Biografie van Joris Miedema

Nog geen profiel opgegeven.
2010
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5532

    Traan balanceerbuis

    Top 100

    vader was een harde man

    zijn traanbuizen geasfalteerd

    in het weekend kon je

    bij hem op schoot zitten

    een marmerbankje bij een oorlogsmonument

     

    buiten was een groot meer

    en papa's regels

    de betonnen balk

    waarop wij als kinderen van lood

    moesten balanceren

     

    voor het slapengaan vertelde hij

    dat de sterren

    touwtjes uit de hemel waren

    waaraan domme mensen hangen

    zoals mama 

2009
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    14631

    Uilskuiken

    Top 100
    van de week lag er een grote uilenbal
    bij ons op de keukentafel
    's avonds kwam de hele familie
    om hem gezamenlijk uit te pluizen

    oma vond een paar slechte kaarten
    een fles whisky en het botje
    van een middelvinger

    mijn tante haalde er een arm uit
    met daarop een tatoeage van de gulden
    hij was waardeloos
    moeder vond een schedel
    waar haar eigen handen nog boven hingen
2016
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    3842

    Tot de veer lam is

    Top 100
    ik verzorg de thee vandaag
    loop langs zaal een
    daar verblijven degenen die geloven dat ze fruit zullen worden
    dat is geen gegil
    je hoort ze namelijk rijpen
     
    in kamer twee ligt Bertha
    ze is ervan overtuigd dat ze een vijver is
    heeft drie bladeren van de geraniums gerukt
    en op haar buik gelegd
    omdat het lelies moeten voorstellen
     
    de moeilijkste zijn de gebruiksvoorwerpen
    in het washok staat een directeur
    hij denkt al maanden een wasknijper te zijn
    houdt een overhemd op zijn plaats aan de lijn
    tot de veer lam is
    want knijpers kennen geen kramp
  • 2
    8366

    Een wrak op een tak

    Top 100
    Ik ben achter mezelf aan gedwaald. Zag mij
    struikelen over eigen broekspijpen. Aan een
    ketting trok ik mijn hart voort door het mulle
    zand tot we stil stonden bij de grote weg.
     
    Onze adem brandde als een net gedoofd
    kampvuur in mijn strottenhoofd. We hebben
    alle aangereden familieleden van de weg
    gesleept en zijn het bos ingelopen.
     
    Op de dunste tak zat een dier dat ook op mij
    leek. Zijn knieën opgetrokken. Hij vertelde
    dat hij dacht dat dit de ruimte was die hij nog
    over had. Hij had een drassig hoofd.
     
    Alle vragen die ik stelde zonken weg in zijn
    diepe wenkbrauwen. Hij was een wrak.
    Zijn vrouw had ooit een man om hem heen
    bedacht als een vel over warme melk.