Editie 6

HOOFDPRIJS: Ruth Lasters en Laurens Hoevenaren
De hoofdprijs van € 10.000 werd dit jaar verdeeld tussen de winnaars van een gedeelde eerste plaats: Ruth Lasters met het gedicht 'Witlof' en Laurens Hoevenaren met het gedicht 'De zotte Charlotte'.

Witlof
 
De afzonderlijke oerknallen van
dingen, het (ontstaans)eureka van sorbet, papier, de slede, radio-

golven, de dasknoop, het elektron, poedersuiker. Was het
in stolpen maar ergens bewaard. Grote glazen reservoirs

waaronder men dan bij verwonderingverlies, bij bovenmatig balen
inhaleren kon het prilste, prettigste begrippen-

begin, ontdekkingsenthousiasme.
Dan in zo’n stolp met jou te staan, diep in te ademen de kick

van de vondst van wat wij daarna dan verzoend en -strengeld
weken aten: rauwe, bleke losgewoelde ledematen van

de aarde.                                                                 

Ruth Lasters 
 
Ruth Lasters studeerde Romaanse talen in Brussel, is schrijfster en lerares. Haar poëziedebuut Vouwplannen verscheen in 2007. In 2015 verscheen haar bundel Lichtmeters.
 
De zotte Charlotte

Op kousenvoeten sluip ik naar het dagverblijf
– ook ’s nachts blijf ik gekleed als dame –
en zie het licht achter de tralieramen
dat alle zinsbegoocheling verdrijft.

Ik tel de dagen, schrijf ze in mijn waaier
met tekenen die niemand lezen kan of zal.
Mijn geest wordt alle dagen taaier
al voeren ze me gif en slachtafval.

Het enige bezoek is van mijn gouvernante.
Ik vraag haar steeds een jurk met diep decolleté;
ze brengt alleen borduurwerk voor me mee
en nooit een groet van oom en tante.

En als ik bij het weggaan vraag:
‘Was het een jongen of een meisje, leeft het nog?’
dan mompelt ze plots heel erg vaag
en zegt alleen: ‘Ach kindje toch.’
 
Laurens Hoevenaren is schrijver en dichter, en begeleidt daarnaast werknemers en management. Hij debuteerde in 2014 met een verhaal in eBook Het Debuut (ISBN 9781310118623).  
TWEEDE PRIJS: Alja Spaan
De tweede prijs van € 2.500,- werd gewonnen door Alja Spaan met het gedicht Plezierig.

Plezierig 

Zoals met de tekst op het ansichtkaartje:
je twijfelt aan de omschrijving maar het
adres klopt, je hebt je

handtekening geoefend, ze zien meteen
dat jij het bent en ze zullen blij zijn, de
post doet de ronde, wordt

geschoven onder het lichtknopje naast
de deur zodat elke keer als de deur open
gaat, er even gekeken kan

worden. Je komt een keer thuis, dat ook
en je zult verhalen van je reis, je vertelt
alleen niet alles

zoals je nu niet alles opschrijft. Het weer
was zonnig, er vielen vogels uit de lucht,
je ving ze allemaal.
 
Alja Spaan debuteerde in 2010 in de dichtbundel Je hebt me gemaakt met je kus, samen met dichter Wouter van Heiningen; Haar De hand de beweging laten maken (gedichten en brieven) verscheen in januari 2012.

Top 100 2014

  • Nr.
    Titel
    Auteur
    Tekst
  • 1
    5575

    De zotte Charlotte (1e prijs)

    De zotte Charlotte

     

    Op kousenvoeten sluip ik naar het dagverblijf

    -ook ’s nachts blijf ik gekleed als dame-

    en zie het licht achter de tralieramen

    dat alle zinsbegoocheling verdrijft.

     

    Ik tel de dagen, schrijf ze in mijn waaier

    met tekenen die niemand lezen kan of zal.

    Mijn geest wordt alle dagen taaier

    al voeren ze me gif en slachtafval.

     

    Het enige bezoek is van mijn gouvernante.

    Ik vraag haar steeds een jurk met diep decolleté;

    ze brengt alleen borduurwerk voor me mee

    en nooit een groet van oom en tante.

     

    En als ik bij het weggaan vraag:

    ‘Was het een jongen of een meisje, leeft het nog?’

    dan mompelt ze plots heel erg vaag

    en zegt alleen: ‘Ach kindje toch.’

  • 2
    9255

    Witlof (1e prijs)

    Ruth Lasters

     

    De afzonderlijke oerknallen van

    dingen, het (ontstaans)eureka van sorbet, papier, de slede, radio-

     

    golven, de dasknoop, het elektron, poedersuiker. Was het

    in stolpen maar ergens bewaard. Grote glazen reservoirs

     

    waaronder men dan bij verwonderingverlies, bij bovenmatig balen

    inhaleren kon het prilste, prettigste begrippen-

     

    begin, ontdekkingsenthousiasme.

    Dan in zo’n stolp met jou te staan, diep in te ademen de kick

     

    van de vondst van wat wij daarna dan verzoend en -strengeld

    weken aten: rauwe, bleke losgewoelde ledematen van

     

    de aarde.

     

  • 3
    6332

    plezierig (2e prijs)

     

    Zoals met de tekst op het ansichtkaartje:

    je twijfelt aan de omschrijving maar het

    adres klopt, je hebt je

     

    handtekening geoefend, ze zien meteen

    dat jij het bent en ze zullen blij zijn, de

    post doet de ronde, wordt 

     

    geschoven onder het lichtknopje naast

    de deur zodat elke keer als de deur open

    gaat, er even gekeken kan

     

    worden. Je komt een keer thuis, dat ook

    en je zult verhalen van je reis, je vertelt

    alleen niet alles

     

    zoals je nu niet alles opschrijft. Het weer

    was zonnig, er vielen vogels uit de lucht,

    je ving ze allemaal.

  • 4
    8006

    *

    Ik wilde graag dat je me vond.
    In cafe's waar we niet hadden afgesproken. 

    Of wel afgesproken,

    maar nog maar net.

    Niet vanmorgen of een week geleden.
    Niet met agenda's

    en het noemen van de dagen

    dat we echt niet konden.

     

    Ik wilde graag dat je me vond.
    Ik jou niet zag, jij mij zag zitten
    na kortstondig moeten zoeken.
    In een hoek, maar niet verscholen.
    Zonder te verdrinken,
    in kranten die ik niet zou lezen.
    Of vluchtig contact met mensen,

    niet lijflijk aanwezig.

     

    Ik wilde graag dat je me vond.
    En dat je dat een mooi moment vond.
    Waar je nog weleens aan dacht.
    Dat ik alleen zou zijn, alleen natuurlijk.
    En dat dat niet uitmaakte,

    alleen maar leuker was.
    Omdat je wist

    dat dat was wat ik wilde.

     

    Ik wilde graag dat je me vond.
    Dat je net iets later was dan je al zei.
    Ouderwets lange minuten

    op je antieke horloge.
    Nog voor je ging zitten zag

    dat mijn glas bijna leeg was.

    Bestelde en precies wist

    wat ik gedronken had.

     

    Ik wilde graag dat je me vond

    en dat iedereen dan zag,
    dat ik niet alleen was.

  • 5
    9313

    *

    Thuis is de vitrage ongeopend

    en de kerstverlichting staat niet aan.

     

    Alleen de koelkast meldt me zoemend

    dat er nog gekookt moet worden.

     

    Ik dek de tafel stoïcijns voor twee

    en lepel zwijgend de bak Hertog leeg.

     

    De afwas blijft maar staan tot morgen als

    de waterige winterzon de duisternis wat heeft verdund.

     

    ’s Nachts heb ik dan eindelijk maar eigenlijk

    te veel deken voor mezelf alleen.

  • 6
    10346

    *

    Hava Güveli

    *

    als het nacht is en we slapen

    echt we slapen maken monniken

    beschuit met muisjes in de naam

    van tra la la breien engelen gewaagde

    truien verkopen die op de markt

    tikt het uur van je hopsassa doe mij na

    as van de straten

     

    *

    als er een engel om de hoek zichzelf laat

    zien die met zijn losser wordende huid

    mijn geur opvangt fluistert hij in met

    melkgevulde oren van kinderen over

    consumptiebonnen    

    bij het troebel geworden licht maken

    monniken beschuit met muisjes in de naam

    van tra la la breien moeders gewaagde truien

    verkopen die op de markt tikt het uur van je

    hopsassa doe mij na as van de straten

     

    *

    als er een engel om de hoek zichzelf laat

    zien zijn losser wordende huid vangt ons op

    fluistert hij in met melkgevulde oren

    van kinderen over consumptiebonnen

     

    maken monniken beschuit met muisjes

    in de naam van tra la la breien engelen

    gewaagde truien verkopen die op de markt

    tikt het uur van je hopsassa doe mij na

    as van de  straten

  • 7
    9683

    *

    Casper Markesteijn

    Drie koningen

     

    Er staan drie koningen in de klas.

    Uit verre, oostelijke streken. Met blauw

    en rode kleren. Hun taal knauw

    en slik en spuug je. Een vreemd ras.

     

    Er zijn drie koningen gekomen in de klas.

    Ze zijn gekleurd en hebben geen geschenken.

    Hun brood zit bij het schrift en als wij wenken

    klemmem ze twee handen om de plastic tas.

     

    Meestal zwijgen twee van hen. Eén praat.

    Hij zegt: oorlog en kapot, Nike en Adidas.

    De twee volgen waar de derde gaat.

     

    Ze weten niks, want zijn er nog maar pas.

    Zijn ze Bosnisch, Turks of Kroaat?

    Er zitten drie koningen in onze klas.

  • 8
    4746

    *

    Tom Marien

    vaak namen ze ons mee

    naar een of ander park of bos

    onze moeders met hun breed uitwaaierende

    rokken en een volle picknickmand

     

    na de maaltijd op de deken

    stonden natte vingers klaar

    en speelden we gezinsgeluk

    met breed glimmende monden

     

    als een van ons het waagde

    te vragen naar een vader

    dan volgde snel een strenge klap

    waarna we tussen borsten

    amper adem konden halen

     

    pas veel later zouden we begrijpen

    dat mannen net als vogels zijn

     

    nu leven wij als moeders

    met brede rokken en een mand

    en als er een een mond opzet

    dan jeuken onze tepels

    harder dan de hand

  • 9
    9253

    Afstand

    Ruth Lasters

     

    Ik zocht een instrument om de afstand tussen mezelf en de anderen

    te meten, zoals een stapel

    borden, die ik tussen sommigen en mij in duwde als was alles

     

    een strijd om de scheefst gegroeide bordentoren die alsnog

    blijft overeind. Bij anderen hield ik het porselein gewoon voor mij

    als een voorbarige gift van vast ooit nodige

     

    verzoening. Bij jou halveerde ik de stapel tot twee gammele krukjes

    waarop wij praatten over dat het gek is: dat men toen men jong was

    veel met anderen gemeen hebben soms zag als een bedreiging voor

     

    zijn eigenheid, terwijl men als men ouder is net vreest om nooit volkomen

    in elkaar te zijn vervat, broos, nietigst als waxine-

    trillicht in een bordenwarmer.

     

  • 10
    10380

    Alles voor Niets

    De nacht heeft koude armen en een wankel toetsenbord met shoarma.

    Een zwerver vraagt de weg naar geld. Ik zeg: hard werken en dan nog,

    zie wat er van mij geworden is, een mens die door de nacht kruipt op

    zoek naar zijn slakkenhuis. We zijn allemaal zwervers vriend, turend

     

    door de straten. Er ligt een schat begraven ergens onder een lantaarn

    ligt onder het licht een vracht aan brood en oude kaas. Mijn telefoon

    heeft google maps. Het toont de stad als locatie. Voor opgravingen

    gereed. Het heeft een onbezonnen waarde. Iedere stap in deze stad

     

    dit leven, in deze nacht. Haal door en haal adem. Wees helder als

    lucht. Blijf naar de sterren staren, til je voeten op en verhef je boven

    de aarde als een giraffe. Hap naar de bovenste bladeren. Laat zien

     

    dat jij er bent. Steek je nek uit vent. Vraag niets, neem alles met

    gemak. Leer dromen te bewaren. Verwarm je koude idealen in

    de magnetron. Op het station. Je hoeft niets te betalen.

     

  • 11
    5977

    Avondlicht

    Joop Alleblas

    Witte veren aan een strakke hemel

    waaieren uit mijn bruid haar huid

    Zesenzestig jaar ik zeg: belegen enigszins

     

    Niet eerder onbevangen uitgesproken

    Ze zegt: dit jaar snel oud geworden en

    negentienhonderdnegenenzestig

    had voor zijn doen een zachte winter

     

    Misschien de lichtinval, ze draait

    het hoofd wat schuin opzij omlaag

    De schaduwzijde beidt de tijd

    de zonzijde beschrijft de afgelegde weg

     

    We wachten zwijgend

    op het helend avondlicht dat

    stemmig op de huid gestreken wordt

  • 12
    10233

    Begin

    Jeroen Paalvast

    Ik is de organisatie, de originele kopie -

    de dingen zie je half maar worden heel

    en voetstappen kennen een moment.

     

    De maan is de kaart net als de aarde

    en hoeveel versies volgen nog;

    ga je gangen na in huis

    en geluk valt met elk woord dat je vindt.

     

    Mijn wilde kinderen die eerste keer;

    ademen beheerst in mijn te lange armen -

    alsof ik iets heb teruggevonden

    waarvan ik niet wist dat ik het kwijt was.

     

    Ik scharrel rond het bed op zolder -

    waar zij de roedel niet opgeeft

    en ik niet weet wat ik er van moet maken

    Om tot de kern te komen.

     

    maar in de tuin der lusten wordt gelachen:

    Wat zijn twee oren met een mes ertussen?

    het paradijs was vroeger mooier, zegt ze,

    en wie niet luisteren wil moet voelen’.

     

    Zelfs als de vulkaan slaapt is ze groot,

    de stilte voor de storm om te beginnen  -

    alleen en zonder woorden omringen mij de dingen

    en wat ik nog wil zeggen over een geweldig einde.

  • 13
    10146

    Berichten van het front III

    Edda Grol

    telkens als ik schrijf
    hoop ik dat ze
     
    handenwringend wenend
    op me wacht, in zwarte uren
    de bank besmeurt met tranen
    bezoekers bleek te woord staat
    met een knik in de hals
    een snik in de stem
    want haar man is een held

    dat ze liegt
    ik red het wel
    geen zorgen om mij
    hij komt weer terug
    als ik maar blijf doen
    wat altijd gedaan is

    zuchtend haar haar opsteekt
    de wrong misschien wel grijzer
    ogen flets groen
    vaat nog in de gootsteen
    vet op het water
    verdriet in stoffige vloeren
    en het zurige huis

    ik hoop dat ze
    haar blouse zo knoopt
    dat ze preutser lijkt
    want als ik terugkom
    heb ik haar het liefst verlept

  • 14
    7762

    Bij wijze van gebeurtenis

    Noud Renthaven

    Hier en daar hangt nog wat ochtendmist
    een boerderij verderop blaft een hond
    in de bongerd achter het grote huis
    leunt een trapladder tegen de appelaar
    en tegen de trapladder leunt een man

     

    van de vrucht van de boom heeft hij
    gegeten maar zonder er wijzer van te
    worden, geen enkel naakt besef daagde

     

    hij stond al op de bovenste sport van waar
    bij mooi weer de Mont Blanc is te zien
    maar ook dat heeft niet geholpen, het is
    niet helder genoeg, zijn hoofd omfloerst

     

    hij drinkt zijn koffie zwart uit een emaillen

    mok - wit van binnen, van buiten blauw,

    stukken uit de rand - wanneer de geur

    van houtvuur aangedreven komt,

     

    met de wind, die de laatste flarden
    verdrijft, breekt de zon door - nazomer
    is het nog maar er zit voor het eerst
    dit jaar iets van kou in de lucht

     

    nu heeft hij de val van het licht
    door het glas-in-lood-raam in zijn kop
    en denkt: dichterbij dan dit kom ik niet
    heel even is er niet veel meer dan dat
    hij er is - hij is er en dat is dat.

  • 15
    9416

    Blokkade

    Elly-Ann van Luxemburg

     

    wellicht is er een reden

    die ik niet zo meteen

     

    geluk duurt stellig negen jaar

    met brokken, lijmen,

    zinloze wanhoop

     

    bekijk wederom het scherm

    herken wat vergrendeld is

    maak me maar wakker

     

    geniaal in verwonden

    broekzakbel ik je wel

     

  • 16
    3402

    bobonne

    Luc C. Martens

    ik was tien jaar

    en kroop mijn ochtend op de gang.

    het stof moest van de plinten

    van de deurstijlen, de houten trap

    de bedsponden, de hoge kleerkast.

     

    halfkreupel volgde zij. met haar stok

    - waaraan ze de stofvod bond wanneer

    ik nièt met vakantie was - wees ze de pluizen.

     

    tijdens haar middagdutje

    vluchten naar de duinen

    om groot te worden met de vrienden,

    in koude bunkers vol historisch stof

    en Duitsernis

     

    om tien uur slapen

    na een lange avond in pyjama,

    morgen begon de gròte schoonmaak.

    het ‘spek en ei’ zou klaarstaan

    de stofvod en de wandelstok.

     

    het stof dat ze nergens kon zien liggen

    is ze zelf al lang geworden.

  • 17
    11687

    bos

    Riet van Schie

    Bos. Altijd het onschuldige bos. Hout.

    Nog even de stenen wegdenken. Nog even

    de conjuncturele problemen opschuiven

    voor zolang het kan. Buiten de greep

    blijven van gulzige monden en de ratelende

    knipperlichten en vluchtige auto's niet horen.

     

    Straks. De straat inrijden. De afstand meten.

    Wat heerst in de ogen kijken. Maar eerst de

    bril slijpen, het kind nog lezen, iets van papier

    invoelen: de krant, mijn hand warmbloedig

    de pen besturen een uur of uren en bloeiende

    woorden schikken op papier van hout.

     

    (vrij naar: G. Kouwenaar)

  • 18
    4422

    Cello

    Jos Deckx

    Bij de donkerste tonen van een cello

    zie ik als Marsman onder zware wolken het

    water onstuitbaar door het laagland stromen

     

    Bij het snelle zwellen van het dwingende ritme

    klim ik als Caspar David Friedrich naar waar een

    woeste bergtop ongenaakbaar over de aarde heerst.

     

    Maar bij het smachtende snikken van de trage

    klanken kan ik als Verlaine de weemoed voelen

    van een kille herfstwind die dichters huilen doet.

     

    En na het langzame sterven van de laatste noten

    weet ik dat ik vreugde en verdriet enkel nog kan

    bezweren in het onbeholpen fluiten van een eigen lied.

  • 19
    125

    Chemisch verlangen

    chemisch verlangen.


    een pulserend strand 
    in een neon verlichte hemel

    maan en golven slijpen 
    verborgen gedachten

    door de nacht geroken
    verlaten wij opnieuw

    deze warme progressie onder de sterren

    chaos ritme en muziek
    penetreren overal om ons heen

    fragmenten verdelen
    als vuurwerk

    de film achter gesloten ogen

    langzaam dwalen we af
    naar dit bezinksel van dromen

    deze nieuwe realiteit
    ontwaakt ons
    als zachte gekke kinderen

    de ochtend vangt ons masker van kleuren

  • 20
    1717

    choreografie voor vier wielen

    Theo van Wijk

    vier wielen staan klaar

     

    een halve stap vooruit

    draai synchroon naar rechts

    een halve stap erbij

    sluit aan

    ontspan

     

    een kwart stap achteruit

    vier wielen rond met uitrol naar links

    rechtop, open en reik

    naar het servies

    sluit

    draai naar rechts

    twee stappen vooruit

    rust

     

    buig, open en reik

    naar de taart

    sluit

    een halve stap achteruit

    draai naar rechts

    stabiliseer

    een kwart stap vooruit

    stop

     

    vier wielen staan klaar

  • 21
    6387

    D.T., een hommage

    Het licht valt op het tafelblad van kopshout,

    dat verzadigd is van stemmen, woorden,

    whisky, muzieknotatie, kinderhanden

    en het uur is van herten, edelstaal

     

    en bladgoud. Prismatisch breekt het in de lege

    fruitschaal zoals in vlokkige wolken ’s avonds

    in de herfst. Het stuitert na als de knaap

    z’n knikkers vroeger op de keukenvloer,

     

    bonte blikvangers van het moment Hiroshima.

    Trekt banen in de verbrande vruchtbaarheid

    van bedaarde velden, afgemat gras, dooft

     

    uit als staal, het oogvlies van een aangeschoten

    edelhert (het licht dat ook in gedichten sterft).

    Het behang is weer van aarde, dode dieren.

  • 22
    7475

    Daar

    Daar dus,

    daar precies.

    raadselmarges,

    fluisterkanten.

     

    dat iets gebeurt

    is noodzakelijk,

    niets verschuift zomaar.

     

    omtrek maakt haar zichtbaar,

    schuimbekkende dag

    rolt binnen langs haar randen.

    voor wie de zoom uitlegt

    reikt ruimte.

  • 23
    6475

    Darwin in reverse

    Ik kan geen druppel meer zien, zei hij, ik stap desnoods op

    al wat vaart of vliegt. U bent al te laat,

     

    het last minute loket is gesloten, iedereen is nu aan boord.

    Ze glimlachte lief en haalde het optische wit van haar tanden.

    Maar ook aan de thuisblijvers is gedacht! Alle musea zijn gratis

    en toegankelijk. Mag ik u gidsen? Haar paraplu ging ongeopend

    in de lucht en ze wees met een droge vinger naar boven.

    Wist u dat er vogels zijn die nooit landen? Ze liepen door

    de lege zalen. Hier stond de zeppelin, zei ze. Ik lees de toelichting.

    Er wordt beweerd dat branden in de lucht boven verdrinken gaat.

    Maar zelf ben ik niet zeker, fluisterde ze. 

    Ik heb nu een huis aan het strand, zei hij.

     

    Ze aten wier die avond, maar ze wisten dat het te laat was 

    om kieuwen te kweken. Hij zag nog steeds niets

    in het koude afwaswater dat leek op vliezen.

    Mogelijk zijn we al te ver geëvolueerd, zei hij.

    Zijn er nog alternatieven? Zij lachte in de afwasbak.  

     

    Kijk, zei ze, het water blijft wassen.

    We kunnen misschien gebarentaal. Lijken

    mijn vingers niet al op een zacht wuivend koraal?  

     

    Ze liep het strand op en vroeg, maar waar stop ik

    mijn taal, hoe plant een woord zich in het water voort, kan ik op de golven

    rekenen? Moeten we niet alles noteren op drijvend materiaal?  

     

    Alles? vroeg hij. Ze knikte met het hoofd nog net boven water.

    Maar snel! Ik sta al op mijn tippen, ik moet

    mijn benen knopen tot een staart

    en vinnig met de armen slaan. 


    Vat het samen! Misschien is er nog tijd voor
    één zin. Haastig blies hij woorden in het schuim.

    Als we dit overleven, zal het zijn door kuit te schieten. 

     

     

     

  • 24
    2111

    De Afrikaanse

    Wouter Bongers

    Aan de rand van gerafeld asfalt
    houdt zij zich staande. Statig,
    in balans, hoe haar hals en hoofd
    de oogsten draagt. Het goud,
    getrokken en gegraven uit hoge ruggen aarde.
    Meer dan een moeder, een palm
    die haar vrucht in doeken bindt,
    bewaart, is zij een zuil
    waar een volk op kan bestaan 

  • 25
    11777

    De eenzaamheid van een driezitsbank

    Marloes Robijn

    er zijn vrouwen die hun dankbaarheid uiten in 

    schapenvlees, er zijn mannen die de hoeden

     

    van deze vrouwen kunnen vangen, vlees 

    en hoofddeksels geven warmte maar


    de man is een zeeman eenzaam en zo lang zonder

    de vrouw een hoedenplank esthetisch ondervoed 

     

    ze durven elkaar niet 


    de zeeman schat bij elke vraag het aantal knopen

    zij praat frommelend, hult zichzelf in rookabri's

     

    als niemand kijkt vergaat ze

     

    de zeeman heeft hier handen voor, echte

    handen heeft hij voor zich maar

     

    hij durft haar niet

     

    stelt vragen met gespreide vingers

    een draaiende pols en zij weet heus

     

    het misschien van eilanden, hoe

    vrijblijvend het water

     

    ze heeft hier op zich potjes voor

    echte, waterdichte potjes

     

    maar ze durft ze niet 


    ze luisteren naar het journaal van de buren

    hopen op interventie van hogerhand

     

    China heeft al een wagentje op de maan

    maar dat is kapot 

  • 26
    6919

    DE GASTEN VAN HET BADHUIS

    Jasmijn Kam

    We kunnen niet afspreken. Ze duiken op
    wanneer ik hen het liefste wil ontlopen maar toch;
    als ik ze tegenkom dan blijf ik 

     

    bij de logge gevaartes met handdoekjurken om hun heupen
    de kleine iele monstertjes,  de man met het gouden kettinkje om zijn nek. 

    Het meisjesportret waar ik niet naar durf te vragen.   

     

    Ze geven niets om wat ik uitwreef
    op mijn lippen en in de huid van mijn hals.
    Ze zien de blos die ik op mijn wangen had geverfd
    niet smelten terwijl ik mijzelf schoon stoom.

    Bij hen schaam ik me niet voor het bed waarin ik sliep

    en ik denk dat ze weten wat goed voor me is.

    Ik mag me in hun schoot begraven.
    Ze gebruiken haarspelden om propjes uit mijn oren te pulken.
    Ze schaven alle vellen van mijn huid.
    Ze laten alle blaren barsten, knippen bundels klitten uit mijn nek.

    De gasten van het badhuis geven niets
    om wat ik voor of na ons weerzien uitspook.

    Één voor één schenken ze water op de gloeiend hete kolen.
    Bedekken na de laatste koestering mijn lijf met pluche lappen.
    Soms ben ik bang dat ik er nooit meer weg kom maar

    ook daar is een oplossing voor: het voelt haast niet als duwen.

  • 27
    11440

    De Gids

    Peter M. van der Linden

    Een Afrikaans model daalt omlaag
    op de roltrap van het station

     

    ogen als amandelen en geur van kokos
    haar jurk is een wilde bloemenzee

     

    geen idee waar zij naartoe gaat
    maar die plek gaat er enorm op vooruit

     

    ik sta met mijn rug tegen
    een billboard vol magische lingerie

     

    en maak oogcontact met een witte duif
    de duif zit behaaglijk op de klok

     

    mijn koffer glimt in het ochtendlicht
    Volkswagens denderen langs op wagons

     

    zwerfafval en herfstblad richt zich even op
    na de laatste wagon valt iedereen weer op zijn plek

     

    ik friemel een Mentos uit een rolletje
    wolkjes lucht ploppen uit mijn mond

     

    de stiltecoupé richting Schiphol staat gereed
    met een kinderwang plakkend tegen een raam

     

    voetstappen versnellen door een fluitje
    een plastic koffiebeker tuimelt op het spoor

     

    de mensen kijken in hun handen
    ik ga zometeen vliegen

     

    en kijk in de lucht of het veilig is
    weer het oogcontact met de witte duif

     

    ik hoor hem koeren, Tommy Cooper, kom op
    Tommy Cooper, loop door en stap in je trein

     

    ik stap op en groet de duif
    wanneer ik ook heenga, hij zal er zijn

     

  • 28
    6237

    De hond en mijn oma

    Andr

    Toen mijn vader veertien was

    verloor hij zijn lievelingshond;

    zijn moeder gaf het beest terug

    aan de oorspronkelijke eigenaar.

     

    De hond is zelfs een keer

    helemaal teruggelopen;

    ruim tweehonderd kilometer

    moest genoeg zijn

    om buiten het bereik

    van slaag te blijven.

     

    Maar ook dat maal

    wees mijn oma hem de deur.

    Mijn vaders verdriet hierom

    overleefde het dier ruimschoots.

    Mijn oma werd

    helaas erg oud.

     

    Onbeweeglijk ligt zij

    in haar graf.

    Hoeveel wormen ook

    vraten aan haar

    de worm der wroeging

    zat daar niet bij.

     

    Nu haalt mijn vader

    vanaf zijn vaste bankje

    voor het tehuis

    elke hond aan die voorbijkomt

    en zich door hem aaien laat.

     

    ‘Zo, ben je dan teruggekomen

    bij de baas?

    En nou niet weer

    weglopen, hè?

    Beter dan hier

    kun je het niet krijgen.’

  • 29
    2436

    De leeuw, de mus en het scheurende egeltje

    Fred Tak

    Ze besloot die ochtend
    dat de leeuw, de mus en het scheurende egeltje
    niet langer in één doos pasten.

    Eén van de drie moest eruit.

    Ze keek of er iemand huiverde,
    maar het was stil daarbinnen,
    de net wakker geworden mus
    zat rustig op haar berkentwijgje, knipogend
    naar de zon die opkwam.

    De mus was verdwaald, normaal kwam ze hier niet,
    ze had achter op de rug van het scheurende egeltje gezeten,
    waar ze even uitrustte na de lange mussenjacht
    (vijandige mussen slepen de messen),
    ze moest zich aan de stekels vasthouden, het egeltje nam
    haarscherpe bochten, vloog over de kop, rolde
    bergen af, nam duiken in huizenhoge golven,
    scheurde zoals het egeltje nooit eerder,
    de boze leeuw tegenkwam.

    Ze werd groot, al bijna volwassen,
    moeder zei, borstel niet zo lang, je haar gaat ervan scheuren.

    De kapper had gedaan alsof zijn neus bloedde.

  • 30
    10938

    De man met wie

    Opeens miste ik de man

    met wie ik door de jaren

    een dyade vormde

    en wist niet dat hij al

    een dag ontslapen lag,

    gestorven in een botsing

    tussen hoge bloeddruk

    en misslag van het hart.

     

    Lest alleen bewoonde hij

    sociale woningbouw in

    een grauwe provinciestad

    en deed dat met gemak.

    Er zaten rooie pannen op

    het dak en in het perkje

    bloeiden tulpen in april.

    Ik kon kloppen wat ik wou

    roepen bellen bonzen

    het huis potdicht, doodstil.

    Een raam ingeslagen vond

    ik hem in de badkamer

    bloot schoon en dood en

    belde na een zee aan tranen

    112 en stotterde: klote.

     

    Ter plekke claimde de kit

    nu is dit een plaats delict

    u dient het huis te verlaten

    en talmde ik gelaten

    bij de deur in de regen,

    week voor de schouwer

    die zou ontvouwen hoe zijn

    dood de natuur toebehoorde,

    ‘alles is in orde’.

     

    Ik dacht dat dacht ik niet

    en voordat de volgende

    dag de plicht me riep

    smoorde ik mijn verdriet

    in wijn, wodka en weed.

  • 31
    5019

    De plek

    Erwin Steyaert

    De wind richt de wand op.

    Uit de wolken regent het dak.

    De verte vordert het raam.

    Binnen en buiten betwisten de deur.

     

    De drempel beslist over vreemde

    en gast. De tak warmt met zijn vuur

    de plek waar het lichaam

    zich voedt en ontlast.

     

    Hier wonen we, doorzichtig

    als licht bij dag. We kijken door muren

    als door glas. We spreken

    in klare, sobere taal:

     

    bed voor bed, brood voor brood.

    De rest heeft de klank van lucht:

    het hijgen in mijn oor wanneer je komt,

    de adem van ons kind terwijl het slaapt.

     

    Alles krijgen hand en blik gezegd.

    Het is hier stil. Zo stil

    dat je de damp van koffie hoort

    stijgen langs de trap.

  • 32
    7569

    De schrijver

    Machteld Bergstra

    Zoek mij in het wit

    tussen de regels,

    maar je vindt me niet.

    Op partijen, in de schaterlach

    van meisjes, jaag me,

    maar je vangt me niet.

     

    In de frons tussen mijn ogen

    op de achterflap. In het zwieren

    van mij haren op een foto

    in de krant. In de handen

    van mijn vader, of

    in wat hij mij nooit gaf - ik ben er niet.

     

    Wie mij wil zien moet kunnen zwijgen

    en stilstaan. Luister: het zijn

    de bladzijden, die omslaan.

     

    Ook wie goed kijkt ontdekt misschien

    nooit mij, maar wel

    waarnaar ik vlucht.  


    Mag ik het daarbij laten?

  • 33
    7800

    De wachtkamer

    Pauline Sparreboom

    Niets begon want alles gebeurde. Wat er gebeurde was wat iedereen dacht

    dat er gebeurde. Hij kwam binnen en hij zong. Hij zong terwijl hij binnenkwam. 

    Hij zong dat zijn vader. Zijn vader was een vogel. Hij stond en hij zong

    dat zijn vader een vogel was. Zijn vader was een vogel en hij pakte iets. 

     

    Als hij iets pakte zong hij. Hij pakte iets te drinken en hij zat. Hij zat en toen 

    hij zat dronk hij. Hij droeg een broek en een jas. Hij droeg een broek en een jas
    en hij zat. Als hij dronk zong hij niet. Dat is wat er gebeurde. Niets begon
    want alles gebeurde. Hij droeg een broek en een jas en een vrouw belde. 

     

    De vrouw achter de balie belde. Zij belde en hij stond op. Als hij stond zong hij. 

    Hij stond op en zij belde en hij zong. Hij zong en hij ging niet weg. Als hij niet wegging
    was hij daar en hij ging niet weg. Dat is wat er gebeurde. Hij was daar en de vrouw belde
    en een vrouw kwam. Daar kwam ze. Ze kwam binnen en ze suste. Ze suste en ze droeg

     

    een kind. Zijn vader was een vogel en zij belde en zij droeg een kind. Hij stond en het kind
    huilde. Het huilde en zij belde. Als zij belde zong hij. Als hij zong huilde het.
    Dat is wat er gebeurde. Iedereen wist wat er gebeurde want ze dachten het. Hij zong
    en hij wachtte. Als hij wachtte ging hij niet weg. Niemand ging

     

    weg en zij wachtte niet. Zij belde en ze ging niet weg. Als niemand wegging
    zong hij harder. Hij droeg een broek en een jas en hij was binnen. Hij was binnen en het gebeurde.
    Hij zong en hij werd geroepen. Hij werd geroepen en hij schreeuwde dat zijn vader. Zijn
    vader was een vogel en ze gingen. Ze waren binnen en dat is waar ze waren, ze waren 

     

    daar. Dat is wat er gebeurde. Niets begon want alles gebeurde. Als er iets gebeurde
    begon er niets. Wat er gebeurde was wat iedereen dacht dat er gebeurde.

  • 34
    3148

    Deze methode werkt perfect

    Leen Pil

    Ach, oversteken is doodsimpel. Je komt legaal
    het strijdperk binnen en speelt met kaarten,

    kaaien en trucks. Je scheurt een pakje lucifers
    en schroeit de vingertoppen, stopt de lichamen

     

    onder ijs en omzeilt de deuren. Het duurt
    niet lang voor je een jongen in je handen krijgt.

     

    Angst is waterdicht. Een reisformule werkt nog beter;
    verzekert schade bij het lekken van een schip.

     

    Vernoem een vader, staar naar een zus, kom
    met de namen van het fatum, hang een foto op.

     

    Geen mens die het verschil merkt tussen een
    kuststad in het noorden en een bak regenwater.

     

  • 35
    892

    Die ene kat

    Karen Wassink

    Je kunt bijvoorbeeld twee katten nemen.

    Die bijvoorbeeld op een vogel loeren.

    Allebei.

    Dat kun je zielig vinden voor die vogel

    maar daar gaat het nu niet om.

    Dat is de natuur.

     

    Het gaat om die twee katten.

    Om precies te zijn

    dat die ene net iets sneller is dan die andere.

    Daar gaat het om.

    En dat ze allebei die vogel willen.

    Allebei loerend op de grond.

     

    Het gaat dan –om precies te zijn-

    om die ene kat die net iets langzamer is.

  • 36
    9835

    ECCE NOBEL

    Victor Vroomkoning

     

    Ik de koning der dieren? Laat me niet

    lachen als op de foto. Ik ben een mak

    schaap met een muil waarin de oppas

    zijn hoofd mag doen in ruil voor een

    half jong hert dat hij mij dagelijks schenkt.

     

    De dag is hier één lange geeuw. Soms

    imiteer ik min of meer de wereld-

    beroemde brul van mijn filmgenieke

    oudoom Leo uit Hollywood om er

    de passanten in dit park mee te vermaken.

     

    Ik lig hier in het licht met een lach, een

    geeuw, een brul. Zeg het maar, je kunt in

    mijn keel zien wat je wilt. Elke foto toont

    zijn eigen waarheid, deze liegt de wilde god

    die ik ben in het diepst van mijn gedachten.

     

      

    bij een foto van een leeuw in Safaripark Beekse Bergen 

  • 37
    11046

    Een tegenbericht

    Vissen van glas

    hebben het stilstaande

    water verplaatst,

    een goudhaan schaduwt

    de zon en blaast de wind

    uit de bomen.

    De maan schuift in zwart

    cellofaan voor onze dromen.

     

    Even is niet meer geworden.

    Het kind blijft bij de dood,

    die het schiep.

     

    We hebben de nacht aangezegd,

    de klokken verdraaid.

    De tijd heeft zich verlegd naar

    het uiterste hoekje van onze adem;

    je naam, ongezegd.

  • 38
    6856

    En hierna

    Merlotte Snavelpaard

     

        Wie wist het eerst dat damp bestaat uit nullen en enen

    Gedachten zich als camera’s tegen ons zouden keren

    We dragen sleutels van huizen zonder deuren

    Delen tweehonderd vrienden zodat niemand er bij kan

    En steken in het voorbijgaan een duim overhoop

        Het zingen in mijn hoofd wordt op afstand geregeld

    Ik denk niet dat het zin heeft om daar tegen te stemmen

    Nieuwe modellen halen mij in al stijg ik twee graden per dag

    Een zee van dakloze toeristen warmt op achter de duinen

    En wij maar water dragen en toestemming vragen om te sterven

  • 39
    3578

    Gastarbeider in Zwitserland

    fred hopman

    Ik zou dit land glad willen trekken.

    Het gebral uit elk dal

    van dialecten ontvlekken.

    De nutteloze rots verpulveren

    tot iets boven N.A.P.

    en land creeren uit zee.

     

    Al de lauwe vrouwen weghouden

    van hun precisie.

    De massa macho Maserati-rijdende miljonairs

    bezwangeren met de horizon

    van een nieuwe polder.

     

    Bewegingloze bergen

    laten verstuiven als zand,

    zodat geen steen

    zich boven de wolken verheft

    en de hemel hemelhoog blijft

    met onbereikbare goden.

  • 40
    8527

    Geloven

    het is net, zegt ze, alsof de lucht

    begint te trillen op de momenten

    dat alleen ik naar de takken kijk

     

    het gebladerte dat loslaat en valt

    alsof mijn blik het aanwakkert

    een soort sterfte teweegbrengt

     

    wil je, vraagt ze, morgen samen

    met mij naar de bomen kijken?

     

    ik twijfel,  laat haar eigenlijk liever

    geloven dat ze de herfst aanstuurt

  • 41
    4810

    Gemeenschap

    Erwin Steyaert

    Ze verwacht het. Vandaag of morgen.

    Terwijl ze in de balken kijkt. Zijn hand

    die grijpt en open plooit. Haar lijf

    dat zonder morren neemt wat komt.

     

    De man die komt log als een dier.

    Dan neerzijgt bij het vee en slaapt.

    Terwijl zij wakker blijft en dagen telt.

    Een tafereel dat zich bij tijd herhaalt

     

    en haar verbaast. Vanwaar zoveel

    geweld? Het antwoord komt als haar

    schoot verzamelen blaast en zij spontaan

    de dijen spreidt. Wat in haar werd

     

    perst zij eruit. Een schreeuw beslecht

    het pact dat ze met zijn driften sluit.

  • 42
    1277

    GEPROLONGEERD

    August Agasi

    GEPROLONGEERD

     

     

    Soms als ik een sok aantrek

    ben ik weer de schooljongen

    uit het rijk der vanzelfsprekendheden

    de bushaltepaal, de fietspomp, rode kool

    toen vroeger een zaak van je ouders was

    later de staartdeling van de volgende klas

    en volwassen een film voor grote mensen

     

    er ging wel eens een opa dood

    maar alles zou blijven zoals het was

    naar de kapper, brug open, lekke band

    het ging gewoon door

    aan niets kwam een eind

    maar niet heus

     

    nu is het wel genoeg

    de zee heb je de eerste keer gezien

    en dat zeulen met herinneringen

    goddank kun je tijdens de voorstelling

    stilletje de zaal uit sluipen

    het tegenlicht in

     

    of zullen wij het aanzien

    blijven tegen beter weten in?

     

  • 43
    2750

    Gestrand

    Vandaag moet iedereen het zien. De grove spatader, 

    het kwabbenland, het borrelende navelbad, de striae

    van een rimpelheup, de allerkleinste schedeldeuk. 

    Vandaag is er geen hoongelach. De rauwe braadlap 

    vindt zijn spiegelbeeld in wat hij was of wie hij wordt,

    een belhamel of mopperpot, versmeltend met het zand.

    Schaamte is hier schaarse munt. Men rolt duinen uit 

    met wuivend vel en wentelt zich in Croma Light, jaagt

    topless duizend kwallen op en spurt met rulle naad.

    Vandaag lig ik, een lijkwit vod, midden in de blote wil. 

    Ik vind een zwaargewonde vlinder, leg hem in het gras 

    en bal mijn vuisten naar de zon. Dit lijf mag niet kapot.

  • 44
    4354

    HET WAS AL GENOEG

    Iemand neukte me in slaap

    toen je weg was

    je belde me wakker

    met de stem van altijd

    wat je handen deden

    wilde ik niet horen.

     

    Er hoefde geen rekening betaald

    geen kind getroost

    geen god begrepen

    het was al genoeg

    om uit het donkere raam

    op de rivier toe te zien.

     

     

  • 45
    4878

    Imaginary Good Guy

    op sommige dagen is er zowaar muziek,

    een harp in hoog register, regenwater

    dat sijpelt in riolen, de winterwind

    die door de takken dwaalt als ontstemde

    violen en ocarina’s in belendende kamers

     

    gegrom, onafgebroken, motoren,

    kathedraalorgels die infrasoon de wereld

    draaiende houden, soms ook zijn er

    kleuren, avondlijke, van water,

    vlaktes, waaruit saaie eeuwigheid stijgt

     

    en bovenal een god die als een luie gras

    kauwende cowboy achteroverleunt en fluit

  • 46
    10110

    incubus

    Amber-Helena Reisig

    heel helder zagen we de dingen toen nog niet

    er was de angst voor de zon die de aarde

    over vier miljard jaar zou verzwelgen en

    we wisten dat er langer dinosauriërs waren

    dan mensen, het hield de wereld in evenwicht

     

    we konden ons voorttrekken, van angst naar angst

    zoals je je voorstelt de overkant naar je toe te trekken

    op een pont, je coördinaten bepaalt aan de hand

    van opgespoten eilanden vol woonflats en hotels

     

    er is een kans dat ons heelal een cel is uit het lichaam

    van een reus, een dom en aapachtig wezen in een grot

    dat je in de spiegel kijkt, in jezelf geen mens herkent

    steeds meer je lijf uitgroeit, er iedere nacht uit treedt

    dat een kwade geest je in je slaap bezoekt en je bezit

     

    we zaten in ballenbakken op verjaardagsfeestjes

    vertelden elkaar spookverhalen: zorg dat je nooit

    wakker bent om middernacht en zo wel, verschuil je

    dan onder de dekens, anders komen doden je halen

     

    ik wou alleen dat iemand me gewaarschuwd had

    voor de onmeetbaarheid van dagen, woeste maar

    ledige gebaren, schuldgevoel en wrok, het besef

    een van anderen te zijn, zinloos maar vol doodsangst

    dat je alleen in bed ligt maar alles nog te vrezen hebt 

  • 47
    8497

    JAN ARENDS

    ik werd geboren

    op 20 januari

    1974.

     

    een dag later

    – de versgeperste

    lunchpauzegedichten bij ‘t ontbijt –

    sprong arends zijn raam uit

    & dood tegemoet.

     

    gelijk had ie:

     

    er is slechts

    plaats

    voor een van ons.

  • 48
    9284

    je bent

    Sylvie Marie

     

    verweesd als een wegwijzer,

    bijvoorbeeld die van hombeek 7.

    je leven lang gedoemd om zeven

    kilometer van hombeek vandaan te zijn,

    terwijl hombeek je bestaansrecht geeft.

     

    je bent geadopteerd, hombeek is

    op zijn minst de vader die je niet kent,

    het bedevaartsoord achter onherbergzame bergen.

     

    ik zag wegwijzers zo scheefgetrokken

    dat het leek alsof ze naar hun eigen

    bestemming toe neigden,

    natuurlijk doch frappant.

     

    ik ben hen altijd gevolgd.

     

  • 49
    3538

    je snoot je neus in een trui die ik nooit meer kan wassen

    Je zei ga alweer bij je weg. En ergens dacht ik

    dat het misschien nu wel voorgoed zou zijn.

    Dat ik mijn poppen in moest pakken en alles

     

    wat ik van vroeger wist nu beter kon vergeten.

    Ik ben lang te lang bij je gebleven. Nu zijn er

    bijna geen laarzen meer die droog houden bij

     

    echt verdriet. Laat staan. Een paraplu voor

    onze jongste.  Een auto rijdt door de tuin.

    De man klopt op de deur. Stopt eerst nog

     

    zijn voeten op de mat. Loost het zand. De

    schuld. Knikt verder vriendelijk maar zwijgt.

    Koffers verdwijnen in een achterbak. Je zegt

     

    niets. Loopt nogmaals binnen en verschiet

    in omhelzing. We breken af in halve zinnen.

  • 50
    10563

    Kat

    Lennard van Rij

    Ik zei als altijd netjes mijn gebeden,

    totdat ik op een ochtend als klein joch

    dacht: “Ik ben ik en niemand anders, toch?”

    Ik zei het zacht, trillend in lijf en leden

     

    en van het universum restte nog

    een zolderkamer, ik was afgesneden

    van mama en de juf en God. Beneden

    zag ik de straatlamp: spel en zelfbedrog.

     

    Laatst heb ik weer aan deze zin gedacht;

    de kat zat bij het fietsenrek. Hij rende,

    toen hij mij zag, naar mij, waarna hij zacht

     

    zijn knipperende ogen tot mij wendde,

    of iets, gegroeid vanuit een oerknalkracht,

    mij zocht en had gevonden en herkende.

  • 51
    4708

    Klassenfoto

    Klassenfoto

     

    Mijn moeder had mij in die roze jurk gestoken,

    die met dat kraak-wit kanten kraagje uit de was,

    want ik moest op de foto met de hele klas,

    ik moet naar zeep en tandpasta hebben geroken.

     

    Die roze jurk kon mijn herinnering nog bewaren,

    de rest is vreemd van ingehouden vijandschap,

    de strenge juf, haar naam is weg – wat was ze knap –

    en al die ogen, die hardnekkig blijven staren.

     

    Dat lange kind met die verveelde mond ben ik,

    met die onkinderlijke, verongelijkte blik,

    die straffe motoriek, in rust nog manifest.

     

    Geen mens weet van een kind, van ’t lijdelijk ervaren,

    hoe angst en onbegrepen straffen niet verjaren:

    ik blijf het boze vogeljong uit dat verstoorde nest.

     

     

     

     

  • 52
    6059

    Koningskinderen

    De grachtenziel verdroeg al vele jaren

    de onvervulde hang naar het volmaakte beeld,

    een weergave van hen die boven waren:

    de muur, de bogen en de ramen,

    de wolkenlucht vooral en hemels licht,

    het riet, de ketting van de brug, de zwanen.

    Een gracht is zoveel meer dan water.

    Het lukte nooit, al was de dag nog onontgonnen,

    er was allicht een meerkoet die naar eten dook,

    een visser in een roeiboot of een desolate jongen

    die stenen naar de eenden gooit.

     

    Ze kwamen in een bootje, het kon een tweeling zijn

    of koningskinderen, hun schouders rond,

    een open hemdje, een rieten mand met wijn en brood.

    Ze zagen niet het hemels licht, de bogen en de ramen

    versplinteren in glinstering,

    noch hoe hun naam door jonge zwanen werd gedragen.

     

    De boot valt stil. De spanen in het water

    als wijzers van een klok, voor even uit de tijd.

    De jongens, half ontbloot, ze kussen, voor het eerst,

    jong en zo bedreven want zo vaak gedroomd.

    De grachtenziel ontwaakt, geen golf, geen rimpeling,

    alleen volmaakte dubbeling: vier jongens en twee boten,

    en toch één: boven schijnt geheel beneden,

    en onder gaat daaroverheen.

    De zwanen dubbelen hun vleugels in gebed

    voor eeuwigheid en amen en fluisteren het wonder:

    voor altijd, altijd samen.

     

    Wanneer begint een ijspegel te smelten,

    op welk moment ontbindt een lijk?

    Ze wisten naderhand niet wie als eerste zei:

    ‘Ik heb het koud, misschien moeten we maar gaan,’

    of wie als eerste roeide.

    De spiegel brak, de ketting van de brug, de bogen,

    ze raakten al hun moeders kwijt, de zwanen waren weggevlogen.

    Er was weer ruimte, er was tijd.

  • 53
    4733

    laatste bed

    De jongen aan het laatste bed van zijn moeder

    zegt de dingen  die je dan zegt omdat je het ooit

    gezegd wilt hebben en het nooit uitkwam

    toen de dagen nog bleven komen.

     

    De moeder had geen knop voor stand-by

    haar blik drong door muren heen

    ze hield van drama

     

    nu is het echt

     

    Ze slaapt tegen de pijn en de jongen ziet

    hoe de verhoudingen hetzelfde zijn

    vader, zusje en hij, uren reizen voor de minuten

    die over zijn, in de gekopieerde kamer

     

    straks wassen ze haar lichaam

    niemand sterft met haar mee.

     

  • 54
    5493

    lampionnen

    Ruben van Gogh

    Middernacht, langs het water, het dagelijkse

    rondje met de hondjes voor het slapen gaan,
    kwamen er vanuit het oosten zeven stijgende
    lampionnen aan. In hun kielzog, haast on-
    hoorbaar, klonk nog wat gezang —zij leve
    lang, zij leve lang— maar vlak daarboven
    ging hun licht z'n zwijgende gang in een stil
    zweven over mij heen. Het was alsof het was
    een wonder, maar daarin stond ik wel
    alleen. Geen kerkklok, niet eens een sms-je
    waar ik was gebleven — alleen de honden
    keken even met mij naar boven. En, ver, ver
    voorbij de traag bewegende stroom, zag ik
    ze, uiteindelijk, als late sterren doven.

  • 55
    10314

    Licht

    Araglin

    dromen is zo licht mogelijk denken
    dus: neem een landschap mee naar bed

     

    een horizon, twee kusten en daartussen
    een school vliegende vissen
    in de duinen dieren die met trillende oren
    wachten op het vallen van de nacht,
    als alles wit wordt

     

    de nacht zal langzaam groeien,
    het water lichter worden dan de bossen,
    luchtbellen veranderen in vogels,
    de maan in een thermostaat

     

    ik schuifel naar het uiterste puntje,
    de breuklijn tussen geboorte en heimwee
    aan mijn linkerhand de zee,
    aan mijn rechterhand het zand
    en ik daartussenin

  • 56
    10857

    Licht in augustus - ­ supermarkteditie

    Pieter Van de Walle

    Langer dan de torens, trager dan de treinen, borend door de nacht en slapend bij de zwijnen

    Hou ik van staal en wolkenkrabbers, droom ik van auto’s en van wetenschap

    Maar mijn lief is gewoon een serveerster, mag dat?

     

    Koop dan een nieuw hoofd

    net als ik, leg je oude hoofd hier in mijn schoot ik zal er goed voor zorgen

    Of in de rekken van de supermarkt, dat kan ook, iemand anders ruimt het wel op ­

    daar zijn mensen voor

    Ga zelf zonnen in het midden van de nacht, bovenop het dak, dat heb je wel verdiend

    Eet snoepjes gemaakt van geld en geluk en vraag je af of het waar is wat ze zeggen

    Tel de calorieën

    Hebben gummybeertjes alleen maar kleur en geen smaak? Is dat ook een complot?

    Weet je, ik zou je kunnen kussen met mijn nieuwe hoofd

    met mijn nieuwe mond, mijn nieuwe tong

    maar wij zijn werelden van elkaar verwijderd, jij en ik

    Vóór mij is het donker, donder, licht en vuur ­- ik zie niks en ik hoor niks, ik ben een blinde muur

    Vóór jou is de hemel, wolken en sterren

    en je zegt dat wolken gewoon de binnenkant zijn van sterren

    Of zoiets, ik lette niet goed op. Gewoon de binnenkant van sterren

    Die naar buiten komt, als druiven gevuld met lichtgevende inkt die openbarsten in water ­- nee in koffie -­ nee in cola

    Je slaapt met de kerstverlichting aan, zeg je, het hele jaar door, uit angst of misschien uit hoop

    dat het morgen feest is

  • 57
    3736

    Loflied

    Werktuiglijk legt hij de stenen, roert in de specie
    peinst een paar sigaretten lang.

     

    Achter die stralende façade, de kleurpanelen spiegels en ramen,
    schuilt een oneffen skelet van betonnen pilaren,
    een stalen geraamte, muren van ruw en onbewerkt steen.

    Ooit was dit een verlaten perceel.

     

    Hij heeft aarde verschoven, bekistingen gefabriceerd,
    fundamenten geplaatst, steigers beklommen,
    de afgrond getrotseerd. 

     

    Hij kent de pijn, de blessures,
    de scoliose, hij kent de hardheid van de metalen,
    hij kent de consistentie van het cement.

     

    Hij is degene die de troffel hanteert. 

     

  • 58
    4637

    Maagdenappelwas

     

    Appels oogst je tot oktober,
    jij hoopt dat je donkere angsten
    buiten treden tot in jouw vuisten

    Appels oogst je tot november,
    zon ziet ons met hetzelfde licht
    je weet het niet: alles is voorbij

    je longen en lever zijn bruinrijp
    Je navelstreng verlangt naar een begin
    een kort leven aan hoogste bomen

    gesprongen bij zoveel hongerige voeten

    Appels oogst je in je zondenmand,
    want daar hoort het,ver van je wassendromen

    maar je weet misschien:
    maagdenappels bekoren enkel magen van brons

    Maar ik pluk je met jong bloed 
    doorzoek je huizen met een dode klok
    desnoods met alle kleinste wijzers in de wereld

    Appels oogst je voor de dorst of honger:

    zonder angst voor slangen of schaamte

    bijvoorbeeld hier naakte huid, zacht vlees,

    zie mijn tuin met of zonder Eva

    zoet guillotinegeluid;dit is leven op tanden

    bijt goed, en proef de trage ogen van

    mijn kijken. 

     

  • 59
    9593

    Madonna van Munch

    Lotte Dondorp

     

    Ze leunt met lengte achterover

    Duwt zich zacht tegen de muur

    Ze drijft over de achtergrond

    De fijne streken rond haar mond

    Gekraste lijnen draaien alles rond en dan

     

    Het donker haar, Maria’s doek

    Je vouwt een kommetje van handen

    Om haar even op te vangen?

    Te zien of ze haar ogen opent

    Om te horen of ze zucht

     

    Ze bestaat als een herhaling

    Alsof Munch haar maken móest

    Als een eeuwig dwingend droombeeld

    Als een moeder die je roept

  • 60
    10136

    Mantelzorg

    Lotte Methorst

    Dat heb ik weer

    Dacht ik

    Misschien is zij wel de eerste mens op aarde

    Die niet doodgaat

    Doodgewoon niet doodgaat

    De allereerste mens die niet dood kan

    Niet kapot te krijgen is

    En hier eeuwig blijft

    Zingen en tieren!

    Eén seconde maar hoor..

    Maar de volgende dag weer

    En de volgende dag weer

    En de volgende dag weer

    En alle daarop volgende dagen weer

    Tot de rits het niet meer deed

  • 61
    10985

    MANTELZORG

    Gerrit Massier

    Gelanceerd door je stoel tot voetstand.

    Op defecte hartklep laatste kraakbeen naar de voordeur.

     

    Verhalen oud en krom, chaos van geld

    en goed, pil en paperas, vlees dat is aangebrand.

     

    Gele vlekken die nog troebel werden: turen

    door je ooghoeken naar mij, je eigen bloed. Een knipoog

     

    en het is goed, een sprankje lente

    in een eindeloze winter die geen cyclus kent.

  • 62
    11464

    Met het oog op morgen

    Jante Wortel

    ik heb me voorgenomen na tien uur

    ’s avonds geen filmpjes meer te kijken

    waarin mensen hun oor verliezen

     

    de laatste keer dat ik me daar niet aan hield

    droomde ik over bushokjes

    mannen met honden

    en een onbedwingbare drang om kopstoten te geven

     

    soms loop ik als ik ’s nachts wakker word

    naar de kraan om mijn handen te wassen

    dan trek ik mijn pyjamabroek tot over mijn navel

    en keer mijn kussen om

     

    met mijn handen op mijn buik

    stel ik me voor dat ik zwanger ben

    de rest van de nacht droom ik over verjaardagen

  • 63
    389

    Mijn moeders sprookjesboek

    Stil Pinksteren; haar stem die zwak wordt

    haar hand die naar de kast wijst waaruit

    ik haar oude sprookjesboek mag pakken

     

    het is van jou nu, zegt ze; ze kreeg het

    zelf van haar vader op een middag in

    een nog ongeschonden Rotterdam

     

    hoe klein ben ik toch weer vandaag

    hier lopend door een straat met dat 

    grote boek onder mijn arm geklemd

     

    in een geur van zand en bloemen

    met iedere regendruppel sterker

    terwijl de hemel donker kleurt

     

    Stil Pinksteren, ondanks de vogels 

    die hun nesten een voor een verlaten

    hun wiekslag en hun schril geroep

     

    ze herinneren je de hele dag aan haar 

    breekbaar hoofdje in twee kussens

    gezicht geen tel uit je gedachten

     

    ook al dwaal je bij momenten weg

    op de zachte hartslag van haar boek  

    niet gesloten; alleen doorgegeven

  • 64
    11361

    Niemand wil een gekke moeder

    Zij het middelpunt in kringen die er niks toe doen

    het merendeel obstakels en een paar hulpstukken

    zoals een leuning, een voetveeg, een persoon,

    een tafelpoot, een telefoon

     

    ja, met je moeder, heb je even

    het gaat namelijk over de kat

    ze heeft me gekrabt, drie keer en ze...

    Mam, ik doe het kind in bad,

    ze zwijgt gebelgd, legt neer

     

    de tegels zwijgen mee, de wc klemt de deksel op de bril

    de spiegel slaat zijn ogen neer, op mijn schouders rust een schilderij

    in een vergulde lijst, een landschap, met een verre weg

     

    het kind wordt koud, ze roept, glijdt uit, gaat kopje onder, huilt

    en ik doe mee, samen krijsen we het uit

     

    niemand wil een gekke moeder.

     

     

  • 65
    11381

    Niet de nacht

    Annemarie van der Meulen

    Daar in de schemer

    en chaos van takken

    strekt een schreeuwende ziel

    zich uit, zover hij kan

     

    Geef me wat, maan

    geef me wat

    maar dit is niet de nacht

     

    De wil drijft langzaam weg

    naar het zwarte zwart

    waar geesten eten

    al wat tot hen komt

     

    De kiezels, zij wel

    zij zijn verlicht

    in veiligheid

     

    Voor nu, althans

  • 66
    7169

    Nocturne

    Het is niet zoals in de reclame

    op parelwitte stranden met palmbomen

    en blote jongens en meisjes in bikini.

     

    Het is niet zoals in dagdromen

    met korting op hagel en Hegel

    zoals een stuk zeep dat geluk heet.

     

    Het is niet zoals op de scène met tomaten

    en dure gewaden in de coulissen

    wanneer het applaus in je hoofd dramt.

     

    Het is niet zoals in de speeltuin

    wanneer je in plassen springt om het gespetter

    om je natte broek.

     

    Het is wanneer je struikelt met je vlindernet

    je ’s avonds toch

    de vleugels stilzet

     

    op naalden.

  • 67
    2276

    Olaf

    Olaf heeft een bril

    en ogen die naar beneden kijken

    ik wil zijn hand vasthouden,

    niemand kan ons horen

    de juf schrijft

    'luider praten' op de stippellijntjes

    in ons rapport

     

    Olaf komt op mijn partijtje

    we gooien steentjes

    uit de zitkuil in de sloot

    Olaf's polo ruikt naar onze zolder

    en de zon.

     

    Olaf tekent op maandag

    een verhuiswagen

    in zijn schrift.

    Ik teken een spin in een hoek

    en vind hem mislukt.

     

    Sinds Olaf weg is

    verstaat niemand mij meer.

  • 68
    350

    omleiding

    Nellie Meijnikman

    op wisselsporen valt de schulp

    daar wordt een etiket geweekt

     

    op het snijvlak van koud water

    vind ik mijn toevalstreffers

     

    ze herinneren me aan de kreukels

    die je strijkt met blote handen

     

    en ik deel mijn fruit

    het glas wordt warm als ik schep

  • 69
    3601

    Onderhond

    Cees Hooijmans

    De onderhond

    roert zich, zijn kaken klappen, zijn tanden flikkeren

    en zijn vacht glanst

     

    klaar is hij, klaar met onderliggen, hij wil geen

    onderdaan meer zijn, wil zijn buik

    niet meer tonen

     

    hij wil zich van zijn angstjas ontdoen, wil zich meten

    met de anderen, laten zien dat hij er is maar vooral dat bang zijn

    iets was van gisteren

     

    dus hij grauwt en hij gromt, hij daagt uit, noemt de

    anderen zijn naam en vecht als het moet en omdat

    hij wil

     

    en later, als de avond valt,

    huilt hij zijn tanden bloot en likt hij tevreden zijn wonden

     

  • 70
    5001

    Reisgenoten

    We hebben vrijwel alle steden niet bezocht,

    we hebben vrijwel alle paden niet gelopen,

    we hebben vrijwel alle zeeën niet gezien.

     

    Een paar steden bezochten we samen,

    enkele paden liepen we samen,

    één zee zagen we samen.

     

    Van alle steden een paar,

    van alle paden enkele,

    van alle zeeën één.

     

    Maar samen.

  • 71
    5073

    Schildersverdriet 2.1

    Meekrap heet rood te zijn. En wede grenst
    aan blauw. Inkt van zeekat, lampenzwart,
    alles kan ik aan. Rauwe sappen, andoorn
    tegen slangenbeten, bes van sporkenhout.
    Niets laat ik rusten. Er moet geen vlies op staan.

    Lakmoes en saffloer, een smak van Pernambuk,
    iets wat insecten weert. Schildluizen van de eik.
    Wow, het ziet al rood. Paarse dodekop, lazuriet.
    Ook al kosten ze een fortuin, blindelings
    weet ik waar ze op mijn rekken staan.


    Wie hier aan de slag wil gaan en schildert
    wat niet te schilderen is, trekt krijtwit
    met mij weg. Met opgeheven hoofd, met
    ingehouden adem, koelie ben ik, koelie
    zal ik zijn. In dienst van de pigmenten.

  • 72
    5033

    SELFIE MET SPIRITUS

    are meijer

    Zie dit eens aan: lang lijf van lichte zeden,

    door een krankzinnige bijeengeschroefd,

    gemazeld en gepokt, gepukkeld en doorgroefd,

    beademd en bekleed, gestoomwalst, overreden,

    begiftigd met gevoel, doorsneden door rivieren,

    gespleten als een tak die door de bliksem werd geraakt

     

    De spiegels in dit huis heb ik niet hoeven breken:

    ze spatten uit elkaar, spontaan op mijn verschijnen,

    een rat bleef zomaar dood, de kat in de gordijnen,

    de buren vluchtten weg en lieten taal noch teken,

    de brievenbus bleef leeg, de koelkast en mijn bed

    - al zal 't niet nodig zijn dit laatste te vermelden,

    zelfs in de peerboom zijn 't de eksters die mij schelden

     

    Krom ga ik door de lasten die ik van geboorte tors,

    dit lijf een spookhuis waar geen wetten gelden,

    een niemandsland, doorsneden door rivieren

    van lichaamssap en slijm, van etterende wonden

    en meer, kus dit verkoold skelet

    voordat het wordt gevonden

  • 73
    11655

    Slaapkamer

    bennie spekken

    kasten vol met wat

    moet ze nu weer aan

     

    stoel in de hoek

    ter overpeinzing

     

    het grenen bed

    het traagschuimmatras

     

    de ramen op het zuiden

    en het licht valt

     

    dermate zacht

    dat het pijn doet

  • 74
    6120

    Slagroom

    Mocht ik een keer op tafel dansen,

    kijk dan niet, denk aan de afwas

    of desnoods aan mij.

     

    Geef me de vrijheid om te zeilen,

    mijn armen omhoog, boven een dal

    met jodelaars en bergmarmotten.

     

    Stuur mij je dagboek,

    ik scheur de bladzijden een voor een

    ongelezen uit hun band.

     

    Straaljagers schrijven je naam,

    de caissière heeft jouw wimpers

    en ik kan ruiken waar je liep.

     

    Aai mijn bolle rug,

    als ik losbandig voor je zing

    en op mijn knieën naar je zoek.

     

    Het lukt me wel een held te zijn

    en tegelijkertijd van jou te smullen,

    met slagroom op mijn wangen.

  • 75
    5668

    spelen

    Margriet van Bebber

    ik speelde visje met jantje, dan was

    ik de vis, dan was het zeil het water

    ik had meer strik dan haren, ik moest

    een versje opzeggen - de spin sebastiaan

     

    voor mevrouwen met forse borsten

    ik had schrik, wist ík wat een drang was

    ik danste glimwormpje met een lichtje

    op mijn hoofd, ik danste onder visnetten

     

    i’am your venus, i’am your fire, yeah baby

    she’s got it. ik schrok, wat deed die hand

    onder mijn hemd, ik had zuigzoenschaamte

     

    ik zat op het schellinkje niet te snappen

    wat ik zag, ik zag antigone en spoken

    speelde toneel in alleman, ik speelde meisje

  • 76
    3898

    Spitsroede

    Jan Sakko

    Het uur dat alles raast, zonder verstand.

    Gas blijven geven tot de brug weer sluit,

    neem! een kakelende moeder op de motorkap.

    Ik ken een volk dat aast op vrije ruimte.

     

    Ik ken de wachter die het bedient met bomen.

    Het stuurt zichzelf met honden tegelijk op pad.

    Kilometers bumperkleven, pik aan schoot,

    mens en dier in een ritueel omarmen.

     

    Hoe lang nog voed ik apen, de kaken

    van de macht? Hoe verder ik van huis.

    Ik, keizer van kantoorprimaten,

    mijn leger komt de wijk niet uit.

     

    Maar ik geloof in de seconde die beklijft:

    één woord van de man in flarden. En ik rij.

  • 77
    10488

    staat

    voor de beste verstandhouding is het wijs dat man en vrouw hooguit twee jaar

    in leeftijd uiteenlopen. daarbij mag de vrouw geen dag ouder en, daaruit spreekt

    evidentie, geen millimeter groter dan de man zijn.

     

    man en vrouw beschikken over dezelfde haarkleur, dezelfde kleur van ogen

    en zij redetwisten nooit over de kleur van de auto. de kleur van auto’s

    is te allen tijde grijs.

     

    zodra de man vergrijst, kiest hij uit de staatscatalogus een vestaals speelkameraadje

    van huwbare leeftijd in wiens bijzijn hij nooit aan de huwelijkse staat denkt.

    de vrouw kent geen afgunst.

     

    wanneer zij in haar kapsel een grijs haar ontdekt, laat de vrouw de breinaalden

    vallen en snelt meteen naar de verzorger van kapsels voor een kleuring. dit alles

    is van groot belang voor de goede orde in de staat.

     

    het staat de man en de vrouw vrij voordat zij de natuurlijke haarkleur verliezen,

    geen dan wel twee kinderen te nemen, twee jongens of twee meisjes. een jongen

    of een meisje en een jongen en een meisje staat de staat niet toe.

     

    zijn man en vrouw niet langer kinderloos, verhuizen zij naar een eengezinswoning

    met een slaapkamer van exact dezelfde oppervlakte en exact dezelfde inrichting

    voor elk kind in één van de daarvoor bestemde wijken.

     

    het is bij de jeugd dat de beste verstandhouding begint.

  • 78
    10305

    Sterk Water

    Sterk water

     

    Je hebt haar op sterk water gezet

    in een grote glazen pot

    dobbert en drijft ze

    staart ze op een plank 

    kijkt roerloos naar je uit in de verte

    glad en schoon als een kwal

     

    Jouw kelder is haar skelet

    haar blozende wangen en perfecte borsten

    knikken ijverig met je drempels mee

     

    eens per week in het donker daal je af in je blootje,

    je pakt de pot van de plank, je doet de deksel eraf,

    alleen jij kan erbij en zij barst eruit, en voordat je het weet

    glipt ze naar je toe en tintelt ze drie uur lang liefde zonder botten

    als een voet die te lang in een te kleine schoen heeft gezeten.

     

  • 79
    10589

    stuurloos in seattle

    Wout Waanders

    de rook trekt naar andere plaatsen
    dan waar we rijden.

     

    we gaan langzaam langs de pluimen.
    jay luistert enkel nog naar de autoradio,

     

    niet naar mijn repeterende vragen. waarheen,
    wat we hier willen bereiken.

     

    waarom we de stad in moeten nemen
    wat mijn rol is in dit verhaal

     

    maar al mijn zinnen beslaan tegen het raam
    en op grunge trekt jay de leasewagen

     

    langzaam door de buitenwijken heen.
    geknepen ogen. een landheer

     

    met een mokkend paard. manen
    die niets meer van donkere oorlogen moeten hebben.

     

    ik wil weten waar we zitten op de lijn
    tussen verdwalen en precies de weg kennen

     

    maar ik vraag niks meer. de rook trekt zoals de antwoorden
    langzaam om ons heen.

  • 80
    2972

    Suikerfeest, 28-07-2014

    Maarten De Pourcq

    Bij zonsopgang verzamelen alle mannen in onze straat

    Ze lachen opgelucht, geven handen en kussen, drukken hoofden

    Hun pak dragen ze groter dan wij dat van hen verwachten

    Hun feest vieren ze inniger dan wij ons dat nog herinneren

     

    Vieren doen ook de teugels aan de Jordaan, de Eufraat en de Jarmuk

    Alle mannen verzamelen: zij met de handen achter het hoofd,

    zij met de gewapende handen, zij plots zonder hoofd

    Voor ons wordt alles opgenomen, voor ons wordt alles uitgezonden

     

    Want vergeet niet: bloed dat niet bindt, schift. Alle zonen

    zingen en drinken, hun handen slaan, vergeet ons niet,

    ons niet. Rivieren kleuren ten bewijze. Ook taal gaat over in tanden.

    Wij houden al onze ogen, ja, onze grote ogen hard.

  • 81
    5528

    Terugkomst

    Wouter de Leeuw

    Deze weg, deze dijk, dit groen en grijs moet

    heel langzaam weer inzinken.

    Recentere beelden gaan er vaderlijk voor opzij

    en buigen lichtelijk

    hun betekenis erbij.

     

    De bladeren van de bomen hier

    vergeelden jaren zonder mij.

    De wind geneest het hinken

    op onnodig veel gedachten.

     

    In de takken daar van die

    gelaten populier

    daar aan de overkant hangt

    de vormeloze schreeuw nog van weleer.

     

    De wind reed onbemand

    voorbij, nu net nog weer.

  • 82
    878

    Thuis

    Iris Wynants

    Hij heeft stenen gezocht, hout.

    Misschien bouwt hij hier een huis

    met een veranda aan het water

    waarover hij kan uitkijken straks

     

    als hij tijd heeft voor zijn dromen.

    Er niemand meer is die

    de schommelstoel wil delen.

    Hij is altijd met tevelen.

     

    Zeker ’s nachts als hij al lang

    niet meer slaapt maar wel nog

    doet alsof en de volgende dag

    als eerste de ochtend opent.

     

    Later pas gooit hij het hout op het

    vuur, de stenen in het moeras.

    Hij zou zelf willen verdwijnen

    maar blijft bovendrijven.

  • 83
    7294

    Toch nog een wonder

    Joost Veerkamp

    God wil zijn achternaam niet zeggen

    ik wijs hem zijn rechten en de grond waarop

    de aanklacht rust, de afdruk

    van zijn vinger geeft licht af

    in het duister ghetto onder het behang

    juichen de malechisten, de patronen

    van de profeten sluiten ons naadloos in (van binnen).

     

    Het twaalfde uur nadert, de verrader zakt door zijn lot.

    De stilte van de muren wordt met weerlicht afgebroken.

     

    De aanhouding klopt niet met wat geschreven staat

    de verdachte vat woord, bewijslast verteert tot

    geloofrook, wondervuur, kachelpoets.

    Ik noteer: verdachte als vlam ontsnapt, te elfder ure.

  • 84
    11202

    twee mannen

    Annelies De Ville

    twee mannen komen

    op hetzelfde moment

    uit de voordeur

    het is ochtend

    op een zondag

     

    met een brood onder

    mijn armen en een

    versleten zebrapad

    tussen ons knik

    ik hen tegemoet

     

    we komen allemaal wel eens

    terug van Thailand

    of repeteren een musical

    op de stadsbus

     

    ze geven elkaar

    een handdruk

    het voetpad trilt

    een beetje

     

    ik voel in mijn jaszak

    aan een vergeten muntje

    van twee cent

    en laat het niet

    meer los

  • 85
    10671

    Tweelingzus in de rozentuin

    Ik aai je hond. Je geeft me de foto
    van twee kleine zusjes in de sneeuw
    we droegen knalrode laarsjes

    Nu, schoenmaten later, is het lente
    Je zoemt. Neuriet bijna. Over de liefde
    Sinds je hem kent schrijf je gedichten


    Sinds je hem kent schrijf je gedichten
    Zal je dichten?


    Over een met sneeuw bedekte rozentuin?
    Over voetstappen, steeds verder uiteen-
    lopend. Een hond die snuffelt, huilt
    Zal je schrijven over een hond die huilt?


    Als we afscheid nemen, roept m’n hart:
    laat mij je muze zijn.
    Ik zeg: groeten aan je man

  • 86
    3889

    Universiteit van Buenos Aires

    Gwyn Bouwman

    de professor draalt

    rookt een sigaretje op de gang

    schraapt zijn keel, de halve les nog voor de boeg

     

    in de pauze lees ik een bordje

    of we het ook schoon willen houden

    vanwege stakingen door de schoonmaakploeg

     

    dan rookt hij nog een sigaretje in de klas

    en vage citaten beslaan de vieze ruiten

    hij heeft het over gaucho´s die koninginnen worden

     

    na de les op vrijdag drinkt iedereen stella op de patio buiten,

    spreekt iemand mij voor de derde keer aan in het duits

    de professor komt nu achter zijn biertje vandaan

     

    en zegt dat voor sommigen de wereld net zo klein is

    als een pretpark voor een reus - voor sommigen, zegt hij,

    grinnikt besmuikt wanneer hij me aankijkt en snuit hij ostentatief zijn neus

     

     

     

     

  • 87
    2196

    Val

     

     

    Ik zag je kleren ruimer worden

    je oogkassen dieper en ik werd

    een steeds slechter mens

     

    ik amputeerde mijn handen

    voor de zekerheid, voor achteraf

     

    ik speelde je moeder en

    hief mijn stompjes in de lucht en

     

    ik zei spring niet en je

    antwoordde ik spring niet

     

    ik val

     

  • 88
    2519

    Vergeet dit niet

    Wij vallen in volgorde van opkomst

    Uit een blakende buik

    Dronken naast het doel

     

    Wij schudden onze schoenen leeg

    Overeten ons met strenge woorden

    Blazen de kou uit het brood

     

    Het is de boom in het veld die opzien baart

    De bolle kelk van de lucht

    Het spiegelschrift van de wolken

     

    Wij worden groots opgeleverd

    Dragen ons verdriet aan de buitenkant

    Drijven hoog boven het land

  • 89
    7964

    Vertelling

    We hebben de huizen geteld,

    de muren, de maan, en op één

    hand het licht. We telden de tijd,

    de knopen aan onze jas, en op

    onze duim hoe het was. We telden de

    sneeuwvlok die niet wilde smelten, 

    de schering en inslag van de seizoenen.

    We hebben het gat in onze stiltes geteld,

    het koperen slotwoord dat niet wilde breken.

    De veters, de kruimels, de rafels aan

    onze huid, aan ons huis, aan het kind

    dat maar niet kwam. We hebben de

    sprookjes geteld en verteld alles bij

    elkaar opgeteld vielen we uitgeteld

    weer in slaap en zijn nooit meer wakker

    geworden.   

  • 90
    3360

    Voordeel

    Daphne Kalff

     

    het voordeel van ziek

    zijn: geen oorverdovende

    middelen nodig om jezelf

    breiend terug vinden in het

     

    huis van je ex met de zilveren

    schoenen die nu zonder

    werk is en daarom iets over

    het Bruto Nationaal Inkomen

     

    in zijn boekenkast heeft staan

    zijn eigen muziek niet meer

    kan verdragen en jij het uit-

    knopje niet kunt vinden

     

    op jouw leeftijd nog een

    studentenkamer moeten

    zoeken die allemaal te klein

    of te vol (spullen die er niet

     

    uit mogen) en vooral veel

    te duur. dan maar op en neer

    met de trein naar Rotterdam

    en je woont helemaal niet in

     

    Rotterdam. in je klamme

    nachtjapon terug bij af

    terug bij rechtsdraaiend

    woelen

  • 91
    5582

    Waaierpatronen

    Chris Honingh

    waaierpatronen

     

     

    Ik weet dat tegenwoordig ongeregeld

    beter staat, het hinken op twee benen

    meteen voor kunst doorgaat, ongeacht

    het feit dat al het losse zand niet meer

    bijeen te vegen valt. Toen ik zag dat je

    drie hoofden had, viel me de gedachte

    in dat schoonheid niet is voorbehouden

    aan hoeveelheid, maar aan wilskracht.

     

    Je lijkt je stijl hoofdzakelijk te ontlenen

    aan de sociale omgeving van het stadje

    van je geboorte, gewend aan de koude

    blikken van mompelaars en halfzachte

    karakters. Je lot is chronisch bezegeld

    door wat je bent, maar op verandering

    moet je niet hopen, zeker niet wanneer

    je gedrieëenlijk bescheiden glimlacht.

  • 92
    9131

    Wanneer vertel ik het?

    Anne-Fleur van der Heiden

    Als ik weet dat wat ik ga vertellen

    je gaat breken niet je botten maar

    dat waar je net aandacht

     

    Het tijdstip waarop bepaalt

    voor altijd welke dag het was

    woensdag.

     

    In een flits zal het nieuws

    zich in je hersens stansen van daaruit

    ontsluiten naar het netvlies.

     

    Ik weet het je zal de straten nooit meer

    benoemen als je de muziek niet meer kan horen

    Wanneer vertel ik het dan?

  • 93
    4534

    Wat het nu wel of niet maakt

    Marieke Rijneveld

    In de ochtend hangen parken gespannen als handdoeken te drogen tussen

    gebouwen en metrostations, kraaien als knijpers op de omheiningen in bomen waar ze alles vasthouden wat zich anders roekeloos om laat waaien

     

    wie in deze stad woont hoeft zichzelf nooit te zoeken, op ieder plein doen ze voor hoe je wel of niet moet worden, leggen ze je vast met vetkrijt op de stenen en toch weet je dat de regen, dat de regen het, dat weet je.

     

    Ze praten er sneller zodat stilte een ademmoment wordt, niemand kan zij bijhouden en rennen heeft haar nog nooit tot het uiterste bewogen. Het liefst zou ze willen drinken, haar verstand verlichten en iedereen omhelzen  die overdag net als zij, niet aangeraakt wil worden.

     

    Een mevrouw op een bankje geeft zichzelf steeds opnieuw schouderklopjes: wie zo ver is heeft geen achterban meer nodig, daaromheen ziet ze mensen die als duiven ontpoppen zich iedere kruimel waard vinden, geen twijfels lijken te hebben over hoe zij bestaan zonder dat iemand hen nog voert, wie het licht op de gang uitdoet als de rest hem gevlogen is.

     

    Plastic tasjes van stokbroden doen haar  steeds denken aan het telefoontje

     waarvan de draad nog altijd als een fossiel in haar vinger staat gewikkeld, midden in de nacht: hoe een stem die haar lief was fluisterde dat tomaten openbarsten bij te lang en dichtgeknoopt, een hoofd ook niet eeuwig vacuüm

     

    kan blijven maar wees vooral niet ongerust, ik heb het je nu toch verteld, ken je ochtend waarbij het daarna alsnog misloopt?

  • 94
    6811

    weekdier

     

    Weekdier

     

    Hij herkende mij 

    aan mijn overhellende schouders

    aan de krimp in mijn vertrouwen

     

    en dat ik zelden mensen in mijn armen neem 

    maar wel ontroering zoek in zand 

    dat zich bij de zee voegt 

    wind dat water recht trekt

     

    in een waakzaam weekdier

    dat  met een karig aantal zenuwcellen 

    naar patronen zoekt

     

    autonoom zijn werk doet 

    en bij ongemak zijn stommelende armen afknijpt

     

    voor een blauwe schaduw in een poel, hij begrijpt hoe het is 

    een eenmalige gebeurtenis te zijn

     

    en alles te bewolken wat je begrijpt 

  • 95
    9436

    wees tweelingzusjes

    etienne m. wolfs

    later kom je toch weer lachend aangelopen, tweelingzusje

     

    je zou mijn botten moeten breken

    om me te zien zoals ik ben, denk ik

     

    de scherpte eraf slaan met een steen

    die je opraapt van de grond ver onder ons

     

    of blind zijn om mij te zien maar niet je handen, niet je handen

     

    als je naast me staat niet te dichtbij

     

    zusje in een plat breed land

    waar we verderop en morgen

    al weer veel te klein in zijn

     

    kijk ik nu naar je zoals een blinde kijkt

    naar iemand die kan zien

     

    maar die iemand ben je niet, je ziet me niet

    en ik ben niet blind maar zie alleen mezelf niet

     

    kom laten we onszelf bevrijden

    nadat je al mijn botten hebt gebroken

    als de groene glazen flessen op de plank

     

    maar dat bevrijden waar dan van

    ik weet een kaart van een morsdode vader

    maar waarvan is dan die kaart

     

    en wat voor een, een ansicht aan een moeder of

    een landkaart, waarop staat

    wat zij het laatst hebben gezien

     

    je zou mijn hoofd moeten breken

    om hem te vinden

     

    ik zou het vlies van je denken moeten trekken

     

    om wat we in leeg land niet zien

  • 96
    6777

    wolkenkrabber

    Wibo Kosters

     een glazenwasser wast glas op de zesendertigste verdieping

    van een gebouw waar dingen gebeuren die hij niet begrijpt,

    maar die wel gevolgen voor hem hebben.

    je kunt daar monsters bij bedenken

    en een rituele dans met drietanden

    om de directietafel,

    maar de realiteit is

    dat er mannen aanschuiven die kanker krijgen,

    die oud worden en vergeten en besluiten nemen,

    die de knoppen indrukken

    zonder gevolgen te ondergaan.

    uitkijken door een schoon en glimmend raam

    over een wereld die geordend ligt

    en doorsneden.

  • 97
    3844

    Zeehazen

    De schepping der dieren is prachtig

    gelukt: vogels die vliegen, vissen die zwemmen

    en poezen die spinnen. Het had echt

    niet beter gekund.

     

    Maar toch; ik had zo graag zeehazen

    gezien, zeehazen die gezwind over de lange deining

    naar de horizon rennen, haken slaande

    tussen de schepen.

     

    Laten we daarom de zeekoe inruilen of

    de landkrab, de zandhaai kan ook wel gemist; zeker

    als we er zeehazen voor terug krijgen,

    zeehazen bij de vleet.

     

    Waarschijnlijk bestaan ze al, waarschijnlijk

    is er in een archeologisch museum aardewerk te vinden

    waarop ze staan afgebeeld temidden

    van Phoenicische schepen.

     

    Epifanisch is de zeehaas; zoals de groene flits

    bij zonsondergang over een windstille zee. De wereld

    schijnt minuten oud en alle leven is nog

    maar net begonnen.

  • 98
    983

    Zij dwarrelen omhoog

    Geert Viaene

     

     

    Hij keert op zijn stappen terug. Benieuwd

    staart hij naar azuurblauwe flikkeringen

    die heen en weer slingeren voor grijze gordijnen.

     

    In de drukke winkelstraat zoent zij hem

    minutenlang. Jij bent mijn eerste klant,

    murmelt zij buiten adem, terwijl zij danst

     

    met haar wassen vleugels stevig rond

    zijn lillend hart dat ze optilt. Zeppelins

    zigzaggen tussen de gebouwen. Zij

     

    kneedt de vlammen, laat keer op keer

    een zandzak vallen tot de manden in

    lucht zijn opgegaan. Zonnen die nooit

    ondergaan komen nu op voor zichzelf.



  • 99
    169

    Zo gaat het toch

    Karen Wassink

    Vissen zwemmen door de kamer

    tussen tafels en stoelen

    die pootjebaden

    dobber ik op mijn vloerkleed

    de prullenbak drijft voorbij

    achter een propje papier

     

    kinderen drukken hun neuzen tegen de ruit

    roepen 'wij willen ook'

    ik laat ze binnen

    in mijn vijver, mijn huis

    water sijpelt in hun laarzen

    ze spetteren en lachen

    schateren 'wonen is niet moeilijk'

    springen op het karpet

    roeien met armen als riemen

    joelend jagen ze de vissen

    richting keuken

     

    als ze weg zijn

    vang ik de dieren

    eet ze -zo gaat het toch-

    met smaak

     

  • 100
    2662

    Zwembad Mauritskade

    Eline Vere heeft het nieuw aanschouwd.

    Het bad waar half Den Haag de schoolslag leerde,

    dat je verliet als A-gediplomeerde,

    verviel, verdween: te duur in onderhoud.

     

    Nu wordt het op dezelfde plaats herbouwd.

    Maar oude boogjes, spanten, weergekeerde

    gietijzeren kolommen, de beweerde

    Couperiaanse sfeer, het laat me koud.

     

    Want mij is weinig anders bijgebleven

    dan vaders vaak wat wrevelige blik

    om deze zoon die echt niet onderdeed

     

    – qua zwemmen – voor de rest, maar die zo-even

    hoezeer hij ook zijn best deed vaste prik

    opnieuw als nummer laatst was aangekleed.