Biografie van Marco Houtschild

Nog geen profiel opgegeven.
2012
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5395

    Zandweg

    Top 1000
    Zonsopgang, september,
    met duim en wijsvinger
    springbalsemienpeulen
    tot ontploffing brengen. Ik dien me niet alleen
    van jou te verwijderen
    – ook moet ik scheiden
    van een jaar boordevol. Mijn hersenneuronen
    die het moment creëren
    en jou in die beleving
    voortdurend bijmengen. Damp slaat van velden,
    de dag baart onverhoeds
    een kloeke koe – ik moet
    de vlakte verwelkomen.
2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2679

    Anna

    Top 1000

    Je draagt een naam, Anna,

    die ik mooi vind, die me

    aanzet je gelaat te verzinnen:

    bleke huid, gouden lokken.

     

    Maar geen haar beter was je

    dan de onverdraagzamen

    die zonder het te willen weten

    eenzelfde god als jij aanbaden.

     

    Kleine halsstarrige duivelin,

    je moest terechtgesteld, ach,

    hoe oud was je eigenlijk?

    Ik geef je achter in de twintig.

     

    Hier op de Bachenwalle

    begint onze vereenzelviging,

    want ook tot mijn verbeelding

    spreekt vandaag je lot.

     

    In 1545 verdroegen de zeloten

    je schoon- en eigenzinnigheid

    niet langer, op een lentemorgen

    zag je je laatste licht.

     

    Geen briesje in de bomen

    toen ze de dekplank sloten,

    snikkend in het donker

    telde je de hamerslagen.

     

    Je hoorde hoe de grond,

    benarde, dappere Anna,

    met steeds doffere ploffen

    boven je werd dichtgespit. 

     

    Het is dat een nijvere klerk

    je naam die avond (misschien

    leefde je nog) met krullende A

    in een codex kalligrafeerde:

     

    “Anna (Tanneken) van de Velde,

    vrouw van Jan de Bucq,

    wegens ketterse gedachten

    levend te Mariakerke begraven.”

  • 2
    2681

    Naardermeer

    Top 1000

    Zonder dat ik de vogel zie

    vliegt er een schaduw door het gras.

     

    Schapen staren me schaapachtig aan,

    ganzen gaan echt in ganzenmars.

     

    Van koeienplakken op de kade

    vliegen de vliegen voor iedere pas op.

     

    Ik slalom over een erf, de perenboom

    wierp een bommenregen.

     

    Een poes heeft dood gebaard,

    likt haar wonden, klauwt als ik nader.

     

    De Onrust – met hoofdletter, want ook

    de molen hier – maalt door.

     

    Drassig land, drachtig schaap,

    een woord van weleer: modderpootjes.

     

    Dit rood van springbalsemienstengels

    is het rood van rabarber.

     

    In een bouwval groeit een zomerlinde,

    wortels kloven muren.

     

    Duizend muggen dansen in de late zon

    omhoog, omlaag, waarom?

     

    Door een fijn schervenmozaïek

    lijken droppels blaassilene op amfora’s.

     

    Als kind imponeerde ik medewandelaars

    met m’n snor van maiskolfhaar. 

    Ik vertraag langs het jaagpad,

    zit op een klaphek over de plas te kijken.

     

    Dit nu, is hoe ik je mis, in het geringste,

    in alles, tergend terloops.

2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    4986

    Aan lezer dezes

    Top 1000

    Al ben ik voor jou waarschijnlijk

    niet meer dan een glanzende passant, voor mij

    ben jij de onzichtbare aanwezige, zonder jou

    zou ik me niet kunnen laten zien.

     

    Voor jou zijn er duizend anderen, ik mis je

    nooit als je er niet bent, maar koester de gedachte

    dat je bestaat, hoe vaag wil je dat ik formuleer,

    ik bedoel, op afstand, hou ik van je.

     

    Een duistere plicht dwingt me je te veroveren,

    ik wil door jou begrepen worden, zo weet jij

    dat mijn einde en begin steeds aan de Lek liggen

    en dat ik in het echt niet tegen gapende blikken kan.

     

    Jij hebt altijd een voorsprong, want ieder woord

    dat ik aan mezelf of aan anderen wijd, wijd ik

    in eerste aanzet natuurlijk vooral aan jou, jij begint

    mij zelfs nog te lezen als ik al ten einde ben.

     

    Een diffuus beeld van je draag ik met me mee,

    het maakt niet uit op welke schoorsteenmantel

    ik dat neerzet of ik voel me er thuis, wel lijk je

    altijd jonger als je me weer verschijnt.

     

    Soms ben ik boos op mezelf, op alles en iedereen,

    maar dat ben ik nooit op jou, jij hebt meer

    dan wie ook geduld met mij, gek is dat,

    ik zou nu wel even je adem willen horen.

  • 2
    4997

    Haar werelden

    Top 1000

    Ze speelt er geen rol meer in, haar buitenwereld

    is nu ook geen ochtendritueel meer, liever zit ze

    aan het raam, zo siepelt er al genoeg dag binnen

    want ook een badende merel is de werkelijkheid.

     

    In haar binnenwereld het mijmeren boven foto’s,

    het langzame middagen achterhalen wie wie was

    tijdens een week kamperen ergens op de Veluwe

    toen ze zich ’s morgens nog wasten aan de pomp.

  • 3
    5001

    Reisgenoten

    Top 100

    We hebben vrijwel alle steden niet bezocht,

    we hebben vrijwel alle paden niet gelopen,

    we hebben vrijwel alle zeeën niet gezien.

     

    Een paar steden bezochten we samen,

    enkele paden liepen we samen,

    één zee zagen we samen.

     

    Van alle steden een paar,

    van alle paden enkele,

    van alle zeeën één.

     

    Maar samen.

2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    3690

    Met U zal ik mijn verbond oprichten

    Top 1000

    Ze voerden zwijggesprekken, om te imponeren verzon hij

    wel eens een beschouwing ergens bij, vaak klapte zij daarna

    de vaatwasmachineklep heel hard dicht, wanneer zou gvd

    die zalige toekomstmuziek nu eindelijk eens gaan schallen?

     

    Als het al niet lukte om de vorken bij de vorken en de lepels

    bij de lepels, hoe dan de koosnamen die ze op uren lopen

    hadden weggeparkeerd ooit nog terug te vinden? Het bestaan

    als één lange bijnadoodervaring, schriele afstammelingen

     

    in regelrechte lijn van dat ene paar pechvogels in Noachs ark.

  • 2
    3694

    Bijvangst

    Top 1000

    Ik ben een vroegwijze laatbloeier

    die er aardigheid in schept

    soms de werkelijkheid te stremmen.

     

    Die bijvoorbeeld op een bergpas

    zo’n semi-doordenkerige haiku schrijft:

    ‘Regendruppel kiest

    het dal vanwaar we kwamen

    niet waarheen we gaan’.

     

    Of aan haar vraagt ‘Vind je dit staan?’

    en dan in z’n hoofd noteert: begreep ik mezelf

    maar net zo goed als zij me begrijpt,

    dan zou ik altijd weten wat ik aan moet.

     

    Het is kortom een soort van vissen:

    wachten tot je beet hebt.

     

    Of nee – weten dat de wereld bijt

    en daarvan dan

    z.s.m. kond (moeten) doen.

  • 3
    3699

    Writer’s block

    Top 1000

    Hij schrijft wel tachtig versies

    van de eerste zin, maar

    vindt er geen een goed genoeg.

     

    Daarna wil in het middendeel

    een prachtmetafoor

    ook na veel gepruts niet passen.

     

    Zoiets ontmoedigt, dus is het

    met looden schoenen

    dat ie zich aan de slotregel zet.

  • 4
    3702

    Zingevingsbehoefte

    Top 1000

    Terwijl de verdiepingen van de wolkenkrabber

    waar we vanaf onze geboorte vanaf vallen

    in een ooghoek en oogwenk voorbij razen

     

    speuren we koortsachtig de grafstenen tegels

    van het ons toesnellende trottoir af

    op zoek naar een vindersloon

     

    desnoods zo’n portemonnee

    aan een klunzig weggewerkt touwtje.

  • 5
    3708

    Zoal niet

    Top 1000

    Wat je nu zoal niet meemaakt:

    je ziet niet hoe de kauwen

    uit de boomgaard opvliegen,

    je ruikt de weeë walm

    van het fluitenkruid niet,

    je hoort geen pesterige grapjes

    en je krijgt geen natte kont

    omdat je niet naast me zit.

2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    1736

    Steken

    Top 1000
    Dit is wat er nu gebeurt:
    in de voor jou onzichtbare verte
    regent het.
     
    Op tv blaast iemand
    het stof van een archiefdoos
    met foto’s en verhalen van voorzaten.
     
    Ik lijk zelf van tijd geworden,
    telkens als ik je schrijf
    blijft het papier leeg.
     
    Enkele woorden
    zijn voor altijd belast en er is
    onbeluisterbare muziek ontstaan.
     
    Je stem is niet kwijt,
    maar onoproepbaar
    in diepten ingeklonken.
     
    Ik zag een sloot
    met een kleed van bloesemblaadjes,
    het leek een uitgerolde loper.
  • 2
    1737

    Feiten

    Top 1000
    Je was spichtig, je hield van vers
    gerooide bossen en van holle wegen,
    je krullende handschrift maakte
    mandala’s van ansichtkaarten,
    anno 2016 zocht je Hundertwasser
    bij het op de radio ter sprake komen
    nog op in je Grote Winkler Prins,
    fietsen vond je voortdurend vertrouwen
    in een goede afloop houden en je
    noemde leven een losmaakoefening
    voor de eeuwigheid – wijd aan mij
    geen pompeuze poëzie, zei je,
    verstrek hooguit een paar feiten.
  • 3
    1740

    Alentejo

    Top 1000
    Om de stilte
    van de montados
    te beklemtonen
    kwetteren iedere ochtend
    duizend vogels
    dat het een lust heeft.
     
    Om de groenheid
    van de boomgaard
    te accentueren
    heeft een pointillist
    met losse hand
    sinaasappels gestipt.
     
    Om je van de woestheid
    van de branding te overtuigen
    walst de zee
    dampend, daverend
    tot het einde der tijden
    tegen het strand aan.
     
    Om de weidsheid
    van de vlakte te bevatten
    staat er in het midden
    één eik
    om vanaf of naartoe
    te kunnen lopen.
  • 4
    1744

    Ouverture

    Top 1000
    Nog maar net buiten en nu al
    een verhaal om mee thuis te komen: een sloot
    waar je over de krabbenscheer en gele-
    plompbladeren kunt lopen, vol glanzende
    luid een ouverture kwakende kikkers
    en boven dit alles, vermomd als stapelwolk,
    Beethoven die met een uitwaaiende haardos
    vaderlijk glimlachend toekijkt.
  • 5
    1749

    Tijdzang

    Top 1000
    Het verleden ligt er rafelkantig bij:
    het ooit zo goedbedoelde ‘hier-is-de-wereld-alsjeblieft’
    tot restwaarde afgeschreven in bundels met ezelsoren
    of nagelaten na te laten zoals
    mijn ooit voorgenomen Ode Aan Parkbankjes.
     
    Het heden bestaat slechts
    voor de gokverslaafde verspelers ervan,
    een roulettetafel vol verzilverbare kansen, gedekt
    met een incompleet servies waardoor de een
    soep uit een kom en de ander uit een bord lepelt.
     
    De toekomst is aan de schilder
    die een verffabrikant voor de rechter wil dagen
    omdat op zijn wandvullende doek van een oceaangolf
    die in heiigheid en mist op ons komt afgerold
    de verf maar niet uitharden wil.