Biografie van Onno-Sven Tromp

Onno-Sven Tromp is dichter, romanticus en wereldburger. Dichter en dromer, doler en denker. Zijn passie ligt bij de muziek van sonnetten en de verstilling van haiku's. Hij publiceerde ze in diverse bundels, zijn sonnetten werden opgenomen in 'Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten' en 'Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst'. Even voortvarend schrijft hij acrobatische gedichten in vrije vorm, literaire wandelgidsen en luchtig filosofisch werk. Hij struinde door het Amsterdam van J.J. Voskuil en A.F.Th. van der Heijden, reisde veel door Zuidoost-Azië en woonde in Tanzania en Oeganda. In 2017 verscheen zijn roman 'Fantoomregen' en was hij Stadsdeeldichter in Amsterdam Nieuw-West. Zijn rusteloosheid vind je terug in zijn gedichten. Slauerhoff was er niets bij.
2012
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5355

    Zonsondergang

    Top 1000
    De volle, overrijpe trostomaat
    zal zeker onder zijn gewicht bezwijken.
    Hoe wist hij deze omvang te bereiken?
    Het snijden van zo’n vrucht is delicaat.

    Als ik hem pakken wil, is het te laat,
    hij lijkt heel snel mijn vingers te ontwijken,
    zodat ik ongelukkig toe moet kijken
    hoe hij hard op de vloer te pletter slaat.

    De zachte, rode bol van dunne vliezen,
    aroma’s, pitten en veel zoete sappen,
    die naar een tomeloze zomer smaakt.

    Niets anders kan zijn vorm zo mooi verliezen
    en met een zucht wanhopig openknappen,
    zodra zijn tere huid de tegels raakt.
2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    6120

    Slagroom

    Top 100

    Mocht ik een keer op tafel dansen,

    kijk dan niet, denk aan de afwas

    of desnoods aan mij.

     

    Geef me de vrijheid om te zeilen,

    mijn armen omhoog, boven een dal

    met jodelaars en bergmarmotten.

     

    Stuur mij je dagboek,

    ik scheur de bladzijden een voor een

    ongelezen uit hun band.

     

    Straaljagers schrijven je naam,

    de caissière heeft jouw wimpers

    en ik kan ruiken waar je liep.

     

    Aai mijn bolle rug,

    als ik losbandig voor je zing

    en op mijn knieën naar je zoek.

     

    Het lukt me wel een held te zijn

    en tegelijkertijd van jou te smullen,

    met slagroom op mijn wangen.

  • 2
    6142

    Omphale

    Top 1000

    Je ademt in een gapend nu,

    seconden beginnen aarzelend te druppen,

    ijzerarm bloed, je tuimelt en je wringt je uit

    de beknelling van je levensader,

    je uitzicht wankelt, je durft niet

    te denken, te leven of dood te zijn,

    maar iets stuwt, en de tijd valt om.

  • 3
    6143

    Vrij

    Top 1000

    Leg je gedachten opzij en kijk naar

    wat er valt: een muntje uit een

    broekzak, een glazenwasser, poep

    van een meeuw. Stel je niets voor en roep

    je naam, tot er niemand meer is.

    Steeds leger het waas voor je ogen.

    Hou vol, zuig licht op en veeg

    de vloer aan met wat je zocht.

    Links wordt boven, rechts wordt achter

    en kantel je evenwicht tot je schuift.

    Nergens houvast, weggewaaid, wars

    van de grond onder je voeten. Vrij

    ben je als je zonder lichaam kunt.

2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    120

    Ambtenarenboom

    Top 1000

    Bij het water geven op zijn balkon vierhoog

    tuimelt mijn zevenentachtigjarige buurman

    over het hekje

     

    Hij maait met armen en benen

    en graait met zijn handen

    naar

     

    de vleugel van een engel

     

    de harde randen van een wolk

     

    een rotspunt die alleen hij kan zien

     

    de ganzerik van Nils Holgersson

     

    de hand van zijn overleden zus, die ook van een balkon viel

     

    de oneindig lange tak van een scheefgegroeide catalpa

     

    Nog voor zijn gladde schedel

    het ruwe oppervlak van de stoeptegels raakt

    heb ik te doen met de pissebedden

    die zullen schrikken van de klap

  • 2
    1600

    Vlucht

    Top 1000

    Het is verstandig om nuchter te beginnen.

    Ik vouw mijn benen op en plaats ze netjes

     

    in een koffer. Mijn handen leg ik op elkaar

    en doe ik in de doos met okselhaar en tranen.

     

    Voorzichtig laat ik mijn hoofd leeglopen,

    rol het op en schuif het onder het stapeltje

     

    buikplooien. Speeksel smeer ik uit en ik plak

    het, bijna opgedroogd, tussen bladzijde 366

     

    en 367 van een lijvige roman. Een handvol

    kiezen doe ik een glazen pot. Mijn wangen

     

    komen apart in het bakje waarin ik eerder

    een oorlel en losse huidschilfers bewaarde.

     

    In de lege tandpastatube tap ik bloed af. Mijn

    huig, een eindje endeldarm, een kalknagel en

     

    wat linkerlong krijgen een plek in een zak

    van de broek die ik toch niet meer nodig

     

    heb. Een houten breinaaldenkoker lijkt me

    een mooie houder voor heupen en hurken.

     

    Mijn armen bind ik met touw aan elkaar vast

    en stop ik in een zijvak, voor de gezelligheid.

     

    Tja, waar laat ik mijn moedervlekken, water-

    wratjes en sproeten? Met oorsmeer kun je losse

     

    lippen aan elkaar plakken, weet ik toevallig.

    En een knieschijf of een stuk kraakbeen laat

     

    zich het simpelst vervoeren in vetvrij papier.

    Mijn voeten neem ik mee als handbagage.

  • 3
    8282

    Haiku

    Top 100

    De vingers gekromd, steunend, op het strand een vrouw, in het schuim

    van de branding ligt ze een tweeling te baren, valt de vrouw kermend

    open, bloedbloemen in het water, kinderen wringt ze in luide golven

    uit het lijf, haar benen wit, wier op haar schenen, meisjes krijgt ze, ze

    zucht, overstemd door krijsende meeuwen, vraagt ze: ‘Horen jullie zee?’

     

    De wind telt tot twee, vertelt ons verhalen, meisje één heeft vleugels

    gekregen, waait mee naar morgen, lucht dragend door de avond, veegt

    meisje twee verlegen zand van haar dijen, schurend, koud, zout, niemand

    die ze ziet, het eerste huilen weggespoeld, dorstig liggen ze aan, waar

    zee verdampt tot wolken, regen weer opgeslokt wordt, leggen beiden

    een blauw schijnsel van doorzichtige lippen tegen een ruw, gerimpeld,

    donkerbruin tepelhof, slurpen ze warmte in, vloed uit gezwollen duinen.

     

    We zijn er niet, vergeten rollen we uit de duinen het strand op, een wulk

    tegen de oren, eenvoudig leunen we tegen elkaar, kijken naar een vrouw

    op het strand, moedermens alleen, grijpen zon, begrijpen wolken, weten

    we waarom het regent, speuren naar horizon of ander houvast, snippers

    evenwicht zoeken we, helmgras in onze haren, soms vallen we om.

  • 4
    8885

    Stiltelek

    Top 1000

    Klote, een stiltelek gevonden, zo’n kuttig

    klein kiertje waardoor herrie naar binnen kruipt!

     

    Met een binnenband in een emmer water

    op zoek naar minuscule luchtbelletjes?

     

    Met een luistervink in een keuterhut

    op zoek naar knetterende kietelklankjes!

     

    Fluks een strakke plakker erop, dan hoef ik straks niet

    met dichtgeknepen oren te zitten kniezen in een hoek.

     

    Kalm aan dan maar, gewoon plakken, die plakker

    op dat kleine kiertje, hoe moeilijk kan het zijn?

     

    Maar die vreselijke lijm hè, die overal aan kleeft,

    aan fikken, schaar en broek, behalve aan de plakker!

     

    Schijtziek word ik ervan, dat een stiltelek mij nekt,

    dat ik toch de oren moet knevelen in mijn keuterhut!

2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    4055

    Braak

    Top 1000
    waar was jij toen ik er niet was, toen
    je feilloos door me heen keek, me
    beschouwde als braakliggend land, met
    me speelde, verstoppertje, blindeman
     
    je tilde me uit mijn huis, sleepte me
    over een grindpad, geen gewone woorden
    kende ik, alleen de kromme die te weinig
    betekenden, vlinderling, gebezemte
     
    stel dat jij er niet was, dat je alleen bestond
    om onverwachts op te duiken, sluipwesp,
    vertakking, uitloper, woekerende scheut
     
    kon ik dan toch leven, zou je je geloof in
    ontginning staken, zou je me stikstofrijk
    laten gedijen, brandnetel, distel, raaigras