Biografie van Marien de Bruijn

Is geboren in 1958. Opgeleid als psycholoog. Werkt als kwaliteitsfunctionaris in de geestelijke gezondheidszorg. Wonende in Utrecht. Heeft zijn eerste roman getiteld 'Met zijn grote gonzende hoofd' in 2015 gepubliceerd.
2012
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    789

    Zomer 1

    Top 1000
    en zo zijn we in het andere seizoen
    wanneer de gieren schreeuwen
    en insecten zoemen
    het schaap geslacht wordt
    voor begerige ogen
    de tuinen gloeien
    in schemerdonker
    waar drank druipt
    maar de honger niet stilt
    het amechtig zwijgen er
    heviger van wordt
    het zwoele hol
    een ontleedtafel
    het lichaam dampt
    maar ligt daar als verloren
    de druppels dralen
    het kussen vochtig
    de enige verkoeling
    diep in de nacht
    wanneer licht zich aandient
    een zucht door het raam
    de wekker staart
    en naast je
    de wereldwijsheid
    nu tot zwijgen gebracht
    in stationair gedreun
  • 2
    791

    Meisje

    Top 1000
    de wereld in je ogen
    booghaar, grensneus
    de zwarte sprieten
    zacht snordons
    het wilde universum
    van je sproeten
    vlek en olie

    het beweegt zich
    soepel onder
    je huid
    niet afgetekend
    niet opbollend
    autarkisch
    niet mechanisch

    zelfreinigend, getint
    bruinogig meisje
    de planten zijn je
    welgezind
    het wuift je toe
    lieveheersbeestjes
    neuken op je been
    een bromhommel bezoekt
    je haardos dus
    je zonnebril als baken
    gel als geurvaan
2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    3016

    Oom

    Top 100

    er knettert een eenzame

    brommer op de dijk

    het is mijn oom die

    terugkomt van zijn feest

    de meisjes zijn

    meer uitgelaten

    in het dorp verderop

     

    ik wacht

    gespannen op hem

    ik deel zijn kamer

    zie het lichtschijnsel

    tegen het plafond

     

    toen hij wegging

    schreeuwde hij

    tegen zijn moeder

    dat hij ging zuipen

    en zoenen

     

    en oma schreeuwde

    dat hij stil moest zijn

    voor die kleine jongen

    als hij terugkwam

     

    natuurlijk, maar zij

    moest weten:

    een beetje dansen

    kon geen kwaad

    hij had per slot

    de week gewerkt

     

    nu snurkt hij

    en slaap ik niet

    ik hoor nog steeds

    die eenzame brommer

    op de dijk

2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    3454

    Lied voor John B.

    Top 1000

    hoe je me binnenhaalde

    de kersenboom liet zien

    in jullie tuin in de zomer

    later emmers vol bracht

    voor mijn moeder

    voor op de vlaai

     

    hoe je me uitdaagde te klimmen

    je grote broers er al joelend inzaten

    jij tot de eerste tak kwam

    ik wanhopig grijpend aan de stam

    Ventje en Dikkie veel hoger al

    de benjamin was jij

     

    hoe je vader - die stille man

    liet zien hoe hij zijn vogels voerde

    uitlegde welke de putters waren

    hoe belangrijk het verse groen

    dat ik in de volière mocht staan

    en jij trots en in de wolken

     

    hoe hij bedachtzaam aquaria reinigde

    de planten en vissen

    in kleine kommen overdeed

    en overal in de kamer zette

    het glas gereinigd

    het grind vervangen

    een lange zomermiddag

     

    hoe je moeder in de bijkeuken

    zelfgemaakte loempia’s bakte

    en aan ons serveerde op je feest

    zwijgend en glimlachend

    er was nog één ander vriendje

    zijn naam ben ik vergeten

     

    hoe we plaatjes draaiden

    met een wisselaar

    zestiger jaren hits

    en Ventje hooghartig naar ons keek

    zijn scherpe neus, zijn toegeknepen ogen

    maar een glimlach niet verborg

     

    hoe Dikkie met zijn soldatenkistjes

    per ongeluk op Jacob ging staan

    hoe de huiskanarie kraakte

    en jullie allemaal in tranen waren

    een niet eerder gehoorde stilte

     

    hoe hij een tik kreeg van je vader

    die hem een lompe boer noemde

    hoe er daarna weer die stilte was

    alleen je moeder huilde niet

    verlegen ging ik naar huis

     

    hoe ik toen je vriend was

    bij je aanbelde, met je naar school liep

    ik liep met je naar school

    altijd alleen met jou

    hoe niemand met je wilde spelen

    hoe je me binnenhaalde