Biografie van Cees Noordhoek

Elke maand een nieuw gedicht. Aanleiding: de gedichtenavond van Vereniging Aldichter, Almere.
2009
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    9495

    MARS

    Top 100
    MARS

    Een steen been,
    Klagen wij knarsen dwars.
    Twee zee nee,
    Stampen wij strammen bars.
    Drie zie wie,
    Waken wij wachten wars.

    Vier bier dier,
    Lacht de licht de rode lucht.
    Vijf lijf stijf,
    Lijd de mijd de zwarte zucht.
    Zes bres mes,
    Oranje gromt strijdgerucht.

    Zeven leven geven,
    Lijk en lijken vergelijk.
    Acht kracht nacht,
    Arm arm beent voor ongelijk.
    Negen regen tegen,
    Rijken wijk: het hemelrijk.
2011
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5297

    KEUKENKAST

    Top 1000
    KEUKENKAST   Ik berg alles. Ik bied plaats aan poetsdoek en koperpoets. Schuurmiddel, groene zeep, schoonmaak azijn: Bij mij vinden ze veiligheid en Een vergeten plek in een stille hoek. Flessen met onbestemde inhoud en lang Vergeten toepassingen – bij mij Zijn ze verzekerd van een eigen kring. Voor ontstoppers heb ik altijd plaats. Ook voor veger en blik ben ik De vaste woon- en verblijfplaats. Ik berg alles, ik ben hun laatste rustplaats, Hun asiel, hun kerk, tempel en stad. Ik huisvest – zij het tijdelijk – ook het huisvuil. Alles berg ik, maar niet de Ontkistingsmiddelen - Die niet.      
2012
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2978

    WELIG TIERENDE

    Top 1000
    Ik bouw mij op binnen een woekering van dijken,
    Dodelijk omarmen zij mijn grijze binnenmeren.  
    Ik groei op uit vast aaneen gestampte blauwalgen,
    Een stad met zandgestraalde bomen rondom beplant. 
    Om mijn stalen takken slingert zich bemost beton,
    Met gevlochten blad zijn mijn straten losjes gedekt.  

    Ik barst open, een doosvrucht met duizenden zaden.
    Met rijpe lobben lig ik te midden van parken          
    En tuinen uitgestrekt, van zuur verbrand vruchtvlees vol.
    In mijn bladoksels heb ik tuinschuurtjes verborgen,
    Met de schors dik en verkurkt. Op hellend vlak kan ik
    Niet gedijen, ik ben het kind van het waterpas.         

    Lukraak ingesneden door uitgestrekte dreven         
    Is mijn bladvorm. Mijn huizen rijgen zich veervormig
    Samengesteld aaneen, voor een bord rode mortel   
    Gekocht en geboren. Mijn penwortels zijn geheid   
    Op ondergrondse uitlopers van mijn gratenplan.       

    Schoon metselwerk beschaduwt mijn moestuinen, ik poot
    Verkeerslichten als grafzerken ongeweten neer.                   
    Onder het zomerlicht van opschietende torens                    
    Hoor ik de vuurstenen groeien, werk in uitvoering  
    Spijkert mij iedere avond nagelvast op bed.              

    Voor alle kwartieren en seizoenen breng ik groei,
    Aan komende geslachten reik ik hun stamelbossen.
    Hoger dan mijn dakpannen schiet hun hemel niet op,
    Puin ben ik, drijfmest voor hun eendaagse eeuwigheid.
  • 2
    2980

    TIJD DER TANDENBORSTELS

    Top 1000
    Er is een tijd geweest
    Zonder tandenborstels.
    Deze tijd keur ik af.  

    Echte tanden waren
    Dit toen, maar veel te scherp.
    Te zwart ook en beroet.
    Ze stonden zij aan zij
    In een bloedrode kaak,
    Tot omvallen in geen
    Enkel gevecht bevoegd.  

    Nu is alles beter,
    Borstelen we zachtjes
    Aan welving, ronding en
    Suikerbestendigheid.  

    O tanden van weleer,
    Jullie waren alles-
    Vreters, bijtgraag, gereed 
    Om elk ongelegen
    Woord af te bijten,
    Scheurend des vijands vlees.  

    Dat is nu echt voorbij.
    Gelukkig zijn wij die
    Enkel worstelen met
    Onze tandenborstels,
    Strijdend tegen ons zelf.
    Die zichzelf vrijwillig
    Onderwerpen aan het
    Paciferend poetsen,
    Elke dag opnieuw, bij
    Ontwaken en slapen.  

    We winnen een verlies:
    De terreur der deugd sticht
    Der melktanden zege.
  • 3
    2982

    ENKELE MISVERSTANDEN RECHTGEZET

    Top 1000
    Het is niet het brein wat denkt
    De maag
    Het is niet de maag die honger heeft
    Het oog
    Het is niet het oog wat ziet
    De ziel
    Het is niet de ziel die liefheeft
    De vuist Het is niet de vuist die slaat
    De tong
    Het is niet de tong die spreekt
    Het hart
    Is de staart tussen mijn benen.
2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5356

    ACHTER DE RUG

    Top 1000

    ACHTER DE RUG

     

    Vertrouwde voorstellingen openen de wand:

    Het dorp aan de rivier, een molen op de dijk.

    Boten liggen er stil, op de oever geborgen.

    Een vrouw leest in een boek, een raam is een spiegel.

     

    Ik kijk vaak naar die roerloze wolken, de brief

    Die aan haar hand ontvalt. Haast kan ik het kraken

    Van strenge winters horen, die barsten trekken

    In de strakgespannen doeken, ijsberichten.

     

    Achter mijn rug verdonkeren vooruitzichten,

    Achter me haast het lawaai van mijn stad voorbij.

    Ik wil niet omdraaien, ik wil sprakeloos zijn,

    Helemaal in geschiedenissen ingelijst.

     

    Ik wil niet anders zijn dan een traag uitharden

    In vertrouwde voorstellingen, verleden tijd.

     

  • 2
    5366

    PARACHUTIST

    Top 1000

    PARACHUTIST

     

    De parachutist is uit de lucht gevallen, zomaar.

    Zijn vliegtuig trekt onverstoord een witte baan.

    Er is een noodparachute, die het ook niet doet.

    De parachutist komt zomaar uit de lucht gevallen,

    Onbarmhartig ligt een weiland voor hem klaar.

    De koeien staan op stal, geen boer is in de buurt,

    De parachutist komt zomaar uit de lucht gevallen.

    Ook na zeven dagen niemand die hem mist,

    De voorspringers en bemanning niet, geen toren,

    Geen uitkijk, buur of vrouw die naar hem tuurt.

    Zomaar gevallen, onzichtbaar in de wintermist,

    Geen jager hoeft er een schot aan te verspillen.

     De parachutist kan geen draad meer trekken

    Uit de levenslijnen in zijn valscherm vastgenaaid:

    Vallen is wat hij wil. - Het gras ligt bleek en stil.

2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5540

    ZELFONTSPANNER IN ZWART - WIT

    Top 100

    Begin met de bloem en haar compositie,

    Zij wordt tot ontleding toe opengesteld.

    Nu moet de tijd een stop hoger ingesteld,

    Dit bepaalt de levensduur der reflectie.

     

    Met een andere lens wordt zacht gefocust

    Op een nieuwe wens: zie voor de roos in brand

    De fotograaf, biddend in de macrostand.

    Alleen het statief  bewaart zijn gemoedsrust.

     

    Een onderbelichte tijd is het sluitstuk.

    Op dit hoogtepunt bewerkt het negatief

    Zijn ogenblik tot haar stilstaan in afdruk -

    Doch zelden zijn de doornen coöperatief.

  • 2
    5546

    SCHRIJVER

    Top 1000

    Buiten regent het,

    In de bakkerij heerst hitte.

    Er zijn vlammen en mijn vader leest het vuur.

    Hij schrijft zijn naam op de broden,

    Als ik groot ben mag ik dat ook.

     

    Hij zegt, dat schrijven een beter werk is.

     

    Die regen is nooit opgehouden,

    Die vlammen nooit gedoofd.

    Maar met mijn geletterde ogen

    Kan ik het vuur niet meer lezen.

     

    Ik schrijf enkel koude letters.

     

  • 3
    5549

    VERLICHTING

    Top 1000

    De zon zit me na. Met lange rode

    Voeten schopt hij mijn schaduwen opzij.

    Ik kan me voor de zon niet verbergen,

    Blauwe plekken werken als schijnwerper.

     

    Ook de maan doet mee. Die belicht brutaal

    Mijn donkerste hoeken, ’s nachts nog wel.

    In mijn stratenplan alles hel verlicht.

     

    Mijn toevlucht in verlaten mijngangen,

    In lang verlaten boorputten gezocht.

    Waar ik ook graaf, steeds breekt licht me uit.

     

     

  • 4
    5550

    OP JE RUG

    Top 1000

    Ik heb geen ander verlangen - dan weer

    De letters van ons begin te krassen

    In de bast van een scheef gewaaide boom.

     

    Aan geen ander genot houd ik meer vast

    Dan het afschrapen van palimpsesten,

    Steeds opnieuw borstel ik je naam weer bloot.

     

    Op de steen is mijn datum al voorzien

    Van lak en rood lint is mijn testament.

    Op je rug schrijf ik nog snel mijn laatste

    Woorden, altijd dezelfde: enkel jij.