Biografie van Martin Carrette

Martin CARRETTE (° 13 februari 1951 - 28 januari 2016 - Deinze)Germanist van opleiding (RUGent 1973) - werkte tot juni 2011 als leraar middelbaar onderwijs Nederlands-Engels aan Leiepoort Campus Sint-Hendrik (1973 -2011) - schrijft poëzie en proza (kortverhalen, columns). Getrouwd, een zoon en drie dochters.Al zijn hele leven met literatuur bezig, aanvankelijk alleen als verwoed lezer, maar geleidelijk aan besmet met de microbe van het schrijven en dat is meer dan een hobby geworden, het is een noodzaak…Literaire voorkeuren: er is zo veel, dat namen noemen eigenlijk onbegonnen werk is, maar dichters als Paul Van Ostayen, Hugo Claus, T.S. Eliot, Menno Wigman, E. Dickinson enz. enz. … De onvermijdelijke William Shakespeare, Cervantes, Kafka, Elsschot, Boon, Ian McEwan, H. Mantel, Peter Ackroyd, Julian Barnes, Martin Amis, A.F.TH., enz.enz… Hertaalde en bewerkte het middeleeuwse mirakelspel “Mariken van Nieuwmeghen” tot Marieke, een meisje uit Nijmegen, Toneelfonds Janssens, Antwerpen 1996 http://www.toneelfonds.be/.Publiceerde in 2006 zijn eerste bundel: “Boswording” (Berghmans Uitgevers, Antwerpen-Rotterdam), met een woord vooraf door Luc Coorevits (Behoud de Begeerte vzw): “Martin Carrette treedt met zijn debuutbundel Boswording als een klassiek dichter op de voorgrond. … Hij beheerst de stiel van dichter, en dat is, volgens Clem Schouwenaars, nog altijd in de eerste plaats een beeldhouwer die muziek schildert”. In oktober 2008 verscheen de bundel “echo’s van raveel e.a.” bij dezelfde uitgeverij. Daarover schreef Carlos Alleene (auteur van de Raveelbiografie “Een verschrikkelijk mooi leven”): “… Al na Boswording heb ik Carrette ervaren als een visueel dichter. Iemand voor wie inhoud van essentieel belang is. … Zijn poëzie is niet hard, maar lyrisch en beeldend.”In 2011 verscheen “De Kleinmansuite”, zijn derde bundel. Tony Rombouts (voorzitter V.V.L.) : "De Kleinmansuite" heeft een stevige structuur en overtuigt met een verrassende beeldspraak die heel origineel wordt verwoord. De dichter benadert zijn onderwerpen soms speels maar tevens diepgaand en soms met dubbele bodems. Zijn stijl is vlot en meestal rechtstreeks. Het resultaat is geen persoonlijke belevenislyriek, het is veel meer, ik ontdekte objectieve en soms ook afstandelijke observaties, die door de juiste woordkeuze open bloeien tot voldragen poëzie. Ik kan niet anders dan iedereen deze bundel ten stelligste aanbevelen."In 2011 verscheen “Cursiefjes” (uitgave Leiepoort Campus Sint-Hendrik).Zijn vierde dichtbundel, “Alles viel samen”, ook zijn afscheid als stadsdichter, verscheen 12 oktober 2013.In 2010 aangesteld als eerste stadsdichter van Deinze, tot eind 2013. Links:www.deinze.be/stadsdichterhttp://www.berghmans-uitgevers.behttp://www.toneelfonds.be/http://www.deinze.be/fb111ijnd934ugkb1bxib53.aspx (poëzietips)Contact (voor copyright, voor lezingen e.a. - dichter bij de dichter - uit eigen werk - , al dan niet thematisch, e.a.): martin.carrette@telenet.bep/a Izegemstraat 87 9800 Deinze Telefoon Vast (0032) (0)9 386 04 24 mobiel: 00 32 497 62 23 46
2011
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5892

    pubers, verliefd

    Top 1000
    pubers, verliefd  

    ze zijn nauwelijks dertien, hun leeftijd valt te rijmen
    met de afstand tussen hun nog onwennige lijven.                    

    hun handen haken in elkaar, maar nog te behoedzaam
    voor de tederheid - de te lange strakke pubervingers  

    van de jongen, de hare al bijna van een vrouw, maar
    nog niet de durf om zich te spreiden, raderwerk dat nog  

    niet past. hun ogen kijken zeer hardnekkig naar hetzelfde
    punt ver weg, alsof iets smeult. nog even en de brand  

    slaat uit. nog even en de as verwaait in noordenwind.
    onze ogen tranen straks weer van het godverdomse stof.
  • 2
    5896

    korte studie van gemis

    Top 1000
    korte studie van gemis  
    het is de achttiende, winter nog en ongemeen koud,
    men zegt, het is de wind, het is de wind. honderden zwarte
    vogels schreeuwen zich naar een slaapplaats,
    een donkere hoes valt luid over de bomen.  

    in de kamer hangt een klank, een paarse echo,
    als waterlelies van monet, staat het razen in mijn hoofd,
    rond als een tafel, slaat een metronoom de maat
    der dingen, de deur los in de hengsels,  

    scharniert de liefde. en toch, het is alleen de wind
    maar, zegt men. de wind, alleen de wind dan maar,
    als adem, het eerste lemma van het leven,  

    van begin naar einde, van zaad tot aarde, as. averechts
    alfabet. wat dwingt de lippen tot een vraag, alleen
    de wind? moet ik dan helemaal naar giverny?
  • 3
    5898

    er was eens

    Top 1000
    er was eens  
    een wollen reus ligt op zijn zij
    en drijft voorbij, het laat zich raden
    dat zijn kin rust op zijn witte
    hand als op een kust  

    hoog achter het bos drijft hij
    voorbij, geen draden zijn te zien,
    hij is los. moet nu de beuk erin,
    zeppelin, zeppelin?  

    er moeten verder landen zijn,
    zoals hij vaart, voeten voor, zo zonder
    handen.  meteen drijft ook mijnheer
    de dichter door, zeer sereen,  

    tot knal! een val! de wollen reus is
    opgelost, het heeft zijn kop en plukken
    baard gekost. maar mijnheer de dichter
    wou de wolken in, zeppelin, zeppelin!
2012
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5120

    Veronderstelling

    Top 100
    Wandelend in de velden en uitzicht rondom.
    Alsof men het middelpunt is van een heelal. Plots is er de vraag:
    wat als? Als God bestond, de wereld vierkant had geschapen?
    (Evengoed een blok aan zijn been, verondersteld dat hij dat had).  

    Wat dan met de zon, de maan, de besterde, bewolkte, wolkenloze
    (schrappen wat niet past), hemelkoepel, zijn kroon op de schepping?  

    Koos hij voor het zadeldak (met wolfseinden, zin voor symboliek was
    hem niet vreemd)? Het lessenaarsdak (vooruitziend, het evangelie
    was nog niet geschreven)? Het schuine of het platte dak, ging hij
    voor eenvoud (een zaligheid, zou later blijken)? Probeerde hij
    een schilddak (zo hij ooit bescherming nodig had)?  

    Hoe hield je zoiets draaiende? Voorzag hij toen problemen,
    had hij Rubik al in gedachten, en dat men zou gaan schuiven?
    (Later zou hij nog perfectionisme scheppen).  

    Hoe vlogen vogels dan? Wat met de aerodynamica, hoe bleven
    de clichés van de krimi, de paraboolbaan van de kogel, overeind?
    (De ijselijke gil  van het bloedmooie meisje dat het lijk vindt?
    Hoe trilt dat na in een vierkant universum?)  

    Was het toeval toen hij de ronding koos (Eva was nog maar een naam,
    een mogelijkheid, zoals de vicieuze cirkel van de liefde), afwezigheid
    van verborgen hoeken - zo viel alles gemakkelijk in de hand
    te houden (zo hij dat had)?    

    Voorzag hij al de kwadratuur van de cirkel, de onmacht van de almacht,
    het transcendente getal? Of dwaalde hij?
  • 2
    5121

    Het paard Pegasus

    Top 1000
    De huid onder hoogspanning, dampt een hals 
    als een koeltoren. Het aura van de manen, stralend,  

    maar van dreiging is geen sprake.  

    De paradigma’s van proportie en perfectie
    dansen glanzend langs de flanken,
    tot in de interpunctie van de ranke poten.  

    Wijsheid - ondanks het weten, of heet dat weemoed? - 
    staat als een zwarte vlek in de grote ogen, als van een vrouw.  

    Alsof wij transparant zijn.  

    Maanziek, met maanblind oog, staat hij trillend,
    alsof hij elk ogenblik op zal vliegen, op zoek naar thermiek
    boven de diepte, hoger, hoger zwevend
    als een verzadigde, vredige adelaar.  

    Dit is de orde der gevleugelden, de engelachtigen.
    Soms, als het windpaard zingt.  

    In zijn hoge hinniken zindert wat de dove dichter
    radeloos in woorden zoekt.
  • 3
    5123

    De helmboswuivende

    Top 1000
    Ooit zag ik ze als kleurprenten in oude schoolboeken staan.  

    Vandaag zag ik ze weer, zag ik een dode jonge vos, zag ik
    Hektor weer, met opengereten buik, als na een ritueel.
    De helmbos lag, nog vol suggestie van het wuiven, languit
    in het gras. Opgebaard en open als een pelikaan.  

    Uit de snuit kefte geluidloos rust, aanvaarding, blafte
    het besef. Het moeten vage dromen zijn geweest,
    die hem velden, de jonge Helena was een verte,
    een dood, een lange winter nog verwijderd.  

    Hij liep richtingloos zijn eerste herfst in, omdat het moest.
    Dat vreemde loklicht, die ongewone dubbelmaan.
    De lage schittering.  

    Durf haalde het van verlangen, dat de decemberwende
    nog niet kende, dat nog onbestemd was, nog geen geur,
    geen brandplaats had ergens in zijn onderlijf.  

    Zijn pels liet aan mijn hand de troost van laatste warmte los.
    Hij werd niet pronkend rond een graf gesleept. Er komt
    geen wrede maand, geen tweede Troje.
    Offerpijn blijft hem bespaard.  

    Zo leert men de les, de wetenschap ontheemd te zijn.
2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    4327

    kleine marine, prepuberaal

    Top 1000

    Kleine marine, prepuberaal

     

    strak in de bries als een boei een oranje

    jekker, waarin een jongen van tien, hooguit

    elf, immobiel aan een vlakte, die zich oprolt

    en uitrolt in plooien waarvoor geen woord

    dat oud genoeg is bestaat. schuimtongen

    likken zijn rubberlaarzen. in de verte twee

    kleine zeilen, als roomwitte haaientanden,

    verankerd in de lege lichtmuil van een zee

    van kalmte en gebarsten blauwte, ragfijne

    craquelures, als in de vroegereeuwse schort

    van een melkmeisje, dat verleid werd met

    licht en met kleur. één enkel vrachtschip,

    een nauwelijks merkbare verschuiving.

    en de jongen roerloos als een vlek, vies

    weer dat straks vernietigend uitbarst.

  • 2
    4334

    Adam en Eva

    Top 1000

    Adam en Eva

     

    En twee mensen, een groenland van eeuwige 

    rust. Nog geen tijd, geen weten buiten het Al.

     

    Maar buideldiep smeulde het koudvuur der kennis

    en wat later zou worden, tijd o.a.,

     

    er was de wind fris in de blaren de haren en er was

    licht en ruisende regen en de stilte der sterren

     

    een gouden blos op een appel zo koel aan de lippen

    (lust kronkelde, wrong zich toen, als de tong

     

    van een kalf dat zuigt aan de vingers van de boer)

    en bijten, het moest, en beten toen ook

     

    naar elkaar, als jonge paarden, buidelvuur laaide op,

    schaamte (druipend, rekbaar als kwijl)

     

    lijfbrand (en Toorn) dreven hen naar de rand, handen

    grepen elkaar, gedwongen verbond. Volgde

     

    de tweesprong, blind in het groenland,

    dat nagloeide, verdorde, bevroor.

     

    Er was weten (pijn o.a., het naakte), de dag en de nacht.

    Er zou (moest) worden gedroomd en gedacht.

  • 3
    4338

    Museumbezoek bevordert het historisch besef

    Top 1000

    Museumbezoek bevordert het historisch besef

     

    Sporen. Platgetrapte peuken op het pad. Lipstick, vaag.

    Een kleine zwarte engel zocht hier onlangs eindigheid.

     

    Maar engelen sterven niet, als vogels, hij legde slechts

    zijn bloedeloze vleugels af, die nu stof verzamelen

     

    bij de grijsgelooide muur van dit gebouw, met littekens

    van hoge spitsboogramen, contouren van lichtdrang,

     

    gedoofd. Blauwe muurbloempjes dragen pakweg het jaar

    duizend in hun genen, ze kicken nu eenmaal op kalk.

     

    De marmervloer in de hal verzint het verhaal der fossielen

    over de taaie mesozoïsche winden, over vogelachtigen

     

    die gek waren op schelpdieren. Achter mijn rechteroogbal

    trekt trillend ongeduldig een nerveuze neanderthaler.

     

    Hij knipoogt naar het baliemeisje, dat hij herkent, van ergens,

    van toen. Hij kromt mijn teennagels als oude klauwen

     

    en zwijgt met licht hese stem terwijl ik mijn ticket koop.

    Hij hijgt nog na als ik de trap oploop.

  • 4
    4344

    Een mens kan niet veel werkelijkheid aan

    Top 1000

    Een mens kan niet veel werkelijkheid aan

     

    Aarzeling, twijfel: een te vroege merel snijdt de dag

    aan, halfronde gorgel (afgenepen als een eind worst,

    de weg van alle vlees). Met een krop in de keel

    en bekgeel gesluierd, zo’n dag waarop

     

    het nauwelijks beweegt, schijnbeweging van de tijd.

    De speelgoedtrein draait rondjes. De speelgoedjongen

    zit, onverstoord als de dikke slager in een dorp, vinger

    koelbloedig aan de knop. Zo’n schijndag, waarin

     

    een schakelaar zit tussen toen en nu, zodat de moeder,

    vaag bekend nog, in een wagon kan zitten, ficus stevig

    in de schoot geplant, voor de zuster in de stad.

    Vaders waren niet welkom, toen. Ze reisden

     

    de weg in vrede, jongen en moeder, zo’n speelgoeddag.

    Alles was in hun handen plooibaar als rubber (als worst

    uit de molen). Ook was het een geelgesluierde dag,

    halfrond klonk hij op uit de kooi van de vader.

  • 5
    4351

    Safety First, Goodbye Pork Pie Hat!

    Top 1000

    Safety first, Goodbye Pork Pie Hat

     

    ’s Avonds, de draadloze koptelefoon als een hoed,

    een veiligheidshelm (Goodbye, pork pie hat - repeat!).

     

    Bond zich vroeger een bordkartonnen riddervizier

    op het hoofd, al was hij niet gekker dan de anderen.

     

    Gespte zich het zwaard om en draafde door dorpse

    velden, als de jonge held op zoek naar gevaar,

     

    (toen dreigde nog niets dat ongenoemd bleef, geen

    naam had. Maar toesloeg. Hij stond machteloos).

     

    Nog later werd het huis omsingeld door andere,

    grotere huizen, het werd er niet veiliger op. Hij sloop,

     

    onder wolken, in geurige avonden, onder bomen,

    nijgend, alsof ze gewillig zouden gaan liggen, geveld,

     

    (in die tijd, ridders waren zwart-wit), of knielen,

    in overgave, om bescherming biddend als moeders.

     

    En nu, de monotone zomerlitanie van de wielen,

    de vlucht, angstzweet onder de aerodynamische helm

     

    (weerstaat die de plotse houw van het slagzwaard?)

    ’s Winters, bij grote koude, draagt hij waardig een hoed.

  • 6
    4357

    Kerstmismorgenblues

    Top 1000

    Kerstmismorgenblues

     

    Een hoofd is een kooi, een lekkende doos, onstelpbaar

    net voor de slaap, de beelden los en loos, zoals ze zijn

    - en het machteloze woord! - een autonoom gebied

    (de hartsgeliefde penetreert er niet), blauwe delta

    in de morgen ook, een ander zuiden, verslaving,

    steeds vaker naarmate men ouder wordt.

     

    En vandaag, weer zo’n uitgeputte, oeroude dag:

    de zwartgerande takken van de hazelaar, zilveren

    streepjescode in het verwarde winterlicht

    van ach geen witte kerst

     

    (die toch witter dan ogen had moeten zijn,

    maar dat slopende sluipwerk van de gewenning,

    dat rode fijngemaasde raderwerk van aders).

     

    En ja, geheugen, dat maalt, gestaag

    als een rivierboot op de Mississippi: trage

    ontmaagding van een onwillig oud kind te voet

    in de regen op weg naar een middernachtmis,

    met te grote woorden, schilden tegen de voorvoelde

    verkilling van de seizoenen,

     

    en klappertanden, nog te bang om niet te geloven, 

    de handen knookwit geklemd rond de tralies

    (toen alleen ridders en rovers die kenden).

2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    4877

    Rosetta

    Top 1000

    als een trouvaille in El Rashid ontcijferde hij

    stranden, spelde de taaie vasthoudendheid

    van helmgras. peilde van wortelstokken

    de diepgang, las de vederlichte roffel

     

    van schuwe strandlopers, de jachtplannen

    der loopse honden in hiërogliefen op nat

    zand, schelpen, scherven. ze blaften. las

    warmte in de pokdalige omarming

     

    van havendammen, begreep het langoureuze

    glijden der schepen. loosde de schaamte.

    liep weer in een groezelig lendendoek

                                

    door grasvlaktes, tot in harige tenen alert,

    rook de schichtigheid van het jonge hert

    als van een puberend meisje

  • 2
    4878

    Imaginary Good Guy

    Top 100

    op sommige dagen is er zowaar muziek,

    een harp in hoog register, regenwater

    dat sijpelt in riolen, de winterwind

    die door de takken dwaalt als ontstemde

    violen en ocarina’s in belendende kamers

     

    gegrom, onafgebroken, motoren,

    kathedraalorgels die infrasoon de wereld

    draaiende houden, soms ook zijn er

    kleuren, avondlijke, van water,

    vlaktes, waaruit saaie eeuwigheid stijgt

     

    en bovenal een god die als een luie gras

    kauwende cowboy achteroverleunt en fluit

  • 3
    5174

    achteraf beschouwd

    Top 1000

    dat hij dan wel nooit over Golden Gate Bridge had

    gereden, dat hij nooit had gehuiverd bij de Grand

     

    Canyon, dat Siberische kou hem vreemder dan goden

    zou blijven, dat hij nooit ook maar één meter

     

    over de Grote Chinese muur zou lopen, dat hij in Bilbao

    bij Guggenheim was op een maandag (sluitingsdag)

     

    dit alles had hij kunnen bedenken die morgen toen

    achter het arceerveld van gestage schuine regen

     

    populierenkruinen okergeel gedempt licht vingen

    - als zuiderse zonnebloemen, ook dit had hij

     

    kunnen bedenken - gekaderd als ze stonden tussen

    de lilagrijze monochromie van het wolkendek

     

    en de zwaar en zwart getraliede façade van een bos,

    maar op de radio werd met grote ernst bericht

     

    over economie en in bloed geschreven gruwel

    en duizend kauwen vlogen krijsend op

  • 4
    6387

    D.T., een hommage

    Top 100

    Het licht valt op het tafelblad van kopshout,

    dat verzadigd is van stemmen, woorden,

    whisky, muzieknotatie, kinderhanden

    en het uur is van herten, edelstaal

     

    en bladgoud. Prismatisch breekt het in de lege

    fruitschaal zoals in vlokkige wolken ’s avonds

    in de herfst. Het stuitert na als de knaap

    z’n knikkers vroeger op de keukenvloer,

     

    bonte blikvangers van het moment Hiroshima.

    Trekt banen in de verbrande vruchtbaarheid

    van bedaarde velden, afgemat gras, dooft

     

    uit als staal, het oogvlies van een aangeschoten

    edelhert (het licht dat ook in gedichten sterft).

    Het behang is weer van aarde, dode dieren.

2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    1533

    de dag dat Socrates op bezoek was

    Top 1000

    in zijn hoofd riepen scheepshoorns in een haven

    om mist, de dag leek van dollekervel bezeten.

    achter zijn zware oogleden cirkelden halo’s

    (bestofte heiligen en wijzen, in de plooien

    lagen nog woorden, geurde nog wierook).

     

    hij herinnerde zich oude lantaarns die schaduwen

    spelden op vergeelde muren, alsof nat zand

    werd verstrooid uit onbestemde hoge

    luchten (en hij hoorde stemmen van

    kreukelpapier, en zovele vragen).

     

    had hij iets te drinken moeten aanbieden?

  • 2
    1980

    botanische droom o.a.

    Top 1000

    liggen als

    een kleine farao,

    een ingewikkeld

    kind

     

    een mummie,

    afgekloven maïskolf,

    povere penis

    venusval

     

    als kleine gift

    de roepnaam

    afrodite

     

    freud een vlieg

    afgevangen

    zonder stroop!

  • 3
    2551

    men moet de dag niet prijzen voor het avond is

    Top 100

    het water in het meer stond volmaakt stil, een middenrif

    gespannen tussen verdubbelde bomen

     

    dat er helemaal niets gebeurde was het enige dat gebeurde

    een vers dat met het water begint laat vele wegen open

    zo kon het dat in dat niets het woord wimperlinde

    opdook als het eerste nieuws van de dag

     

    de stem was van grind de stem was van gras

    de stem was van water, n’importe

     

    het grind beklemtoonde linde sprak misschien over een dorp

    het gras beklemtoonde wimper en sprak zodoende vol

    lof over een boom, water plaatste het woord bij

    een meisje als een epitheton ornans

     

    en zeggen dat er niets gebeurde, zeggen dat het water

    een spiegel was. we ademden. er kleefde heel even

    niet eens bloed aan onze handen.

  • 4
    2554

    verloren voorwerp

    Top 1000

    op een bank in het stadspark trekt een bril je aandacht

    als een klein kind dat troost zoekt

     

    het moeten blauwe ogen zijn geweest, zo’n uilenbrilletje,

    denk je, een half-Olympische gedachte, met vingervet

    spoor onhandig naar een ooghoek

     

    een donkerrode stem moet het geweest zijn, denk je,

    gestikt in een half uitgesproken zin - de dag

    moet iemand uit handen zijn geglipt

    als een pas opgehaalde vis

     

    in de bomen is twijfel blijven hangen zie je, als vliegers

    van crêpe - dit was toch de zomer waarin

    bakstenen helder waren als licht

     

    iemand leert zijn (on)vermogen tot blindheid

    iemand zal de tanden zetten in de zon

    iemand zal sprakeloos blijven

     

    iemand zal aanvaarden dat deelnemen

    veel belangrijker is dan winnen

     

    en het gras is geen plaats voor een onwillige vis

  • 5
    2697

    liefde in tijden van fijnstof, oude slangen e.a.

    Top 1000

    langs smalle steeds maar stijgende

    slingerstegen waarin de lucht

    te sterven hing en ook het licht

    was moe als oude slangen

     

    in halfslaap als op kaart de kleine

    kromming van een rug traceren

    als de veilige warme flank

    van een buitenpaard

     

    curve die ademt in de nacht

    onder gebladerte dat

    onverstoorbaar is

     

    o verweerde binnenstad

    o bladderend geschubd

    gezicht van het zuiden

  • 6
    3467

    waar heb je het in godsnaam over?

    Top 100

    een metafoor, vroeg ze. hij gaf haar een diep wit bord

    op een witte tafel. een antwoord als een verregende

    vogel in een tamme tuin had ze dat kunnen noemen,

    maar ze kuchte instemmend en vroeg hoe lang blijven

     

    we weg. voor altijd, wilde hij antwoorden, oudzomerse

    telefoondraden als wespen in zijn hoofd, stranden lagen

    bezaaid met gebroken glas, de geur van vers gezaagde

    eiken sloeg hem in het gezicht als een lauwe washand.

     

    enkele nachten, zei hij, veel meer kunnen wij niet aan,

    hij had kan ik moeten zeggen, haar de vlek willen wijzen,

    de gekko op het aanrecht, dat hij een vis had willen zijn.

     

    haar hachelijke lippen hapten hol als de hakken van

    de bovenbuurvrouw. ze zuchtte, zei dat het vers dat

    men beëindigt nooit het vers is waarmee het begon.

  • 7
    5108

    de schaduw van ‘t vreemde ding glijdt langs

    Top 1000

    er tolde larie langs toonladders op ritselend

    wolkend rijstpapier, in een hardrode kamer

    met uitzicht op een zee die koppig koppig

    kleur weigerde. ik was er niet alleen,

     

    een oranjebruine plastic vogel,  - zo waren

    speelgoeddieren in de boerderijen van mijn

    kindertijd –  floot floot hoog, ook mijn hoofd

    mijn hoofd oreerde voort,  er zit een kwaaie

     

    kwaaie hond op het plafond! bang kind was ik,

    ik durfde geen puppy voorbij.  ik werd wakker,

    de kamer ontkleurd, Kerberos was er ook écht,

     

    dreigende muil in de nerven van dennenhout.

    stil werd het, grafstil, ik dacht aan Nijhoff,

    hoe o.a. Scandinavië, eenden, over dreven.

  • 8
    8899

    Is dit wat Grieg bedoelde?

    Top 1000

    de ontbijttafel, wat er allemaal te lezen

    en te horen valt. de krant van de dag

    ritselend over de wereld van gisteren,

    de tuin tussendoor, met de snel

    verblekende inkt van de nacht, de eerste

    vogel. margarinevlootje, melkbrik,

    jampot, minutieus afgewogen

    evenwicht, kalk, verzadigd 

    en onverzadigd vet. het leven als

    een optelsom. kauwen, slikken. 

    de decibels van de radio,

    het eerste liefdesliedje van de dag. 

    en de stilte van wat ook vandaag

    onverwoord wordt doorgespoeld.