Top 100 2016

  • Nr.
    Titel
    Auteur
    Tekst
  • 1
    5134

    Legenda (1e prijs)

    Een lijn op papier is een grens tussen twee vlakken
    Een golvende lijn betekent dat de grens beweegt

    Twee golvende lijnen onder elkaar zijn water

    Mijn vingertoppen maken afdrukken op alles wat ik aanraak
    Elke vinger heeft een eigen patroon als hoogtelijnen op een plattegrond
    Ik laat een spoor achter op de tafel, de potloden, mijn glas

    In de bergen is de horizon een golvende lijn

    Staand op een berg ben ik onderdeel van die lijn
    Ik pak de bovenste steen op en verander de horizon

    De steen is een bergtop die in mijn handpalm past

    Een bergtop die ik in het dal gooi
  • 2
    8936

    * (2e prijs)

    Laurine Verweijen
    Een meisje komt erachter dat haar bewegingen bestaan.
    Dat als zij haar knie buigt, er een buigende knie in de wereld is.
    Dat haar uitgestoken hand wordt gesignaleerd, aanvaard.
     
    Hiermee wordt het meisje vrouw. Ze haalt een extra lapje
    vlees in huis en begint te koken. Iemand schuift aan.
     
    Iemand schuift op
    wanneer de vrouw erachter komt dat ook haar woorden
    worden gesignaleerd, aanvaard.
     
    Als iemand weigert te aanvaarden,
    buigt zij haar knie.
     
    Soms buigt ze haar knie, die steeds stijver wordt.
    Soms bedenkt ze wie haar uitgestoken hand signaleert, aanvaardt.
  • 3
    1239

    Groeizucht (3e prijs)

    Bernadette Stom

    God heeft een nieuwe ziekte uitgevonden op een terugkomdag.
    Binnen een etmaal worden al je haren tachtig centimeter langer
    uit je tepelhoven groeien droogboeketten en je botten stulpen
    uit als gemberwortels in de herfst.
     
    Er zijn drie patiënten in de Lelystadse Donaustraat gesignaleerd.
    Ze groeien in hun zelfgesneden spijkerjurken dagelijks hun huizen
    uit en hebben hun parkeerplaats overhuifd met lichtdoorlatend zeil.
     
    Dat raakt me: die Donaustraat, daar heb ik ook gewoond
    waar de bloemen van hun stelen vielen
    voor ze waren afgerekend
    en de flarden huis-aan-huisblad door de goten vlogen.
    Een ordentelijke krant las men er niet.
     
    In deze straat dus leeft een trio aan wie ieder zich vergaapt.
    Een buurvrouw zegt op de tv: Tilly was een dooie, maar sinds
    haar ziekte lach ik me een ongeluk met haar.
     
     
  • 4
    8698

    *

    Petra Jaminon






    door de dampende straten
    van de verlaten stad lopen

    de ene onthoofd en bloot
    de andere borstloos
    de derde
     
    ze zeggen van haar
    dat het doden van slangen
    haar voornaam is
     
    niet goed genoeg
    voor deze aarde
     
    door hun moeder weggegooid
    achteloos achterover
  • 5
    6655

    *

    Marthe
      
    Het hert staat onder een stolp
    soms laten wij lucht naar binnen
     
    het hert leest geen kranten meer
    maar als hij de ogen sluit ziet hij
    gesluierde vrouwen
    krijsend met stokken slaan
     
    hun zonen stichten legerplaatsen
    en geen gezinnen meer
     
    het hert buigt zijn hoofd
    en likt het zout van de bodem
  • 6
    6464

    *

    Dorien Couton
    (Los!)

    De boeken stapelt hij op 
    tot een huis, kaarsen
    worden ramen. Zijn vrouw

    (Af!)

    verdubbelt in een spiegelpaleis. 
    Ze wikkelt zich in zijn lange jas, 
    loopt in zijn schoenen

    (Zit!)

    de straat op. Het geslok
    houdt haar aan de stenen, 
    er zitten acht maten tussen hen in. 

    (Lig!)

    Wat heeft zij nog gedaan? Hij
    voelt de koude aan zijn tenen
    en springt touw met de strop.

    (Speel dood!)

    Hij is nu hout, weet niet of het
    een ark is of een kist. De riolen slikken
    wat ze kunnen. Maar zij zijn ontelbaar, 

    vinden geen grond.
  • 7
    1352

    *

    Afke Helena
    Je zet het bekertje koffie voor me neer
    ik ontwijk je blik en wou dat ik rookte,
    teken twee jonge honden
    en een man met vlinderdas
    twee voeten op sokken
    twee benen onder een tafel,
    breng dan in het servetje duizend scheuren aan.
    Terwijl jij ondertussen 
    een boterham met pindakaas
    uit een plastic zakje haalt
    naar mijn woorden hapt
    met je tanden door het brood heen gaat
    een hap vermaalt,
    moet ik even slikken
    leg de witte vlokken in rijen op het tafelblad
    veeg de snippers weer bijeen
    en laat de koffie de koffie.
  • 8
    9557

    *

    J. V. Neylen
    Het glanst als ronde, hete muntstukken: dat jongenshart,
    het holt zijn liefde tegemoet. Zij staat flauw gebold,
    haar rug hol, naar de toekomst gericht.

    Een vrouw kust zichzelf tot gloed,
    een paspop grijnst haar toe —
    voor haar is een winkelruit zijn afstand kwijt.

    En jij, met je faraohanden, hoe bol werd de wereld
    toen een schaterlach van een fietspad gleed,
    recht in de kom van je handen.

    Om te bewaren zo hol een klank.
    Dit ballonnengeluk: microscopisch
    en als in een tent verstikkend.

    Zelfs de rokken blazen bol van geluk.
  • 9
    8567

    *

    Onze straat krimpt als een vaatvernauwing, iedere ochtend
    wonen we dichter bij elkaar. Vonkjes vallen
    op het asfalt, je hand een sigaret uit het raam. In iedere hoek

    een vreemdeling; als je te veel spijkers in de muur slaat,
    passen de foto’s niet meer. Mijn moeder durft
    de telefoon niet op te hangen, bang

    dat de stilte wortel schiet. De maan tekent gebouwen
    op het fietspad. Het bed verstopt verbrande dromen
    over glimmende glijbanen in nieuwbouwwijken.
  • 10
    9446

    *


    Ik wist niet eerder dat ik mij op puurheid
    had kunnen beroepen, ik wist niet dat de
    overgang zo pijnloos was.

    Ik heb het gewond gemaakt,
    het ligt nu in een hoekje te wachten op haar tijd; ze ademt traag.
    Ik heb haar leven langzaam ontnomen,
    opdat ik misschien toch tot inkeer kwam,
    zodat ik de spijt kon tegemoet komen.
    Ik wil haar nog zo graag eens aaien
    maar ze moet me niet meer,
    ik proef haar nog op mijn tong terwijl ik de messen slijp.
    “Probeer zacht te blijven,” hoor ik van zeggen; ik neurie een lijflied van de vrije geest.
    Ik sta lang voor het raam van over de velden waar de stemmen jagen
    en hoop een glimp van mijn nieuwe totemdier te vangen.
    Ik stel me voor hoe we naar elkaar kijken en aan de dans beginnen van het evenbeeld.

    Ik fiets de route van mijn jeugd ’s nachts, mijn lievelingsnatuur is leegte.
    Geen gevaar (spijt), hoogstens een blaadje of een kreetje.

    Uit het leven / in het leven.
    Eén keer mogen / slecht wezen.

    Ik wist niet eerder dat ik mij op puurheid
    had kunnen beroepen, ik wist niet dat de
    overgang zo pijnloos was. 
  • 11
    1677

    1997

    Bert Huyghe
    oeverriet langs lang water markeerde de eindgrens van dat van ons
    en vormde een speelveld voor menig ingebeelde zomer
    in de oude kamers holde ik mijn jaren voorbij
    over oneven tegels vol sporen van slepende deuren
    nu moet je weten dat wij op zondag vaak de haard aanhadden
    vlees aten bij elke maaltijd en naar veldrijden keken
    vergeefs probeer ik me die dingen te herinneren zoals ik ze vergat
    toen onze straat nog in het midden van het dorp lag
    en dat dorp in het midden van al de rest
    hoe de bomen zich in groen hulden
    en wuivend op de lijn van mijn kijken de dag afsloten
    hoe elk jaar uiteindelijk terugkeerde als zichzelf
    en mijn broer en mijn zus, en mijn moeder en mijn vader
    in de zetels zaten, op hun vaste plaatsen
  • 12
    8899

    Afscheid van niemand

    Nelleke den Boer

    Ik heb her en der wat deuren geaaid,
    ramen aangestaard, iets gemompeld
    bij de roos in de tuin;
    te slap voor woorden.
     
    Wat ik eigenlijk wil is muren omhelzen,
    stenen kussen, hoe doe je dat
    waar laat je bijvoorbeeld het zacht
    van je armen, hoe mijn lippen
    moet ik ze op het ruwe drukken
    tot bloedens openhalen
    met mijn tong
    het cement uit de voegen wroeten
    bij het loslaten nagels en huid scheuren
    en dan zo gehavend
    vertrekken

    zonder publiek.
  • 13
    7353

    Airco

    Ook onze steden zijn oorlogsgezind:
    alles moet weg of opengereten.
    Wat nu slechts steengruis is, werd ooit bemind.
    De minnaars zijn al lang vergeten.

    Hun kinderen lopen verloren vooruit.
    Ze graven een hart op, dat ze fileren.
    Ze kauwen en slikken. Ze braken het uit.
    Zoveel verleden valt niet te verteren.

    In een web van ijzer en steen bonkt hard
    het hart. Uitgespuwd, maar niet vergeten,
    wie erin schreef en die taal heeft ontward:
    wie zich aan liefde heeft volgevreten.

    Zelfs wanneer alles zich heeft gereset,
    zal het hart nog kloppen in dit sonnet.
  • 14
    4320

    Aldus de misantroop

    Hinke Brinkman
    Ik heb een hekel aan je haar                               
    je hebt geen volle bos, nou ja
     
    Jouw handen, samen met dat net
    niet vintage-achtige bloesje
     
    Je gespannen buik en die riem
    vlezige kreukels in je broek
     
    Aan jou erger ik me het meest
    misschien omdat ik je herken
     
    God, waarom doe jij je ogen
    altijd dicht als je weer iets zegt?
     
    Weer die saaie anekdote
    weer files, gezucht en de hond.
     
    Praat niet meer van boodschap
    slappe koffie, of politiek geklets.
     
    Draag toch in hemelsnaam
    niet elke dag, die rafelige huid.

    Houd je mond dicht, het stinkt
    en alsjeblieft geen nasaal geluid.

    Ik verwerp jouw sjofele kleding
    en fantaseer je een bloot lijf
     
    Het is volstrekt onuitstaanbaar
    hoe ik je irritantheid verdraag
     
    Mijn mensenhaat ontwijkt jou,
    jou zie ik gewoon heel graag.
  • 15
    5149

    ALLES HOEFT NIET VEEL TE ZIJN

    Bert Mebius

    Natuurlijk wil je fietsers die daar niet horen
    te fietsen van de stoep af meppen, ze koud
    uit huis de warmte van je hand laten voelen,
    hun dagpad effenen. Dat is liefde,
     
    ook dat is liefde.
    Je doet wat je kunt.
     
    Maar die immer inschikkelijke chemisch-analist,
    zijn leven lang ternauwernood ontkomend aan een wisse zeggingsdood
     
    ( haat haat haat vergarend )?
     
    En die krijsende onderwijzeres, die kinderlevens
    lang om aandacht jankende en krijsende invalkracht?
     
    Je pakte een hamer en zuiverde hun hoofd.
     
    Waarna het liefde stormde?
  • 16
    9518

    Als ik mij dan toch moet laten kennen

    maria louridtz

    Als ik mij dan toch moet laten kennen
    schrijven waar mijn leven over ging
    mijn moeder dood, mijn zusje zo
    snel al weg terwijl ik
     
    Ik alleen, stoer ook met
    lang gebreide roze sjaal,
    mij hullend in, verschuilend
    achter,   achterbleef
     
    Dan graag een loflied op de gekte
    op de kronkelpaden
    in de mind van mij en mijn geliefden
     
    Wij reizen langs modderige stromen en regenbogen
    chaos makend van wat overzichtelijk leek
    leggen verbanden tussen onze geschramde zielen
    en de verwoesting van Arcadië
    of het weerbericht van één uur.
     
    En ik, ik zet al die gekheid op een stokje
    nu wel
  • 17
    1924

    Autorit

    Stefanie Korlaar
    Terwijl we praten smelt ik,
    mijn lichaam glijdt tussen de stoelen
    in een vrolijke kleurenplas,
    die langzaam intrekt in het vloermatje.

    En ik verlies mijzelf in druppels
    die een weg vinden langs de dorpel
    en een, 80 kilometer per uur,
    spetterpatroon maken op de snelweg.

    Forensisch experts gaan zich buigen
    over de vormen en kleuren,
    ze reconstrueren met stijgende verbazing
    een paarse winterjas en bruine ogen,
    een spijkerbroek en een gebroken hart.
    Maar jij praat en praat en praat en
    kijkt naar mijn handen die het stuur vasthouden,
    je ziet niet dat ik allang verloren ben.
  • 18
    1658

    balkonevolutie van wandelende blaadjes

    1: mannen die uit principe niet op karpers vissen
    2: die buren hebben die lauw water uit blauwgeverfde flessen drinken omdat dat zen is
    3a: met moeders die zelfgemaakte oorkaarsen verkopen
    oorkaarsen moeten dood

    het verschil tussen wandelende takken en wandelende blaadjes

    eerst hoe handdoeken in de wind stuiptrekken
    zon priem ons priem onze vochtigste plekken
    ik had vroeger een bikini van badstof
    elke zomer bleker van het chloor. Met van die touwtjes aan de zijkant
    die mijn moeder maar bleef strikken. Badstof is een verneukeratieve naam voor iets
    waar je niet mee kan zwemmen. Droogstof, dat zou logisch zijn ik hoor het je haast zeggen


    schelpen door een ruwe zee glad zien schuren, dan heb je het over miljoenen jaren
    daar word je niet zen door, alleen maar klein van, #jesuisunzandkorreltje, etc.
    hou het vandaag bij groeiend gras, blauwgeverfd glas en rafelende bikinitouwtjes
    sowieso die handdoeken en wat betreft die man die niet op karpers zou kunnen vissen
    (al zouden ze hem dwingen!)
    zolang hij je maar geen oorkaarsen voor je verjaardag geeft

    en het verschil tussen wandelende takken en wandelende blaadjes
    dat ze niet samen kunnen, al zou je dat wel denken
    ze zouden een hele boom bouwen maar in plaats daarvan
    vreten ze elkaar aan

    ik heb vandaag gelezen dat een zilvervisje wel acht jaar oud kan worden
    weet je nog dat wij die hadden in de keuken van dat muffe vakantiehuisje
    van je ouders waar we elkaar toen tot buiten het seizoen
    - omdat ik tenslotte maar één keer dertig werd
    Cheech & Chong op de video keken en je vader telkens belde of je nog karpers had gevangen
    wat is nou echt zen
    dat onze bladerende lippen voor altijd op elkaar wilden schrijven
    of dat je kan zijn overleefd door zilvervisjes die je per ongeluk expres liet lopen

    - je wordt tenslotte maar één keer 35, stond in de oorkaars zijn berichtje - zie je hij vreet me nu al aan
    hij lijkt horizontaal vast nog meer op een wandelende tak
    het mag van mij het hele weekend waaien
    en zien hoeveel wassen ik kan draaien

    voorlopig beslis ik niets
  • 19
    4608

    Beeld zonder harnas

    Nu je je gelovig harnas hebt afgeworpen,
    staat er een wel heel merkwaardig beeld voor me.

    Zo is je linkerborst een klein beetje,
    maar toch duidelijk, groter dan de rechter.
    Wil je daarmee je moedergevoelens tonen?
    Aan de ene kant wel, aan de andere niet.

    Of heeft je schepper niet op zitten letten?
    Een ongeduldige persoonlijkheid moet dat sowieso zijn geweest.
    Bovenaan begonnen en bij de benen alweer denkend,
    aan een nieuw, misschien wel nog devoter beeld.

    Er had ook best wat af gemogen.
    Al val je zo minder snel om
    en kan ik je dus gerust op een voetstuk plaatsen,
    zonder dat je er bij ieder zuchtje wind vanaf dondert.

    Mij zou de mogelijkheid ontnomen worden
    je beeld wat dichter te naderen, en je,
    met de mantel der liefde te bedekken,
    nu je je gelovig harnas hebt afgeworpen.
  • 20
    1756

    Biecht van een negenjarige

    Joop Alleblas
    Met knikkende knieën struikelen
    over je dagelijkse zonden
    die je van de meester uit je hoofd moest leren
     
    Ongehoorzaam geweest, kinderen gepest
    snoepjes gestolen, zusje uitgescholden
    slechte gedachten gehad, gelogen
    geschopt, aan haren getrokken
    onbeleefd geweest en onkuisheid begeerd
    jegens mij zelve
     
    Begeerd of begaan…?
    Begeerd…!
     
    Dat wij spijt hebben van onze zonden
    en mogen leren van onze fouten
     
    Als penitentie zes weesgegroeten
    en zes onzevaders godvruchtig bidden
    in de lage bankjes van de zijbeuk
     
    Bij het verlaten van de kerk steeds weer
    het ongemakkelijk gevoel over het verschil
    tussen begeerde en begane onkuisheid
  • 21
    4162

    BIGBANGE FEITEN

    Bart Vonck
    Kan het ook later iets met je worden, ik bedoel kan er
    later iets tussen ons, kan mos groeien, bosplanten,
    algen, walging die op walvissen jaagt en met die lever-
    traan komen we er toch achter of het tussen ons iets
    kan, worden we tot op walvishoogte opgetild, dat er
    zich tussen ons iets voordoet als de big bang, de alle-
    daagse sleur oerknal, met emoties sleutelen hoe hache-
    lijk ook, en jij lijkt mij toch niet de beste monteur, in je

    werkplaats, waar het gebeurt, ben ik nog nooit geweest.
    Hoe je daar het vuur uitvindt, in me blaast tot ik rood
    word, gloeiend, opgejaagd naar ijzer, aantrekking voel,
    om je kilte te breken maar onmogelijk met mijn handen.
    Soms is de liefde een gewoonte die moet overgaan, men
    blijft als een klimaatsverandering bij elkaar, wat doe je
    eraan: de wereld werd opgewarmd, er kwamen eerste
    dagen, van verliefde, rode kaken luttele jaren (drie, naar

    men zegt), en daarna zien we opeens het gat in de ozon-
    laag. Liefde is te veel uitwaseming, misschien? De schade-
    lijke stoffen komen vanzelf opborrelen, uit de frictie van
    twee lichamen, lijven, die zich almaar verder en van elkaar
    verwijderen, elkaar sporadisch genaken, elkaar nog even
    vervullen, vervuilen. Je mag alle zonnepanelen installeren
    die je wilt, of windturbines: de energie blijft ontoereikend
    ontbreken, we ontberen aan elkaar, en alles vertraagt tot

    totale stilstand, zelfs recycleren. Ten slotte hoor je ergens
    een ontploffing, maar waar? Je weet het niet eens, al klinkt
    het zeer nabij, de zon gaat onder, voorgoed, een vulkaan is
    uitgebarsten, een tsunami behoort tot de mogelijkheden
    maar ook bedrog, een ander, een derde waar er al geen
    twee meer zijn. Je voelt iets aankomen, maar vóór je het
    weet is het game over, over & out, door merg en been in
    de kern besmet en omvergeblazen, heel ver weggeblazen.
  • 22
    1727

    BINNENWERELD

    De deur sloeg met een klap achter me dicht. Omdat ik
    door het raam geen kamer zie, woon ik sindsdien op het balkon.
     
    Er zeilen meeuwen door mijn huis. Ik nam wel duizend keer
    de deurklink in m’n hand, maar drukte nooit de twijfel neer.
     
    Ver onder me zie ik het mierenvolk dat nijver gevels bouwt
    waarachter iedereen de vloer belegt met laminaat,
     
    zich warmt aan de moederhaard, zich aan een beeldscherm
    heeft  gehecht dat hen de wereld toont en vrienden maakt.
     
    Ik vraag me af:  wie hing de wolken in m’n huis?
    En is er iemand thuis die op me wacht?
     
    Er is geen vloer meer, geen plafond. Dit zou de hemel kunnen zijn.
    De zon schijnt op m’n rug. Binnen valt mijn schaduw naar beneden.
  • 23
    6455

    Brontekst

    als kind sprak ik zelden voor mijn beurt. Mijn lengte bedroeg die van een flinke cactus
    en echt populair was ik niet. Ik taalde naar aandacht als een vogel naar een fiets
    en ik had wel een naam maar hem spellen kon ik niet
     
    hoe woorden vielen diende geen belang, het ging om de manier waarop ze landden.
    Recht in onze monden waar ze tijdelijk verbleven, als gekeelde parasieten,
    altijd klaar om uit te vliegen
     
    wat waren we minder dan we nu geworden zijn, wat bogen we mee als gladde straten,
    probleemloos strooiend met citaten, de waarde van een kader
    deed voor ons nog niet ter zake
     
    we groeiden op, leerden met twee woorden spreken en begonnen naar de draai-
    boeken te leven. We hadden toen niet door dat van de zijkant af gezien,
    een draaiboek niet meer dan een lichtblauwe streep is
     
    zo’n streep was ook jij toen je moeder verbijsterd de bevestiging van je bestaan bekeek.
    Ik zeg dit omdat ik niet beter weet, dan te zoeken naar woorden om dit te vertalen
    (je hebt wel een naam, maar je weet niet hoe je heet)
     
    hoe misplaatst het is
    om hardop te zeggen
    dat iets klinkt om stil van te worden
  • 24
    977

    Corpus Christi

    We eten het lichaam van Christus
    drinken elkaars bloed en schenken
    wijwater in plastic bekers.

    In door glasramen gefilterd licht
    vouwen we onze handen
    voor een rijk dat nooit zal komen.

    's Nachts aanbidden we
    gevallen engelen in neonlicht.
  • 25
    6157

    Correspondentie

    anton huisman
     
    Nu tuimelen we de zomer in. 
    Mijn brieven drijven als ijsschotsen
    achter jouw deur.
    Woorden worden niet langer binnen gezet
    vullen zich met regen,
    wachten zwijgend als een badplaats in november
    op het nieuwe seizoen.

    Ik heb je nog even achterna bemind
    zoals een kind meerent met de trein.
    Alles wat ik sindsdien schreef
    moest ver onder de kostprijs weg.
    Met doorgedraaide taal kwam ik thuis.

    En toen heb ik de natte woorden zolang maar te drogen gehangen
  • 26
    4792

    dat de pijnmedicatie is verhoogd


    dat de pijnmedicatie is verhoogd vanwege necrotisch

    weefsel op haar hielen hang je op en google je open

    wonden dat ze je moeder is en dat je bij haar zou

    moeten zijn dan zou je het vloeipapier van haar huid

    strelen en door de haarscheuren zien wat ze zelf is

    vergeten dan zou je je hand naar binnen steken met

    haar botten spelen omdat ze je moeder is en warm

    zou moeten zijn
  • 27
    6039

    Dat voelde iedereen al aan, behalve ik

    Frituren op een kinderdagverblijf valt af te raden:
    krokant is niet altijd een pre,
    ontvellen doet men bij voorkeur
    en uitsluitend met tomaten.
     
    Toch ging ik met je mee
    -vanzelf- naar bed,  ik rekende op beesten
    en ontbijt al was het maar een glaasje sap
    of koffie uit zo’n glimmend-bruine pad
    (die ik nooit open krijg maar niet wil laten blijken;
    ik drink het dan maar koud en onverdund,
    want minder bitter dan de schaamte
    van onnozelheid).

    Je vroeg mijn naam
    en tekende mijn initialen
    op mijn rug.
     
    Men vond mij liggend
    met verbaasde ogen
    tussen gesloten koffiepads.
  • 28
    2969

    De dag dat ik vloeibaar werd

    Bob Vanden Broeck
    Een man vervangt mijn bed
    door een blikje Jupiler, hakt
    met botinnen in mijn steenrijk.
     
    Mama propt nog fotoalbums
    in een blauwe zak. Er ontstaan
    plooien in het herinneren.
     
    ‘Als je het verleden goed stapelt
    heb je op het einde nog plaats over.’
     
    Hoe ik naar boven loop, het raam open,
    en hoe ik niet meer kan zeggen waar ons huis
    eindigt en waar mijn huid begint.
     
    Er groeit onkruid in mijn liezen,
    een spin weeft een draad
    tussen de dakgoot en mijn long.
    In het gras vloeit groen de vijver.
     
    Ons huis wordt als een ezelsoor
    om de hoek van de straat gevouwen.
  • 29
    5540

    de kamer is veranderd

    tet koffeman
    naarmate je ouder wordt
    krijg je steeds minder
    haast zo lijkt het
     
    het wippen op je tenen
    het zoekend kijken of het
    ergens anders minder dit
    of meer dat is
     
    je lijf sprinkhaan af
    meer poema nu
    past beter in de luie stoel
    die eerder te veel ruimte
     
    stond te zijn
    te wachten
    op de vertraging
     
    de kamer is veranderd
    zeg je
    of ben ik weer gegroeid
     
    je pakte deze
    week zelfs een boek
    en ging er in lezen
  • 30
    4567

    de klauwen van de hi-fi man

    zoals afbeeldingen in grotten
    vingerafdrukken in een systeem

    daarom maken we het aardewerk schoon
    in het archeologisch instituut

    om onze sporen niet achter te laten

               in het laboratorium staan er stereoscopen
               hemelwijze wakers met een klare blik

               infrarode keuzes
               zoemen dwars

               door vluchtige wandelgangen

    wij manoeuvreren langs planeten
    wij staan bekend als tuimelaars

    in onbeduimelde tapijten

    als het zonlicht juist staat
    en alles kostbaar lijkt
  • 31
    6234

    De kracht van eenvoud

    Ik doe onderzoek naar de dubbele tong. De dubbele tong –
    haar oorzaak, haar werking en haar gevolgen. Ter wille van
    het onderzoek drink ik langzaam een fles ABSOLUT leeg.
    De chemische samenstelling van mijn brein dat toch al meer
    naar chaos neigt dan naar structuur, verandert daardoor nog
    eens dramatisch. Ik zie dubbel – de fles wodka, het glaasje,
    de tafel, de lamp boven de tafel, ik krijg ze maar niet op hun plek,
    en de lamp blijft maar boven het tafereeltje heen en weer slingeren;
    ik lig om niks dubbel van het lachen; ik vermoed als ik om mij heen
    kijk overal dubbele bodems, sla keihard met mijn vuist op tafel,
    zodat het glaasje met de fles op het hout staat te dansen; en ik
    spreek iedereen vol vuur met dubbele tong toe, ofschoon er
    niemand in de kamer is. Ik wankel in de richting van de spiegel, 
    ik open daar mijn mond als op een schilderij van Edvard Munch,
    verwacht minstens drie tongen te zien, maar ik neem alleen een
    zwart gat waar. Een zwart gat waardoor alles – moeder met de borst
    met de kanker – wordt opgeslokt en waaruit zelfs het licht niet kan
    ontsnappen.

    De volgende middag ben ik gelukkig weer één met mezelf. Want
    pas bij 2 begint het tellen, het getal, begint de twijfel: de deling en   
    de vermenigvuldiging, ontstaat de massa, de angst, ontstaat de   
    mateloze woede, de dronkenschap. En ik wil alleen maar één ding
    op één vrouw onder één God. Daarom ook heb ik de Partij van de Eén
    opgericht. De Partij van de Eén wil de begrotingsregels vereenvoudigen:
    slechts één keer uitgeven wat er binnenkomt, niet meer teren op het
    verleden en woekeren met de toekomst. De Partij van de Eén wil een
    eenkindpolitiek doorvoeren om duurzaamheid en vrede te bevorderen.
    En de Partij van de Eén wil alle fileproblemen in één klap oplossen
    door overal in het land eenrichtingsverkeer in te voeren.
  • 32
    2747

    de spreeuwenzwerm

    ik wil het over jou hebben, of je gelukkig bent
    of dat je wentelt in een niet-weten
     
    ik wil het hebben over de zwaarte van je vleugels
    over draagkracht en de vraagtekens die je vliegt
     
    hoe je samenbalt en opbolt als een airbag in de lucht
    boven een verlaten industrieterrein
     
    ik voel een verdriet opstijgen, het is zoet
    we moeten een andere naam verzinnen
     
    voor de liefde, voor dat wat voorbij is
    voor een opening die een thuis zou kunnen zijn
     
    wie ben jij, vorm zonder kern
    zo stuurloos en vluchtig
     
    wie ben jij, liefste
    hoe koud is je angst om te verdwijnen
     
    dat er geen spat van je overblijft
    dat ik jou ben en jij bent mij
     
    met je ogen naar binnen gericht vlieg je van de zon
    sla je ankertjes in de nacht
     
    en het eerste licht zal je vogels vinden
    als streepjes schaduw en uit het vloeien van je tranen
     
    bloeit een ruimte zonder contouren
    je zult zuchten, ik ben het zoeken zat
  • 33
    2839

    De stad

    Joop Alleblas
    Men zei dat deze stad ons zuinig zou verwelkomen
    Die waarschuwing hadden we serieus moeten nemen
    maar werd naar de achtergrond verdrongen door
    ons ideaal de materie naar onze hand te zetten
     
    Achteraf waren de dagen veel te zwaar en veel te lang
    We sleepten ons voort in de hoop op heldere nachten
    met een waardig podium voor onze woorden maar de
    kille regenachtige ochtend haalde ons altijd weer in
     
    We zochten lang naar sporen in bemodderde straten
    naar ankers die op stadskaarten onvindbaar bleken
    Uitgeput hebben we (schaars gekleed) de koude stad
    moeten verlaten, te zwak voor nieuwe doelen
     
    We konden het eenvoudig niet opbrengen te sterven
    in een zieke stad - ach de stad- de gemankeerde stad
    altijd nadien, altijd weer dat moede oordeel achteraf
    stad zonder hart, stad zonder de euforie van sneeuw
    stad zonder ziel, stad zonder de rust van sneeuw
     
  • 34
    7018

    Dressoir

    Jeanet Kingma
    Ze klampt zich aan me vast.
    Zonder mij gaat ze nergens heen.
    Nergens. En zeker niet
    naar een ander huis.

    Ze stop gebarsten bloemen
    in mijn buik en dekt me toe
    met zelfgehaakte hertjes,
    die op veel te kleine kleedjes wonen.

    Daardoor denkt ze
    dat ik van haar ben.
    Maar eigenlijk ben ik
    van de vogels.
  • 35
    6191

    een cellosuite

    tania verhelst
    daar lig je dan tussen mijn knieën
    krult je haar in vragen rond mijn oor

    uit lange mouwen pluk ik
    armen
    en strijk ze over je heen

    de hoogste noten vind ik
    op je vingers 
    diep haal ik uit naar je zij

    wij zetten akkoorden uit,
    winnen terrein
    ook de hemel moet stuk;
    te veel sleutels voor één huis

    op de plaats van het dak zit een vergiet
    de gaten zijn sterren, we vangen ze op
    in de helften van een hand en vergeten
    dat het scherven zijn, dat wij scherven zijn
    dat manen samenspannen voor de duur van één arm

    waarom jij zo graag een paard wil zijn
    en ik dan met lange halen over je heen strijk
  • 36
    7340

    Een jongen die de zee mist

    Maaike Rijntjes
    Er zijn verschillende dingen die zout smaken,
    bijvoorbeeld de cake na begrafenissen, meisjes die
    hardloopwedstrijden rennen, maar ook: zijn lippen.
     
    Jij vraagt je af hoe dat komt omdat hij wel de muren
    van zijn kamer blauw geschilderd heeft en koraalriffen tekent
    aan de binnenkant van zijn polsen
     
    maar hij washandjes onder lauwwarm water houdt
    om zich te wassen, binnen blijft als het regent, zijn hoofd
    niet eens onder de kraan durft te steken als je
     
    de kauwgom ontdekt in zijn haren.
    Je hebt hem bovendien nog nooit zien huilen.
     
    Er is een dag waarop je hem vindt tussen
    de scherven van je aquarium en je weet later niet meer
    wie er heviger spartelde, hapte naar zuurstof,
     
    hij of je tropische vissen.
     
    maar je kunt de krassen van zijn nagels
    nog zien in je vloer en je zegt dan:
    ‘Er was een jongen die de zee miste.’,
     
    vraagt je af hoe het kan dat de cake na begrafenissen
    altijd zout smaakt.
  • 37
    8366

    Een wrak op een tak

    Ik ben achter mezelf aan gedwaald. Zag mij
    struikelen over eigen broekspijpen. Aan een
    ketting trok ik mijn hart voort door het mulle
    zand tot we stil stonden bij de grote weg.
     
    Onze adem brandde als een net gedoofd
    kampvuur in mijn strottenhoofd. We hebben
    alle aangereden familieleden van de weg
    gesleept en zijn het bos ingelopen.
     
    Op de dunste tak zat een dier dat ook op mij
    leek. Zijn knieën opgetrokken. Hij vertelde
    dat hij dacht dat dit de ruimte was die hij nog
    over had. Hij had een drassig hoofd.
     
    Alle vragen die ik stelde zonken weg in zijn
    diepe wenkbrauwen. Hij was een wrak.
    Zijn vrouw had ooit een man om hem heen
    bedacht als een vel over warme melk.

  • 38
    5836

    Eenakter

    Jacoline Vlaander
    Naakt in het grijze ochtendlicht aan
    het bed, zijn huid glanst en hij geurt 
    naar aftershave, hij glimlacht en lijkt
    vergeten wie hij was, zo'n man is

    hij; wanneer hij in zijn koffer staart
    komt hij er tot zichzelf, je kijkt, je kijkt
    hoe hij zich uitvouwt aan je voeten:
    een ritueel met hemd en short

    een sok en nog een sok, een wollen
    pantalon met riem die afrolt in zijn
    hand, zich rinkelend door de lussen
    rijgt, je kijkt, je kijkt hoe hij zijn rug

    recht in het gesteven overhemd, iets
    aan de panden trekt, zijn rits sluit en
    de spanning in de stof betast, zicht bukt,
    zijn veters strikt, een stropdas knoopt

    en van het kastje portefeuille, sleutels,
    telefoon vergaart, het jasje van het knaapje
    haakt, je kijkt, je kijjkt hoe hij die ander
    wordt en nu die nadert valt het doek. 

     
  • 39
    9471

    En dat je dan opnieuw

    Merel van Slobbe
    Ik wil je vertellen over de keer dat mijn hond verdronk
    in het meer en hoe ik hem nog elke nacht naar lucht
    zie happen. En dat het dan niet uit maakt dat er nooit
    een hond was, omdat ik een verhaal had alleen voor jou.

    Ik wil niet dat je zegt dat het gaat regenen vandaag
    maar dat je beloftes doet die je gaat breken: dat
    niemand ooit dood en jij mij geen pijn en voor altijd wij
    in de supermarkt tussen goedkope flessen wijn.

    Dat we olijven eten tot we ze lekker vinden en al ons naakt
    onfunctioneel. Want niets is waar genoeg om uit te maken
    maar als ik me aan je breek wil ik er gips omheen
    en dat je dan opnieuw
  • 40
    8763

    God ontwaakt

    Ik werd zojuist wakker
    staat er een paus op uit mijn navel!
    Hij zegent mij
    en verdwijnt in de pausmobiel.

    Ik kijk rond en besef
    dat ik die ene echte moet zijn,
    waar niemand in gelooft
    door een speling van het noodlot.

    Of door een simpele naamsverwisseling,
    een vroeggeboorte mijnerzijds,
    een spelfout bij de burgerlijke stand,
    of mijn vader die een voortand miste.

    Die slag haal ik nooit meer in
    en ik moet er maar aan wennen,
    dat er in de vroege ochtend
    toch pausen uit mijn navel kunnen komen.
  • 41
    1474

    grondontleding

    iemand droop mijn lijf binnen en vestigde zich
    in een beloftevolle holte
     
    hazen sprinten zigzaggend over akkers
    om vijanden te kunnen ontwijken
    dat had ik eerder moeten weten
     
    moeders rouwen om het vuil
    dat ik steevast onder mijn nagels draag
    met mijn vingers streel ik de natte huid van een auto

    ik schilder muren zoals ik niet zou moeten rennen
    met het doel iets te verliezen en in lange rechte lijnen
     
    ouders komen uit de lucht gevallen
    en sponzig uit de zee gehold
    ik wring hun lichamen uit en hang ze te drogen
     
    in de kleverige holte vormt zich het idee
    dat op een indringer ook gejaagd kan worden

    boven het water hangt een akelig licht
    dat maar niet wil verdwijnen
  • 42
    8540

    Grondstof

    Diet Scholten
    De aanspreker en doodkistenmaker
    gaan voor in gebed maar
    er is geen dode
    verstandige mensen sterven niet meer.
     

    Wel is er een kist, oud en eikenhout,
    familiepapieren in schoonschrift, jongetjes in matrozenpak
    een tuin een hobbelpaard een hond
    grijnzen mij aan.


    Ze eisen
    de oorsprong moet doorgegeven
    maar later is dood. ik heb genoeg stof vergaard
    om het verdwijngat en de achterstallige kieren
    te dichten.
     
     
    Voltooide levens hebben geen zuurstof nodig.
    Hun verhalen zijn vergeeld, hun genen
    mijn lastige geliefde
    maar onvervreemdbare
    grondstof.
     
  • 43
    9274

    Halte

    Bibi Tegzess
    de trein stopt na het middaguur
    het is een dag waarop in weiden
    de paarden liggen warm te zijn

    de zon staat klem op heet

    hun groen verdund tot blond
    grijpen grassen om zich heen
    zij overgroeien gauw de sporen
    vóór ander kruid hier pioniert

    late bloem gaapt zich uit knop
    een wagon werpt hoge schaduw
    hier vouwt een loom insect
    zijn droge vleugels krakend op

    rails al lang verdwenen
    bielzen onverkochte souvenirs

    geen wind dan door het zwaaien
    van de laatste passagiers
  • 44
    9817

    Hanoi

    In een goedkoop hotel waarvan het behang van de muren bladdert
    kijken katten koortsachtig uit hun ogen
    ze geven hun gasten kopjes zodat ze langer blijven
    het zijn altijd anderen die kou mee naar binnen dragen
    als luizen onder hun kraag

    een jonge man die zijn kamer niet verlaat
    denkt dat de wereld uit zijn vingers loopt
    weilanden uit zijn jeugd drijven voorbij
    zo ligt hij al eenentwintig dagen
    hij droomt ervan zichzelf uit foto’s te knippen
    in een land waar de lucht zwart is en opium niet duur
  • 45
    4146

    Harde porno

    Om harde porno te schrijven moet ik mij losmaken uit onze omstrengeling.
    Had ik een pen bij de hand, ik beschreef op de binnenkant van je dij de schoonheid
    van je schaamlippen, het kleine sterrenstelsel van vuurrode pukkeltjes,
    dat zich onder je scheermes gevormd heeft, het vocht van je genotsgrot,
    met een smaak die aarzelt tussen zoet en zout en zuur.
    Maar ik heb geen pen bij de hand en jij zuigt met het bloed
    ook al mijn gedachtes uit mijn hoofd.
     
    Om harde porno te schrijven moet ik juist niet denken aan je schoot.
    Hoe jij en ik in de schoot van onze moeders groeiden.
    Hoe tienduizenden jaren lang de generaties voor ons in hun moederschoot groeiden.
    Hoe klein wij werden: aapje, spitsmuis.
    Hoe wij 383 miljoen jaar geleden als twee gouden vissen uit het water kropen
    en elkaar op het strand voor het eerst in het oog kregen.
     
    Om harde porno te schrijven moet ik me aan mijn bureau zetten,
    liefst op een druilerige dinsdagmiddag. Ik knip mijn bureaulamp aan,
    leg papier en potlood gereed. Schreef ik vroeger met een vulpen de sterren van de hemel,
    tegenwoordig ruikt mijn potlood naar kattenpis en schrijf ik harde porno over het bankwezen,
    over iedereen die het met iedereen doet voor het geld.
     
    Om harde porno te schrijven moet ik mij eerst ontkleden.
    Ik schroef mijn stijve piemel eraf, die zit bij het schrijven alleen maar in de weg.
    Ik zet de stijve piemel op de rand van mijn bureau. Naast de piemel leg ik alle andere organen
    die in de weg zitten op de rand van het bureau: de ogen waarin het kaarslicht nog flikkert,
    de lever die zich tegoed doet aan wijn, de maag met het menu van de dag, de longen
    die lucht gaven aan een haperend gesprek, hersens en hart vlak naast elkaar,
    maar het hart heeft nog steeds zijn redenen die de rede niet kent.
     
    Om harde porno te schrijven moet ik het vlees van mijn botten schudden,
    al die zenuwen, pezen en spieren willen direct tot de daad overgaan,
    de daad voegt zich nooit bij het woord, het vlees wil actie, nú!
     
    Om harde porno te schrijven volstaat mijn geraamte.
  • 46
    2905

    Herfst, een les

    Ernst Jan Peters
    Schrijf een gedicht over de herfst.
    Minstens veertien regels, voorbeeld het sonnet.
    Rijm bladeren op naderen
    Rijm geel op veel, en rood op sloot
     
    Of iets met doodgelijke klanken
    Het metrum vrij, maar wissel rijmvorm af,
    Mannelijk met vrouwelijk, man met vrouwen
    Sta stil bij stafrijm en laat rijm voor alles omarmend zijn.
     
    Want wat kunnen we warmte goed gebruiken.
    In elke herfst. Schrijf een gedicht over alle herfsten.
    En draag het voor onder bladloze bomen.
     
    Luister naar de echo van je woorden.
    Voel je de kilte vanuit je tenen naar je kruin?
    En dat er leven vloeit uit al dit moorden?
  • 47
    2561

    Het klaart op

    Paul Mulder
    Ons huis krijgt een loodhemd omgehangen,
    kruipt woedend terug in een grauwe rij.
    Ik zoek warmte bij de gedoofde kachel
    en schreeuw mijn vriesluchtlongen vrij.
     
         Ik kan zeggen dat het koud is:
         “Het is koud.”
         Dat woede op ijzige kristallen deint,
         maar dat doet het niet.

    Rust verkruimelt in mijn handen,
    ik voel me het miskende kind.
    Ik verf met sneeuw de grauwe wereld
    en hoop dat ik een wraakpop vind.
     
        Ik kan zeggen dat het overgaat:
        “Het gaat over.”
        Dat scherpe pijn op vergeetsneeuw drijft,
        maar dat doet het niet.

    In ons huis gooi jij de gordijnen open,
    strooi ik welgemeend het sorrybrood,
    trekt sneeuw het vuil uit wollen kleden,
    kleurt het winterlicht weldadig rood.
      
        Ik kan zeggen dat het klaarheid schenkt:
        “Het klaart op.”
        Dat het hardste ijs weer stromend wordt: 
        Voel je lief dat het stroomt?
  • 48
    7042

    Het landschap voor de mens

    Lotte Vermeulen
    I
     
    Vanwege het gebrek aan ogen is de eerste vlakte nooit gezien. Kraters komen op, wortels komen boven. Zonder bedoeling wordt alles alleen per toeval geraakt. Er is nog geen verschil tussen staan of zitten.
     
     
    II
     
    Het tij keert met een kevertje. Het ontstaat wervel voor wervel, op het land steeds droger. Het sissen wordt bruut verstoord door gezoem uit het water. Het is nog niet bekend door welke ogen het gezien moet worden.
     
     
    III
     
    Ze snappen allemaal dat het niet de bedoeling is te vroeg uit de korst te komen. Toch wordt de leegte gevuld met vooropgezet berouw, met beschaamdheid die niet door de bladeren wordt herkend. De lucht vult zich met verstokte adem, onverdeelde aandacht, versnelde passen.
  • 49
    6312

    Het middel

    Miranda
    stemmen in mijn hoofd
    vertellen mij van herkomst
    burgeren mij uit


    stemmen in mijn hoofd
    arts schrijft medicijnen voor
    dwingt me in gareel


    stilte in mijn hoofd
    niets spreekt mij nog van herkomst
    hersteld nu, en alleen


  • 50
    648

    Iemand fluisterde 'mooi'

    Ik hoorde iemand 'mooi' fluisteren en
    keek achterom.
    'Wat is er bij jou doodgegaan,
    waardoor je zo mooi bent geworden?'
    vroeg een vreemdeling.
    Verwonderd vroeg ik mij af, hoe hij dat
    kon zien en hij zag de verwondering
    in mijn ogen en beantwoordde mijn blik.

    Ogenschijnlijk zag ik er kwetsbaar uit
    en voelde mijn hart ondanks dat
    verlicht en straalde. Door de donder en
    bliksem, vond ik de gouden speld in de
    hooiberg die het lood uit mijn 
    schoenen haalde. Het was mijn 
    lichtpunt in het duister.

    De vreemdeling gaf een 
    schouderklopje en lachte vriendelijk.
    'Blijf in de kracht van je kwetsbaarheid
    staan en blijf zo mooi door je nooit
    meer te laten opsluiten in je gouden
    kooi. Jouw duisternis bood een weg
    naar buiten en je vond een heel
    bijzonder licht als gids. Houd je 
    daaraan vast. Heb vertrouwen.' Ik knikte. 
  • 51
    8907

    ijstijd 2016

    M A van der Kroef
    Er is sprake van een lenteoffensief
    dat lichtzinnig ledematen strooit 
    over de daken van Kaboel

    Het wil maar niet zomeren

    Vissers zien vreemde bloemen dobberen 
    in de golven voor Lampedusa
    zwevend boven lage mist
    Ze slaan een kruis en werpen netten uit

    De vogeltrek stopt nu in Macedonie
    waar vleugels blijven haken aan een hek
    boven een modderig veld met tenten
    drogen ze op in de wind

    Ooit was de wereld een sneeuwbal
    zeggen ze

    en dat de opwarming van de aarde 
    alles koud maakt
  • 52
    7459

    IK BEN GEEN ATLEET MAAR EEN BOZE JONGEN DIE OP JE AF KOMT RENNEN IN EEN STRAK PAKJE

    Luuk
    Ik druk mezelf op mijn mountainbike
    tot ik mijn armen en benen niet meer voel
    en dan nog ietsje harder
    totdat ik zelfs de rest niet meer voel
    ik een ziedend gezicht die over het wegdek raast
    ik scan het asfalt op sporen,

    ik heb je in mijn neus zitten

    onder mij glijden strepen en lichten, en strepen en lichten, en strepen en
    een flits, en even rent een konijn voor mij uit
    alsof het wilt zeggen: ‘kijk dan, ik ben sneller dan de dood,’
    en ik stop met drukken, laat los, stop met trappen
    het konijn stopt met rennen, in de verte zwelt de zomer aan,

    er worden 14 deuren dichtgetrokken in de stad,
    ergens in de Amazone zakt omgewoelde modder naar de bodem,
    het konijn nadert en ik probeer erachter te komen waarom het zo goed voelt om snel na elkaar twee bochten te nemen,
    ik ben zo dichtbij, waarom vlucht het niet waarom vlucht ik niet ik sla over de kop heen.

    Ik ben een pinball in een machine en de flippers nog warm maar verlaten, 
    waarschijnlijk ben je net het café uitgelopen, achterop iemands fiets gesprongen,
    je handen om iemands heupen geslagen als twee loze beloften

    ik ben de kogel die door het graanveld raast
    ik zeg tot ziens jager, tot ziens dubbelloops geweer,
    tot ziens nine inch shotgun shell, en ik groet de hoender,
    hallo lucht, camouflage patroon, donsvacht, warm vlees, lucht,

    ik heb je in mijn neus zitten
    ik ben opzoek naar je

    vouw je handen tot een kommetje, tot meerdere zwembaden, elke dag een nieuwe om in te duiken
    laat de kraan lopen wees de muur onder de douche als ik troost zoek,
    het huisje in de schilderijen van bob ross jij happy little mistake,

    een crash is als een lange hal waarin je achter iemand aanloopt
    en vlak voordat diegene achterom kijkt, je ziet wie het is, vallen de lichten na elkaar uit,
    vliegt het donker, suizend, op je af.
  • 53
    5423

    Iktsuarpok

    aan de overkant op het balkon zwaait iemand
    iemand uit
     
    op een sneeuwvlakte legt een televisiepresentator uit
    hoe je een iglo bouwt en hoe warm het daar kan zijn
     
    bij het stoplicht op de hoek schudt een hond
    water uit zijn vacht, vecht een man
    met zijn paraplu, klapt hem dicht, keert
    zijn gezicht naar een waterige zon
     
    het is de derde keer vandaag dat ik je
    in een ander verwacht
     
    Eskimo’s neuzen niet ter afscheid
    maar om iemand welkom te heten, adem te delen
     
    ik denk aan paarden, hoe ze neus aan neus
    zacht dampend in het veld kunnen staan
    en hoe de wereld klinkt wanneer het sneeuwt
     
    het is trouwens niet waar wat ze over Eskimo’s beweren:
    ze hebben geen honderd woorden voor sneeuw
     
    wel kennen ze een woord voor verwachtingsvol
    hopen, het verlangen voortdurend naar het raam te lopen
    de straat af te speuren, te zien
    of je er al haast bent
  • 54
    9070

    IV (uit de cyclus 'Enkele ongemakkelijke gedichten over Adolf Hitler')

    Sander
    Weinig mensen konden zo
    van de vrije natuur genieten
    als Adolf Hitler.
    Vooral in de bergen
    kwam hij terug in zichzelf.
    Een gekartelrande leegte
    spreidde zich uit
    over de bodem
    van zijn buik:
    alles was één:
    hij met de wereld,
    hij met de mensheid.
    Hij pakte de zon
    tussen duim en wijsvinger
    en verbaasde zich
    over hoe klein die was.
  • 55
    5819

    je komt er niet meer aan te pas

    Siyah Gül
    je vraagt of het beter met me gaat nu jij en ik
    niet langer, op de stoep voor het café zingt een man
    de kou uit de lucht, aan zijn voeten een kartonnen
    bordje: free advice

    ik kijk naar je, een nacht vol drank en rook rust
    nog op je roestige gezicht, ik roer het schuimende hart 
    uit mijn koffie

    ik weet niet, zeg ik, een leeg huis is ook niet alles 
    en sommige stiltes zijn te groot om waar te zijn

    je vertelt met terugwerkende kracht, je woorden 
    een lopende band, op de tafel vormen zich kringen 
    onder onze glazen, ik veeg ze weg bij gebrek aan tranen

    het meisje met het schort legt kort haar borsten op je
    schouder, alsof ze weet dat ik in gebreke

    je kijkt me afgedankt aan, maar men blijft 
    totdat het pijn doet, dat weet iedereen, vraag maar
    aan de man met het kartonnen bordje
  • 56
    9728

    Je moest eens weten

    Martje Wijers
    Je moest eens weten hoe lang 
    je woorden kunt wegen
    wikken wegen wikken wegen
    om als ze het waard zijn
    niet te zwaar zijn, alsnog te laten
    rusten op het puntje van je tong

    je moest eens weten hoe lang 
    je stiltes kunt laten vallen of laten
    hangen            in de lucht
    hoe gewichtig ook, zwijgen
    kent geen zwaartekracht

    je moest eens weten hoe weinig
    van alle dingen die ik had kunnen
    ik er daadwerkelijk ook
    wat ik eigenlijk wilde zeggen
    of wat jij wilde horen, heb ik
    veel vaker niet dan wel

    laten we dan maar klanken 
    in elkaars mond leggen
    tot we samen nog maar een stem 
    we elkaar ook zonder woorden
  • 57
    4501

    Klee

    Bartho Kriek
    Met anoniem bewustzijn van eigen
    omhulsels begint de tocht. De huizen
    kijken. Een hoofd, gekant, beheerst zich al.
    Een tafelkleed is wat leeft. Een portret
    blikt weg in weerwil van gele japon
    die verbazen doet: hoezo materieel?
    Zo naakt is alles dat het kleine hoofd 
    er niet meer bij hoort; de mens gedroomd
    als brein van mens, zichzelf een raadsel.
    Is dit dan zelfkennis, en herkenning
    van droom in droom, je reinste rorschachtest?
     
    Ontdaan van alles staan ze bij het meer
    te wachten op alle mogelijke dingen
    die in het gaan en komen komen gaan.
    Bij volle maan, persoonlijk, wijst een pijl
    naar fabelen. Een laatste afscheidsblik        
    naar biedermeier, het gedroomde leven,
    en de ontromantisering is compleet:
    alles verkeert in zombische leegten,
    iets heeft alle zelven gedemonteerd.
    Voortaan is alles veruitwendiging:
    een stomme verwondering, en innigheid
    alleen nog in krommingen en tinten.
  • 58
    9341

    Kleine maan

    Thierry Dinjens
    Lange huizen
    maken het hek zwaar
    en de maan klein

    en de tuin lijkt een
    sportterrein
    met hibiscushindernissen

    Hete daken zuchten
    de vensters open
    en de druivenrank tot wijn

    in de vijver zwemt
    de kleine maan
    tussen grote vissen




  • 59
    879

    Kort iets over de tijd.

    Op een bepaalde manier zijn de eettafels witter geworden
    en de borden, de kopjes, de schotels, de schalen.
     
    In de roestige teil wordt het regenwater opgewarmd
    een broedplaats voor geweldig veel muggen.
     
    Ooit wilde ik geen vader zijn maar toen ik het eenmaal was
    wilde ik van zijn leven lang niet meer zonder.
     
    Het allerlaatste nieuws is dat er al 124 doden zijn geborgen.
    De rest ligt nog onder het puin.
     
    En al die tijd droomt op het dak van de poffertjeskraam een man
    van stapels grote en gulzige pannenkoeken, terwijl verderop

    de klimplant op het balkon 11-hoog zijn laatste krachten aanspreekt.
    De vrouw bij de plant ziet de man op de poffertjeskraam en denkt

    wat staat die idioot daar te doen, televisieantennes
    zijn toch al jaren van de daken verdwenen.

    Het koffiezetapparaat drupt binnen na.
    Er is te veel smeltend Poolijs. Dat wordt een probleem.
  • 60
    295

    Laat ons de woorden zien (voor te vroeg gestorven dichters)

    ze spoelen aan er is geen horizon
    te zien
    wanneer men evenwijdig tussen golven
    verlaten in de Noordzee zwemt
     
    we lezen op de ruggen van verdronkenen
    de namen van onszelf
    en zien daar het bestaan in schuim
    en bloed of zout gespeld
    een draadalg in een vraagteken
     
    de dans stopt niet we wijzen
    de patronen aan en snijden oesters open
    parels rauw vlees
    het is ons om het even
     
    tot iemand zegt is er een god
     
    die met zijn vinger deze mens
    beschreven heeft

    laat ons een spiegel -
     
    laat ons de woorden
    zien
    die zijn gebleven
  • 61
    5623

    leef ik als behoeder


    leef ik als behoeder
    van een onbewoonbaar spinnenweb
    waar niemand terugkeert
    prooien-poppen om me heen
    tassen vol herinnering

    het schiet me zo te binnen
    bedenksels ruim je niet op
    dat doen je hersenen
    totdat het er niet meer toe doet
    of je iets onthouden hebt

    de kamer is intact gebleven
    ook al ben ik dood
    de commode de japon
    weten waar het schaartje ligt
    ik kan er zo weer wonen
    alles laten als het is
    de tijd verstaan door stil te zijn

    beweging brengt de onrust
    geen geheugen functioneert
    ik zet mijn bril af en breek de poot

  • 62
    4449

    LENTE / ERBARME DICH

    De dorre bladeren worden kikkers blurpen
    nachtgezang uit krappe vijvertjes, beminnen
    ongemakkelijk in dronken onderwater
    geilheid een pasklare achtergrond voor de tijd
    dat bomen de minste maar mooiste schaduwen
    kantklossen, zacht ingevouwen langs het breukvlak
    als een airbag brekend, wachtend op de botsing.
    Het lege schoolgebouw
    werd stil, oorverdovend
    afgetrapte tegels op het versleten plein,
    voorbijkomende honden blaffen volhardend
    achter het hek. Het hek als kreukelzone om
    klappen op te vangen en de chaos binnen
    te houden, pitbulls buiten - maar dat was altijd
    al een illusie. Doodsbang en diep gelukkig
    de rituelen van de groep - laat de maagden
    zingen en laten we de eenhoorn vermoorden.
    Als we worden opgemerkt wordt het genegeerd.

    Ik geneer me voor de Vlaamse gaai die steeds weer
    komt kijken, zwart wit met een zachte leverkleur
    blauwe veer, honingtherapie en schemering.
    De dingen waar ik van hou hebben de neiging
    bij me te blijven, of ik dat nu wil of niet.

    Deze dag leggen de zwakkeren het niet af,
    nog niet. Nog steeds kraken de bomen wachtend op
    de cue voor nieuwe bladeren. Breng mij naar huis,
    ik ben bewapend, ik ga mijn probleemdieren
    knarsetandend afmaken. Nooit zal ik ze nog
    aanraken, lang aanstaren moet voldoende zijn.
    Ze zijn met velen. Verdwijn, verdwijn, zeg niets meer.




  • 63
    4364

    Meditatie

    Met geweld heb ik ze er naar binnen
    gejaagd, patrijspoort in het slot.
    Laat ze lekker in hun eigen sop hun
    achterlijke rondjes draaien!

    Ik sla de deur achter me dicht,
    loop de straat uit naar de vaart.
    Betreed de nutteloze steiger
    zachtjes! hier slapen nog eenden.

    In een prop gooi ik mijn blanco, keurig
    omgezoomde brein op, het ontplooit zich
    maakt zich        b   r   e   e   d     



                                                                   daalt

    bollend op de lucht, legt zich in slow motion neer.

    Als een frisgewassen laken op de bleek.

    Nu blijf ik op dit bankje zitten tot
    de 22 vanaf rechts aan mij voorbij glijdt.

    En van links in spiegelbeeld terug.
    Ik mediteer op ijsberende witte zwanen.
  • 64
    1444

    nevenschade

    Siyah Gül
    ik sta voor de trein
    die ik niet ga nemen
    een meisje staart naar haar mobiel, een groene stip
    ze ziet eruit als een Franse film
     
    haar vinger in het gat van zijn spijkerbroek,
    hij denkt aan alle talen waarin ze seks heeft gehad, en weet
    ze is op haar leukst als ze spijt heeft
     
    ze toont hem het voorste van haar tong
    oefent haar nieuwste blik en laat hem
    het water uit haar mond nemen

    twee fluitsignalen later belt ze met degene
    die niet dood hoeft
    ik kijk om en laat alles beginnen
  • 65
    470

    oadkill

    zo was er die vrouw die het spraakgebrek van haar zoontje nadeed
    hij kon de R niet zeggen
    dan blijft er van jou als moeder niet veel over, zei ik
    vanaf de andere kant van het rek in de Aldi

    tegen de pakken muesli en ontbijtcrackers
    ik zat in een vezelfase toen
    zij stond bij de ingeblikte groenten
    huismerk - wat te verwachten was
    zulke moedes koken niet
    die lezen niet voor
    weten niets van logopedie
    zijn verlaten door mannen
    die een hekel hebben aan kleine hondjes
    en katten

    ik heb ooit zo'n man op een terras
    een rondscharrelende duif met één voet zien platstampen
    de serveerster liet een blad met glazen vallen
    er stonden mensen op van tafels
    niemand deed iets

    je kind nabauwen omdat het de R niet kan zeggen
    is zoiets als trappen op een argeloos hart
    omdat het alleen onder jouw schoen past
    je vader was een loopse reu
    je moeder is een teef
    kom maar gezellig bij mij wonen
    dat zeg je niet tegen een rek vol muesli
    en ontbijtcrackers
    of een mollige kleuter met hertenogen

    Ik zou zelfs een Wii hebben gekocht
    Salustianas en alle dagen chips en ijsco’s
    Wii gaan het nooit van de slechteriken winnen

  • 66
    9553

    Ogenschijnlijk gelijk

    Jasper Albinus
    Ik zie ik zie wat jij niet ziet
    bloed, vlees, botten
    verworteld
    in takken mascara
    lippen betrokken
    onzekerheden verloren
    achter witte tanden
    de oppervlakkige kern doorboren
     
    zie ik het ware heelal
    dat zich achter jou heeft doen voltrokken
    het masker gebroken
    de zachte pit geopend
     
    zijn we eventjes gelijk
    tot de transparante hiërarchie
    zich weer heropent
  • 67
    7117

    Ongehoord

    Ingeborg Daniëls
                             
    Hoe een dennenappel werkt
    vraag je met kleine handen
    rond houten schubben met zaad
    de aarde onder je nagelranden
    ontroert me.
     
    De wind slaat driest tegen de tol
    niemand hoort de zweepslag
    van energie op hol, bezeten,
    en knetterend van leven.
     
    Ongehoord  
    dat niemand voelt
    hoe je huid  langzaam poriën krijgt
    en je vingertoppen harder worden
    dat niemand ziet
    de buizerd op de lantaarnpaal
    de gensters in de vuursteen
    de ijzel in de sneeuwvlok.
     
    Verbazen hoeft het niet
    niemand hoorde de oerknal
    en toch, hier zijn we
    melkweggruis van atomen
    en drift,
    drift
    dat bovenal.                                                     
     
                                                                                 
     
  • 68
    2157

    Onhaalbare mythes

    Nicolas Van Herck
    De struiken herbergen tempels
    waarvan het geruis diepe gebeden verraadt.
    Bladgoud ligt op de stammen gedekt,
    in deze tuin werd hij tot de wegen gewekt.
     
    Nu zal hij wandelen
    om de wouden bij hem aan te sluiten,
    de velden te vergelden,
    het vertrappelde gras onder de eigen zoden
    te begraven en de dorpen
    binnen de perken te houden.
     
    Boeren breken pijlen af
    en duiden de vier richtingen aan
    waarlangs ze handelaars om
    hun oogsten leiden.
    Zijn pad doorboort hun land
    als zaden vruchtbare grond,
    geen wegwijzer kruist zijn baan.
     
    De bossen vertakken zich om toe te slaan,
    hun wortels verstokken alle vluchtwegen,
    de uitgang hangt uitgemergeld over hun mossen.
     
    Bloesems trekken tot bloedens op
    en het land kent weer vluchtelingenstromen
    die leeglopen als aders van een doorgesneden hand.
     
    Waar eens een troon stond, plant hij een tulp.
    Onder de bodem ligt gewond
    een vaarwelkus naast de mond.
  • 69
    8053

    Oögenese

    Alexander van der Weide
    in je onderbuik zitten eieren
    en microscopische engeltjes
    ze lopen over je buikwand
    en eisen een karmozijnen vlag

    een brede rug en wat onderdak
    hij ruikt naar ezelhengst en rammelaar
    je kent zijn kamers van de verhalen
    en vraagt of hij je pupil wil binnenglippen

    hij antwoordt niet met woorden
    maar tilt je tegen het plafond
    je bent nog nooit zo straf opgepakt
    zelfs niet door een volwassen hemel

    en tussen een regen van kalksnippers
    zweven jullie neer
    in koningsslaap, een wetteloze bries,
    een omgekeerde eeuw.
  • 70
    689

    OOK AL OVERTUIG JE NIEMAND

    Geert Viaene


    eender welke vrouw kan doorgaan voor je ma
    je duidt aan waar precies de zon moet staan
    om de zelfde lichtinval te hebben in het bad

    de beelden die je probeert op te roepen zien
    er vaag uit en mogen dat ook zijn, die eerste
    keer dat je je eigen moeder naakt voor je zag

    was er een wederzijdse schaamte, de blik
    afgewend, je zag niets, voor de zekerheid
    hield  je haar handdoek hoog, ingewikkeld

    droogde je haar rug of beter: depte je haar
    open wonden, je verzorgde haar, trok haar
    lange nachtjapon aan en stopte haar onder

    ook al overtuigt zij niemand, jij wil laten zien
    wat het met je deed, zij speelt de rol, draait
    het om door eerst de baby in het lauwe sop

    te tonen, het kindje lacht, het spat, zij spot
    niet met doden, jij bent naïef en lichtgelovig
    je waakt, je roept je mama op, zij ligt mooi

    op het bed te doen alsof zij slaapt, alsof jij
    niets begrijpt houd je haar de spiegel voor
    zij ademt niet, ja, zo goed speelt zij toneel
  • 71
    6281

    oude vrouw in kirgizie

    luuk den hartog
    het licht heeft in mijn huid geploegd
    en is er blijven wonen jarenlang
    het is zelfs nooit meer weggegaan
    werd langzaam tot een tijdgenoot

    als je wil weten wie ik ben kijk
    dit zijn mijn handen gerimpelde
    hectaren om in te dwalen
    kronkelwegen naar het einde

    toen ik nog leefde zonder horizon
    sjouwde ik stenen naar de muur huizenhoog
    voor hele dorpen bakte ik het brood
    streelde man en kind in duizendvoud

    nu ben ik alleen met boom en schaduw
    nu zijn ook de muren aan hun eind
    nu zonder paarden om me heen
    nu wacht ik hier tot aan de avond

    dus jij bent een fotograaf
    jij gaat over licht en tijd
    straks even voor het middaguur
    vraag ik jou mij op te nemen

    daarna begint mijn eeuwigheid
  • 72
    6405

    Pater noster

    Toen ik doodging werd ik wakker
    met mijn ogen dicht. Ik werd gewassen
    en geschoren. Met een bijbel
    werd gestut mijn kin.

    Alles kon ik horen, en al werd er niet
    gespot, getreurd werd er evenmin.
    De laatste van zijn generatie, zei iemand.
    Gesuis van een gordijn: opluchting.

    Een zwaan daalde in de kamer neer,
    trok de veters van mijn handen strak.
    Daar was mijn ziel terug, wist ik.
    Er werd gestemd over stropdas, niets of strik.

    Kom, laat ons kuchen, stelde plots een tante voor,
    op de toon van laat ons bidden. Ze begon te stemmen
    haar falset. Eerst en sourdine, allengs luider.
    Een halve kring trad nader rond mijn bed.

    Hoog en schor geschraap, het schuurpapier van keel
    en strot: geen geweeklaag, zucht of lied in het Latijn,
    laat staan een kort gebed. Er werd gekucht 
    alsof het om een wedstrijd ging.

    Hij wint aan koude, zei de zwaan,
    wat fraaier klinkt dan warmte verliezen.
    Ze herschikte kort de stropdas, niets of strik,
    fixeerde even nog de stut onder mijn kin.

    Iedereen verdween, waarop ik in de nacht
    te veel tijd kreeg om te tellen al mijn zonden.
    Snel was ik rond, dus fileerde ik de kuchers
    van de halve kring, de gooiers van de eerste steen.

    Het werd ochtend, en zonder pardon lijmde
    men mijn lippen dicht. Overbodig werd de stut
    onder mijn gezicht. Het oude en het nieuwe
    testament verloor zijn laatste nut.
  • 73
    958

    Plastic




    Tenslotte zag ik Jezus.
    Jezus stond verderop
    naast een plastic boom.
    Ik ging naar hen toe
    en Hij gaf me
    een plastic tas
    met plastic spullen daarin.
    Hij zei:
    hier is wat plastic voor jou.
  • 74
    6029

    probeer geen neus op te zetten

    haar ogen weten van het kaarslicht
    naar het kauwen van een brandende lont
    naar de rafels en het schuiven
    van haar koele tafels en woord
     
    er is geen brood voor mijn geraamte
    er is geen koning zonder plicht
    alleen de verschillen voor een open mond
    je moet je niet verschuilen voor de muizen
     
    ( ze worden doorgeslikt
      met schaamte )
     
    je laat best alles afhangen
    van de bevers in je bressen
    de vertellers van jouw geaarzel
    de scheurtjes in mijn schommel
     
    ( een lichaam waarmee ik
      spreken moet )
     
    ik vraag jou naar zout en brons
    voor een zonde van wensen
    er schuilt geen fout in de mensen
    alleen doen ze zo moeilijk soms
     
    ( er is een drijfveer
      waarmee ik jou dragen wil )
     
    je doet het weer – je wil weer rammelen aan de bel
    de breekbaarheid van takken testen
    de moed van vastberaden herten
    de koele vlerken van mijn ziel
     
    nauwelijks voorwaarden voor een deal
    een weinig aantrekkelijke stelling
    slechts een voorwaarde voor Mozart en zo
    je bent zopas het klappen van de zweep verleerd
  • 75
    5802

    Profetie in Zuilen

    Jan Sakko
    Ik werd gevraagd, hoogst zelden word je schriftelijk
    verzocht door de koude schouder van de stad
    om mijn eigen vonnis te vellen
     
    dus dat schreven ze niet
    ik jogde naar de afspraak waar alles zou worden
    toegelicht
     
    boten kropen langs de huizen
    ik ben geen broodje bij de bakker
    zei moeder tegen rondrijdende dochters
     
    wat er in mij brandde, dat voelde de schouder nog wel
    waren rekeningen bij de boksschool
    die niets gedaan had om geld te achterhalen
     
    geld in zand, overwaaiende stenen, bij aankomst
    was mijn bijgelovigheid even groot
    als de graafmachines op het industrieterrein
     
    en ik dacht aan de stilte van vier mei
    waarin geen held ooit ouder
    dan het hek tussen dorp en stad
     
    ze gaven geen uitleg
    geen opdracht, nog niet de warmte van een verwijt
    een groepje blauwwitten had verklapt
     
    iets met lichten boven de straatweg, en Demka
    had zijn vinger geheven
    maar ze wisten ook wel dat het geen bedreiging was
     
    waarlijk heden hier, had hij gezegd
    of ik daar meer van wist.
  • 76
    6443

    Rolpatronen

    Edward Hoornaert
    Nu het jaar niet meer tot stilstand komt vieren wij
    met regelmaat de teugels, na elk moment van overgave
    trekken wij ons halsoverkop weer in elkaar terug
     
    de spiegel lijkt van ouderdom doortrokken – 
    er blijft het lijf dat ons gescheiden houdt en
    rimpelingen die niet weten hoever ze kunnen reiken
     
    toen wij nog zo goed als kinderen waren en alleen bestonden
    snakten wij naar ongeloof, we hadden het op een god gemunt
    die met zijn hoofd tussen de wolken liep en van het donker hield
    baden in verkeerde kamers, warmden huizen
    via openstaande ramen, namen foto’s van onze felverlichte buren
    raakten ingeburgerd, gehecht ook aan elkaar
     
    we deelden tomeloze honger naar volstrekte leegte
    vertelden honderduit van al wat onomkeerbaar is
    en op de vlucht, we zochten onrust aan de buitenkant
    beloofden eeuwig trouw aan eigen huid

    we kwamen vloekend klaar bij om het even wie
     
     
     
  • 77
    4254

    Sans Soleil

    Rik Dereeper
    Je wil de zon, de regelbare. Via dakpanelen dringen stralen binnen
    tot je botten. De bekoring groeit en woekert: zwarter zal je bruinen
    dan die kinky bounty aan de wand. Met minder volle zoenlippen
    en A-cup hoor je even goed het zonlicht pizzicato, hoe het zoemt.

    Andreus stierf doorkankerd, na je moeder. Elke zomer baadde zij
    met jou en knappe vijftigers. Wie kende melanoom? Zo monomaan
    weer monodwaas beleefde zij dat lichtgedicht in Valras-Plage,
    wentelde zich daar een kleur - als jij in Sans Soleil vandaag.

    Je weet op deze bank alleen maar alles wat je weten wil, gedenkt
    het napalmmeisje, vel vol slierten, toen je in een verse melkhuid
    lag te sudderen. Gemene brandwonden bestonden, factor 50+
    nog niet. Gezichts- en schouderbruiners strelen je herinneringen

    duidelijk te zuidelijk: terwijl je moeder zwetend zat te lezen, smolt
    een volk. De hitte blakerde kwaadaardig, zwarter dan die bounty,
    zwarter dan je uitgedoofde zonnehemel, dan je oude rouw om haar.
    Gebronsd in bont vertrek je op je hakken, witte stapjes stempelend.
  • 78
    6664

    Schrödingers kat

    Willem-Jan de Gast
    Zolang haar telefoon nog niet gerinkeld
    heeft en we elkaar wakker slapen op
    het iets te harde luchtbed dat haar
    tante liefdevol heeft neergelegd
    in de ordnervolle kamer is er
    niemand (niemand) dood
     
    Pas als ze jaren later haar
    ringtone heeft veranderd schrik
    ik niet meer als ze wordt gebeld
  • 79
    9336

    Serene gang

    Isabella Diederen
    Serene gang
    onder zachtgroene weelde.
    Schokkende ontmoeting:
    doden zie je zeldzaam zo duidelijk
    als in hun afwezigheid.
    Levenstekens zijn hooguit
    verwarrend aanwezig.
    Zoals de stilte niet sereen meer is
    indien veroorzaakt door de dood.
    Zie, ik vond de veren wel,
    maar de vogel niet.
    En leef sindsdien een
    zacht schrijnend
    stil verdriet.
  • 80
    7367

    Sport en andere bezigheden

    Je denkt, wie er wint wordt steeds meer voorspelbaar,
    maar dat is niet zo. Het wordt minder en minder belangrijk.
     
    Het is alsof je in een slechte relatie vastzit. Dezelfde cycli,
    met dezelfde resultaten. En als het opeens goed gaat
     
    en je hoger eindigt of vaker seks hebt, niet met woede of vreemden,
    dan is er altijd weer een seizoen, weer een dag, waarop
     
    je weer van nul af aan moet beginnen. Loop weg, stap uit het ritme
    van de regelmaat. Niet naar een andere sport, dat levert niks nieuws op,
     
    alleen de oude ervaring in ander ondergoed, dat lijkt iets mooier, wat
    spannender, maar is slechts dunner (en net zo voorspelbaar).
     
    Geniet dan van de kleine dingen in het leven. Het repareren van iets.
    Of pas gemaaid gras als, wandelend langs de plaatselijke voetbalclub,
     
    op een dinsdagavond, de jongens terug in de kleedkamer, je je ogen
    dicht doet en alleen de grasmaaier hoort met die oude man erachter,
     
    het enige wat beweegt in dit bijna idyllische plaatje, nu jij ook even stilstaat
    en weer kijkt precies op het moment dat, vijf meter na de doellijn,
     
    de maaier draait, de oude man draait mee, en samen gaan zij
    weer terug, weer over de doellijn, en ze weten precies waar,
     
    want de laatste streep was net zo strak als die er naast,
    die hij gebruikt had om die eerste recht te trekken.
  • 81
    8559

    Stolsel

    Francis Nagy

    Ik slaap niet. Ik denk aan de vogelpoep
    op mijn zadel. Maagdelijk wit. Ik ben
    jaloers en ik vraag me af of de vogel het
    ervaart als een stukje zichzelf te hebben verloren.
     
    Vandaag kocht ik wierook met de naam Elfjesdroom. Bij
    een winkeltje met blikken mangopuree en een plafond
    van zachte platen. Op school gooiden jongens er hun
    pennen tegen aan. Ze bleven nooit hangen.
     
    Onder de douche wilde ik weten of
    de nek van een giraf ingekort kan worden en
    of mijn haar behoort tot de categorie normaal.
    Kruidvat vertelt me alleen over de geurige wolk en
    het bevatten van citronellol.
     
    Ik zet koffie. Het geluid vind ik fijn. De aft
    in mijn mond lijkt op mijn clitoris. Ik
    hou niet van tintelingen. Alleen als ik mijn benen
    afknel en zenuwen onbereikbaar zijn
    voor mijn hersenen.
     
    De televisie laat ik aan. Mensen zonder stem
    zijn mooier. Ik lig onder een dekbed
    met illustraties van kruiden en acht de kans groot
    dat bloed ook stolt zonder gelatine. De shampoo
    garandeert achtenveertig uur frisheid. Ik hoop
    dat het sneller gaat.
  • 82
    3842

    Tot de veer lam is

    ik verzorg de thee vandaag
    loop langs zaal een
    daar verblijven degenen die geloven dat ze fruit zullen worden
    dat is geen gegil
    je hoort ze namelijk rijpen
     
    in kamer twee ligt Bertha
    ze is ervan overtuigd dat ze een vijver is
    heeft drie bladeren van de geraniums gerukt
    en op haar buik gelegd
    omdat het lelies moeten voorstellen
     
    de moeilijkste zijn de gebruiksvoorwerpen
    in het washok staat een directeur
    hij denkt al maanden een wasknijper te zijn
    houdt een overhemd op zijn plaats aan de lijn
    tot de veer lam is
    want knijpers kennen geen kramp
  • 83
    4742

    TRIPTIEK

    Erwin Steyaert
    “ O Hast du dies gewollt, du hättest nicht
    durch eines Weibes Leib entspringen dürfen. ”
     R.M. Rilke, Das Marien-Leben
     
    Annuntiatie
    Buig je nek. Binnen word ik man.
    In je lichaam proef ik de macht
    van mijn schepping. Daarna verdwijn ik.
    Dit is mijn belofte: aan je voeten
    geen veroverde stad, aan de hemel
    niet de vreugde je ster te weten.
    Het zal ruiken naar woede en woest.
    Ik zal je richten. Tot je breekt.
    Wie zal de diepte van je antwoord meten?
     
    Stabat mater
    Dat ik je moeder ben en jij mijn zoon.
    En ik niet anders kan dan staan.
    En dat het moet. En niemand het echt vat.
    Dit moment: vader die de blik afwendt.
    Alleen een zielsverwante schreit om eigen lot
    of uit besef dat dode zonen stenen villen.
    Terwijl ik nog zoek je pijn te stillen, in ruil
    de hoer had willen zijn van elke andere god.
    Maar dat niets meer valt te willen.
     
    Pietà
    Nu je dood bent, kunnen we rusten
    bij elkaar. Niets snijdt ons los.
    We zijn voorgoed vereend.
    Buiten worden steden afgekookt,
    aan de horizon klinkt klef getoeter,
    alle taal besmeurt zichzelf.
    Maar wij zijn met ons twee alleen.
    Samen onbewoonbaar. Wij dragen elkaar.
    Zoals water stenen draagt.
  • 84
    3993

    Trojaanse vrouwen

    Erwin Steyaert
    Zusters,
     
    deze stad komt nooit klaar met haar wijken.
    Bij dag hangt de zon er bebloed aan haar stralen.
    ’s Nachts graven we brood uit de grachten.
    We persen uit kiezels nog olie. In de stegen
     
    leggen de mannen hun voorhoofd tegen de muur.
    Op de pleinen draagt hun branie doorzichtige kleren.
    De zomer wordt dun in hun heupen
    en nog brengen we leven in hun geslacht.
     
    De stamboom schudt hen straks uit zijn takken.
    In zijn schaduw gaan wij in rook op.
    We hoesten ons, zusters, weer tot een lichaam
    en rechten de ladder in onze woede.
     
    We klimmen in onze handen en harken
    kinderen uit het slachtveld.
  • 85
    4979

    Turkije all inclusive

    Bernadette Stom
     
    Ze hebben je zien vliegen in het zwarte badpak
    met de rits tussen je borsten. Drie treetjes vlakbij
    de wc, van marmer als de hal ervoor.
     
    Op blauwe wegwerpslofjes zoek ik naar je bed op de i.c.
    Het is moeilijk uit te maken wie jij bent.
     
    Je bovenlijf ligt onbedekt
    - veel smaller dan ik me herinner -
    kapotte etalagepop in een depot
     
    de tepels die me voedden zijn als vroeger.
    Buiten houdt mijn jongste broer de wacht.
    Ik lach naar hem alsof het meevalt binnen.
  • 86
    1901

    Tussaud "light".

    Wil Fraikin
    Ik ben een zorglijk bedaard pront
    protolijk dat haar PGB tot haar
    einde omarmt: vanaf hier rechtdoor,
    dan derde beuk links waar ik nootjes raapte
    toen ik nog buigen kon: ik was de snelste sleuf
    van alle schraapsters.

    Ik duikel kopje om de hoogste stang
    van mijn rollator en sla de aarde
    met mijn voeten en kijk omhoog naar het hemelrijk
    waar zij mij eens moeten bevroeden -

    en mij blauw laten hangen waarna mijn bed -
    ik kreeg nog een OV-kaart verstrekt.

    Ik voel mij "embedded" als een erwt -
    een made zonder vislijn een liefde
    vol hectares net ingedijkt land
    vol zeepokken, mesheften en alikruiken
    maar waarom laten ze mij nu kruipen?











  • 87
    8351

    Twee meisjes

    Pieter Olde Rikkert
    er is een nieuw meisje in de klas dat kanker in haar hoofd heeft gehad. eerst was ze kaal,
    nu heeft ze een aureool van donshaartjes. ze noemt de kanker harry, naar haar vader

    die ervandoor ging met de hondentrimster terwijl ze geen honden had. zelf heet ze minke.
    ik vraag of dat afgeleid is van verminkt. ze zegt: we zijn overal ergens vanaf gegleden.

    het litteken op haar hoofd lijkt op de rits van een etui. ik krijg zin om te tekenen.
    m’n hoofd is nu gesloten, zegt ze, er kan nu niets meer in, maar op een dag breekt-ie open

    en komt harry terug. na school maken we zandkoekjes en ik vraag wat ze later wil worden.
    harig en lesbisch, zegt ze. dat komt mooi uit, van dat lesbische, dus ik vraag of ik haar mag zoenen.

    ze zegt jawel, maar vast alleen omdat ik net iets lelijker ben dan zij, en ze zegt
    dat het nog besmettelijk kan zijn, de kanker. dan zoenen we. ze smaakt naar bami.

    daarna schrijven we brieven: red ons niet, wij zijn veilig. stoppen ze in flessen en
    wachten tot de zonvloed komt.
  • 88
    6213

    UITVERGROOT

    herman rohaert
     
     
    Ik heb in jouw foto je oog geselecteerd en ik heb erop ingezoomd
    en ingezoomd tot het tot over de rand van het beeldscherm krulde,
    tot aan de uiterste resolutie ben ik gegaan (en die is zo hoog dat ik
    weer kan geloven dat jij het bent, wel degelijk). Ik vergrootte je
    linkeroog in de hoop zo, met de laatste klik aan de andere kant te
    geraken, de ziel van je oog te ontwaren of toch op zijn minst mezelf.


    Bij de 8ste uitvergroting zag ik mezelf in vage contouren en bij de 16de
    de omtrek van mijn camera, alleen herkenbaar voor mezelf, wellicht.

    En daarna niets meer dan grijze staafjes, netjes geordend als tegels
    in een vloer, stenen in een muur die ik nu liefkozend betast, dag en
    nacht, om zo de voegen ervan te doen springen, met dit gedicht.
     

  • 89
    893

    Vergeven    

    Hoe we de schade kunnen beperken vraagt ze
     
    hoe verdampte wolken smaken
    hoe dieren tussen sterren klimmen
     
    wij schrijven beter
    om alles zo te laten zo het was
     
    we verdelgen geesten en goeroes
    verwensen deze gekoelde grond
     
    we kopiëren ons aan de oude beesten
    zwelgen eindelijk in het eerste water weer
     
    we weten niet hoe morgen valt
    in het duister van een klaarlichte dag.
     
    Lijmranden om bij te knielen.  
  • 90
    4766

    Viva bomma


    Het leuke aan de zot is zijn verlangen.
    Niets gezegd krijgen, niets gedaan krijgen
    of onbegrijpelijk zijn: dat zijn vriendelijke vormen van opstand.


    In het lachen schuilt de afgedankte wereld.
    En zijn lijden is de groeinorm van alle gekelderde daadkracht.
    In de stilte, in de leegte, in het lijden, in de vriendelijkheid:


    alle stemmen van de waanzin spreken tegen.
    Dat een mens gedoemd is om akkoord te gaan.
    Dat normaal zijn de gezondheid sterk bevordert.





  • 91
    9831

    Vleugellam

    Phaedra Onclin
    Spreiden wil ik,
    mijn benen, mijn melodievleugels tot in de eeuwigheid
    ooit offerde ik mijn loopmachinerie
    voor deze granito gewrichten, mijn voeten, enkels, tenen,
    dit arme lichaam doopte ik
    als een beulse Salomé zonder berouw
    dwong het te wervelen om zijn as
     
    Dansen wil ik,
    pirouetteren tot de muziek moe wordt en gaat liggen
    ik lust voor de doemdenkers
    om hun eeltige vittigheid los te schuren
    mohair zachte woorden schenk ik ze, als nieuw
     
    Hopen wil ik,
    maar mijn spitzengefühl ziet de veer aan mijn voeten buigen
    van ellende, don’t break a leg, bravo
    het huidzachte fluweel koestert allang niet meer
    mijn zwanenhals, de callussen op mijn schouderbladen
    spelen mime op het deksel
    zonder verlossing van eerste of tweede positie
     
    Vliegen wil ik,
    meegezogen door wervelwinden van Tsjaikovskisch formaat,
    maar de sleutel zwerft remiaans rond, verstoft en met decenniabaard
    als eerste en enige solist
    hij onthoudt mij zijn stalen greep, blijf ik
    overgeleverd aan heidense pliégebedjes.
  • 92
    5331

    we moeten van alles te weten komen

    Wout Waanders
    we wonen in een straat met alleen woningen.
    bouwvakkers hebben er aan gewerkt zonder op of om te kijken. toen ze klaar waren
    leunden ze uitgeput tegen een muur van een hoekhuis en ze keken naar elkaar,
    en naar hun handen, naar wat ze gebouwd hadden,
    naar de straat, naar de muren tegenover hen,
     
    en ze zagen de muren daarboven en daarboven,
    de galerijen met witgrijze traliehekjes, en daarboven, daarboven,
    nieuwe woningen, meer galerijen, steunbalken en trappenhuizen.
     
    totdat ze met hun hoofd in hun nek
    zagen dat ze ook boven hen hadden gebouwd,
    dat overal rondom hen heen woningen waren,
    woningen aan hun modderige voeten,
    aan hun haren, hun vingertoppen.
     
    wat we te weten moeten komen is dit:
    als we opeens onze ogen sluiten,
    waar we dan tegenaan lopen en of we dat
    willen overwinnen.
  • 93
    4482

    Weemoed ligt op straat

    Henri Looymans
    40 huisjes lang en hink-stap-sprong breed plus de stoep voor de aanloop, een vertrouwd parcours van
    uitgezette herinneringen en toch voelt het anders onder mijn leren zolen;

     
    een trage pirouette in een stomme film, oude diesels en dito karren puffen een reukloze rondedans,
    de groenteboer, melkboer, kolenboer, honden met mechanische kaken zetten zich af tegen de lucht,
    kinderen slaan de hoepels rond, moeders met vaalwitte schorten in half open deuren, afijn, enzovoorts,
    en zo meer;

     
    schooiers zijn er niet meer, had mijn vader toch gelijk dat ze op hun laatste benen liepen, ha ha,
    de tijd vrat hen op en ik zie mijn silhouet ook nauwelijks nog in de ramen;

     
    mijn straat ontvlucht de vraatzucht van de jaren en laat zich vollopen met jong bloed,
    hun boards achteloos op de rug tegen de stoeprand gesmeten;

     
    het oude huis heeft een gezandstraalde look en koop-geil-glanzende kozijnen,
    alsof opnieuw beginnen zomaar kan: in een straat die zichzelf niet langer herinnert;

     
    misschien valt er nog wat te pimpen, een paar bronzen tegeltjes met daarop de namen
    van weggevoerde joodse families, of een bankje met in de rug geschoten verzetsstrijders
    op een plaquette 
    of een made in China waterpomp die lijkt op de echte die er eerder stond;
     
    wat heb je aan verleden als het toch wordt verbouwd of verborgen, kan je net zo goed onder je leren zolen
    in het knarsen van Italiaans grint op de patio van je designhut in Laren de stem horen klinken van je toekomst;

     
    voelt ook kut.
     
  • 94
    5649

    WEINIG VAN WAT VROEGER WAS

    De scherven opgegraven
    zij die niet voorspeld waren
    die hun wanen uit glazen dronken,
    die zilver tot maskers smolten.

    Bestudeer de wenteling liever
    van de lichamen 's nachts,
    o hemelse kringlopen, het zetten
    van de dubbele punt: onze raaklijnen
    hoeven misschien niets te wegen.

    Weinig van wat vroeger was
    zal waarheid blijken
    noch wat in de hemel
    vermoed van edel bloed
    het gaat om ouder dan de tijd
    en verder dan de wereld
    de vroege chinezen, de rembrandts.

    Het is de kunst
    de hand erop leggen
    men moet ten minste
    een volmaakte cirkel
    los uit de pols kunnen tekenen.
  • 95
    9450

    Wezen

    Willem Peha
    Fascinerend hoe
    tijdens storm
    op het strand
    een wezen begiftigd met
    98% Homo sapiens DNA
    en 2% Neanderthaler DNA,
    tot 100% omstrengeld,
    straight skeletaal zich staande houdt
    onder barre klimatologische omstandigheden,
    nevens
    een wezen begeesterd, met
    98% PVC Animaris DNA
    en 2% weekmaker Animaris DNA,
    tot 100% versmolten,
    stabiel skeletaal zich staande houdt
    onder barre klimatologische omstandigheden,
    bij welke wezens oók nog zij gegeven
    dat antropologen de neanderthalergenen
    verantwoordelijk achten
    voor rood haar, overgewicht en depressie,
    en chemici de weekmakergenen
    verantwoordelijk achten
    voor weke lagen en weeklagen,
    hetgeen genetici zo op het oog
    bij beide wezens
    niet hebben kunnen waarnemen,
    zodat de vraag zich opwerpt
    of de observator in wézen
    star, staande zal houden
    onder barre klimatologische omstandigheden
    getuige te zijn geweest
    van een mirákel.
  • 96
    6883

    wie hier nog komt is elders meestal uitgestorven

    Arien Cornelis Verberne
    hij zei dat hij niet meer terugkwam
    later deed hij het toch
    toen hij uiteindelijk opgehaald werd en wij zijn vlekkige matras
    vol schaamte in de nacht
    iets verder om de hoek op straat hadden gezet
    verdween ook zijn stoel wat later
    zijn schoenen zijn jas hing
    niet meer en zijn fiets via marktplaats is verkocht
    bij het eten van gebakken aardappels met groente
    en een bal gehakt
    kwam hij geregeld nog langs
    we noemen zijn naam niet
    omdat het flauw werd
    zeggen we niets
  • 97
    6296

    ze zijn weg

    Stefan Heulot
     
    ze zijn weg
    (Choeung Ek, 14km ten zuiden van Phnom Penh)
     
    want weer zit je fout, heb je
    een doorslaande stem nodig
    om te snappen
    dat het je wortels zijn
    het zijn jouw takken
    die het zwiepend geluid maken, omdat
    je er opnieuw naast zit
    je schors versplintert, stolt
    tot de stilte er op volgt
    als brandhout deug je
    enkel wanneer de vlam echt
    niet anders kan, mag je van geluk
    spreken dat kraken bevrijding betekent
    houd je vast tot het zand verdunt
    dan pas zullen de wortels je doorgronden
  • 98
    5131

    Zekerheden

    Wat in een fotolijstje past is te klein voor een herinnering.
    Het heelal heeft precies het formaat van alles
    in mijn hoofd. Als een wazige vlek

    ziet de buurman mij bewegen door het beslagen keukenraam.
    Binnen besta ik echt.

    Opgebouwd uit heldere lijnen, driedimensionaal
    vermoed ik d
    at de zon die rechts ondergaat dezelfde is
    die later links weer opkomt.

    Bij twijfel steek ik mijn hand in de lucht 
    laat
    een heel vliegtuig verdwijnen
    achter mijn vingertop.






  • 99
    7020

    zoektocht

    Jos Deckx
    als ze me zoeken en niet vinden
    als ze voor mijn open deur staan
    en me niet vinden
    zeg maar dat ik op reis ben
    verzin een stad verzin een land
     
    maar zeg niet dat ik al dagen
    dat ik al maanden op weg ben
    op weg naar een verleden om
    alle werken te inspecteren die
    ik ooit onvoltooid achterliet
     
    zeg niet dat ik met een boom
    ben gaan praten een boom in
    een bos waar het heden niet
    langer is toegelaten waar ik me
    verbeeld dat niets is weggeveegd
     
    een boom die weet een oude bekende
    die weet van het meisje met blauwe
    rok en witte kousen keurig als in
    het reglement te lezen hoewel de
    rok toch iets korter dan voorgeschreven
  • 100
    8841

    Zwakke omkadering

    Anna Van Cleynenbreugel
    Het geboren worden tussen deze monumentaliteit,
    overheerst door klanken.
    Daar is het moeilijk om zelf verstaanbaar te zijn.
    Vanuit de zwakke omkadering, hopend naar een benadering
    van de meer elegante kruisbestuiving.

    Het creëren van een gestalte dat tussen de altijd aanwezige chaos
    genoeg krachtvoer kan oprapen, tussendoor.

     
    Ik wil graag omhelzen,
    veel te veel.
    Belachelijk veel te veel.
     
    En soms is er die ene schouderklop die proeft naar het mogelijke,
    het mogelijke van te groeien in de ondertussen aanvaarde habitat.
    Maar even snel is er de argwaan die de beproeving van een
    nerveuze energie verwelkomt.
     
    Zodus,
    Hier gaan we weer.
     
    Opzoek naar de betekenis van deze zelfbeschrijving
    gebaseerd op iets wat niet over mij spreekt.
    Ik noem het contactbreuk met mezelf.
    Ja zo stel ik de menigte rondom me weer tot rust.
     
    Zodus,
    vermeng me maar.
     
    daar waar ik nog heel misschien nodig ben.
    Daar waar men iedereen kan gebruiken
    maar niemand wil.
    Daar waar de overbodigheid achter een hoekje schuilt
    en af en toe eens vriendelijk zwaait.
     
    Belangeloos vermenging zowaar.
    Uitgedroogde sympathie.
    Overgoten excuses in meervoud.
     
    Geef mij die bodemloosheid waar ik zachtjes op mag leunen.