Biografie van Paul Rigolle

Dichter en schrijver. Recentste publicatie in boekvorm: Tot het bestaat (dichtbundel bij Uitgeverij De Vries-Brouwers, 2013). Redacteur van 'de Schaal van Digther'. (www.paulrigolle.be)(https://digther.blogspot.com)
2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5708

    Kalebas

    Top 100


    (Bij een beeld van Philip Aguirre y Otegui)


    Wat je hoort en ziet! Iemand die
    naar iets grijpt voor ie vertrekken moet.
    De kalebas over de rug gegooid, holte,
    iets wat inhoud geeft. Water dat zich
    naar de omtrek van flessen plooit.

    Wat je hoort en ziet! De roep van
    de man in bijenwas. Gereuzel van zand.
    Beton dat ons op doet stijven.
    En niet te vergeten, niet te vergeten:

    het knerpen van het krijt
    in de machines van de wereld.

  • 2
    7304

    Atelier

    Top 100

    Wat je erft is waar je aan moet komen.
    Een plek, een taal, dingen die getuigen.
    Dit heet wat ooit een smidse was
    in een dorp vol regen. Dat hier ooit
    een man bewoog die leefde van en met

     

    het vuur, ijzer kromde met zijn handen,
    het blijft hem bij. Vuurtaal. Aambeeld.
    De klank van hamers in een atelier
    dat nu vol stilte staat. Licht lekt door
    het dak. De wind giert door alle kieren.

     

    Hier is hij het! Hier zal hij het zijn!
    De jongen die hapert aan de bramen.
    De man die breekt en davert en weet
    hoe vol op een lier van leegte de eeuwen
    kunnen trillen. Hier zal hij het zijn!

     

    Van de verf de gedaante. Bereid tot alles.
    Bereid tot veel. En alleen, tot op het laatst
    alleen met een penseel van varkenshaar
    dat op het linnen van de wereld
    niets dan wonden hechten wil.

2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5073

    Schildersverdriet 2.1

    Top 100

    Meekrap heet rood te zijn. En wede grenst
    aan blauw. Inkt van zeekat, lampenzwart,
    alles kan ik aan. Rauwe sappen, andoorn
    tegen slangenbeten, bes van sporkenhout.
    Niets laat ik rusten. Er moet geen vlies op staan.

    Lakmoes en saffloer, een smak van Pernambuk,
    iets wat insecten weert. Schildluizen van de eik.
    Wow, het ziet al rood. Paarse dodekop, lazuriet.
    Ook al kosten ze een fortuin, blindelings
    weet ik waar ze op mijn rekken staan.


    Wie hier aan de slag wil gaan en schildert
    wat niet te schilderen is, trekt krijtwit
    met mij weg. Met opgeheven hoofd, met
    ingehouden adem, koelie ben ik, koelie
    zal ik zijn. In dienst van de pigmenten.

2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    8579

    Pentagram

    Top 100
    Op een stafkaart tekent een pentagram, streng
    en koel, de doelen af. Als uitgezet in een kunstproject  
    lopen we, herfstig en vermomd, ingeduffeld
    in de velden de lijnen na; gewapend met wie we zijn.
    Koeien kijken ons met grote novemberogen aan.
    Spreeuwen wolken op. Het land huivert in ons na.

    Een torenklok morst met klanken, veegt ons
    de mantel uit. Kaalgeworden akkers zoeken
    op een zondagmiddag naar de verloren tijd.
    De aarde laat schriel en bloot haar oude echo’s los.
    Van wie hier leefde nemen we de schimmen waar.
    Mandendragers en vlechters, rabauwen, rovers

    in de voren vergezellen ons. We komen!
    We komen met fietsbanden en met lepels.
    Met getallen en met kranten, brengen hulde
    aan wat zich ontwikkelt en langzaam tot leven komt.

    Straks rijzen hier de huizen op en de kinderen.
    En de kinderen van de kinderen.
    Nu al beschrijft hun sprong zich in een baan
    van lucht, lang nog voor een van hen
    zich nog maar van een vin verroert.