeft gezegd: hier, en nergens anders

    zij is ontkiemd

    heeft wortel geschoten

    is boom geworden

    heeft blad en vrucht gedragen

    zij is omgewaaid, ontworteld, vermolmd

    zij heeft de kuil van haar dochter voorzien van voedsel

    en zag voor het eerst van haar leven

    waarachtig de binnenkant van de aarde

2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2379

    het dorpshuis

    Top 1000
    niet bekend op dit adres.
    je zegt, dat kan niet, iedereen is bekend.
    nee, hoe vaak of hoe luid moet het gezegd: niet bekend op dit adres.
    hier is geen thuis meer voor een zeker persoon.
    het snijdt en daarom klinkt de vraag bij herhaling,
    moet het antwoord meermaals gegeven.
     
    het dorpshuis is de diepst geïdentificeerde plek op dit eiland.
    de vlag spreekt in de kleur tussen leven en dood.
    daar is niets vreemds aan. je voelt dat als je je hand op je hart hebt gelegd.
     
    soms moet iemand het eiland verlaten.
    er is geen rechter die spreekt.
    het zijn niet de buren, de familie, de wijze schapen.
    het zijn niet de losbandige hazen.
    het is iets wat iemand in zichzelf gaat ervaren.
    mettertijd breekt die kennis open: niet bekend op dit adres.
     
    wanneer iemand inscheept op de daarvoor bestemde sloep
    snikken we, het afscheidsfeest is geweest.
    je moet niet proberen dit te begrijpen.
    het is meer een kwestie van jezelf doorzichtig maken,
    een en ander door je heen laten gaan.
    hopen dat jij niet de volgende hoeft te zijn.
    tenzij je echt weg wilt.