Editie 5

Mieke van Zonneveld (1989) uit Hilversum ontving op 6 februari 2014 € 10.000 voor haar gedicht ‘Nee’, dat is uitgeroepen tot beste gedicht van 2013. Zij wint daarmee de hoofdprijs van de Turing Gedichtenwedstrijd, de grootste geldprijs ter wereld voor één gedicht.

HOOFDPRIJS: 
Mieke van Zonneveld

Nee  

Soms was er een aarzeling. Een kleuter op het strand
die met zijn emmertje uit wassen ging. Ik zei ik ben
niet vies maar toch bedankt. En hij: natuurlijk ben je
vies geworden, overal ligt zand. Ik werd ellendig
 wakker. Op al mijn wegen nooit één teken maar
in dromen worden ze bij menigtes gegeven.
Ooit nam ik niets in acht, ik volgde de bekoring en
zij heeft mij niet meer thuisgebracht. Er is in heel
de wereld nergens vrede, geen vader die mij terug
verwacht, er is in heel de wereld nergens vrede. 

Er was in mij iets opgestaan dat niemand wist te
temmen, het joeg mij op, beloofde mij een weelderig
bestaan. Begeerte, zei mijn vader, is de wortel van het
kwaad. Ik leerde dat het waar was maar ik leerde het
te laat, de uitgestrekte leegte vrat me op en heeft me
uitgebraakt. Er is in heel de wereld nergens vrede
geen vreugde die niet tegenstaat, er is in heel de wereld
nergens vrede. Dit is mijn overtuiging en ik zoek haar
tot op heden in een emmer aan een kleuterhand. Hij
nadert en ik zeg tot in den treuren nee bedankt. 

TWEEDE PRIJS: Sven Eugene Cooremans

Sisyphus 

de wolkenmassa jagend noemen 

en uitwaaierend denken aan blauwzwarte mestkevers
die zich als mensen en zeehonden op de sterren
verlaten 

hoe de mestbol rolt, in een rechte lijn, hoe het verschil 

tussen de vrijheid van de wil van mijn winkelwagentje
en die van de sterren om te schijnen berust in de aard
 
van de beperkingen, de wieltjes koppig noemen 

DERDE PRIJS: Jan-Willem Dijk

Stenenkamer 

als ik ergens met alleen maar stenen ben
probeer ik een van hen te worden 

ruimte raakt al snel te vol
als er iets in zit wat zich kan bewegen
 
in deze kamer heersten de stenen al lang
voordat ik binnenkwam, het licht werd uitgeknipt
de deur dichtgedaan 

heel stil lig ik onder vreemde lakens
sommige stenen zijn ook stil, anderen maken veel
lawaai 

in een ruimte waar ik als enige achterblijf
zijn dingen zoals ik ze met mezelf heb afgesproken  

Voor de vijfde editie van de wedstrijd werden bijna 10.000 gedichten ingezonden. De wedstrijd staat open voor iedereen. De gedichten worden anoniem beoordeeld. 

4e t/m 20e plaats: 
De volgende dichters zijn geëindigd op de gedeelde 4e t/m 20e plaats (op alfabetische volgorde): Nadine Ancher (Utrecht), Peter Doms (Hove, België), Allison Hackley (Den Haag), Frouke Hansum (Almere), Ingmar Heytze (Utrecht), Lizette de Koning (Den Haag), Gerard van Hameren (Roelofarendsveen), Peter Knipmeijer (Zeist), Gerrit Molenaar (Maastricht), Nanne Nauta (Utrecht), Alexis de Roode (Maarssen), Iris le Rutte (Amsterdam), Erwin Steyaert (Assebroek, België), Runa Svetlik (Berchem, België), Nickie Theunissen (Amsterdam), Aad van der Waal (Apeldoorn), Wout Waanders (Nijmegen).

Jury: 
De jury bestond dit jaar uit AKO-Literatuurprijswinnares Joke van Leeuwen (juryvoorzitter), David Troch (dichter/schrijver en eerste Vlaamse winnaar van de Turing Gedichtenwedstrijd, vicevoorzitter), Rob Schouten (dichter/schrijver, columnist en recensent), Jannah Loontjens (dichter/schrijver en filosoof) en Pieter Geelen (oprichter Turing Foundation).


Top 100 2013

  • Nr.
    Titel
    Auteur
    Tekst
  • 1
    3302

    Nee (1e prijs)

    Mieke van Zonneveld

    Soms was er een aarzeling. Een kleuter op het strand

    die met zijn emmertje uit wassen ging. Ik zei ik ben

    niet vies maar toch bedankt. En hij: natuurlijk ben je

    vies geworden, overal ligt zand. Ik werd ellendig

    wakker. Op al mijn wegen nooit één teken maar

    in dromen worden zij bij menigtes gegeven.

    Ooit nam ik niets in acht, ik volgde de bekoring en

    zij heeft mij niet meer thuisgebracht. Er is in heel

    de wereld nergens vrede, geen vader die mij terug

    verwacht, er is in heel de wereld nergens vrede.

     

    Er was in mij iets opgestaan dat niemand wist te

    temmen, het joeg mij op, beloofde mij een weelderig

    bestaan. Begeerte, zei mijn vader, is de wortel van het

    kwaad. Ik leerde dat het waar was maar ik leerde het

    te laat, de uitgestrekte leegte vrat me op en heeft me

    uitgebraakt. Er is in heel de wereld nergens vrede

    geen vreugde die niet tegenstaat, er is in heel de wereld

    nergens vrede. Dit is mijn overtuiging en ik zoek haar

    tot op heden in een emmer aan een kleuterhand. Hij

    nadert en ik zeg tot in den treuren nee bedankt.

  • 2
    2336

    Sisyphus (2e prijs)

    de wolkenmassa jagend noemen

     

    en uitwaaierend denken aan blauwzwarte mestkevers

    die zich als mensen en zeehonden op de sterren verlaten

     

    hoe de mestbol rolt, in een rechte lijn, hoe het verschil

     

    tussen de vrijheid van de wil van mijn winkelwagentje

    en die van de sterren om te schijnen berust in de aard

     

    van de beperkingen, de wieltjes koppig noemen

  • 3
    8881

    Stenenkamer (3e prijs)

    als ik ergens met alleen maar stenen ben

    probeer ik een van hen te worden

     

    ruimte raakt al snel te vol

    als er iets in zit wat zich kan bewegen

     

    in deze kamer heersten de stenen al lang

    voordat ik binnenkwam, het licht werd uitgeknipt

    de deur dichtgedaan

     

    heel stil lig ik onder vreemde lakens

    sommige stenen zijn ook stil, anderen maken veel lawaai

     

    in een ruimte waar ik als enige achterblijf

    zijn dingen zoals ik ze met mezelf heb afgesproken

  • 4
    1572

    (zonder titel)

    Shari Van Goethem

    ze heft haar olifanten de muur op

    hangt vogels met bomen aan het raam

    zij is zelf zo'n vogel

    met een boom

    waar ze niet van los komt

     

    ze blinkt de laatste spiegels op

    in de hoeken

    om achter kasten te kijken

    haalt daarna de dag uit haar kleren

    daar houdt ze van

    ze hoort hem al

     

    's nachts speelt hij piano met de klinkers

    hij klinkt dan tot boven

    hij klinkt dan tot haar binnen

    zij laat zo lang

    het licht op rood

  • 5
    5896

    ----

    Nadine Ancher

    grootmoeder is een laaglandfee

     

    ze droomt over patrijspoorten

    van rijstpapier, een oneindige rij

     

    voorouders, parels in oesterkoffers

    maar de schelpen werden schepen

     

    de boten volgden het roer, een vrouw

    volgde toen steeds haar man

     

    vroeger ging het goed met grootmoeder

    ze leefde gehurkt, als kleefrijst

     

    op kleine stukjes grond

    tussen munt en koriander

     

    ze had twee waterbuffels, uren

    om te praten

     

    tegen de stilte, in de bijkeuken

    vouw ik nu loempia's dicht

     

    tussen mijn dijen ritselt ons verleden

    op een brancard van bamboestokjes

     

    soms hoor ik gewoon hier

    soms hoor ik een ander, daar

     

    tussen de dijken

  • 6
    8824

    9-11

    erna spoelstra

    Als de journalist Marcel van Roosmalen in zijn column ' Wielerkoorts in Remouchamps'

    schrijft dat hij - op de dag dat de Boeing 737 uit de lucht viel

    en langs de A9 op het verlengde van de Polderbaan in drie stukken brak-

    heel erge kiespijn had en Ibuprofen slikkend

    op diezelfde A9 naar zijn opdracht gereden werd

     

    dan kan je je inleven want die dag weet je nog

    dat was 25 februari 2009

    en je ziet dat vliegtuig weer liggen, de brokstukken, je ziet het weiland

    en de weg die daarlangs loopt, de reddingswerkers

    en dan ineens zie je een kleine donkere auto

    met achterin de journalist met zijn dikke wang

     

    Als de biografieschrijver Anthony Sampson in zijn boek 'Mandela'

    schrijft dat Mandela een paar maanden nadat hij werd vrijgelaten

    -na een gevangenschap van ruim 27 jaar-

    op een klein tv'tje de Nederlandse voetballers

    roemloos in de achtste finale van West Duitsland zag verliezen

     

    dan kan je je inleven, want die dag weet je nog

    dat was 27 juni 1990

    en je voelt weer de hoge verwachtingen, je ziet Rijkaard

    die de West Duitser Völler in de nek spuugt, Gullit die niet in vorm was

    en dan ineens zie je Mandela, zittend op een ruw katoenen bank

    voor die kleine zwart wit tv, vermoeid kijkend

    naar juist die wedstrijd.

     

    Als ik vertel dat ik

    -op de dag dat de kapers hun vliegtuigen in de Twin Towers vlogen

    die ruim een uur later om de beurt zouden instorten-   

    les stond te geven en net na schooltijd uit mijn klas werd geroepen 

    om met het hele team naar de beelden op tv te kijken

     

    kan je je inleven, want die dag weet je nog

    dat was 11 september 2001

    en je ziet weer die twee ranke torens, de vliegtuigen, de inslag,

    de werknemers die bedolven onder een laag witte stof de straat op renden

    en dan ineens zie je wat leerkrachten in de aula om een tv'tje staan. En je ziet dat wij niets wisten. Dat wij pas na de tweede inslag 

    konden bedenken dat het opzet was.

     

  • 7
    3691

    Aalscholver, paal

    J. Verhaaren

    het begint ermee dat ik een gedicht wil schrijven over een

    aalscholver, zwarte zwijgzame pelikaanachtige

    bijgenaamd waterraaf, aalscholver

     

    voor het eerst dat ik van zo dichtbij een aalscholver had gezien

    hier in Vlissingen, toen ik met jou stond te wachten op

    de boot naar de overkant, we stonden onhandig

    omstandig ons best te doen om te beseffen dat, om iets

    dat onontkoombaar onbegrijpelijk is dan ook maar niet te willen

    ook maar niet te hoeven begrijpen, ik begon

    om me heen te kijken op zoek naar een beeld dat, dat

     

    op een zwarte houten paal in het water had een even zwarte

    aalscholver gezeten, ik zag hem pas toen hij zich los vloog

    en weg vloog, ik had hem voor een paraplu gehouden

    een paraplu, door een rukwind ontvoerd en verweesd

    om de witte kop van de paal geslagen, ik probeerde

    in de paraplu alsnog de aalscholver te zien, de aalscholver

    die zojuist op de meerpaal zijn uithangende vleugels

    had zitten drogen, waar ik meende naar een verwaaide

    zwarte paraplu te hebben staan staren, genoeg, dit is

    wat mijn aandacht trok, maar niet het soort beeld dat, dat

     

    of het zich verschanst had, zich uit wilde stellen, buiten

    schot blijven, er verdomme niks mee te maken hebben, hier

    vandaan zijn, er niet zijn, geen beeld, dan maar niet

     

    waar ben ik, terug in Vlissingen, op deze plek die nu

    een andere is, boot en overkant zijn uit de vaart genomen

    verderop stroomt het verkeer eronderdoor, er zijn

    ook dingen hetzelfde gebleven, het begon ermee

    dat ik een gedicht zou schrijven over een

    aalscholver, zwarte zwijgzame pelikaanachtige

     

    niet nu in de verte zogenaamd iets vluchtig waarnemen dat, dat

     

    het dicht bij die paal laten

    paal boven water

  • 8
    9108

    als bij ons thuis

    Jan Kok

    als bij ons thuis

     

    als bij ons thuis een nieuw gedicht geboren werd

    waste mijn moeder het op de hand

    haalde het door de mangel

    hing het daarna te drogen aan de waslijn

    vader kwam thuis, keek er naar

    en stak een sigaret op

     

    wij gingen het nieuws verspreiden

    ooms en tantes informeerden

    naar lengte, vorm en titel

     

    we kregen krentenbrood en limonade

    de zon scheen langer dan normaal

    huppelend omsingelden we het dorp

  • 9
    6244

    Anders

     

    Anders

     

    Te lezen

    Op betonnen viaducten

    Waar alles wat hij deed

    Ongeremd en grenzeloos was

     

    Niet begrepen worden

    Verwijten, te kust en te keur

    Zich nestelend

    In zijn onrustige geest

     

    Zijn somberheid

    Vertaalde zich

    In oorworm mimiek

    En ongekende verzuring

     

    Tot hij in een betegeld fietstunneltje

    Onder de A-15 bij Barendrecht

    Ongenadig mooi toesloeg

     

    Met grote gespoten zwarte letters

    Lazen de fietsers zijn anders zijn

     

    Ik eet geen honing, ik kauw bijen

  • 10
    7304

    Atelier

    Wat je erft is waar je aan moet komen.
    Een plek, een taal, dingen die getuigen.
    Dit heet wat ooit een smidse was
    in een dorp vol regen. Dat hier ooit
    een man bewoog die leefde van en met

     

    het vuur, ijzer kromde met zijn handen,
    het blijft hem bij. Vuurtaal. Aambeeld.
    De klank van hamers in een atelier
    dat nu vol stilte staat. Licht lekt door
    het dak. De wind giert door alle kieren.

     

    Hier is hij het! Hier zal hij het zijn!
    De jongen die hapert aan de bramen.
    De man die breekt en davert en weet
    hoe vol op een lier van leegte de eeuwen
    kunnen trillen. Hier zal hij het zijn!

     

    Van de verf de gedaante. Bereid tot alles.
    Bereid tot veel. En alleen, tot op het laatst
    alleen met een penseel van varkenshaar
    dat op het linnen van de wereld
    niets dan wonden hechten wil.

  • 11
    1626

    Babel Nu

    Aad van der Waal

    Babel Nu

     

    Jan Willem wil ‘m medium gebraden

    en na ’t dessert een bolknak met cognac

    Romano slaat geen acht meer op de maden

    en schraapt zijn kostje uit een vuilnisbak

     

    Gerardus wil het nieuwste apparaatje

    en Katja; mode van het duurste merk

    Nawal begraaft haar uitgedroogde maatje

    Vasil verliest zijn jeugd in mannenwerk

     

    Andréas krijgt een Rolex van zijn oma

    Rashid; een schijntje voor zijn rechter nier

    Marina sleept een cruise uit haar diploma

    Mei-lan verkoopt haar lijfje per kwartier

     

    Er gapen tussen talloze verhalen

    vaak kloven die geen tolk meer kan vertalen

     

  • 12
    7529

    Besta ik eigenlijk wel?

    Maria davits

    Het regent.

    De moeder roert appels

    door de rode kool.

    Het kind kijkt naar haar

    verlegen koppige rug.

    Het kind vraagt:

    Besta ik eigenlijk wel?

    De moeder luistert niet

    ze droomt van een man

    die haar  bloemen geeft

    waarbij ze een eiland

    in de oceaan verzint.

    Besta ik eigenlijk wel?

    vraagt het kind weer.

    Er komen luchtbellen

    op de plassen

    het wordt een avondregen

    zegt de moeder.

  • 13
    3887

    Bitter

    Peter-Paul Dirickx

     

    Bitter

     

     

     

     

    Bitter smaakt het kind van de herinnering

    Het liep verloren in het toverbos

    Vol kaketoes en zilveren papegaaien

    Vol elfen en naakte najaden

    Waar efeben en centaurs met pijl en boog

    Vlinders, wit als sneeuwpoppen,

    Achtervolgen tot in het hart van de nacht.

     

    Waar leeuwen vluchten voor lammeren

    Waar soldeniers hun soldij verbrassen, en hun zaad

    Plengen in de plooien van een jonge weduwe

    Waar een koets, een calèche ratelt

    Over kinderkoppen op weg naar een bal

    In een door duizenden kaarsen verlicht kasteel,

    En waar alle meisjes onder de zestien,

    Naakt als biggen, op schapenvachten

    Voor het haardvuur liggen. En wachten.

     

    Verbrast hebben wij de jaren van onze jeugd

    Niet beseffend dat de overvloed

    In ons bloed niet zou blijven duren

    Nu knarsen onze knoken als een fiets

    Die staat te roesten in een schuur.

    Eén keer willen we ons nog warmen

    Aan het vuur van onze jonge jaren,

    Voor we opgeslokt worden

    Door de zwarte doos

    Van de dood.

     

     

  • 14
    5305

    Bondage

     

    Ze vertelde me dat ze mannen opvrat als lucht
    en ooit belde ze om vijf uur 's morgens
    om te katten dat ze me zou komen doden
    als ik ophield met chatten.

    'Herkenbaar', dacht ik. Je moet zo'n duveltje nooit overschatten.
    Een beetje exorcist denkt aan de afwas of aan vuilniszakken
    als bozerzielen door zijn bloed stroopt. Toch: er was houvast
    aan het ongewisse, het wedervaren van de sloop

    van alles wat een mens kan missen of misschien ook maar de valse hoop
    toch even straffeloos in Nabokovs vijver te kunnen pissen
    voor het grijsgoed je herdoopt.

    Hoe dan ook – er was die ene revolutie die nooit komt.
    De straten hingen vol gas. We hadden allebei een masker op
    en zij had Plath in haar tas.

    Die ze me 's avonds voorlas, buiten rammelden buren op potten, pannen.
    Zoveel furie in één lijf, zo gespannen
    dat de drank nog uitkomst bood.
    En alle slangen op haar hoofd waren uit op de ontmanning
    van het prinsessenlood.

    De Grote Beer hing in de lucht als het kromzwaard van Damocles.
    Schorpioenen raasden de straten door, razzia's, kreten. En
    aan mijn fles
    hing haar mondje te sakkerloten. Bir, İki, Üç, Dört, Besz.

    Amsterdam, ze wou niet op een fiets. Ik niet naar van Gogh.
    Vind dat enge schilderijen van een bloemenslachter
    met een strohoed op zijn kop. Schiphol, we kleven aan elkaar
    als suikerspinnen in de regen. Mijn oeuvre
    kan aan de wilgen met zoveel tegenlicht.

    Hoop dat het goed met haar gaat. Ze noemde me haar kindje.
    Toen heb ik haar meteen gewist. Een exorcist wordt nooit je vriendje
    en weet je wat het is: dat ene lieveheersbeestje in de hel
    met doodskoppen op zijn rug 
    kun je niet uitlaten.

     

  • 15
    6553

    Brumaire

    Otti Borghgraef


    het is de mistmaand
    zoals de Fransen zegden
    men wroet de velden leeg
    en laat de boomgaard rusten
    in dunne kratten

     

    vroeg legt de adem van het donker
    witte lijnen op de tuinmuur
    en op de magere takken

     

    vrouwen slaan hun doeken om
    en dragen mouwen
    lijken vroom

     

    de dunne lakens van geliefden
    blijven gevouwen in de schuiven
    door het luik van het balkon
    vallen enkel reepjes licht

  • 16
    4872

    Centraal station

    Joozefien Wildemans

    De hond met droeve ogen

    spreekt meer dan zij

    zij kijkt niet meer op

    of om

    haar kleren

    al lang vergeten

    hoe ze ooit bedoeld waren

    en de geur als een deken

    als een cocon

    een staalhard harnas

    hier komt niemand aan voorbij

    de munten in het kreukelkarton

    zijn voor hem

    denkt ze

    ze geeft hem vuilnisbakkenvoedsel

    en krijgt warmte

    ze neemt de munten

    en koopt meer warmte

    in vloeibaar

    en het vermogen

    weg te gaan

    dagdroomreizen

    reisroezen

    roesdromen

    het ritme van de treinen

    doet de vloer trillen

    en zij beeft mee.

  • 17
    10188

    Corresponderend gedrag

    Alexis de Roode

    Het hoogste doel is dat de wereld niet uit elkaar valt.

    Dat wil niet zeggen dat alles harmonieus moet verlopen.

    Dat maakt mij niet uit.

    Ik heb geen mening over de avond.

    Ik veroordeel andere mensen niet.

    Alleen mezelf.

    Ik ben alleen met mezelf bezig

    omdat ik bang ben dat ik uit elkaar val.

    Ik moet corresponderend gedrag vertonen.

    Ik moet zorgen dat mijn gezichtsuitdrukkingen

    overeenkomen met wat ik zeg.

    Misschien zou het beter zijn als ik me echt

    met andere mensen bezig hield.

    Maar ik heb niet genoeg interesse in andere mensen.

    Het heeft geen nut om met mezelf bezig te zijn.

    Het heeft geen nut om met anderen bezig te zijn.

    Soms zie ik iemand die hetzelfde is als ik.

    Dan zie ik een vermoeidheid

    die onderdrukt wordt met

    enthousiaste klankuitstotingen.

    Als ik dat zie ben ik blij.

     

  • 18
    6170

    de dag dat stacey terug kwam

    Wout Waanders

    de dag dat stacey terug kwam
    hebben we niet in hoofdletters geschreven
    ik heb haar opgehaald
    we hebben chinees gegeten, en zijn naar bed gegaan.

    pas later heb ik me bedacht
    wat een diepe indruk die dag op haar gemaakt moet hebben.
    ik bedoel: alsof je hoofd een minuut lang
    onder water gehouden wordt, en dan opeens losgelaten.

    dat je uit het water schiet
    met een rood hoofd, spartelende armen. dat de waas wegvalt. dat je,
    zelfs al ben je het water uit, nog niet goed durft te ademen.
    dat je de lucht eerst moet proeven.

    de dag dat stacey terug kwam
    heb ik de hele tijd gedacht dat ik haar moest vragen
    hoe het er was: of ze geslagen was,
    of ze vrienden had gemaakt. of er meer mensen zo konden schreeuwen als zij.

    maar ik vroeg niks
    en ze heeft haar mond gehouden. we hebben de wekker
    op zomaar een uur gezet.
    ze heeft me welterusten gekust, twijfelend, trillend.

  • 19
    9612

    De dood heeft het koud

    De dood heeft het koud onder je ruime huid

    hij slaat je vel begerig om zich heen

    verstijfd zie ik hoe ze jou weghalen

     

    Alleen je afdruk blijft achter in ons bed

    het kussen nog warm, de dekens lauw

    wacht ik wanhopig in je geur

     

    Op het nachtkastje je mok nog halfvol

    het washandje waarmee ik je mond

    voor het laatst voorzichtig afveegde

     

    Waarom gebeurt er niets?

    de zon schijnt vrolijk in de kamer

    beneden hangt je jas aan de kapstok

     

    Paddenstoelen zouden uit het washandje

    moeten schieten, je mok zou moeten splijten

    er zouden motten uit je jas moeten vliegen

  • 20
    5158

    De film van je leven

    Charlien Adriaenssens

    Het strand lag er verlaten bij, toen we te diep de zee in liepen. Iemand verwisselde eb en vloed, onze rubberen laarzen stroomden vol en niemand wist dat er meer nodig is om te zwemmen dan twee zatte armen. Bij zonsondergang werden we wakker aan de zeelijn, met schuim op de lippen, schelpen vastgeklit in haren en één dode kwal, die we in stukjes hakten. ’s nachts keerden wij landinwaarts, met gescheurde broeken en de gsm van iemand anders. De kermis op het plein flikkerde een warm welkom. Het land van verloren jackpots, kromme geweren en vislijnen zonder lokaas, waar mechanische karretjes vrolijk de horror passeren.  Er wordt gevochten in de massa, er wordt gekotst achter schermen.  We ontwaken tussen muren, ruilen geld voor bontjassen, zoeken koffie als ontbijt.

     

    Het was de eerste dag in een lange reeks dagen. Van de meisjes met de gekamde haren die allemaal hetzelfde konden lachen, heb ik niemand overgehouden. De jongens die het eerst seks hadden, zijn nu alleen. Ze wonen op kamers, schrijven boeken, roken teveel. We staan met lege handen als we vallen, en de zee is geen handvat.

     

    Zonder popcorn hadden we het niet gehaald.

  • 21
    5192

    De grote man

    Noud Renthaven

    Vandaag dacht ik de grote man te zien.
    In de boekhandel, waar ik weer eens niets
    te zoeken had, was dat: op zijn grote voeten
    leek daar de grote man te staan.

    Ik liep al op hem toe, wilde hem bedanken
    voor zijn oorlogsverklaring indertijd
    en vragen naar de stand van zaken
    nu we allemaal tien jaar verder zijn.

    Maar hij was het niet.
    Het was een andere man,
    met dezelfde grote gestalte
    maar een zachter gezicht.

    En zonder  belangstelling
    voor poëticale polemiek.

  • 22
    2043

    de huidige stand van zaken

    Wibo Kosters

    ik wierp in mijn zesde levensjaar een dobbelsteen

    bovenhands tegen het voorhoofd van mijn broer.

    zijn derde oog opende zich:

    hij voorspelde mij dat ik nu echt in de problemen zat.

     

    een elektronische horoscoop voorspelde dat

    mijn broer om het leven zal komen bij een motorongeluk,

    ik zal dit leven het karma van vorige levens onschadelijk maken.

     

    terwijl de motor van mijn broer zijn glans verliest,

    poets ik de lampen voor de toekomst.

    we bespreken het krimpen en groeien ervan,

    ik zwaai hem uit,

    bel dat hij onderweg is.

  • 23
    6334

    de overblijf

    Floor Buschenhenke

     

    iedereen heeft een mes:

    Joseph Franz heeft een roerstaafje afgevijld

    Von Brucken Fok zijn nagels

    Charms is de verzengende turbovernietiger (mes + aansteker)


    iedereen zit bovenop het klimtoestel

    ‘oorlog is kapot erg’ zegt Von Brucken Fok en spuugt een gekliefde zonnepitschil uit

    ‘mijn neef is naar de oorlog gegaan,’ zegt Charms plechtig

    ‘welke oorlog?’ vraagt onze Franske

    iedereen kijkt hem vuil aan

    ‘er is maar één oorlog, wat, ben je een baby ofzo?’ zegt Von Brucken Fok

    ‘Franske is een ukkiepeuter,’ concludeert iedereen

    iedereen bevoelt in de broekzakken heimelijk de wapens


    de meisjes op het muurtje, die praten over heel andere dingen, zoals kernfusie,

    maar bedoelen hetzelfde

     

  • 24
    6745

    De peuter in het museum

    Lizette de Koning

    Vandaag ben ik naar het museum geweest

    Ik vond het er zeer interessant

    ‘k Heb veel hoogst bijzondere benen gezien,

    Doodgewone, en benen van stand

     

    Benen met panties, en benen met broeken

    Benen met rokken, te kort of te lang

    Aardige benen en bleekwitte staken

    Benen, vermoeid, enthousiast of doodsbang

     

    Slepende benen en benen die draalden

    Benen met knieën, gebobbeld of rond

    Benen die onbezorgd leken te zweven

    En benen die stoempstampten over de grond

     

    Benen van dames en benen van heren

    Netjes gestreken of slonzig van snit

    Met voeten gestoken in open sandaaltjes

    Of schoenen met gaatjes, strak in het gelid

     

    Lederen veters en rubberen hakken

    Bollende kuiten en enkels van zij

    Ja werkelijk, 't was een unieke collectie

    Wil jij misschien ook een keer mee met mij?

  • 25
    5225

    De schrijver schildert een zelfportret

    (Op het ritme van De Kapellekensbaan)

     

     

    Ge veegt met de mouw over uw hand de asem op tot ge blinkt

    in de spiegel. Ge strekt uw nek en plooit uw kop tot toonbaar

    materiaal en ge begint aan uw schets. En ge twijfelt en ge zucht,

    want ge vraagt u af of ge een artist of een narcist zijt, en ge kijkt
    gedurig in de spiegel en uw vrouw zegt, Ge zult uzelf nog beu

    geraken voor dat portret af is, moet gij nu echt zo dikwijls kijken?

     

    Ge pakt uw palet en uw tubes en ge knijpt een kleur uit
    voor elke -ist die men op u plakt: koudgrijs voor de moralist,
    lampenzwart voor de anarchist, en ge mengt alle tsjoepkes verf
    op uw palet tot een groezelig bruin voor de viezentist, en aan de rand
    houdt ge een klodder rood over voor de communist. Dat kleur
    komt zeker van pas, zegt uw vriend de schoolmeester, want ge hebt u

    gesneden bij ’t scheren zie ik, en uw ogen zijn ook wat doorlopen,

    en ge wilt toch schilderen gelijk een realist?

     

    En uw vriend de journalist komt achter u staan, Ik vind dat

    precies toch meer werk van een kubist, zegt hij, Maar gevels

    schilderen, dat was uw specialiteit! En als ik goed kijk

    is uw één oor kleiner dan uw ander. Dat is omdat ik aan die kant

    niet goed hoor, zegt ge, en ge voegt er stillekens aan toe: Zeker

    niet als gij daar staat.

     

    En ‘s avonds zijn ze allemaal weg want de drank is op en ge kijkt

    naar uw half geschilderde kop en tegen uw vrouw zegt ge
    dat ge een portret zoudt willen schilderen dat meer is dan een afbeelding

    van uw gezicht. Een portret dat onder uw coiffure uw gedachten laat zien,
    Wie gaat daar naar willen kijken, zegt ze. Een portret dat onder uw vel
    laat zien wat ge voelt, en in de kantlijn alles wat er weer niet in de gazet staat,
    kortom de hele waarheid, en uw vrouw giet koffie op en zegt,
    Legt uw palet dan neer en schrijf nog een boek.

     

    En ge zucht en ge vraagt u af waarom ge niet kunt kiezen
    tussen de pen en het penseel bijgot. Och gij zot, zegt gij nu bijgot?
    zegt uw vrouw, Gij waart toch een atheïst?

  • 26
    10599

    De stille tocht van Maraboet

    Alexis de Roode

    Maraboet had een jonge broer in het paradijs,
    waar school en werk verboden was, maar waar hij volop
    mocht eten en slapen, zodat hij lange brieven had geschreven
    over de wonderlijke zeden van de noordelijke volkeren.
    Maraboet, wiens ogen besmeurd waren met modder,
    die de smaak van vermolmd hout op zijn lippen droeg,
    riep tegen de menigte verzameld voor zijn hut:
    Er moet een optocht komen, voor alle slachtoffers
    van oorlog en hekserij, een protest tegen de dader,
    tegen zijn wreedheid, zijn willekeur,
    zijn slachtoffers zijn ontelbaar en overal!
    We houden een stille tocht tegen de dood, die misdadige
    ademstopper, die smeerlap van een ogenbreker,
    zijn geweten is zo koud als het meer van Bamafélé.
    We beginnen in Tambacounda, we lopen via Bamako
    naar Koudougou en verder nog, de wereld rond,
    terwijl onze tocht zal zwellen en zwellen,  
    o alle mensen op aarde zullen meegaan met onze tocht,
    we zullen de aarde omkransen met mensenkransen,
    en het schuifelen van onze voeten zal aanzwellen tot een bulderen,
    het lawaai van onze stille tocht zal verschrikkelijk zijn,
    wij zullen oorverdovend zwijgen tegen de dood
    tot die schoft zich afvraagt waarom niemand nog lacht
    om hem te kleineren, waarom niemand hem vervloekt of uitdaagt,
    en zelfs dan zal hij ons op de schouder tikken,
    en de onschuldigen zullen neerzijgen zonder laatste woord,
    zonen en dochters, vrienden en geliefden,
    geen jammerklacht zal over onze lippen komen,
    zwijgend zullen wij vallen, voor alle doden sinds het begin,
    voor de geesten van onze voorvaderen,
    voor mijn broer die zich heeft opgehangen van geluk.

  • 27
    9875

    de verpester

    Helena Hoogenkamp

    Ik dacht dat vanavond een feestje zou worden. Of een begrafenis.

    Iets met thee en voorgeschreven gedrag en op tijd weer naar huis.

    Maar het wordt een aanklacht.

    Ik kom de boel verpesten.

    Dat ben ik, daar achter het randje van de deur,

    glazig kijkend naar dingen die jij belangrijk vindt.

    Het waait net te hard voor de jas die jij aan hebt en je hebt wel een sjaal maar die ligt thuis.

    Dat ben ik met een cadeau dat je al hebt maar mooier en nee,

    ik hoef geen thee, ik plas het toch weer uit.

    Ik ben hiervoor op cursus geweest.

    Je kunt dingen doven door te lachen als een stervende hond.

    Ik staar terwijl je praat naar je neus, omhels je en fluister:

    'Ik vind je een moedig mens'

    Is je zolder opgeruimd, je belasting op orde, je partner nog trouw?

    Mag het knagen, mag ik er aan trekken als het draadje van je trui?

    Ik ben de verpester en wat ik zeg is waar.

    Mag ik alleen uit de gangkast bij gelegenheden als deze?

    Wanneer wij hebben afgesproken te doen alsof we samen zijn

    door de stoeltjes heel dicht bij elkaar te zetten.

    Bijna niemand is gekomen met zijn eerste dan wel grootste liefde.

    De toekomst wordt niet beter, de kussen niet zachter.
    Je huis is al jaren niet schoon.

    De manier waarop je je leven mist, dat dat je leven is.
    De persoon die je speelt als er een nieuwe liefde in het spel is, dat is niet wie je bent.

    De mensen die jonger zijn dan jij doen de dingen die jij had willen doen.
    De mensen die je haat zijn beter dan jij.

    Dit zijn je vrienden.

    Dit is geen generale repetitie.

     Ik ben de verpester en ik weet waar je slaapt.

     

  • 28
    3190

    DE ZELFMOORDWEDSTRIJD

    Luuk Gruwez

     

     

     

    Er waren er die het werkelijk niet konden:

    het touw was te sleets, het gif te flauw,

    de trein was te traag, de toren te laag.

    Dat water daar? Een kikkerpoel!

     

    En uiteraard was de geliefde weer eens

    veel te liefelijk, te lijfelijk aanwezig.

    Al dezen bleken snel gedoemd om op te geven.

    Er waren er die onvoldoende hadden geoefend

     

    en nooit iets anders, iets mooiers hadden gekend

    dan het charmante getreuzel van afscheidnemen.

    Zij wuifden als gekken, bleven maar handkusjes

    werpen naar wie allang uit het zicht was verdwenen.

     

    Er waren er die stante pede iets verlangden:

    een knappe hoer, iets fraais van Fra Angelico

    of Liebster Gott, wenn werd Ich sterben.

    Zíj haalden de eindstreep, gingen als eersten.

  • 29
    8696

    Dienst

    De stofzuiger nam ik mee. Omdat hij stiller is

    lichter en ook bij u alles opzoog tot ge weg waart.

     

    Omdat in de kern alles nog leeft: dode huidcellen

    haren die niet grijsden, vergruisde tabak, kattenvacht, as

    uw geur die nu mijn huis inblaast en die ik adem.

     

    Omdat ik (elke keer dat ik het snoer uittrek) zie

    hoe ge een stickie rolt, hoe de kat u kopkes geeft

    ik u nog eens door de haren wrijf.

     

    Omdat ik stillekes hoop (elke keer ik de aan-

    en afknop induw) op een wedersamenstelling van u.

  • 30
    2796

    dolend

    ria van amelsvoort

    hij geeft geen richting aan zijn voeten

    zijn armen marcheren niet

    zijn hoofd deint op de tred

    van slungelig bewegen

     

    gedraaide das om dunne nek

    hangt wapperend uit open jas

    zijn overhemd verschoten

    hardnekkig scheen de zon

     

    gordijnen schuiven zich opzij

    deuren klikken vlug hun grendel

    hoofd en handen tellen geld

    op kont en in de kluis

     

    zo gezien gaat hij zijn weg

    geschuifeld door zijn voeten

    waar is zijn thuis gebleven

    zou hij weten dat hij wist

  • 31
    8081

    Echt

    Iris Le Rütte

    De wolken hebben pootjes

    en grazen in het blauwe gras.

    Een schoorsteen steekt scheef

    uit het rode dak, de rookpluim

    buigt schuin om de koperen zon

    de hoogte in. Lieveheersbeestjes

    kruipen door glutonlicht, waarin alles

    niets weegt. Hier heeft mijn

    hoofd gewoond, toen de wereld

    nog in een jampot paste. Geen ladder

    om eruit te komen.

  • 32
    3785

    Elegie in as

    Clovis Hopman

    Hoe hef je aan op volgekliederd blad?

    Pa en ma of toch maar lieve? En dan?

    Wie je was, wat op je pad, waar week het af.

    Schrijf staand, het decor onaangetast. Kreuk

    papier, grijp terug op symboliek, pathetisch past.

     

              Lieve mam en pap

              er lopen scheuren door mij heen

              mijn zin is doorgekrast. En klad

              hoort in de prullenbak.

     

    Dat is een goed begin. Het einde

    schrijft zichzelf—stoel getrapt,

    zwaartekracht, nek geknakt en dat

    is dat.

     

  • 33
    10591

    Ezel

    Marloes Robijn

    Naast de markt in Rissani 

    ligt de ezelparkeerplaats 

    Ezels staan er zoals voorgeschreven 

    droeve omtrek, gelaten stroefheid 

     

    Ik denk dat ze je verkleed hebben 

    want jij wilde niets liever dan 

    bruine borsteligheid en een witte,

    zwangere buik om vertederde klopjes

    op te ondergaan 

     

    Soms word je geparkeerd en verlaten 

    Soms hoef je niet te sjouwen, is er geen 

    touw dat voor jou beperkingen bepaalt

    Dan voldoet een blinde muur van een schuurtje 

    wat regen en tegenwind 


    Vanuit je gedrongen lijf

    geef je deuken aan de lucht

    Uit gewoonte begiegaag je 

    de troosteloosheid van de situatie

    Je nukt wat onder je juk

    en mag eindelijk berusten 

     

    Ze trokken je dit pak aan 

    En nu accepteren we je. 

  • 34
    8137

    feniks

    Arnold Jansen op de Haar

    zij schroeide haar veren aan wat zij ontgroeid was  

    de mannen die spraken in gloeiende

    kolen   de honden die blaften met bekken vol gruis

    tegen haar met haar helder geluid

     

    ze leeft op het uur van de dag van schijnbaar verloren

    en neemt in vertrouwen een vogel

    die zingt in haar tonen

     

    ik ga met haar mee door het oog van de storm  

    de stilte van ijskoude oorlog  

    gewapende

    vrede   tot de stilstand zich opheft   vergruist

     

    tot eenmaal hun ogen  

    verstopte oren   geopend  

    tuiten van licht en gefluit

  • 35
    257

    Gedicht waarin eigenlijk niks gebeurt

    Vandaag voor het eerst sinds jaren
    de zon weer op zien gaan. Flauw gedoe
    met langzaam licht en vogels. Ik
    wilde op tijd naar bed

    maar voor de wijn ontdooid was was het half zes.
    Enfin, ondertussen had ik een gat
    in mijn shirt gebrand en stond mijn facebooktaal
    op Afrikaans: 5 geleenthede hierdie week.

    Wellicht is het nog het vermelden waard
    dat mijn logeerhond alles onder zeek
    toen ik thuiskwam. Godzijdank
    heb ik laminaat

    en waren mijn schoenen toch al aan vervanging toe.
    In mijn asbak gloeit van alles
    wat er niet echt toe doet.

    De snelweg naast mijn flat
    komt langzaam tot leven.
    Meer kan ik er niet van maken.

  • 36
    3403

    Gender

    Fred Tak

    De vrouw zit opgesloten
    in de gedachten van de man.

     

    Je hoort haar denken

    als elke hersencel een ei zou zijn

    jeminee, wat zou ik broeden.

     

    Het liefst wil ze vliegen

    zijn hoofd gebruiken
    als nestkastje.

     

    Maar zijn oren zitten dicht

    zijn mond zwijgt.

     

    Als hij al spreekt

    zijn de woorden te smal voor haar.

  • 37
    4030

    geslepen

    Ann Van Dessel

    het mes krast een groot kruis op de korst

    zij wurgt het melkbrood aan haar borst

    en snijdt richting keel witte hompen

    die golven naar het lemmet

     

    wij kijken naar de korsten. zij leest

    onze gedachten, neemt het heft in de hand

    en zet de korsten af, even snel en loodrecht

    als de spade de graskant. wij happen

     

    gulzig in de malse sneden. grootmoe slaat

    een slordig kruis, sopt de korsten in de koffie

    en slurpt haar kunstgebit uit het gelid

    breed lachen onze monden perenstroop

     

  • 38
    6957

    Hart van goud

    Ik ken een man die op azijn en rauwe uien leeft

    die in zijn hoofd napalm en kerosine heeft

    met een gebit van roestvrij staal

    waaraan nog bloed van honden kleeft

     

    zijn borstkas is een loden deur

    zijn haar gemaakt van prikkeldraad

    een mitrailleur is zijn geslacht

    wanneer hij door de straten gaat

    hangt om hem heen een kruitdampgeur

     

    natuurlijk mijden mensen hem

    maar iets wat bijna niemand weet:

    hij heeft een hele zachte stem

    en dat hij elke nacht

    gedichten schrijft.

  • 39
    8312

    het bewijs dat toeval bestaat, maar moeilijk is te begrijpen

    Jaap Lemereis

    het orakel had gezegd dat de naam

    van het eerste schip dat ik zag

    de naam van mijn nieuwe geliefde zou zijn

     

    het eerste schip dat ik zag, vanuit de trein terug,

    heette Elizabeth, het tweede Liberté

    het derde Trouw

     

    pardon, heet jij Elizabeth? vroeg ik aan

    de vrouw die tegenover me zat  

    nee, zei ze, ik heet Liberté

    naar de boot van mijn vader

     

    ik ging er in Utrecht uit, zij moest door naar

    Den Bosch. blijf je me trouw? vroeg ik

    maar zij zag het verband niet  

     

    terug naar het orakel

    reis naar Den Bosch, sukkel! riep het

     

    in de trein kroop een klein meisje

    op de bank tegenover me

    ze keek me doordringend aan

    ik heet Liesje, zei ze

    en jij?

  • 40
    1848

    Het gras en de schurende sok

    Op een avond

    zei de jongen dat

    het gras en de schurende sok

    hem te veel werden.

    Ik zei hem dat hij

    het raam uit moest stappen

    om voorbij het gras

    en de sok te vliegen.

    Je kunt ook slingers

    boven de sok

    en het gras

    hangen, zei ik.

    Ik hang slingers

    boven de ergste dingen:

    de dood van mijn vader,

    incontinentie en

    samengestelde gezinnen.

    Als het gras en de sok

    zich blijven verzetten

    is de laatste optie

    ze te strelen

    vertelde ik de jongen.

    Ik streelde laatst

    mijn verlegenheid

    sindsdien is ze zoek,

    ik mis haar een beetje.

    De jongen bedankte

    en zei me later

    dat op een ochtend

    het gras en de sok

    zich met hem hadden verzoend,

    voor even

    natuurlijk.

  • 41
    10136

    Het was een dag

    Het was een dag om licht te vergeten maar evengoed een dag om te dichten.

    De appels gewassen en in tassen gedaan

    het gezin uitgezoend mijn

    gangen nagegaan.

     

    De jonge kapster horen zeggen dat klanten vroeger rookten onder het knippen

    en daarbij gedacht aan films waarin mooi wordt gerookt.

    (dat ik zelf mooi rookte ooit)

     

    Scholieren op de kade zien staan aan wie iets over scheepvaart werd verteld

    de aannemer gebeld en daarbij gedacht dat ik automonteurs stoer vind

    toch ovenfrites genomen.

     

    Gedacht dat de aanblik van zwarte aarde me vruchtbaar maakt.

    Uit de trein door tintelschemer een kleine strijkstok aangereikt.

     

    Aan iemand gedacht en daarbij de oven voorverwarmd.

    Een magere vrouw vaag zien staan in een waas van poedersuiker.

     

  • 42
    1663

    Hier gebeurt niets

    Laat ik verklaren wat hier gebeurt.

    De verpletterende veelheid aan gebeurtenissen

    maakt onze aandacht noodzakelijk

    en onmogelijk. Waar gaan we naar toe,

    wil de kleuter weten – alleen zij

    kan het weten, want de buurvrouw slaapt.

    Verdoofd door het onstuitbaar getinkel

    van de windgong is zij neergevallen.

    De waaischijf trilt en treitert, zodat

    het zichtbare vliegtuig zich heel hoog achter

    witte nevel verschuilt. En elke slag op het metaal

    trekt een hommel dieper de lavendel in.

    De atalanta kan onder dit geweld

    nauwelijks zijn vleugels heffen, zodat

    de onverstaanbare stemmen luider lachen

    en de dijk op vluchten. Toch schuift de schaduw

    schuchter door de slipjes – wie zou anders

    de poort weer sluiten?

     

    Zo schokkend is dit alles, dat onder

    de rotanstoel het zwarte monster

    aan zijn kabels rukt. Vruchteloos –

    de druif blijft immers groeien, dus

    hoe zou dan ooit het windconcert het bed

    op kunnen maken?

  • 43
    8103

    Hij kwam niet terug

    Peter Doms

    Op een dag kwam mijn vader thuis en zei:

    nu ben ik dood.

    Wij legden onze lepel naast ons bord en zwegen.

     

    Mijn vader hield niet van bekentenissen. Liever

    reed hij met een tank door kathedralen

    alsof het allemaal van hem was.

    Maar nu kon hij het puin niet meer verdragen.

     

    Niemand durfde in zijn zetel zitten. Niemand durfde

    van zijn wijn te drinken. Boeken werden niet gelezen.

    Het was te laat om hem nog aan te raken.

     

    Hoelang zou dit duren? Ook mijn moeder wist het niet.

    Koppig als hij was, kon hij dagen dood zijn.

    Of doen alsof.

    Het gaf niet wat anderen daarvan dachten.

     

    Hij kwam niet terug. Zijn gouden horloge

    ging naar mijn broer, zijn huis werd voor een goede prijs verkocht.

    De dood mag ons niet verhinderen praktisch te blijven.

     

  • 44
    1344

    His masters voice

    We bevaren de tijd als een naald

    die over een grammofoonplaat glijdt.


    We merken dat de stroom ons

    langzaam naar het midden stuwt. 


    We herkennen ons steeds beter in het

    hondje dat aandachtig luistert naar

    de stem van zijn meester die al lang

    vertrokken is.

  • 45
    4923

    Hoe in Jezus naam de zalm roze

    Hij baarde een vis op een sloep
    en werd verhangen aan de mast.

     

    Het moederschip huilde
    liep over van warm water
    waarin witte vlokken dreven.
    Het zonk.

     

    Het vaderschip voer verder over
    de wereldzeeën, ving de vissen
    de scholen vissen
    en bracht ze aan land.
    _

     

    Talloze getijden later werd de code
    van de zalm gekraakt
    op het stenen aanrecht
    achter het keukenraam
    van het hotel.
    _

     

    Wij waren nog jong toen Hij wakker werd.
    In de zomer ramden we onze gitaren
    en zongen gospels op de Lijnbaan bij de Hema.
    In de winter vlogen we naar Bonaire om
    parels te zoeken op de bodem van de zee.

     

    Wij waren nog jong toen Hij wakker werd.
    Hij greep zijn beenderen bijeen
    en zwom aan land.
    Hij liep naar de balie van het hotel
    en vroeg om de sleutel
    van de keukendeur.

  • 46
    6889

    Hoe ze kwijtraken

     

    Je staat op de duikplank.

    Hun stemmen als zonnespikkels

    om je heen. Het is warm,

    het water lokt.

    Je gespitste handen krommen je lijf,

    snijden de lucht, scheuren het water

    en daar hang je; als een ongeborene,

    in luchtdicht gezogen stilte, tot je adem

    met beide vuisten tegen de celwanden bonst.

     

    Bij je eerste hap lucht weet je het al:

    ze zijn weg. Hun verdwenen stemmen

    hebben suizende gaten achtergelaten. Je zoekt

    en vindt natte plekken op de tegels.

     

    Op dat moment begint het marcheren.

    Van de mieren, onder je klamme vel.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

  • 47
    3281

    HOEZO GEDATEERD?

    HOEZO GEDATEERD?

     

    Met ingang van belastingjaar 2011

    wijzigt de terugbetalingsmogelijkheid

    bij uw AEGON Lijfrenterekening.

    Het is dan niet meer mogelijk om gebruik

    te maken van de terugwentelingstermijn

    van drie maanden voor de jaarruimte

    én reserveringsruimte.

     

    Schreeuw maar, beuk maar

    alles wordt nieuw

    de taal, de stenen tafels

    én alle tien geboden.

     

    U kunt de inleg die u in de eerste drie maanden

    van het volgende kalenderjaar in uw

    AEGON Lijfrenterekening deed,

    niet langer in aftrek brengen

    in het voorgaande kalenderjaar.

    Dus de inleg die u doet in uw AEGON

    Lijfrenterekening vóór 1 april 2012

    kunt u niet meer toerekenen

    aan het belastingjaar 2011.

     

    Slik maar, stik maar

    niets is nog heilig of veilig

    dit is de taal van het verdampen.

     

    N.B.

    De terugwentelingstermijn van zes maanden

    voor afstorting oudedagsreserve

    en stakingswinst blijft bestaan.

  • 48
    1672

    Hoofd

    Hameren van Gerard

     

    Vader, je hoofd

    ontveld, ontvleesd

    is lang geleden aangespoeld

    ik heb het tussen rotsen op een staak gezet

    met uitzicht op het achterland (blind voor de golven)

    in je achterhoofd ruist dag en nacht de zee

     

    de dagen zitten als losse kiezen

    in je kaken en tussen je tanden

    gapen schrikkeljaren, je fluit

     

    er de ijskoude wind van eeuwen tussendoor

     

    gelaten, soms opstandig

    maar altijd

    op diezelfde langgerekte toon

    waaraan geen eind lijkt te komen

    en niemand haalt je daar weg

     

  • 49
    3556

    HOOGTEVREES

    Nickie Theunissen

    1

    De instructies zijn kort.

    De hemel is zoveel groter dan mijn hoofd

    dat ik de maat niet snap.

     

    2

    Overal kom ik scheuren tegen, spiek ik hoe

    zij schakelt, voorsorteert en praat

    zoals veteranen zeggen dat ze onderweg veranderen

    neemt zij vrijwillig slachtoffers mee naar huis.

    Een tel gaat de kap omlaag: een avond maakt zich los

    handen, huid, langzaam gras dat opdroogt.

    Hoeveel willen hun oorlog werkelijk kwijt?

     

    3

    Hier mist het blauwzweem van winter

    een uitgeknipt personage aan de zijkant.

    Kijk! Als ik in te grote schoenen stap

    wordt beweging een moeilijkheidsgraad.

    Ze slaat haar armen om mijn middel, buigt

    haar knieën in mijn knieën, we glijden

    in slalom over een wit laken.

     

    4

    Ze voert de snelheid op

    we luisteren cassettebandjes

    ik draai me niet om.

  • 50
    8626

    ijsbergsla

    je leerde me het hart

    met één klap op het aanrecht 

    uit ijsbergsla te slaan

     

    hoe huishoudfolie 

    langs je arm zonder plakken 

    van de rol afscheurt

     

    dat een lucifer tussen vingers 

    ze lenig uit elkaar laat staan, wat handig is 

    als je piano speelt

     

    had ik mijn ogen thuisgelaten

    in het water waar we lagen, zou ik je houtjetouwtje-

    dingen laten uit mijn hoofd

     

    te koud en nat 

    om mee te nemen

    blies je vast mijn wimpers droog

     

     

  • 51
    3085

    In het atelier van Francis Bacon

    Chris Coolsma

    Deze koek van tubes en verfresten

    dit bos van penselen, deze glasscherven

    druipende proefmuren en bespatte vloer

     

    "are the violence of life

    chaos that inspires imagination."

     

    In dit leven vol drank en drugs

    onbevreesd bezopen mensen

    staat de man die grijnzend zegt

     

    "I am optimistic

    (about what? vraagt de interviewer)

    about nothing. I am optimistic

     

    about nothing", en hij kerft

    het rauwe vlees, de ingewanden

    van zijn ziel onze zielen

     

    zodat we vrezen onszelf in de plas

    bloed van de gapende wond 

    te verliezen.

     

     

     

  • 52
    2945

    Je kunt komen nu

    M A van der Kroef

    Ik heb punaises door de vogeltjes geprikt

    de kastjes zijn gepimpt met bordverfblauw

     

    heb nog vanmorgen de tuin erop gewezen

    dat je een voorkeur hebt voor zomerjurken

     

    heb urenlang gewikt over de mijn eigen kleren

    tot op de hurken, de buik, mijn elfendertigste

     

    de kou heb ik de hoeken uit gedreven

    met slepende viool en drank in de bonbons

     

    het wachten is alleen nog maar op jou

    met vrees in de koelkast achter de tompoezen

  • 53
    3628

    Jongens waren we

    Eelco Simon Driessen

     

    Wij die droomden

    Groots en meeslepend te leven,

    Te sterven een zeeman

    Met een oeuvre

    En een grafsteen door

    Meisjestranen ingesleten,

    Spoeden ons naar huis

    Op de geur van

    Slachtvlees met respijt,

    Waar das Weib(!) ganz genau

    Weet wat zij wil

    Van jou:

    Nog een kilo aardappelen

    Voor sluitingstijd.

  • 54
    1569

    Jubileum

    Charlotte Van den Broeck

    Wij twee herhalen niet meer.

    Ik geloof niet in een convergerend heelal.

    Kilometers onder de korst wist men het allang:

    er bestaat een punt waarop de aarde roodverbrand zijn rondheid bewijst.

    Zo zullen ook wij op een dag samenvallen op eenzelfde as:

    amper man, bijna vrouw met een uniseks regenjas.

     

    Wij twee kennen geen evenbeeld

    uit aarde en klei zouden ze jou niet zijn.

    Geen jaren in geen baard, niet het grijs op je boterhammen.

    Die foto op de koelkast met je blik

    die mijn rok aan mijn enkels denkt.

    Ik heb een huid die enkel nog jouw vingers kent.

     

    Die keer toen we de haas aanreden, in zijn ingewanden

    de oorzaak van verdriet probeerden lezen.

    We vreesden dat het nooit zou drogen.

    Als je iets niet uitspreekt, is het niet noodzakelijk gebeurd.

    ‘Ons’ is een bezittelijk voornaamwoord, dat we evengoed kunnen zwijgen.

    Een huis gebouwd uit taal met oneindig veel andere namen.

    Het is moeilijk wonen in drie letters.

    Er is zo weinig plaats.

  • 55
    7854

    Kafka lezen in het donker

    Erwin Steyaert

    Bladzij na bladzij sla je de nacht om

    en kijkt met holle ogen in licht

    dat je niet kunt zien bij dag.

    Wie lang in waakstand staat,

     

    wordt ziende in het duister. Slaap gespeld

    als jeuk. Waar je krabt, verschijnen woorden.

    Tijdelijke tekst onder vingertoppen.

    Tot koel de morgen aanwoelt.

     

    Als een kakkerlak lig je op je rug en zoekt

    op de tast contact met jezelf.

    K. gooit steentjes tegen je pantser.

    Joseph, wat scheelt er? vraag je.

     

    Zijn blik bekruipt je als koude een steen.

    Water, ik wil water. fluistert hij.

    Je vult een glas, reikt het hem aan.

    Hij doopt zijn vinger, schrijft op een vel

     

    van licht. Urenlang voel je aan zijn letters.

    Alleen van kale reizen kom je thuis.

    .

  • 56
    5708

    Kalebas


    (Bij een beeld van Philip Aguirre y Otegui)


    Wat je hoort en ziet! Iemand die
    naar iets grijpt voor ie vertrekken moet.
    De kalebas over de rug gegooid, holte,
    iets wat inhoud geeft. Water dat zich
    naar de omtrek van flessen plooit.

    Wat je hoort en ziet! De roep van
    de man in bijenwas. Gereuzel van zand.
    Beton dat ons op doet stijven.
    En niet te vergeten, niet te vergeten:

    het knerpen van het krijt
    in de machines van de wereld.

  • 57
    5099

    kinderen

    gedurfde keuzes konden we niet maken. ze hingen aan de haak

    bij de wanten en sjaals, haastig ons te verlaten.

    wij ontsnapten niet aan de middelmaat,

    bouwden een huis waarin we ouder werden.

     

    hun rode sokken lieten sporen na in de witte was.

    op een roze wolk voor even, speelden zij krijger door de gang,

    vraten onze voorraad op, scheurden bladzijden uit boeken

    ongelezen op tafel. krasten het behang met stiften.

     

    wij, uitgeput, vonden elkaar terug in verschoten zetels.

    van hun verhalen verzadigd dommelden we in.

     

  • 58
    5492

    Kroonprins

    Erwin Steyaert

    Om man te worden zal ik me bekeren, Vader.

    In al jouw torens loop ik trouw de wacht.

    Zoals jij te paard zit, zal ik.

    Schuim op de lippen. Vonken uit hoeven.

     

    Door kamers daveren zoals jij, Vader.

    De billen van de kip op mijn bord.

    De borsten druipend bij de zonen.

    Vleugels en karkas voor het vrouwvolk.

     

    Koningschap knettert in mijn knoken.

    Jouw wet zal mijn wil zijn, vader.

    Een goed heerser zal ik zijn

    en vonnissen naar recht.

     

    Door het land draven op de volbloed

    van mijn lust. Recht in het zadel de akker

    schouwen. Als ik jouw driften, vader,

    stenig in de vette aarde,

     

    juicht het volk wanneer de lente komt.

  • 59
    5286

    Landschappen

    F.A.Brocatus

    Landschappen

     

    Wij luisterden naar boodschappen gekrast

    in gescheurde muren, wij huiverden

    onder een grijze, geperforeerde hemel.

     

    Er waren landschappen die wij vermaalden,

    zwerfhonden likten stof van puinhopen.

     

    Er waren dagen die messen legden in lades,

    doden schoven de nachten dicht.

     

    Wij markeerden de wegen van onze aftocht

    met bomen waarachter wij bevend hurkten,

    ons bloed kleurde de schors en we huilden

     

    met wat later syrische tranen genoemd werden.

  • 60
    1642

    le paysan de la mer

    Luc C. Martens

    Le paysan de la mer

     

    de zoutwinner wacht op de ochtend. onder

    zijn ogen weet de zee elk spoor van zout,

    zilt verdriet op zijn gedroogd gelaat

     

    zij trok weg. het water verdampt. hij harkt

    het witte goud op hopen, schaaft piramides

    uit de oceaan, oogst het zout in zijn brood

     

    geen handen aan de ploeg, akkers niet bemest,

    geen zaad tussen de vingers. geen boerin

    die op hem wacht. alleen met zijn hark, enkel zout

     

    elke avond op de kam van de marais de gloed

    van gesloopte paleizen. hij opent de sluizen,

    vindt morgen de schat van zijn zoutloos bestaan

     

     

  • 61
    7767

    Leiezicht

    Eddy Vaernewyck

    Leiezicht

     

     

    Iemand moet het toch zien dat de luchten

    hier kathedralen zijn. Soms in de vrieskou

    van de ochtend in een staalblauw koloriet

     

    dan weer een woud van wollige wolken

    in alle tinten grijs en blauw. Maar vandaag

    schuifelen schaapjes gezapig het landschap

     

    voorbij terwijl in hun V-vlucht de ganzen

    schouder aan schouder de stilte verstoren

    het zwellende water zich in de oevers verliest.

     

    Langs de straat het geraas van een werkweek

    blind voor het zachte violet van het achterland.

     

  • 62
    5033

    mijn generatie

    peter van der wal

    MIJN GENERATIE

     

     

    Ledigheid dronken we zwart

    en zuur als spaanplaat.

    De dag van gister, witgekalkt.

    Over onszelf gebogen, zaten we

     

    onder tl-buizen aan tafel, vierkant

    de dagen te vouwen tot oude krant.

    Of wanneer de televisie sneeuwde,

    keken we naar de kachel en rookten.

     

    Somberheid lezend als een roman.

    Ja, het viel niet te ontkennen.

    We rookten als ketters

    boven onze zelfbevlekking

     

    en gebruikten geen deodorant.

    Zwijgend vormden we het front

    waarop de realiteit zou stuiten.

    Hard, onverbiddelijk en duister.

  • 63
    7208

    mikado

    Lize Spit

    moeder houdt niet van winnen.

    ze kruist de spataders, slaat pagina’s om

    in de rug samengebonden.

    veel verdwijningen beginnen met iemand

    die nagelbijt, zichzelf traag opvreet.

     

    beurtelings spelen we, het lukt niet.

    onze handen beven. vader blaft

    dat die verrekte honden.

     

    voor alles waar we niet in slagen

    bestaat een drogreden die ook hun ouders.

    achteraf speelt de tv, andermans leed

    van alle soorten een beetje

     

    de willekeur sust

    en de kleuren. maar dan

     

    nog even onze aandacht voor volgend opsporingsbericht.

  • 64
    812

    Moderne kunst

    Moderne kunst


    Geef de cactus een scheerbeurt, maak
    een handtas van je kat en kras een ster op de huid
    van je buik rond je navel.

    De wereld is je bioscoop met de zon
    in het plafond. Span een touw door de zalen en
    streep de regels door.

    Wandel door de dalen om je pad vast te leggen,
    vang de bliksem op staven en graaf een meer
    in spiraalvorm. 

    Bouw een leistenen iglo, stuur een lijkkoets op pad
    met vier zwarte paarden, en vergeet vooral niet
    het aan de haas te verklaren. 
  • 65
    5485

    Monnik

    Erwin Steyaert

    Hem is iets onherroepelijks gebeurd.

    Een scheur in zijn bestaan. Een lek

    waarlangs hij leegloopt in zichzelf

    en ademt in een leegstand zonder naam.

     

    Het stucwerk kraakt onder zijn gebed.

    De kalk verpulvert met de jaren.

    Tot hij op de blote steen stoot.

    Tot zijn zang het raadsel echoot

     

    dat hem uitholt. Als een glasraam

    licht zijn lichaam op. Het vijlen staat

    in zijn gezicht. Voegen lossen vroeg

    of laat. Onthecht gaan stenen zweven.

     

    Dan knielt hij in zijn pij, vrij als een dier

    in zijn vacht. Hij weet nog altijd niet

    Ben ik de jager of het wild?

    Alleen: dat hij hongert naar de jacht.

  • 66
    9479

    niemandsland

    Machteld Bergstra

    tussen Leiden
    Sloterdijk
    een man staart in een vinexwijk
    zijn leven overpeinzend

     

    het is niet oud en ook niet nieuw
    een utopie van stenen
    de regelmaat maakt dat de straat
    niet lang valt bij te benen

     

    ach ja de stad je bent er zo
    dus waarom zou je zeuren
    en bovendien zo 's avonds laat
    achter gesloten deuren
    een lampje aan en een glas wijn
    het kan hier
    best
    gezellig zijn

     

    je eigen auto kun je zien
    vanuit het keukenraam
    en ook die van de buurman ja
    en ook die van het huis erna
    de wereld ligt er rustig bij
    een sneltrein dendert geel voorbij
    op weg naar grote dingen

     

    ik blijf hier achter en beleef
    het leven in het klein
    maar desondanks
    verdorie
    stop
    de man schrikt op
    het is even na drieën

     

    wat zou je over grootsheid malen
    als je je kind van school moet halen?

  • 67
    4069

    Omaha Beach Memorial

    Boven aan Omaha Beach gijzelt

    een rechtlijnig patroon de tijd,

    versluierd in een vredig park.

    Nauwgezet onderhouden

    - wijds en groots - zoals alleen

    Amerikanen dat kunnen.

    De dood snijdt er royaal

    messcherpe repen door

    het glooiende landschap;

    een fijnmazige stoplap in

    kruissteek, op de knie

    van de Normandische kust.

  • 68
    2996

    onder toezicht

    Kate Schlingemann

    dat je hebt gezegd dat ze meer dan honderdtien zou wegen

    wij haar te veel eten geven, heb ik, omdat je oma bent 

    jou allang vergeven. nu heeft ze ons iets aangedaan

    door weg te lopen met een man, die ons ten overstaan 

    van iedereen vier weken lang heeft opgelicht en

    voorgelogen, wat hij haar niet beloofde:

     

    een 3D-televisiemeubel, en voor ons een nieuwe auto

    waarmee we op vakantie zouden, maar pleite is ie, en zij 

    is meegegaan, ik kan 't niet bevatten, ma, de liefde is wel over

    de politie mag mij niks vertellen. ze kwamen gister melden 

    dat we haar beter gauw vergeten, dat ze sinds ze 18 is 

    't allemaal zelf mag weten, ik vraag je, ma, wat moeten wij 

     

    verder, ik ben haar pa, heb ik iets fout gedaan, want eerlijk 

    wat ze ook beweren, nooit heb ik haar met één vinger of iets

    anders aangeraakt, ik ga zo hangen, ik moet weg, de dokter

    moet mijn hand bekijken, die sloeg ik stuk van woede op een spijker

    door de muur, maar ik ben 'n harde, ma, ook al zit ik in de knoei

    en heb ik nu geen dochter meer, spreek je later, doei

     

     

     

     

     

     

     

     

  • 69
    3016

    Oom

    er knettert een eenzame

    brommer op de dijk

    het is mijn oom die

    terugkomt van zijn feest

    de meisjes zijn

    meer uitgelaten

    in het dorp verderop

     

    ik wacht

    gespannen op hem

    ik deel zijn kamer

    zie het lichtschijnsel

    tegen het plafond

     

    toen hij wegging

    schreeuwde hij

    tegen zijn moeder

    dat hij ging zuipen

    en zoenen

     

    en oma schreeuwde

    dat hij stil moest zijn

    voor die kleine jongen

    als hij terugkwam

     

    natuurlijk, maar zij

    moest weten:

    een beetje dansen

    kon geen kwaad

    hij had per slot

    de week gewerkt

     

    nu snurkt hij

    en slaap ik niet

    ik hoor nog steeds

    die eenzame brommer

    op de dijk

  • 70
    10575

    Oorlog

    Van anarchie en anti

    stroomden de monden over. 

    Vrolijk en gebivakmutst

    daagden we de orde

    voor ons tribunaal

    van goede doelen en klare taal. 

     

    Waarheid was nog iets

    dat we zonder meer in pacht hadden.

    Gloeiende hormonen dreven ons

    hoogdravend.

     

    Help een paard achter me aan

    in een smalle winkelstraat. Snel schiet ik

    achter een kledingrek eindigt mijn demo. 

     

    De staat was een dief en wij speelden verlossertje

    eisten alle arrestanten onmiddellijk vrij. 

    En mijn moeder maar bloemen brengen

    toen wij krakend begonnen

    met koppen kaalwieken in De Coup.

     

    Onder kleerscheuren en op de mouw gespelde heraldiek

    kladden we kreten: defesie is oorlog

    (oh shit de n vergeten).

     

    En toen was mijn vader vertrokken

    en ik meldde mij even af bij de wereld.    

     

     

  • 71
    3404

    Op de kade

    saskia kunst

    Het beetje troost te vroeg vergeven

    verder niets bijgeleerd dan wrok

     

    schuifelend in te krappe schoenen

    getooid met scheefgevouwen steek

     

    de toekomst drukkend als een ransel

    vol met lood, op vogelschouders

     

    hij staat grijnzend op de kade

    hoed in hand en uitgerust

     

    zijn jasje mist een knoop.

  • 72
    3443

    Op de knieën

    Ik heb mezelf op bedevaart gestuurd.
    Twijfel opgeschort, verwachting aangegord.

    Vooruit jij, één voet voor de andere
    en door door door tot je de plek ziet.

    Dan op de knieën. Maak je zakken leeg.
    Wat heb je nog te offeren? Moet wel iets zijn

    dat je zult missen. Voor minder heeft geen god
    het ooit gedaan. Wat zeg je, je verstand?

    Had je dat niet allang verloren? Kom,
    geef op dat hart. Leg het hier neer, zeg hardop

    wat in je hoofd zoemt en geen ander horen mag:
    Dood iedereen, maar laat mijn liefste leven.

  • 73
    1648

    op sokken

    kijk nou, zegt ze, verdomd je draagt twee

    linker sokken, ik moest toen nog mijn

    short & shirt, nam verdoofd mijn tweede

     

    nederlaag vandaag, ga maar gauw

    naar huis en neem een tientje terug

    ja, wij zijn twee linker sokken, vertel

     

    mij liever niet van je parkiet, bespaar

    me ook je caravan op winterbanden, je

    reis naar verre landen, je winterhanden

  • 74
    7604

    OUD HOUT

     

    Mijn vader leert mij een pijl en boog te maken

    in het bos. De boog het touw de punt van de stok

    tot in perfectie slijpen met een zakmes.

    Ik geloof dat mijn broer er ook is, hij staat

    op de foto in zwart-wit die ergens ligt.


    Later leert hij mij lijden. Door bewegingloos

    in een stoel voor zich uit te kijken naar iets 

    wat ik dan nog niet zie. Ik wilde dat ik niet

    naar de man had gekeken.


    Er klinken orgelklanken uit het bos rondom

    zijn schuur in het kaal. Muziek 

    heeft mijn vader verlost maar ik kan

    de natuur niet verdragen. Klassieke

    klanken klinken als voetstappen

    in een lege koude kerk.    

          
    We zagen een boom om in de tuin 

    door weilanden ingebed. Het verbaast me

    hoe zacht en ruisend hij valt. Het kind in mij

    denkt: de jaarringen niet tellen, niet tellen -

    de ringen. Stukken bast liggen in mijn kamer

    zwijgend te zingen. Ik word oud.


    Waar zijn de foto's. Ik probeer 

    een herinnering te wringen uit hout.

     

  • 75
    5477

    Passage

    Erwin Steyaert

    Laat niet voorbijgaan dit vuur dat hooi zoekt.

    Ook wintertijd kan vonken slaan

    in bevroren greppels. Sneeuw die niet langer

    smaakt als brood, blijft sneeuw.

     

    Wind blaast de dwarrel uit de straat.

    De zon koelt en de weg kiezelt zich naar een einde.

    Alleen een hond dweilt de keien af, keert weer

    ondanks de schoppen en de stenen.

     

    Daarom, laat mij de kilte likken uit je hand.

    Voor jou haal ik splinters uit het licht.

    Smelt mijn voet in je spoor. Wat is sneeuw

    dan vlokken die samen wolken waren?

     

    Laat al wat scherp is, dienen om tijd

    tot duur te schaven, schilfers die nog krullen

    in de vlam terwijl de as al waait

    en wij de stoppelvelden maaien.

  • 76
    280

    Pijnloos

    de kachel walmde, maar ik zweeg
    wist dat het pijnloos zou zijn
    ging vroeg naar de zolder en keek
    door het raam naar de sterren

    ze waren groter dan anders
    wat erop wees dat ik dichterbij
    was gekomen, ook de maan
    had een reuzengestalte

    de pis van de vorige nacht
    was in de pot bevroren
    maar het rillen zou korter
    dan andere nachten duren

    twijfels had ik niet
    de meester was helder geweest
    ik kroop onder de dekens
    en hulde mij in warme dromen
  • 77
    5470

    Scenario voor koffiereclame

    Erwin Steyaert

    Wolfgang, Ludwig, Josepf en Franz

    drinken Douwe Egberts.

     

    Ze lezen zwijgend elkaars partituren,

    luisteren naar de muziek in hun hoofd.

    Ze knikken instemmend,

    denkend aan eigen stukken.

     

    Af en toe schrapen ze de keel,

    als om iets te zeggen, maar zeggen niets,

    uit eerbied voor de stilte

    die hen als gelijken behandelt.

     

    Ver is de afgunst, ver de koorts in hun hoofd,

    de haast van hun handen naar het klavier.

    Hoe futiel, vinden ze nu, een leven lang

    klanken te willen dwingen

     

    tussen vijf lijnen op muziekpapier.

    Onooglijk smal lijkt de bandbreedte

    van hun ontembaar verlangen

    vergeleken met het wit van het blad.

     

    Ze kijken elkaar aan, langdurig, ernstig,

    alsof ze voor het eerst elkaars stilte horen.

    Wat valt te verbeteren aan deze muziek?

    Ze sluiten de ogen, drinken,

     

    proeven rust die niet één wil verstoren.

     

  • 78
    5467

    Sedentair

    Erwin Steyaert

    Toen het huis een ruwbouw was,

    liepen we zo in en uit de kamers.

    Wind speelde voor behang, cement

    had de warmte van steen en wij

     

    ontwierpen ruimte door beweging.

    ’s Avonds schroefden we de dag

    uit elkaar. We sliepen, ontwaakten.

    Ons zelfbouwpakket voorzag

     

    in variatie. We begonnen opnieuw.

    Sleutels op deuren over. Onze dans

    wervelde vrij. Tot iemand roerde

    over een veilige plek. We doken onder

     

    in gesteente en gepraat. We werden

    stamelaars op sokken, dwarrelden

    neer op onze vloeren. Nu liggen we

    als stof. Ramen en kieren gesloten.

     

    Om opwaaien te vermijden houden

    we zolang mogelijk onze adem in.

     

     

     

     

     

  • 79
    4065

    Slipway

    Leen Pil

    Het kan alle kanten op, zegt hij en duwt de koffers
    in de auto. Nog is de voordeur open;
    nog is het wachten op zijn vrouw.

    De krant plooit hij tot een boot, versterkt
    de bodem met de sleutel. De berichten trekt hij
    uit elkaar want de inkt is vet.

    Hij had ook kunnen stoppen. Met een hoed op zijn hoofd.
    Maar hij begint alvast te vissen, trekt de vinnen los,
    gebruikt zijn vingers om de mond te openen.

    Een kus die aan een touwtje hangt.
    De overtocht die lang zal duren. Hij draait
    de wagen om.

  • 80
    1538

    Station

    Michelle Andon

    Station

     

     

    vader en zoon

    koffer op het perron

    zijn schaduw verdeelt

    afstand in zwart en wit

     

    kerstlint op maat,

    vrouw wikkelt zich

    om echtgenoot heen

     

    hij raakt haar nieuwe wallen aan -

    twee sneetjes versgebakken brood

    met zeesmaak

     

    jongen sluit stevig man in de armen,

    te weinig in aantal, protest buigt

    de ouder

     

    hoe bewijst zich in kudde een paard

    zonder manen?

     

    vader hangt zijn gitaar

    als een pendelklok

    aan zoons schouder,

     

    klapt met zijn hielen

    de schaduw dicht

    en neemt haar mee

     

    naar een andere onbesliste

    oorlogsdag.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

  • 81
    10130

    Stil bij een hek

     

    Ik zie aan hun koppen dat ze denken

    dat ik iets tegen ze ga zeggen.

    Maar dat doe ik niet.

     

    Het is moeilijk en ook vreemd

    om niet te praten tegen schapen

    die dat verwachten.

     

  • 82
    6239

    Stilte

    Erwin Steyaert

    Luister naar mij.

     

    Ik ben moediger dan je kabaal.

    Ik overleef de litanie van je klachten,

    de kaakslag van je woede, de dreun van je pochen.

    Je bulderen duld ik, je gezwets.

     

    Ik ben de klank van een open hand,

    de kamer van je inkeer,

    het uitzicht over de daken.

     

    Ik zinder en echo tussen zondagsklokken.

    Warme zandweg ben ik,

    bruidsjurk in de luwte van de morgen.

     

    In mij voltrekt zich het smelten van sneeuw,

    het waaien van stuifmeel,

    de extase van bloemen.

     

    Ingehouden adem op witte lakens,

    eenvoud van gebaar.

    Mijn vlag wappert boven het aangesneden brood.

     

    Ik ben de triomf van Bach,

    de troost van Schubert.

     

    In de witregels van een gedicht

    leg ik mijn vinger op je lippen.

     

    Je zwijgen is mijn tederste antwoord.

  • 83
    8392

    Tableau vivant

    Op tafel ligt mijn jeugd van stof, rag en as

    foto's vijlen het eelt van verdrongen jaren

    schreeuwen naar wat nooit vergeten was

    de genadeloze wereld die mij baarde

     

    Het fundament: twee mensen zonder licht

    de vergroeiing van ventriloquist en pop

    willoos fluisterde moeder zijn gedachten

    met ijzeren vuist streelde hij haar gezicht

     

    Strak stonden kleine marionetten te beven

    de kroost als uitwas van zinloos bestaan

    onze ziel een ruïne van ongewilde genen

    een stamboom van littekens en weren

     

    Ons huis woekerde in die droeve waan

    als fungi waren ketting, kelder en vader

    de verschrikking van zijn kille gebaren

    de bestiale drift in zijn kloppende ader

     

    Er was de stank van varken en moeras

    broertje die vrede vond aan de haken

    wellustige slachters bij bloed en kraken

    een calvarie van vet en krijsend karkas

     

    Zusje gaf zich op een uitgeteerde akker

    aan zwart land, ongrijpbaar als de leegte

    kraaien vonden haar, omarmt door stilte 

    ze sliep in bij moeder tussen tor en kever

     

    "Mooie tijden", hoor ik hem prevelen

    terwijl ik drank in tandeloze kilte lepel.

    Ik ben de jongen van de foto gebleven

    zijn benjamin, zijn slaaf, zijn onteerde

     

    Meedogenloos zal hij mij overleven.

  • 84
    9874

    Tappelings

    Jerome Gommers

    Nee, dat was niet waar: ruggelings, tappelings terug je je huis in liep, naar later –

    als een naijling, van voorvocht. Tijds dweil was jij. Sappig als het tijd was voor

     

     

    dweilen. Droog en bonig toen het tijd werd voor meterkast. De wachtstand was

    een zonde, in het donker bedreven door wie geen deurknop vond. Morrelens gek

     

    werd jij, die toen al te zeer monds kast uit kwam, in elegante vormen, van dadadit

    en dadadat: wetens fat, onwetens diender/dienaar. Ja, dat haalde je de koekoek,

     

    die je d’r zelf ook was. Vragen zijn er om te smoren. Wie niet meesopt in het licht

    van dags rotonde, dags monding en leegloop, dags spiraalsprong opsprong naar

     

    heerstvolgend als een happen naar hoger honing, vindt in zijn web slechts droge

    kruimels, gesloten blijft de korrel, de hagel treft ratelend hout, bloed alleen onder

     

    je nagels.

     

                                         (Nee… daarentegen: dags rotonde als een beslagkom

    waarin het brood des aanzijns rijst… O over kookten de kleren, uit bloesde het

     

    leven… Het ooit is er als hooi geworden, het vergindst, verhiert, als speeksel bij

    het zien van een oneindige maaltijd. Volstonds zijn daarde monden naar meer,

     

    en het gapen na wildbraad is als een opening, een sluiting van zaken –

     

    want onze afdracht was onze gave, onze doortocht was onze spagaat en onze
    behuizing o ja gelijk een uiterwaarde…)

  • 85
    798

    Teylers Museum

    Paul Hermans
    Teylers Museum

    Blauwwierkalk. Oogheuvels.
    Kamschelpen. Boormossel.
    Tweekleppig weekdier.
    Parelmoernootjes. Zeer
    oud veertje.Vleugelvinger.
    Fluithazen. Lichtmolentjes.
    Klankmenger. Pluimontlading.
    Tijdsduurvonk. Tongpijp.
    Tourmalijntangen. Sonometer.
    Klankbodem. Lantaarnplaatjes.
    Klipzout. Koolspitslamp.
    Booglamp. Dochterklok.
    Gelede dieren. "De teerheid
    hunner bekleedselen en de
    kleinheid hunner lichamen."
    Dochterklok. O dochterklok.

  • 86
    6332

    The beginner’s guide to irrational behavior (bewerkt voor dj & stem)

    1

    De dag staat leeg

    op een paar lege woorden

    (koop me, consumeer me, laat me waaien)

    buiten mijn aanwezigheden proeft je tong 

    de dorst uit mijn vergeelde mond, het vruchtvlees van mijn lust

    zingt ego & je spaart je adem onder ogenstolpen in

    een zelfbevlekte opblaasnacht. Bent u al donor, thans

    van doodskus, droomland, zielenglans? En nu weer jij, want

    de wellness-trend is overweldigend, het is mooi 

    een mens te zien zoals hij was: verpakt

    in folie, ijs, vergulde lucht, bewaakt door Boeddha

    vol van dooierstorm, dolfijngezang.

     

    2

    Voor wie het wachtwoord kraakt

    wacht de herinnering, verslikken echo’s zich

    in de geluidskaart van het ooit, het zilt geslacht

    dat hard als kokkels in de branding lag & zich

    als meeuwenkuikens door ons voeren liet

    met spiegels waarin wij, de watergoden

    am Lenkrad der Zeit

    leasen wij hun jongste zusters thans

    om aan- & uit te kleden om wat naaktheid

    doet met onze oude dag, een boze tong

    bloedt rond de namensteen een brandmerk in een later

    stromen dromen, ondervoede jaren samen tot wat water

    dat wij waren, onbereikbaar

    maar onbreekbaar spiegellicht.

     

    3

    De morgen maakt je borsten groter met gebaren

    tot ze passen in het licht, je springt (de buik vol teddyberen)

    van de klif – let op: dit is een hologram, een oefening

    in wat je nooit meer ziet, verbroken en op wolk getaoeërd

    reliëf van melk- & honingschijn, dit springen moet

    op vlinders lijken & dat doet het, dartelend van bron

    tot bron spant onze huid doorzichtig om

    het ijle oog van onze gastheer, onze zon.

  • 87
    10162

    The Great Indoors

    Je hakt spaanders fijn

    wrijft een vuur aan

    steeds iets ouds opnieuw te ontdekken,

    je doet

     

    slaat vissen in de grond

    slapen gaapt aan tijdverspilling,

    je doet.

     

    Je leert humeurlezen

    aan de hand van de zon,

    je doet

    tot het donker aanvalt.

     

    Bij avond baad je bespied

    in de stream

    of consciousness

     

    (sterren boren gulle gaten

    in het verduisterdoek).

     

    Je moet wat,

    stroopt een vel af

    ritst afgetrapte gedachten open

    naar the great indoors

     

    (de val voor het grofwild klapt,

    een fotograaf stapt in verzwegen

    beelden).

     

     

     

     

     

  • 88
    7574

    Titel

    DasTier

    Ik ben de zwakste weggebruiker. Iedereen

    rijdt mij te pletter. Maar als ik val, nooit

    in herhaling, als ik val

    kom ik nooit neer. Ik ben de stilte.

     

    Laat jullie saunabezoeken, jullie handen

    in andermans boezems, jullie agenda’s, jullie

    computerproblemen achter. Volg mij

    in de tijdloosheid. Ik zal allen

     

    overleven. Ik zal mij keren als een beest

    met reusachtige gezichten; Pilaren die omvallen

    dwars op de mierenader van jullie bedrijvigheid. Jullie zullen

    niet om mij heen kunnen, jullie zullen huilen,

    zoals jullie nu al doen, maar oprechter.

     

    Ik zal jullie legen als een broekzak vol verzamelde

    onbenulligheden waaruit het leven bestaat.

    Jullie nietszeggendheid, ik zal ze ondertitelen

    met sprakeloosheid.

  • 89
    8715

    verborgen zijn

    Wout Waanders

    thunderball en ik op een rooftop -
    grijs. donkere bass, dikke auto-tune.

     

    muziek die soms alleen wat namen spuwt.
    fancy! fancy! geen mens weet wat ’t betekent.

     

    thunderball die de muziek harder zet
    de barbeque aanwakkert. de eerste mensen arriveren.

     

    sommigen hebben het hier ‘out there’ genoemd,
    maar we zijn nog in de stad. we zijn er nog.

     

    onze walmen zijn van ver te zien.

     

    thunderball zegt het: dit is niet verdwenen
    hooguit verborgen

     

    verborgen rooftop party
    fancy, roept hij nu mee,
    fancy,
    fancy, waar ben je.

     

    ik flip de burgers alsof ik het antwoord weet.

  • 90
    7200

    vergiffenis

    ik heb de hel gezien in het pasgemaaide gras van de buren
    alleen mijn haren zijn verbrand

     

    ik huilde niet, ik zat stil toen de buurman naar buiten kwam
    verdween achter de heg

     

    klapte strak verpakt voorover in een kuil waar niemand
    ooit geweten had

     

    een lang vergeten taal sprak die pijn deed aan mijn oren
    ik fluisterde genade

     

    waar de hete adem van mijn vader mijn blote been beroerde
    troost zocht in mijn daden

  • 91
    6195

    VERLOSKUNDE

    Ingmar Heytze

    De vroedvrouw praat met mijn vriendin. Ik heb

    straf vandaag, zit op een stoel niet te bestaan.

    Houten baby’s op de plank slapen voor altijd

    in een halve houten buik. In gedachten haal ik

    alles uit elkaar, verzaag mezelf zodat ik pas.

     

    De vroedvrouw schrijft iets op. Ik bewaar

    haar borsten voor het plakboek in mijn hoofd,

    zweef naar het plafond en kijk omlaag: de tafel

    lijkt een beetje op een ei. Het kind in mij krast

    grove dingen in het onbevlekte blad.

     

    Voortaan delen we de meest intieme dingen

    met volstrekte vreemden. Van deze gedachte

    word ik sterfelijker dan ik was, een oud bestand 

    in de prullenmand, bewerkt, vervangen, haast 

     

    gewist. Als ik besluit dat het tafel-ei een nis is

    uit een kloostergang, vertelt mijn innerlijke gids,

    een Leidse psychiater met emeritaat: 'Je kijkt

    niet goed, het is een zerk.'

  • 92
    10164

    VISSENBLOED

    Groot en zwaar troont mijn vriendin in haar rolstoel

    niet scheef, niet rechtop, maar ineengezakt en opgepropt

     

    het is blauwe shampoo die het zo mooi zilver maakt

    zegt ze over haar grijze haar

     

    haar voeten ergeren mij het meest, in zinloze schoenen

    zo keurig naast elkaar

     

    op het ritme van haar verhaal werk ik mij door haar keukengerei

    en hoor voor de zoveelste keer hoe het is een grote liefde te beleven

     

    dan het is mijn hart dat naar adem hapt en met droge staart

    tegen mijn ribben slaat als een stervende vis

     

    daar sta ik  met mijn overvloed aan bruikbare botten en pezen

    te licht en ondervoed te wezen

     

    het is niet bij een gebleven, zegt mijn vriendin

    ik had vier grote liefdes in mijn leven -

  • 93
    371

    Voorwaardelijk

    Jan Graafland

    Toen je me nodig had 
    ik was er 
    Toen de dood dichtbij kwam
    je zag toch dat ik er was? 
    Al heb ik zelf niets met verdriet 
    en ben ik voor de dood nog niet bang 
    de angst in jouw ogen zag ik
    Ik troostte je
    maar ik zei je nog zo:
    Er zijn grenzen
    laat het niet uit de hand lopen 
    want daar hou ik niet van.

  • 94
    8276

    Waar geen naam voor is

    Rik Dereeper

    Laat me maar beginnen met je schreeuw, omdat de nacht

    het zomergloren in je armen doofde. Op je hart het kopje

    dat opzij knikte, als in de knop geknakt. Mijn ruiker lag

    verloren op het poppenbed. Er klonk jong leven uit de gang.

     

    Of nee, het is beter te beginnen met je trage voorjaarslijf

    waarin het innig zwom en later ademde. De groei van

    verse handjes uit het niets. We zagen prille voetafdrukken

    aan je buikwand, toen ik kriebelde en jij om hulp piepte.

     

    Nee, laat me eindigen bij het begin. De laatste sneeuw

    was opgeruimd en 's avonds kwam je langs voor warmte.

    Woorden, adem en bezeten armen die verstrengelden: zo

    rollebolden wij van luid geluk. Zo schreeuwde jij het uit.

  • 95
    9800

    We komen eraan

    Frouke Hansum

    We komen eraan,

     

    wij, de gehavenden, de uit onze coma ontwaakten,
    de van onze beroerte herstelden, wij, de taalvergeters,
    de constante fladderaars met onze Parkinson, wij,
    de aan de dood ontsnapten, gevangen in onze dikke
    witte kraag, wij, de verwarden en de ongeremden,
    de eenhandigen, de verlamden, de bijna-
    zwijgers die zelden meer dan ja zeggen,
    de verkrampten, de stille beenslepende
    doorzetters op de loopband.

     

    We komen eraan,
    wij, de inleveraars, de verarmden,
    in onze rolstoelen, met onze
    stokken, onze lange vuile
    nagels, onze kwijldoekjes,
    op onze driewielers, met
    onze rollators en
    galgenhumor.

     

    Kom mee,
    onze scootmobiels
    zijn volledig opgeladen,
    met drie uur energie.

  • 96
    135

    woonboot

    Woonboot

    We zaten op de woonboot van Jolanda.
    Er kwam een man langs in een kano.
    Hij legde aan en klauterde aan boord.
    We lieten hem de boot zien en sloten
    de deur van het vooronder.

    We klommen in de kano en
    maakten een tocht van een dag of vijf.
    Toen we terugkwamen was hij overleden.
    We tilden hem in de kano en duwden af.

    Dat was trouwens best nog wel een klus.

  • 97
    2219

    Zo moe ben ik

    Zo moe ben ik

     

    Alsof ik van moeheid ben gebreid

    Zo moe ben ik

    Met naalden twee en dunne wol

    Zodat geen moeheid wordt bevrijd

    En toch nog door de gaatjes glijdt

    Zo moe ben ik

     

    Restjes blauw en geel en donkerrood

    En hier en daar een stukje wit

    Waarin de minste moeheid zit

     

    Ach vond ik maar een losse draad

    Geen seconde zou ik dralen

    Om mijn strak gebreide lijf

    Tot de allerlaatste steek

    Volledig uit te halen

    Zo moe ben ik

  • 98
    1643

    zomerdag

    Luc C. Martens

    zomerdag

     

     

    in mijn tuinstoel van augustus luister ik

    naar de vijver van de buren, ruik ik houtskool

    hoor teveel stemmen in de populieren.

    tikken van lepels in een slakom

     

    de catalpa is dronken van zon. vliegtuigen

    schrijven hoog de zomer. een warme stilte

    dreigt rond het huis. tuinkaarsen smelten,

    het zout druipt van mijn zomerhuid

     

    door de beukenhaag het geluid van glas,

    porselein dat breekt, de buurvrouw gilt,

    bliksemschicht. de stem van de buurman,

    donderslag. onweer was voorspeld

     

  • 99
    8525

    Zondagochtend

    Dirk Willem Schievels

    Ik heb mijn mooiste kleren aan

    De hoek van de straat begrenst mijn wereld

    Gehurkt, met in de palm van mijn hand

    Het licht, dat de zon weerspiegelt.

     

    John leeft nog, Martin ook, net als Pim en Theo

    Toch ben ik alleen.

     

    Alles en iedereen slaapt,

    Ik ben gelukkig

    Want ik, ben ik.

     

    Maar in het donker,

    Zonder tranen

    Huilen de wolven,

    Oren diep.

  • 100
    5029

    Zwarte uilen


    Het is donker in de dagkamer van het gesticht
    waar gekken mij op hun vingers tellen.
    Therapeutisch bezien
    stel ik nog steeds niks voor.


    Buiten pijpt God grafstenen
    maar daarover zwijgt de leiding.


    Op de waslijnen voor het raam
    naakte witte vogels, een soort telraam.


    Een twee drie
    hoe kun je het licht tellen
    hoe kun je mensen aanknippen.


    Het hoofd bladert rustig alle koppen af.
    Het hoofd bladert door een hoofd.