Biografie van Martijn Benders

Nog geen profiel opgegeven.
2010
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2379

    Blaadjes die van de bomen vallen

    Top 100

    Blaadjes die van de bomen vallen

    Wie beweert dat blaadjes
    routineus van de bomen vallen wordt voor gek versleten.

    Al heb je je hele leven
    blaadjes van bomen zien vallen dat mag
    alleen grillig en sierlijk zijn.

    Sierlijk als een koffiejuffrouw.
    Elke dag hetzelfde ritueel. Hoe kun je nu sierlijk zijn
    met een stronk. Weer een rondje vogeltjes,
    elke dag het oude mannetje op een bank
    dat naar veel te jonge meisjes lonkt.

    Een doorsnee kantoordag
    is grilliger dan het leven van de boom.

    Maar dat willen de mensen niet horen.
    En ik blijf het maar zeggen, keer op keer.
    In elk gedicht schrijf ik het opnieuw op.
    En ze blijven het maar po
    ëzie noemen.

    Ze willen gewoon niks anders, mijnheer.

  • 2
    2384

    Dozen

    Top 100

    Ik ging uit protest werken

    omdat ik geen vrienden wilde hebben.

     

    Dat werd mij niet in dank afgenomen

    door een gevestigde orde in de gaten te houden

    vrienden. Ik werkte me uit de naad.

     

    Ik schoof dozen in andere dozen.

    Ik had meer armen dan India.

     

    'S avonds kapot

    op de bank neervallen televisie kijken

     

    een schitterende manier

    om de herhaling te mijden,

     

    tot ze me vonden, de vrienden

    en zingen dat ze deden. Ze kwamen binnen

     

    door de televisie. Ik weet niet hoe.

    Ik weet nog steeds niet hoe, maar zingen

    dat we doen. Op staande voet

    zingen we elke avond hetzelfde

    betekenisvolle liedje.

     

2009
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    11407

    De aanslag

    Top 100

    Een man in mijn woonkamer
    zoekt de geschiedenis van het betere leven.
    Hij leest het journaal voor, hardop, met klemtonen.
    Hij doet net of in mijn huis wonen
    een kwestie van gemene delers is.

    Op zijn borstkas
    bungelt een memobriefje
    afkomstig van mijn ijskast,
    wie weet wat zo'n papiertje past,
    gedicht of nummermelder.

    Sinds de verwijderingsbijdrage
    staat hij daar plompverloren.
    Ik hou zijn hand op kamertemperatuur
    en vertel verhalen
    over het nut van statiegeld.

    Geluk, zeg ik, is ruilhandel.
    Koe tegen paard, biggetje voor biggetje.
    Het gezicht van het betere leven
    omruilen wat niets waard is.

    Er is ook een ander leven, ver weg.
    Daarom moest er geleend worden.
    Jij leent mijn huiskamer,
    ik jouw hand.

    Als we klemtonen konden verkopen
    als de jongens van het journaal
    was het anders geweest,
    hadden we ergens verstand van.

    Nu worden we traag
    opgehaald door de toekomst
    als de nachtmerrie van een ander
    die slechts spreekt in het dialect
    van aangelengd applaus.
2012
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    3290

    Aan de lezer

    Top 100
    Ik hoop dat je sterft als je dit leest,
    je ouwelui binnen komen
    grijnzen met vliegenmeppers

    deze zinnen zien staan,
    twee meter terugspringen
    in de prullenbak belanden
    dichter bij jou

    ratten tevoorschijn komen
    die je aanvreten en dit papier
    als servet gebruiken

    en als je dat overleeft
    bewijst dat slechts
    dat je ongedierte bent

    net als zij, alleen vergif
    poreert door dood stof
    en overleeft.
  • 2
    4825

    Niks pretentieuzer dan wat dood is.

    Top 100
    Ze bestaan niet eens meer, weetjewel.
    En toch een naampie en een graf en fluisterende wind.
    Klapperende ramen, vreemd verschoven boeken en uiteindelijk het filmrolletje.
    Waarheen leidt het fokking kronkelpaadje.

    Zal ik het maar zeggen. Naar aartsluie spijbelkoppen
    die met hun afwezigheid ons menen te kunnen kleineren
    met hun vreselijke mistbankjes en huilende radiostemmen.

    Eerst laat je je maatjes in de steek.
    En daarna irritant ritselen door boomkruinen.
    Wat een poseurs, wat een uitslovers.
    Om maar niet over dat dweperige maantje te spreken.
2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5029

    Zwarte uilen

    Top 100


    Het is donker in de dagkamer van het gesticht
    waar gekken mij op hun vingers tellen.
    Therapeutisch bezien
    stel ik nog steeds niks voor.


    Buiten pijpt God grafstenen
    maar daarover zwijgt de leiding.


    Op de waslijnen voor het raam
    naakte witte vogels, een soort telraam.


    Een twee drie
    hoe kun je het licht tellen
    hoe kun je mensen aanknippen.


    Het hoofd bladert rustig alle koppen af.
    Het hoofd bladert door een hoofd.

  • 2
    5305

    Bondage

    Top 100

     

    Ze vertelde me dat ze mannen opvrat als lucht
    en ooit belde ze om vijf uur 's morgens
    om te katten dat ze me zou komen doden
    als ik ophield met chatten.

    'Herkenbaar', dacht ik. Je moet zo'n duveltje nooit overschatten.
    Een beetje exorcist denkt aan de afwas of aan vuilniszakken
    als bozerzielen door zijn bloed stroopt. Toch: er was houvast
    aan het ongewisse, het wedervaren van de sloop

    van alles wat een mens kan missen of misschien ook maar de valse hoop
    toch even straffeloos in Nabokovs vijver te kunnen pissen
    voor het grijsgoed je herdoopt.

    Hoe dan ook – er was die ene revolutie die nooit komt.
    De straten hingen vol gas. We hadden allebei een masker op
    en zij had Plath in haar tas.

    Die ze me 's avonds voorlas, buiten rammelden buren op potten, pannen.
    Zoveel furie in één lijf, zo gespannen
    dat de drank nog uitkomst bood.
    En alle slangen op haar hoofd waren uit op de ontmanning
    van het prinsessenlood.

    De Grote Beer hing in de lucht als het kromzwaard van Damocles.
    Schorpioenen raasden de straten door, razzia's, kreten. En
    aan mijn fles
    hing haar mondje te sakkerloten. Bir, İki, Üç, Dört, Besz.

    Amsterdam, ze wou niet op een fiets. Ik niet naar van Gogh.
    Vind dat enge schilderijen van een bloemenslachter
    met een strohoed op zijn kop. Schiphol, we kleven aan elkaar
    als suikerspinnen in de regen. Mijn oeuvre
    kan aan de wilgen met zoveel tegenlicht.

    Hoop dat het goed met haar gaat. Ze noemde me haar kindje.
    Toen heb ik haar meteen gewist. Een exorcist wordt nooit je vriendje
    en weet je wat het is: dat ene lieveheersbeestje in de hel
    met doodskoppen op zijn rug 
    kun je niet uitlaten.