Biografie van Akke Brouwer

Akke Brouwergeb. 02-03-1949 te Dokkumwonende te Hantumwerkzaam bij =It Hûs fan de Dichter=
2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2177

    Foto

    1e ronde

    Dit is het huis,

    dat mij verloor, dat mij

    ontgroeide, waarin ik brak.

    De ramen overwoekeren

    de zinnen die het sprak.

    Verzwegen stiltes liggen

    naast de dichtgeslagen deuren.

     

    Ik brand mijn ogen aan het schervend glas

    dat onder achteloos bijeengeveegde tranen

    uitzicht geeft op gras en graf.

     

    Uitzicht nog op wie wij waren,

    wie ons woonde in de laatste nacht.

     

    De stenen in mijn schoot zijn

    huis geworden huis waarin ik wacht.

  • 2
    2178

    Vluchteling

    1e ronde

    Spreek zuster spreek.

    Toon mij uw uitgewoonde wonden,

    leid mij naar de tuin van uw verslagenheid,

    bind mij vast op de kleuren van uw huid.

    Draag mij door de kloof van uw verdwijning,

    laat mij rusten op het zwart van uw tong.

    Spreek zuster spreek.

    Verscheurde vragen drijven als wrakhout

    op de zee van ons geweten.

    Onschuld sijpelt door bodems van angst.

    Geraamtes spugen afgekloven warmte uit.

    Uw tranen, stuk geslagen door vingers van ijs,

    rollen van eiland naar eiland.

    Uw vluchtwater golft mij van kussen tot kust.

    Steel bloemen van weerloos verdriet uit mijn hart,

    schilder mijn wangen tot gangen door rood

    van de morgen, teken wat in ons niet vluchten wil

    tot vuurblauwe grond om op te staan.

    Huivers van liefde helen geschonden bestaan.

     

    Spreek broeder spreek.

    U staat geschreven in de nevels van mijn woorden,

    ademt in de holtes van mijn denken.

    U stamelt mijn kreten tot naamloze rafels

    in braille en bloedvol geheim.

    Spreek broeder spreek.

     

    Ik dicht u tot spreken

    omdat ik uw zwijgen niet leven kan.

  • 3
    2179

    Polderlandschap

    1e ronde

    Wonder van stilte,

    blijf zonder taal

    vrijgelaten in water

    bezongen door vogels

    in een wolkloze lucht.

    Boven wachtende wind

    zwevende zomerse

    gloed die rietkragen

    hoorbaar ademen doet.

     

    Wonder van stilte,

    blijf zonder tijd

    kabbelende golven

    waarop jouw land

    als een spiegel gedijt.

     

    Blijvend drijvend verhaal

    dat achter denken verdwijnt

    in een wonder van stilte,net als ik

    nu ik leef zonder taal.

  • 4
    2180

    Vredesmissie

    Top 1000

    Met de namen van soldaten krijten wij de stoepen wit.

    Ingeblikt vlees hangt in de lucht.

    We dekken de tafel, zijn grenzeloos gul met het schenken van bloed.

    In vreemde tekens schrijven we een daad

    voor wie het horen wil of bloemen legt.

    Wanneer is deze waanzin begonnen?

    Wie heeft de veters gestrikt van de jongens en de meisjes,

    de vlag gehesen als nevel tegen de kou?

     

    Wie heeft de harten verhangen?

     

    Met de tranen van koude kinderen drogen wij onze tong.

    Uitgebeende idealen ontkiemen in een dode zee.

     

    Struikelend over vrede brengen we

    de resten aan land om te vergeten.

    De geur van verrotting belemmerd het zicht.

     

  • 5
    2183

    Terug geboren

    Top 1000

    Dun in mijzelf aanwezig,

    monster ik aan bij het luchtruim van de tijd.

    Die mij kennen, wensen mij vaarwel,

    die mij wachten, schrijven mijn naam

    in vleeswordend water dat mij draagt

    tot ik mij bewoonbaar dichten zal.

    Ik herken het geluid van de zee;

    een taal die mij luisterend ademen doet.

    Mijn zich lichaam noemende scheepje

    dobbert in een gehavend donker

    waar naamloze meeuwen het schragen

    tot het zich bewoonbaar dichten kan.

    Ik leef naar het licht dat mij stuwt,

    mij keert in het duister dat plotseling scheurt.

    Losgerukte trossen schaven mijn boeg,

    mijn haven wordt bloedstollende storm,

    die mij in kelend schreeuwen uitspuugt;

    ik klamp mij vast aan contouren van huid

     

    en leg mij in rafelige verzen te lezen.

    Onder onwennig beslagen verhalen

    heb ik de grens van het water bereikt.

    Men heeft mij als vondeling te drogen gelegd.

    In verlaten verten klink ik nog zoals ik ben;

    dun in mijzelf aanwezig.

  • 6
    2184

    Museum

    1e ronde

    Spreek een woord dat ik versta,

    leg mij onder het glas van je zinnen.

    Laat mij je beminnen

    opdat ik niet verloren ga.

    Houw mij als een hiëroglief

    uit het steen van je gedachten.

    Maan mij in gesloten nachten;

    heb mij lief.

     

    Gedroogde fonteinen schedels van ivoor

    prehistorische refreinen koperen kwispedoor

    verdwenen woestijnen klanken van kristal

    verschoven lijnen toegedekt heelal.

     

    Laat voorbije werelden verwaaien,

    kom terug en hou me vast.

    Ik verwelkom je als eregast

    en verbied de uitgetorven haan te kraaien.

  • 7
    2185

    Door de poort van de dood

    1e ronde

    Het leven dampt nog na in mijn lijf

    wanneer de wind mij wentelt naar de sporen

    die ik achter mij nog net kan zien.

    Mijn oog vertaalt verhalen die ik

    in de aarde schreef; troebele woorden

    die ik achter mij nog net kan lezen.

    Mijn lauwe lichaam schokt

    wanneer een vreemde adem mij draait naar

    een stem die ik achter mij nog net kan horen.

    Mijn handen, mijn ogen, mijn oren

    vinden nog net vergeving

    zodat ik van je houden kan.

  • 8
    2186

    Wie

    Top 1000

    Wij tillen zwaar aan haar

    overvloedig niets, ontwijken

    zorgvuldig het wak in haar ogen.

    Klanken, tot woorden gelogen,

    verlaten een onbewoond huis.

    Wij raken verdwaald in

    nevelige ruimtes waarin

    zij zegt nog te zijn.

    Wie, vragen we om

    nog enigzins nuttig te lijken.

    Wie wil er nog koffie?

  • 9
    2187

    Nieuws

    Top 1000

    Vale hemdjes, lang geleden ademend,

    wiegen de wind, golven de grond,

    verkruimelen het bloed dat

    opgedroogd de zoompjes rafelt.

    Niemand vraagt de vlag te dragen.

    Niemand blust het asgrauwe gras.

     

    De kinderen zijn oud en kaal geworden.

    Hun uitgestoken ogen op palen gespijkerd,

    luiken naar de zon, die verdwaasd

    hun leegte traliet.

     

    In een door brand geschilderd raam

    strepen sterren verbleekte gezichten.

    Tapijten vol vergane vrolijkheid

    hangen in stille scheuren over een hek.

     

    Een verlaten voetstap geurt nog naar een dans.

    Roestige geluiden, zo langzaam en zo koud,

    dat niemand hier opnieuw geboren wordt

    om de vlag te dragen, het gras te doven.

  • 10
    2188

    Verlangen

    1e ronde

    Vertel me, als je dood bent, wanneer je

    weer geboren wordt, dan schrijf ik je een brief.

    Een brief zo helder als de nacht

    in een bloedrode inkt van een

    dageraad om in te wonen.

     

    Vertel me, wanneer je weer zult sterven,

    dan schrijf ik je een brief,

    als een gezicht, witter dan de maan,

    met ogen dieper dan de zee, gemarmerde

    aarde waar de zon nooit onder gaat.

     

    Vertel me, laat me weten, laat me, zeg me,

    schreeuw me, zeg het me, schrijf me,

    desnoods een brief, desnoods een landkaart,

    een klok, desnoods een lied.

    Vertel me dat het niet waar is. 

  • 11
    2189

    Voor de klas

    1e ronde

    In waakzame webben hangt

    haar afgedragen aanwezigheid

    rond haar roestig lichaam.

    Elk moment instortingsgevaar.

     

    Ze pakt een boek, een bril en kijkt

    naar een punt waarin ze lijkt te

    verdwijnen. Haar stem heeft iets van

    koper dat gepoetst moet worden.

     

    Niemand weet waar het heen gaat;

    geen touw aan vast te knopen.

    Haar tonijnkleurige handen krommen zich

    rond de lessenaar als was het een boei.

     

    Dubbelzijdig vastgelijmd aan de houten vloer,

    begint ze zacht te deinen als was ze de zee,

    In haar stortvloed aan woorden storm op komst. 

    Boven het water dobberen haar benen 

    als de masten van een zinkend schip. 

     

    Dan valt haar mond in een niet te stuiten gaap,

    glijden haar handen langs een onzichtbare reling,

    valt haar hoofd met een smak midden in

    een onverstaanbaar slotakkoord.

     

    Af- en weggedragen.

  • 12
    2190

    Vallende avond

    1e ronde

    Er is een druppel

    van de zon gevallen.

    Nu kleurt het water

    warm

    en de zon wordt

    rood.

  • 13
    9664

    Uitgeteld

    1e ronde

    We hebben de huizen geteld,

    het water, de maan.

    We hebben het zand geteld

    en op één hand de wolken.

    We hebben de tijd geteld,

    de namen, het brood en de wijn.

    We hebben de stilte geteld

    en zonder knipoog de zon.

    We hebben de waanzin geteld,

    de vleugels, de dorst.

    We hebben de adem geteld

    en het weerloze wachten.

     

    We hebben ons te drogen geteld

    en weten niet meer waar

    de einder begon. 

2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    7964

    Vertelling

    Top 100

    We hebben de huizen geteld,

    de muren, de maan, en op één

    hand het licht. We telden de tijd,

    de knopen aan onze jas, en op

    onze duim hoe het was. We telden de

    sneeuwvlok die niet wilde smelten, 

    de schering en inslag van de seizoenen.

    We hebben het gat in onze stiltes geteld,

    het koperen slotwoord dat niet wilde breken.

    De veters, de kruimels, de rafels aan

    onze huid, aan ons huis, aan het kind

    dat maar niet kwam. We hebben de

    sprookjes geteld en verteld alles bij

    elkaar opgeteld vielen we uitgeteld

    weer in slaap en zijn nooit meer wakker

    geworden.   

  • 2
    11046

    Een tegenbericht

    Top 100

    Vissen van glas

    hebben het stilstaande

    water verplaatst,

    een goudhaan schaduwt

    de zon en blaast de wind

    uit de bomen.

    De maan schuift in zwart

    cellofaan voor onze dromen.

     

    Even is niet meer geworden.

    Het kind blijft bij de dood,

    die het schiep.

     

    We hebben de nacht aangezegd,

    de klokken verdraaid.

    De tijd heeft zich verlegd naar

    het uiterste hoekje van onze adem;

    je naam, ongezegd.

  • 3
    11064

    Verlangen

    1e ronde

    Nog aanstonds niet nog nooit

    zong ik je naam, de weinige resten

    van wie je was; scheve klinkers

    schilferen mijn lippen.

    Nog aanstonds niet nog nooit

    heb ik je leegte gevuld,

    maar nu ik oud geworden

    naast mijzelf lig, roep ik je

    opdat nog aanstonds niet

    nog nooit

    je weer terug zult komen.

  • 4
    11086

    Blind

    1e ronde

    Laat mij leven iin de scherpte

    van water, ontmantel mij

    tot zon en breng mij terug...

    nee niet waar

    het begon, dat zou te

    gemakkellijk zijn

    in een gedicht.

    Leer mij hoorbaar zijn,

    stamelend lopen op blote voeten.

    Geef mij de tastbare tijd...

    nee niet om

    het licht te ontmoeten,

    dat zou te eenvoudig zijn

    op het eerste gezicht.

    Lees mij in rafelig braille,

    kijk mij naar binnen,

    kleur mij tot zinnen;

    geef mij het zicht op de wereld

    om te herhalen en te

    vertalen hoe in het breekbare

    donker geen schaduw beweegt.

    Veeg het glas van mijn

    gebroken ogen bijeen,

    wikkel mij

    in vergeten gebaren,

    maak mij

    zichtbaar ziende;

    laat mij vrij. 

     

  • 5
    11598

    Requiem

    1e ronde

    Nooit was het zo stil,

    zo nergens ging ik heen.

    -je vertrouwde naam als

    bevroren wasgoed aan een

    verre horizon, gezicht van

    marmer onder witte golven-

    Nooit was het zo stil.

    zo nergens ging ik heen.

    -je gestolde verhalen als

    ijsbloemen in as geworden

    water, op hun ritme zingt

    de zon een donker halleluja-

    Nooit stond ik zo bij je stil.

    Een zwerm kleine vogels vliegt op,

    in hun slagzij kan ik je horen-

    adem zonder adem, taal zonder

    stem- klank in klank alom geborgen;

    nooit was het zo stil.

  • 6
    11603

    Om te bewaren

    1e ronde

    Ik heb een laken van dauw gebreid,

    een breekbaar laken voor over je stille gebaren.

    Ik heb een sloop van ooit geschreven,

    een onleesbaar sloop voor over je adem.

    Ik heb een sprei van klei gehaakt,

    een stevige sprei voor over je vluchtige lichaam.

    Ik heb het laatste woord van je mond gekust,

    het eerste woord om je in te bewaren.

  • 7
    11620

    Ontmoeting

    1e ronde

    Totdat ik voorbij loop in de diepte van je ogen denk ik

    na over de eerste stap wat ik zal zeggen als je plotseling

    iets vraagt of misschien blijft staan en mij geluidloos

    na staart voorbij lopend in de diepte van je ogen.

    Maar het liep anders. Je zag me helemaal niet dus dacht ik

    had ik ook niet hoeven nadenken over de eerste stap en wat

    ik zou zeggen misschien toen je plotseling vroeg naar de tijd.

    Hij komt zo zei ik de tram. Stom heel stom stommer dan stom

    dacht ik gelukkig zei je en zag mij plotseling in de diepte van je

    ogen daarna nooit meer voorbij.

  • 8
    11643

    Het aangedane kind

    1e ronde

    Van zwijgen groeide ik op tot zwijgen,

    met de dood als zakdoekin de hand

    schreef ik tekens in de lucht,

    niemand zwaaide terug.

    Men zat gebogen in zichzelf en

    sprak elkaar naar de lippen die zich

    onophoudelijk vormden in een

    taal die niets te zwijgen had.

    Driftig spelde ik mijn stilte aan de wolken,

    bouwde buiten zinnen luchtkastelen,

    vaak stond ik op de brug of hing uit

    één der torens. Ik droeg mijn adem als

    banier en schreef met witte letters in de

    slotgracht hoe ik heette; overal was ik.

    Maar ze zagen mij niet omdat

    ik geleerd had te zwijgen, ook

    toen het licht werd en ik

    uiteindelijk mijn eigen stem

    kon horen.  

  • 9
    11667

    Na de aanslag

    Top 1000

    Dit dorp waar ik ben, drijft als een eiland

    op verstilde namen zonder gezicht.

    De straten zijn van veters, schoenen

    en een laatste schreeuw.

    Winkels hoeven nooit meer dicht.

    Vrouwen die hun stoep nog wilden boenen,

    hangen als verkraaide kranten

    in de resten van een geeuw.

    Gebroken schuifel ik langs kluwens

    ijzerdraad, verschroeide lappen.

    Een schrale hond loopt met me mee.

    Plotseling staan we even stil, jankend alletwee. 

    Vóór ons zit een oude man ineengedoken

    op een krat. Bewegingloss, niet dood

    maar van alle tranen zat. We zien elkaar

    en spreken niet noch zwijgen.

    Hij wijst mij op een kleine steen waar

    onder dorre twijgen een hand ligt en

    een mouw. Mijn adem stokt. De hond likt

    mijn vingers tot leven in rood verwaasde morgendauw.

2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    925

    Die ene avond

    1e ronde

    Als de kinderen zijn toegedekt,

    het vlees op het vuur te

    sudderen staat, de opbrengst

    van de tuin in potten is gewekt,

    doen de vrouwen deze avond

    vroeg de luiken dicht. Door hun

    handen gaat in 't lauwe licht 

    het gedragen goed in 't rond.

    Sokken met versleten hiel,

    de scheuren in een broek,

    hemden waar een gat in viel,

    de sleetse linnen doek.

    Ze zitten aan de keukentafel,

    tante die de hielen heelt,

    oma tornt een losgeraakte rafel,

    de meid, die heimelijk de hemden streelt.

    Ze knikken wat en kouten zacht,

    stillen hun verlangen en verdriet.

    De boerin heeft lang gewacht

    om te herstellen wat hij achterliet.

  • 2
    927

    Ter nagedachtenis aan de Friese boeren

    1e ronde

    Als ijle nomaden in witte gewaden

    zweven ze boven het web van de tijd.

    Hun gestorven stemmen raken kwijt,

    bomen bladeren door hun verhalen;

    ze stonden op scherp en kromden hun rug,

    spanden het paard voor de wagen,

    ze hebben in kleiige klompen gestaan,

    baanden hun weg door ziltzoete tranen.

    Nog ligt het water in dezelfde gracht bevroren,

    luidt dezelfde klok hetzelfde uur.

    Ibidem ben ik geboren.

    Wij sterven samen op den duur.

  • 3
    929

    Een middeleeuwse nacht

    1e ronde

    In de koelte van het donker komen fluisterend de dromen aan

    als door een kierend hout een kinderlach het sterrenlicht heeft aan gedaan.

    Boven het stilgevallen land trilt het nachtkleed van de maan.

    De geesten van het water ontwaken tussen riet en graan.

    Slaperig dansen roos en winde met het gebladerte van heg en linde.

    In een hoekje van de hemel staat heimelijk de dood op wacht.

    De torenklok zingt middernacht. Op het pad tussen de states

    zijn van de Popta's en de Thiallama's de zonen op de vuist gegaan.

    Hun schreeuwen scheurt de stilte, het vloeken matigt hun verstand.

    Bij het smeulen van de haard zit de moeder onrustig aan de slaapsteerand.

    Plots breekt een doffe dreun het fluisteren van de dromen,

    het onheil is in rasse schreden naderbij gekomen.

    Het vee schrikt op, de hond slaat aan, wild gebries der paarden.

    Geschrokken heft de vrouw het hoofd, ontsteekt de kaars die eerder was gedoofd.

    De maan licht bij maar zonder glans, de nacht is plotseling een dodendans.

    In de schemerige schuur vindt zij haar zoon, geborgen in zijn laatste uur.

  • 4
    4198

    Verjaardagsfeest

    1e ronde

    Hij gaf haar

    een face-lift

    voor haar

    verjaardag.

    Eindelijk

    een persoonlijk

    cadeau,

    dacht ze.

  • 5
    4201

    Het geheim van de oud geworden kinderen

    1e ronde

    We lopen door het steegje waar het ongemak nog huist,

    jij een beetje krom en ik die zachtjes de minuten tel.

    Uit de tijd verdwenen beelden zijn we plots en vele jaren jonger

    -moeder achter schorten vol van zweet doordrenkte valsigheden

     vader achter glas en dichtgeslibde hartelijkheid-

    We houden stil en de wacht en ruiken de geheimen,

    zorgvuldig opgesteld naast de wijzers van de klok.

    Ergens ligt nog een teken, een lied, een voorzichtig zijn met oversteken.

    Jij ziet niet meer zo helder, ik ben niet meer zo goed ter been.

    Tussen scheefgegroeide muren zou ik van oude pijn en

    weemoed willen wenen. Jij pakt mijn hand en kijkt me aan....

    voor het eerst ben jij voor mij verstaanbaar.

    Je prevelt wat en ik begrijp.