Biografie van Barbara Wenzel

Barbara Wenzel - Studeerde rechten in Amsterdam en Groningen. Vertaalde Verlaine, Rimbaud en Verlaine. Schrijfster van korte verhalen (Publicatie in De Brakke Hond). Werkte een aantal jaren als rechtbankverslaggeefster.
2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    4696

    Februaristorm

    1e ronde

    Februaristorm

     

    De rivier zag geel van woede,

    met onbewaakte slobberlippen

    slokte hij land links en rechts

    met wilg en al

    de twijgentoppen ontredderd

    boven het kolken

    klein, ontdaan meeuwengefladder

    ijskoud rezen uit de zee

    dreigend inktblauw wolkenmassa’s.

    Mijn vader had zich verschanst

    achter zijn depressie,

    mijn moeder zei:

    ’t gaat wel voorbij,

    laten we een partijtje

    scrabbelen.

     

     

     

  • 2
    4697

    De tuinman

    1e ronde

    De tuinman

     

    Dat ik eens de tuinman heb bemind

    compleet met boerse taal en simpele humor

    wat telde was zijn aardse tred

    zijn haardos en zijn forse schouders

    en zijn profiel zo onbewogen als

    dat van een jonge Griekse god.

     

    De kleine kamer bij zijn ouders

    het hertje van van Meegeren

    oost west thuis best

    het bruine pluche

    het schemerige achterhuis

    dat lichtelijk stonk naar menselijke excrementen

    ’t was allemaal doortrokken van magie

    een genrestukje in liefelijke bruine tonen

    ’s nachts voelde ik zijn werkmanshanden

    mijn schuldige verlangen strelen

     

    Ik zag hem afwezig schuifelen aan

    de arm van wie ik dacht

    dat het zijn dochter wel zou wezen

    op de begrafenis van Lucy van der Vaart

    een zieke oude man

    die in de verte van de populierenlaan

    voorgoed verdween.

     

     

     

  • 3
    4698

    Hemelse vrede

    1e ronde

    Hemelse vrede

     

    Ik woon in een kleine oude stad

    hier likken een paar belegen

    revoluties hun wonden

    de uitgeteerde koppen

    onbeweeglijk in de

    verbruikte vachten

    loop je te dromen

    met boven je kruin

    in bruidstooi

    de luister van een lente

    onder je stap

    het koppig arduin

    de sokkel van het thuisfront

    en dan de beiaard

    een valhelm vol strooigoed

    merk toch hoe sterk en

    hop Marjanneke hop en

    waar de blanke top der duinen

    en op het plein

    een enkele minderbroeder

    vroom onwetend van

    dat andere plein

    die andere pleinen

    die anderen

     

     

  • 4
    4699

    De verhuizer

    Top 1000

    De verhuizer

    Gisteren vroeg de verhuizer,

    - breedschouderige, blondharige zoon

    van wakker volk - :

    is er hier niet ergens

    een gastarbeider voor dit klote-werkje ?

     

    Een zwarte slaaf

    zult u bedoelen

    wou ik zeggen

    maar ik zweeg bijtijds :

    zijn handen waren kolenschoppen

    en ironie zou niet aan hem besteed zijn,

    bovendien bezat hij niet

    de eruditie van

    een Léopold Senghor,*

    (The sure hands that pushed me

    into solitude and hatred).

     

    Hij zal derhalve nimmer weten

    waarom het altijd oorlog is.

     

     

    *Léopold Senghor, Senegalees dichter, filosoof, auteur en president van Senegal, (1906 – 2001)

     

     

     

     

     

     

     

     

  • 5
    4701

    Hugo van der Goes

    1e ronde

    Hugo van der Goes *

     

    Toen hij stierf

    - één en veertig is hij geworden -

    had hij alles gehad,

    zoals de stad

    voor hem lag ontmaskerd

    in elke steeg een Apocalyps

    Wat er was

    wat er na hem kwam

    lees je vijf eeuwen later op

    het misvormde

    het krokodillengezicht

    op het wintergezicht

    op engel -, profeten - ,

    herdersgezichten

    driekoningen -

    moeder – en – kindgezichten,

    zie je de droom

    aan de oever van de waanzin,

    zijn angst waarvoor

    geen erbarmen meer was

    dan de dood.

     

     

                                         *Hugo van der Goes, Vlaams primitief                                                                              schilder,1440-1482

  • 6
    4704

    Dementia senilis

    Top 1000

    Dementia senilis

    Mijn vader is een loom, dommelend kind;

    De tijd die heelt en zich ontfermt, heeft hem

    Woestijnen toegewezen en een stem

    Die roepen kan, maar nergens weerklank vindt

     

    Er drijven vlekken voor zijn fletse ogen,

    Verlaten eilanden in zeeën van

    Zijn lang vergane tijd van kind tot man,

    Maar er zijn meisjes die zijn tranen drogen.

     

    Wel geeft hij aanstoot als uit duizend vrezen

    Een worgengel hem heftig overmant,

    Een gloeiend teken in zijn lichaam brandt :

    ‘Arbeit macht frei’ staat op een poort te lezen.

     

    Dan barst hij los in onwelluidend klagen,

    Een schorre kreet om hulp in eindeloze

    Monotonie herhaald en het is de boze,

    De bittere taal niet van zijn goede dagen.

     

    Mijn vader is tot een dorre plant verworden,

    Steeds pijnlijker onthecht, broos en mismaakt

    Lijkt het of niet of niemand hem meer raakt :

    Een organisme van geringe orde.

     

    Maar soms lijkt hij te dromen in de zon ;

    Een eiland heeft dan vorm en kleur gekregen,

    Vanuit het groen zijn vogels opgestegen,

    Een jonge vrouw talmt lachend aan de bron.

     

    Dan ploegt een boer de vette najaarsakker,

    Met twaalf juk ossen ploegt hij zonder rust

    Er liggen schepen voor de stille kust,

    Een kleine jongen wordt verwonderd wakker.

     

    Het veld van de reidans glanst van dauw,

    Het land is rijk aan wijnstok en aan honing,

    En als de avond valt is er een woning,

    Kinderen, een maaltijd en een vrouw.

     

    Dan kermt hij klaaglijk, hulpeloos en zacht,

    Groteske vogel uit een wrede sage,

    Weerloos ten prooi aan demonen en plagen

    Ontsprongen aan oer-diepten van de nacht.

     

    Maar meisjes glimlachen bedaard en wijs,

    Het licht strijkt glanzend langs een blonde vlecht,

    Vaardige handen leggen hem terecht :

    Hij geeft zich aan nog dieper leegte prijs.

  • 7
    4705

    Keuze

    1e ronde

    Keuze

     

    Er zijn heel wat mensen

    die in dozen wonen

    bang soms voor een dolk in de rug

    onder de koepels

    de klinkbouten echo’s

    kopstation-treinen

    langs de muren rondom

    horden honden

    kan elke schaduw

    de laatste zijn en wat dan

    maar ze hebben gekozen

    een mens kiest voor de maan

    voor overgordijnen

    kiest gouden bergen

    maar wees blij

    als je ribbeltjeskarton treft

    daar staat de warmte

    pal als een man

    een zorgzame broeder

    doezel je op rozen

    in de diaspora

     

  • 8
    4707

    Een tuinkabouter

    1e ronde

    Een tuinkabouter

     

    Mevrouw Pardijs praat met haar tuinkabouter

    O heimelijk, want alles heeft zijn grens,

    Haar eenzaamheid gaat niemand aan, geen mens

    God alleen weet van haar verdriet om Wouter

    En hoe zij ’t grote bed opmaakt voor twee,

    Zijn kussen zorgzaam schudt, iedere morgen

    In het gareel van de vertrouwde zorgen,

    Altijd nog toegewijd en onveranderlijk gedwee.

    Hoe zij de tafel dekt, geresigneerd en stil

    Vooral niet dieper denken wil

    Dan dat hij weer zo laat komt van de zaak.

     

    Allang vervaagd is ’t aardse beeld van Wouter,

    Zijn buitenhuwelijkse dartelheid van malle oude heer,

    Zijn uitvluchten, zijn machteloos verweer ;

    Het vredigst leeft men met een nette tuinkabouter.

  • 9
    4708

    Klassenfoto

    Top 100

    Klassenfoto

     

    Mijn moeder had mij in die roze jurk gestoken,

    die met dat kraak-wit kanten kraagje uit de was,

    want ik moest op de foto met de hele klas,

    ik moet naar zeep en tandpasta hebben geroken.

     

    Die roze jurk kon mijn herinnering nog bewaren,

    de rest is vreemd van ingehouden vijandschap,

    de strenge juf, haar naam is weg – wat was ze knap –

    en al die ogen, die hardnekkig blijven staren.

     

    Dat lange kind met die verveelde mond ben ik,

    met die onkinderlijke, verongelijkte blik,

    die straffe motoriek, in rust nog manifest.

     

    Geen mens weet van een kind, van ’t lijdelijk ervaren,

    hoe angst en onbegrepen straffen niet verjaren:

    ik blijf het boze vogeljong uit dat verstoorde nest.

     

     

     

     

  • 10
    4709

    Esnes-en-Argonne

    Top 1000

    Esnes-en- Argonne

     

    Hier slepen twee oorlogen zich nog

    Op roestige voeten

    Door grazige heuvels en dalen

    Het woud heeft zich hersteld

    Soms huilt er in maanlichte nachten

    De wolf

    Avonden wanneer de zon

    Wegglijdt achter

    Golvende heuvelruggen

    In een decor

    Van vuur en goud

    Laat een al te menselijke god

    Der Gott der über Völker grollte

    Cynisch zijn bloeddoorlopen oog

    Weiden over glooiingen

    Met eindeloze rijen krijtwitte kruizen

    Wanneer geen mens meer kan getuigen

    Zal met de mythe dit landschap blijven :

    Een licht huiveren van bange donkerte

    Over de heuvelruggen

    Zelfs als de zon schijnt, de Maas

    Als altijd spiegelende symfonie

    Zijn koninklijke weg vindt

    Door de geschonden landen.

     

     

     

     

  • 11
    4710

    Muis

    1e ronde

    Muis

     

    Er is vannacht een kleine muis gestorven,

    hij lag gevouwen in een oude lap,

    die iemand gisteren achteloos

    had laten liggen op de trap.

    Hij lag in foetushouding, de voorpootjes

    Gevouwen om het stille kopje

    zoals een mens zijn hoofd omvat

    en zucht mijn god weer die migraine.

     

    Ging soms, voordat de dood hem overviel

    nog in zijn kleine flakkerende ziel

    zijn leven in een flits voorbij

    een existentie, die niet veel meer

    dan vreten was en paren.

     

    Geen traan, geen retoriek, geen epitaaf,

    geen openlijke of sluw verhulde hebzucht

    bij deze kleine grauwe dood

    zo vanzelfsprekend, niettemin

    vertederend.

     

     

  • 12
    4711

    Nomen est omen

    1e ronde

    Nomen est omen

     

    Voor wie mij kennen is hij mijn gezicht,

    mijn afkomst, mijn gebaar,

    antwoord voor wie mij roept

    mijn naam die ik ongevraagd

    gekregen heb; een oeroud ceremonieel

    heeft het bevestigd

    ik ben mijn naam

    in naam van vader, zoon en geest.

     

    Hij is van sombere herkomst

    van ’t land der onverzettelijke vaderen

    die van de Saksenspiegel.

     

    Wat als ik anders was genoemd,

    Magnoliabloesem of gloed van

    de rijzende zon

    zou ik gekend zijn als een ander mens

    lichthartiger en van vrijmoediger allure?

     

    Vandaag heb ik me een andere naam gekozen

    die van de zomervogel die zich in ’t verborgen

    verlustigt in zijn eigen melodieuze zang

    de wielewaal

     

    Nu flitst hij langs de snelweg van de wereld

    mijn nieuwe naam

    één van miljarden

    en ik word niet meer gekend.

  • 13
    4712

    Poesje

    1e ronde

    Poesje

     

    Heeft een feestje gehad vannacht

    gaat dansend over de daken

    draait om haar as als een tol

    haar staart achterna

    balanceert langs de goten

    over de nokken blikkert de zon

    het carillon zingt

    zingt in de klinkklare ochtend

    brich an du schönes Morgenlicht

    rolt zich op als een donkerfluwelen cocon

    droomt droomt

    van miezemuis woelrat konijnenpoot

    van karekiet tjiftjaf en sparrewar

    droomt onbekommerd, de zwervende kat

    is geen dakloze eerder

    bohemien of blijmoedige christen

    zeker van onderdak en erbarmen

    kat zonder huis heeft negen huizen

    negen bedden van dons

    negen kussens van roze satijn

    negen manden met maagdelijk wasgoed

    negen vertederde vrouwen

    negen schotels met zoete melk

    en negen levens

     

    maar eens op een dag

    liep door de buurt een gerucht

    het was van een jazzpianiste

    die haar poesje steeds vaker miste

    haar echtgenoot Willem

  • 14
    4720

    Psalm 137

    1e ronde

    Psalm137

     

    Zittend aan de rivier

    Ben je een balling temeer

    Waar het water stil

    De zilveren wilgen weerspiegelt

    Hangen de harpen teloor

    Ting tingelt de bries

    De vreemde wind door de snaren

     

    Hoe kun je zingen

    Als tot in haar merg

    Je stad is vernietigd

    Nu als een ziekte

    De wraak

    Aan je strottenhoofd vreet:

    Verpletter hun kindertjes

    Tegen de rotsen.

  • 15
    4721

    Rechtszaak

    1e ronde

    Rechtszaak

     

    Je zag nooit onzekerder mens

    zoals hij de zaal binnenkwam

    los van de knevelketting

    - een korte klik -

    viel hij in de stilte

    van het afgrijzen op de tribune

    een lam naar de slachtbank

    een monster uit

    een onheilig niemandsland.

    Hij zit. Zijn voeten kinderlijk

    Schuchter naast elkaar

    In winkel-gaaf suède

    Voor zich op het tafeltje

    - een in de vlucht getroffen vogel -

    Zijn handen, de blanke van

    gedetineerde, de machteloze

    de vreselijke werktuigen

    van zijn ontspoorde passie.

    Na twee dagen

    heeft hij bekend:

    hij heeft verkracht, gewurgd

    - het werd opeens zo stil zegt hij -

    Achter de ouwelijke groeven in zijn voorhoofd

    herhaalt zich wat bedekt had moeten blijven,

    het stille meisjeslichaam

    heeft hij begraven in het bos

    dichtbij de plek waar hij altijd

    eekhoorntjes ving

    om op te zetten.

     

     

    Boven de hoofden op de tribune

    weegt benauwend

    het gruwelijke geheim

    van Golgotha en Auschwitz.

     

     

     

     

  • 16
    4722

    Souvenir du jardin à Etten

    Top 1000

    Souvenir du jardin à Etten

     

    In Arles dacht hij aan zijn vaders tuin,

    ik heb de tuin van thuis geschilderd

    schreef hij aan Wil, over de kleuren dit :

    van de cipressen ’t smaragdgroen,

    ‘t vermiljoen van de geraniums,

    Het feloranje zandpad en het wit,
    de slingerrand van kleine bloemen.

     

    Links onder twee figuren, moeder en Wil

    in zorgelijk gesprek – ze lijken vrouwen

    uit een roman van Dickens – beschroomd en stil

    allang langs ’t pad verloren in de tijd.

     

    Zoek geen gelijkenis, schreef hij, het is

    de werkelijkheid van toen, begoocheld,

    ’t is de bekoring van ’t gedroomde.

     

    Te denken dat dit klein verlangen,

    dit heimwee als naar een geliefd gelaat

    nu onbeschaamd te kijk kan hangen

    in ’t stenen hart van Leningrad.

     

     

                                                                            Van Gogh, Arles,

                                             november1888, Hermitage, Leningrad

     

     

     

     

     

  • 17
    4724

    Tijd

    1e ronde

    Tijd

     

    Hier waar ik nu zit

    in de warme zon van september

    vochten twee mammoetmannetjes eens

    om een mammoetvrouwtje

    hoorde je het slaan

    van slagtand op slagtand

    ivoor op ivoor hoorde je

    het monotone geschal van

    een oertrompet

    wegsterven over de ijzige vlakte

    draaiden millennia later de wijzers

    van de klok van de wereld de winden

    naar het zuidwesten het zuiden.

     

    Toen bewoog iets in de starre leegte

    werden de dingen doorzichtig in een nieuw licht

    van luchten en aarde en water

    wortelden weliger bomen en varens en grassen

    stierven af, verbrokkelden laag over laag

    o langzaam tijdloos langzaam

     

    hier op dit ogenblik in de zon van september

    verstel ik mijn plastic tuinstoel op lig stand

    en reik naar mijn glas grenadine.

     

     

     

     

  • 18
    4725

    Zomer 2014

    1e ronde

    Zomer 2014

      

    Vandaag draag ik de jurk

    van Yves Saint-Laurent

    de ridderspoor en ik in hemelsblauw

    een spoor van gouden weefsel

    ligt over de tuinen

    op veranda’s en balkons

    dommelen denkers, dommelen dichters

    wachtend op lucide inval

    over het onberispelijke gazon loopt

    de rode kater Felix

    loopt met lome tijgertred

    zij aan zij met

    een laconieke merel

    als dit geen Eden is

     

    De zuidenwind waait warmte aan

    en poldervreemde nevelstrepen

    van fijnkorrelig stof

    er legt zich een roestbruine film

    over de dingen neer

    in zonnebanen dansen

    zandpartikeltjes uit de Sahara

     

    De afgelopen lente hebben

    oasen hun onschuld verloren

    trokken er karavanen weg voorgoed

    in stukgelezen sprookjesboeken

    nu haat en wraak ten langen leste zich

    ontketend hebben mensen zich

    schuilhouden in hun kelders

    steden vallen

    krijgers stormlopen op schuldige paleizen

     

    Ik in mijn jurk van Yves Saint-Laurent

    ik denk met deze verre echo in mijn hoofd

    Benghasi, Bani Walid, Tripoli :

    God moet met een zeker cynisme

    ons Saint-Laurent hebben geschonken

    als extra-bonus.

     

     

     

  • 19
    4726

    De vluchteling

    1e ronde

    De vluchteling

     

    Op deze straathoek

    heeft die Hongaar

    mij toen zijn liefde verklaard

    zijn onhandige handen een

    gesloten boek

    zijn ogen donkere

    weeskinderen van

    een gruwelijk geheim

    putten in het bedenkelijke grauw

    van zijn gezichtshuid

    achter zijn vragend voorhoofd

    de honden van

    een satanisch verbond.

     

    Ik speurde vergeefs naar iets

    naar wat, misschien naar

    een gouden schittering

    in zijn ogen

    naar vurige paarden

    over de poesta

    naar Zoltan Kódaly

    psalmus hungaricus

    vrouwenstemmen

    klagende vocalisten.

     

    Nu na al die jaren

    moet hij dood zijn of

    een oude man

    achter de barricade

    van zijn bitterheid.

     

    Een straathoek dat is

    twee straten samen

    twee namen met of zonder

    een mitrailleur

     

     

2016
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    718

    Koorts

    1e ronde



    Die nacht keek ik in
    de tunnel van
    de donkere geschiedenis
    van mensen en ver weg
    was er een dwaallicht
    ’t richtte zich onvast
    naar waar ik lag
    een oog dacht ik
    een soort van oog
    maar niet zo een
    dat maar wat staart
    wat rond peddelt
    in troebel vocht
    maar één dat zag
    dat wilde zien
    wilde omvatten
    en nu het naderbij kwam
    kreeg het iets zachts
    zoals dat van een man
    verliefd bij kaarslicht
    nu zag ik
    dat het uw lampje was
    het olielampje van de Krim
    het vond me feilloos
    tussen de rijen
    was ik niet ook op ’t slagveld
    gisteren eergisteren eerder
    mijn beide handen zijn
    weggeschoten
    jaartallen drijven
    in mijn droomzieke ogen
    de veldslagen van
    meneer van Dendermonde
    mijn benen zijn fantomen
    de poes springt op mijn schouder
    hallo duivelse springpoes
    wakker worden
    geen kat hier te bekennen maar
    u verbond mijn stompen
    nachtzuster
    verdwijnt in de nacht van
    de pijn van de mensen
    het voelt zachter zuster
    helend denk ik
    in vrije val
    tuimelend
    in vergetelheid        
     
     
     
     
  • 2
    719

    Le Nôtre

    1e ronde
    In het park van St. Germain- en - Laye
     
    'Pas de problèmes ', zei de plombier, 'Madame,
    gaat u toch wandelen in het park, het is zo’n zachte
    zo’n mooie voorjaarsdag'. De cherubijnen lachten
    toen ik op weg naar ’t park door de arcaden kwam.
     
    Daar speelde de Dauphin, verliefde vorsten wezen
    geliefden : dáár in de ochtendnevel, ligt Parijs,
    meandert door de heuvels, smal en parelgrijs
    de Seine en ‘t was een dag als deze
     
    zo’n lichte dag dat warm en stil de heuvel lag
    te slapen nog en tastend naar het pad hij zag
    - lucide ogenblik - zijn schepping scherp en klaar.
     
    Nu, door alleeën, langs de gazons met conisch groen,
    beelden, sierlijke bloemenvazen, bomen van toen,
    'ici', roept een meneer, 'souffle le vent de l’Histoire'.
     
    André le Nôtre (1613-1700)
    Franse tuin - en landschapsarchitect
    van Lodewijk XIV
     
     
  • 3
    720

    Meneer d. B.

    1e ronde
    Hij luisterde altijd naar iets als je hem sprak
    alsof het fijn-vertakte leven in zijn inerte lijf
    serene melodieën voortbracht, motetten,
    madrigalen, fuga’s,
    alsof het van heel ver kwam en buiten ons bereik.
     
    Als we hem opzochten een enkele keer
    - een schaaltje aardbeien uit eigen tuin -
    een zandig duin beklommen
    bespeelde de zuid-westen-wind
    eolusharpen
    blies in de schoorstenen van het verweerde huis,
    de orgelpijpen van zijn herfst.
     
    De postbode heeft hem die donderdag gevonden,
    hij deed niet open en het bleef zo stil,
    met wijd-open ogen lag hij, luisterend naar iets
    ver buiten ons bereik,
    een rat had zijn gezicht geschonden.
     
     
     
     
  • 4
    721

    Midlife Crisis

    1e ronde
    Waarom hebt u een warme zomer lang
    mij in de waan gelaten van een vaag geluk ?
    ik daag u hierbij uit, o god en ben niet bang
    het wangedrocht te zien dat ongetwijfeld
    mij toe zal grijnzen als ik in uw spiegel zie.
     
    De lome stilte van een serene zomerdag,
    onder de oude beuk de maaltijd samen ;
    heb dank voor de illusies, god, die ik vermag
    te blijven koesteren steeds weer ondanks uw streken
    die erop zijn gericht mij langzaamaan te breken.
     
    Waarom spreken mijn kinderen mijn taal niet meer
    en is in de diaspora een koekoeksjong geboren ?
    wat, god der wrake, is het volgend zeer
    dat u me toedenkt ? Welja, in mijn schoot
    schrompelt mijn oöphoron onder uw botte toorn.
     
    Terwijl adolescenten badend in de beek
    hun krachten samenballen en elkaar bespringen
    wordt, heer, in dorre eenzaamheid mijn lijf zo week
    en leeg en één voor één ontvallen mij mijn tanden
    en zwellen hatelijk de aderen op mijn handen.
     
    Heer der heerscharen, u op uw lemen voet
    u obsoleet tiran, erbarmen vraag ik niet
    ik vraag alleen waarvóór ik eigenlijk boet
    en zo ontluisterd ben, verweduwd en vergeten :
    ik was’ t toch niet die van uw appel heb gegeten ?
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  • 5
    722

    Mijn Haan

    Top 1000
    Mordechai mijn haan
    als een gedecoreerde generaal
    de borst geheven
    de kam bloedrood in top
    de ogen bars met machtsvertoon
    kraait driftig naar de maan
    die langzaam aan verblekend
    zich uit de voeten maakt
    want in het oosten trekt het licht
    van parelmoer tot roze
    van violet tot vuur
    onstuitbaar op.
     
    Dit alles regelt Mordechai mijn haan,
    hij is niet lief, niet eens heel sympathiek
    maar een wakkere en harde werker,
    altijd vroeg uit de veren.
     
     
     
     
     
  • 6
    723

    Mijn leraar Frans

    1e ronde
    Stel, dat ik ooit met mijn leraar frans getrouwd was
    wat ik toen heimelijk en zo hardnekkig wilde,
    hij kwam uit Lage Zwaluwe
    daar lagen in de luwte
    dacht ik de schaduwrijkste tuinen met
    prielen van Verlaine
    ayant poussé la porte étroite qui chancelle
    je me suis promené dans le petit jardin
    waar ik me wandelen zag, zag wandelen hand in hand
    met hem, aanbeden leraar frans.
     
    Zondag zag ik hem weer met vrouw en kind
    ouder, maar toch dezelfde,
    verdwenen was mijn dwaze fascinatie en
    beschaamd vroeg ik mij af
    hoe ik ooit zo dom geweest kon zijn
    en ik zei dag meneer
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  • 7
    725

    Mijn zusje en het Vers

    1e ronde
    Ze opent wijd de vensters naar de voorjaarsmorgen,
    een vers bloeit uit de chaos van haar mijmerij
    ze ziet de geiten rustig grazen in de wei
    niet al te lang want ze moet zoveel zorgen.
     
    Mijn borsten zijn als die het Hooglied heeft geprezen
    peinst ze tevree en viermaal droeg mijn schoot
    vier Haymonskinderen, verschrikkelijk nu en groot,
    er welt een vers in haar om dit, om deze
     
    verbijsterende mei, een melodie die minder
    stem heeft dan zij wel had gewild, zoals daarginder
    hoog op de nok de lijster welluidend en zo wakker
     
    zijn passie fluit, háár vers is niet meer dan een zucht :
    'een vers', zegt ze, - een vliegtuig scheurt de pure lucht -
    'een vers rozijnenbrood neem ik straks bij de bakker'.
     
     
     
     
     
     
  • 8
    726

    Naar Stad

    1e ronde
    Groningen 2010
     
    Het daglicht van het noorden huivert
    langs rood-stenige façades en keurige contouren
    over de grenzeloze vlakte komt
    de zilte smaak van zee
    de ommelanden stormen binnen in
    de stad met spannen paarden
    vreugde en humor zijn hier blond, blauwogig
    maar met opeengeklemde kaken
    de huizen met laatdunkende Hanzegezichten
    zien neer op waar de hovaardij ligt aangemeerd
    Neptunus, Ceres en Minerva
    staan in het trotse vaandel hier
    men bezigt er een harde schaarse taal
    het alibi voor ’t onbestemde onderhuidse.
     
    De avond buigt zich nu over een nevelig land
    waar dode Duitse dichters schuilgaan
    'unruhig wandern wenn die Blätter treiben'
    er weegt een vreemd donker verdriet op alle dingen
    telkens als ik naar Stad geweest ben.
  • 9
    727

    Ontmoeting op een dag in Mei

    Top 1000
    Wat zie je er goed uit vandaag zei Loes uit Laren,
    ik zag haar denken aan haar eigen naderend verval,
    haar ogen gulzig zoeken overal
    waar 't zich bij mij kon openbaren.
     
    Ik zag haar peilen, bijna indiscreet
    wat wel de bron mocht wezen van mijn welbevinden,
    of ik mogelijk een nieuwe man beminde
    en het weer regelmatig deed.
     
    Het glaasje port onder de bottende platanen,
    de pauwen op het ademloos gazon,
    smalltalk die zich allengs verveeld ontspon,
    de dodelijke ernst van stille zwanen.
     
    Bij 't afscheid zoende ze me op beide wangen,
    driemaal. Toen stapte ze weer in haar BMW.
    Het onontsluierd raadsel nam ze naar Laren mee
    tezamen met haar elk jaar ijdeler verlangen.
     
  • 10
    728

    Rouw om Willem

    1e ronde
    Het huis is kil nu en in de laatste dagen
    van de vermoeide zomer ligt de tuin
    verslenst te sterven, de beuk staat glanzend bruin
    zijn kroon nog in de bleke zon te dragen.
     
    Waar is de cherubijn - le plâtre écaillé - gebleven
    die zoveel jaren overvloed van bloemen droeg ?
    de stille dag heeft aan zijn eigen pijn genoeg
    en legt zijn broze schoonheid bloot en bloeit nog even.
     
    Hier ging jij, Willem, langs vertrouwde paden
    en toeft nog wat, een stille weemoed nog alleen,
    de wingerd aan de schuur laat al wat droge
     
    vergeelde bladeren los ; is dit genade :
    herinnering te zijn ver weg ergens vervlogen?
    Al wat ons kwelt : waarom ging je zo zachtjes heen ?
     
     
     
     
  • 11
    729

    Tijd

    1e ronde
    Te denken dat op deze plek
    - mijn zomerse terras - ooit
    twee mammoetmannetjes
    vochten om een mammoetvrouwtje
    hoorde je het slaan van
    slagtand op slagtand
    ivoor op ivoor hoorde je
    het monotone schallen van
    een oer trompet
    wegsterven over de ijzige vlakte.
     
    Op een dag moet de wind
    naar het zuiden gedraaid zijn
    heel langzaam, onmerkbaar alsof
    de tijd millennia stilstond
    begon iets lichts zich te bewegen
    over de starre vlakte
    begon het aarzelend te dagen over
    aarde, water, steppen, moerassen
    begonnen grassen, varens, bomen
    zich dieper te wortelen
    hoger op te schieten naar een vreemd licht
    van heel ver
    stierven af, verbrokkelden
    laag over laag
    tot aan het nu :
    mijn zomers terras
    mijn weelderige tuin
    mijn spinnende poes,
    misschien vindt later
    veel later
    iemand op deze plek in aardlagen
    de onderkaak van een katachtige en
    drie roodbruine haren van
    waarschijnlijk een antropoïde.
     
     
     
            
     
     
                          
                                                                  
     
     
     
     
     
     
     
     
  • 12
    730

    Skinhead

    1e ronde
    Soms ben ik bang voor je, Reinier, als je je hoofd
    hebt kaal geschoren, je bent me bijna dan
    een vreemdeling, verongelijkte jonge man,
    een Simpson van de kracht van het aimabele beroofd.
     
    Dan gromt de boosheid van je hele jongenswezen
    vanuit een roofdierleger, waarvan de geur mij verontrust,
    die van je weerstand, je verzet, je lome lust,
    je onlust op 't substraat van honderd vrezen.
     
    Waar is de prille muzikant gebleven,
    de onbevangene, wie het kuise timbre van
    de fluiten, het zingen van violen zo aan het hart lag ?
     
    Een blonde knaap is uit een paradijs verdreven
    en laat zijn arendsoog nu weiden als een man ;
    onbuigzaam straks, een man van orde en gezag.
     
     
     
  • 13
    731

    Treinen

    1e ronde
    Altijd weer is er dat rijm wanneer
    ik het kleine station passeer,
    triviaal, misplaatst dringt het zich op :
    hier stopt de trein
    van acht uur tien naar Berlijn
    rijm dat niet rijmt
    met die bronzen man
    met het profiel
    van een exotische vorst
    niet met het kleine hoge station
    architectuur negentienhonderd
    te midden van weiden bereklauw
    fluitenkruid zomergeboomte
    de trein naar Berlijn,
    erboven
    vol vogels de zomerhemel
    ver de metropool en zo dichtbij
    vermeld uw naam uw geboortedatum
    als die er überhaupt is
    we houden u nauwlettend in de gaten
    we zullen u weten te vinden
    in het kille stenen hart
    van het continent
    geblakerde contouren
    hoog in de kleurloze lucht
    treinen - als de avond viel
    vol heimwee van front tot front
    of die van de wanhoop
    Sonderzug
    naar het onvoorstelbare          
    en hier - zo een stille zomerdag
    stopte de trein
    van acht uur tien naar Berlijn.
     
     
     
  • 14
    732

    Zomer 2011

    1e ronde
    Vandaag draag ik de jurk
    van Yves Saint Laurent,
    de ridderspoor en ik
    beiden in hemelsblauw.
    Een waas van goud
    trilt boven de tuinen,                                                                                            
    op veranda’s en balkons
    dommelen denkers en dichters
    wachtend op een lucide inval.
     
    De kater Felix loopt bedachtzaam,
    loopt met kalme tijgertred
    over vers-gemaaid gazon
    genoeglijk zij aan zij met
    een laconieke merel,
    als dit geen hof van Eden is !
    Nu ’t heeft geregend in de nacht
    waait nog de zuidenwind de warmte aan,
    hangen er nevelsluiers poldervreemd
    gemengd met fijne korrels zand,
    heeft zich een roestig-bruine film
    over de dingen neergelegd,
    dansen in zonnestralen
    zandkorrels uit de Sahara.
     
    Daarginds hebben de oasen deze lente
    hun onschuld prijs gegeven
    nu haat en wraak ten langen leste zich
    hebben ontketen, mensen
    onthutst in kelders schuilen, steden vallen,
    krijgers stormlopen op schuldige paleizen.
    Bangazi, Bani, Walid, Tripoli :
    het is alsof mijn jurk van Yves Saint Laurent
    niet meer zo stralend blauw is.
     
     
     
  • 15
    733

    Zernobyl 26-04-'86

    1e ronde
    Gewoon twee doden zo meldde de Pravda,
    daarom bleef ook de zon maar glimlachen
    achter de wolkensluiers, ruiste tegen de avond
    meiregen milder dan die
    de aarde ooit ervoer zo dachten wij,
    het lauwe stromen heulde met
    de trouweloze oostenwind
    die eensklaps uit het zuiden was gaan waaien,
    onder het mom van vruchtbaarheid
    verspreidden ze het onzichtbare venijn
    dat heimelijk stralend zich nu hechtte
    aan alle stof, misschien in ’t eind
    aan alle geest,
    toch jubelde de lijster nog
    vanaf zijn hoge post,
    nestelden mezen in mijn brievenbus,
    glibberde het hoog-benige veulen
    weg uit het moederlijf en schoten
    miljoenen goudgele eendagsbloemen
    op tussen het gras van weilanden en bermen.
     
    Na dertig jaar is deze waarheid ons gebleven :
    twee is honderdduizenden geworden.
    Doden. In loden kisten.
    Menselijke monsters.
    Misvormd gedierte.
    Verstarde maanlandschappen
    van menselijk afval, ruïnes overwoekerd
    met aarde-vreemde gewassen en
    verstikkend mos.
    Soms kan de Waarheid zich
    pijnlijk vergissen.
  • 16
    3063

    Apocalyps

    1e ronde
    Aan Sjoerd L. , accountant
     
    Je bent uit een geslacht waar lachen was verboden,
    de God der wrake in de nacht Zijn ronde ging,
    soms was het Judas die er zich uit spijt verhing
    bezield was men van zonde en schuld, de joden
     
    de joden hadden Hem gekruisigd en daarom was
    misschien het dorp zo ongastvrij en zondags in de kerk
    zo gruw ’lijk onwelluidend de trage zang naar ‘t zwerk
    en stak men zich de dag des Heren in zak en as.
     
    Wees niet bevreesd, Sjoerd, want de wereld zal toch vergaan,
    de God der wrake is dood, boete en schuld zijn lang ontwaard,
    we zijn als ’t hijgend hert nog steeds der jacht ontkomen.
     
    Niet zie je, Sjoerd, hoe een andere god is opgestaan,
    nog angstaanjagender en zo zielsvreemd van aard :
    op tijd en ruimte weegt een grimmig omen.
     
     
     
  • 17
    3064

    Avondrood

    1e ronde
    Ze dragen tekenen van veel geleefde jaren
    tot karikaturen van zichzelf vervormd,
    te denken dat ze jonge mensen waren,
    dat ze de wereld eens hebben bestormd,
     
    ze ondernemers waren voetballers taxichauffeurs
    ambtenaren schoenmakers drogisten
    wetenschappers slagers organisten
    truckers dominees belastinginspecteurs
     
    ze geliefden, minnaars zijn geweest en
    charmeurs en overspeligen, kroegtijgers
    dansers op bruiloften en feesten
    gehelmde bouwvakkers op steigers.
     
    Nu een gelaten kudde van geronnen wijsheid
    gaan ze hun stille weg naar een genadig vergeten
    een veilig engelenverblijf buiten de tijd,
    straks zijn het nog maar namen die wij van hen weten.
     
     
     
     
     
     
  • 18
    3065

    Bij de dood van Konstantin Zjernenko

    1e ronde


    U was een leider bij de gratie van de leiders,
    van allen was u de geringste naar het schijnt,
    maar even aards en vierkant ,bruusk omlijnd,
    een simpele wereldleider ,een stramme strijder
    voor loze dromen van gerechtigheid.
    Een beer, die, traag zich heffend, aan de ketting danst
    heeft zich achter uw onbewogenheid verschanst
    en overziet en wacht en beidt zijn tijd.
    U bleef de nors geluimde, kortzichtige Moezjiek
    verzot op titels, rangen en vertoon,
    vervuld van onverholen boerse achterdocht
    stak u listig uw kameraden naar de kroon.
    Nu sterft in ’t meedogenloze Kremlin nog
    de nagalm weg van uw vergeefse retoriek.
     
    Konstantin Zjernenko, secretaris-generaal van de communistische partij van de Sovjet-Unie van
    13-2-’84 tot aan zijn dood 10-3-’85
     
     
     
     
  • 19
    3066

    Dappere deserteur

    1e ronde
    Mijn kleinzoon, nauwelijks veertien, nam op een dag
    op ’t Gare du Nord de trein naar Roosendaal,
    achter hem week zijn stad, zijn taal,
    de school, het vaderlijk gezag.
     
    Nu, veilig bij mij in de tuin, beleeft hij
    hoe een rukwind - de onweersbui vooruitgesneld -
    de dodelijk vermoeide knotwilg velt,
    de takkenlast topzwaar neerploffend in de wei.
     
    Kijk, zegt hij, een symbool : wat in de wei ligt is
    mijn vader, wat er nog staat ben ik, zo,
    zegt hij, ben ik van mijn vader losgekomen.
     
    Dan springt hij weer over de sloot het weiland in,
    trapt ginds wat met de bal tussen de bomen,
    jij, deserteurtje, je krijgt je toekomst niet cadeau.
     
     
     
     
  • 20
    3067

    De begrafenis van Jaap

    1e ronde
    't Leek wel de climax van een klein familiefeest
    zoals we samenschoolden in de koffiekamer naast
    de logge oude kerk, aanvankelijk wat verdwaasd,
    verlegen met de toestand, wat aangedaan, maar 't meest
     
    wat schutterig jegens elkaar en spiedend naar
    't verval in de bijziende gezichten - waar elk voor zich
    't eigen lot in zag bezegeld - raakten wij als licht
    beschonken tot mededeelzaamheid en minzaam commentaar.
     
    En' t beeld van Jaap, plechtig zoeven ter aard besteld
    vertroebelde bij het lichtelijk vertederd memoreren
    van wat gebeurde in voorbije jongensjaren.
     
    Er leek een dwaze euforie in ons gevaren,
    de grondtoon van een duister ritueel : 't bezweren
    van dood en aanverwant hemels geweld.
     
  • 21
    3068

    De Moeder

    1e ronde
    Ze had twee monsters gebaard denkt ze
    maar waren ze geen cherubijnen in het begin
    zich verwonderend wiegelend in de warmte van
    een hangende tuin van Babylon
     
    hun verwondering waren ze allengs ontgroeid
    en wie niet verwonderd kan zijn blijft wel
    met beide voeten in de aarde staan en wat later
    ontfermde zich de stad metropool moederstad
    over hun luidkeelse behoeften
     
    soms komen ze
    met harde ogen stemmen alom in het beschimmelde huis
    breken de vliezen van hun ongenoegen
    uit in homerisch gelach
    met vileine oneliners afgewisseld.
     
    Buiten ligt sneeuw.
    Ze staat met gezwollen voeten
    voor het fornuis te dromen
    van vrijheid, de moeder
     
     
  • 22
    3069

    De notenkraker

    Top 1000
    Die zondagmorgen volgde ons
    een vreemde vogel over
    de heuvelrug,
    boven ons in het zomerlover
    was het alsof hij naar ons riep,
    een landschapsvreemde roep,
    die je nadenkend stil deed staan
    in ’t rulle karrespoor.
    Hij volgde ons zodra we verder gingen
    en dan,bij iedere kruising,
    was er die vogel weer,
    een vogel zonder lied
    maar met de schorre stem
    van een heel oude man,
    een stem die waarschuwde,
    aandrong, beval, vermaande,
    wat wilde hij van ons, die vreemdeling
    uit de oer stilte van noordelijke bergmassieven ?
    - Ik weet het nu : met zijn luidruchtig volgen gaf
    de vreemdeling een teken, dat van de dood,
    jouw dood, die op die zondagochtend
    al onderweg moet zijn geweest -.
    Hij hield zich schuil in het gebladerte,
    wij zagen een ogenblik tussen het volle groen
    zijn kleed, bruin, dicht bezaaid met lichte tranen.
    Zodra wij in de lanen liepen
    van de verveelde zondagsvilla’s
    leek hij verdwenen in het niets,
    de zondagochtend vouwde ons
    in zijn ordentelijke staatsie.
     
    Notenkraker (nucifraga): kraaiachtige, komt voor in Oeral, Siberië,Himalaya, & .
     
     
     
     
     
     
  • 23
    3071

    De organist

    1e ronde
    De organist daarboven
    moet een beminnelijk mens
    een mooie grote man zijn
    wiens gewijde handen
    een zacht klagen
    lacrimoso
    te toveren weten uit
    de pijpen
    fugato omspelen ze
    het orgelpunt
    de donkerbruine bas
    en doen
    sonore klanken
    daverend aanzwellen en
    juichend in de ruimte
    van gotiek en licht
    cantabile
    o, rust mijn hart
     
    vanmorgen heb ik
    gelijkvloers
    de organist ontmoet
    een kleine corpulente vrouw
    wanstaltig haast
    haar ogen
    van een merkaardig
    hemelsblauw.
  • 24
    3073

    Eric

    1e ronde
    Hij groet de nieuwe dag die losbreekt in de stad,
    de schooltas op zijn rug groeit aan tot een gigant
    van glimmend staal die hij, grommend, met vaste hand
    bestuurt tot waar op het trottoir een glanzend blad
     
    hem lokt, een bonte vogelveer en dan
    - hij hoort mijn vrouwenpraat, mijn domme vragen niet -
    schiet hij snel per raket omhoog naar een verschiet
    zo vreemd en ver dat ik hem niet meer volgen kan.
     
    Maar soms loopt hij te rillen in de kille morgen ;
    'ben je een auto, een métro of een gewone trein ?'
    maar hij blijft zwijgen zo kwetsbaar nu, zo klein.
     
    Ook kleine jongens hebben soms hun grote zorgen.
    'Ik? Ik ben niks ', zegt hij onwillig en wat stug,
    de schooltas weegt heel zwaar nu op zijn smalle rug.
     
     
     
     
     
     
     
     
  • 25
    3074

    Felix

    1e ronde
    Mijn rode kater springt bij volle maan
    het dakraam uit en even later
    met stille tijgertred
    onder het koele licht van de serene nacht
    verdwijnt hij tussen
    de onwezenlijke architectuur
    van strak omlijnde schaduwen
    een schimmenwereld tegemoet
    waar ik geen weet van heb.
     
    Maar als hij thuiskomt in de morgen
    bedelt hij vleiend om zijn brokken
    en vlucht de trap op - held op sokken
    als ver weg op de boerderij
    de hond blaft om een bagatel -
    en tuimelt in het dons van oude dromen
    van donkere graanschuren en gouden tempels.
    Het lijkt alsof hij glimlacht in zijn slaap.
     
     
  • 26
    3077

    Ipso facto

    1e ronde
    Vreemd, dacht ik, dat in de mise-en-scène
    van mijn herinneringen
    nauwelijks mensen zich bewegen, zelfs geen kind
    maar huizen, landschappen, rivieren, dieren, dingen,
    het zilverig bewegen van wilgen in de wind.
    Als ik al menselijks oproep in mijn herinneren
    zijn ‘t feiten, namen, geen gezichten, geen
    details van een geliefd of een gevreesd gelaat.
    Lijd ik misschien aan misantropie, autisme,
    antropofobie of zoiets eigentijds
    'Geen anomalie is het', sprak Gerrit Jan O. Zielstra,
    hoogleraar klinische psychologie van
    de universiteit van G.
    Vanaf zijn glazen toren liet hij
    zijn hooggeleerde bijziende blik
    wat hulpeloos dwalen over
    het grootse panorama
    van stad en ommeland
    'Geen pathologie', sprak hij,
    '’t is de essentie van je bestaan :
    de alleenheid van ieder mens'.