Editie 4

Tot 15 november 2012 konden er gedichten worden ingezonden voor de vierde Turing Gedichtenwedstrijd. Er werden weer zo'n 10.000 gedichten ingediend. De uitslag was op 6 februari 2013, en vormde samen met het Gedichtenbal het slotakkoord van de nieuwe Poëzieweek.

HOOFDPRIJS

De hoofdprijs van € 10.000,- werd gewonnen door Onno Kosters met het gedicht "Doe-Het-Zelf" . Het gedicht wordt bovendien gepubliceerd in de speciale bloemlezing Naaktlopen met je hersenen, en in literair tijdschrift De Gids. De auteur mag bovendien bij Uitgeverij Van Gennep een manuscript indienen dat in overweging zal worden genomen voor publicatie.


Doe-het-zelf

Na zichzelf, met een witte lijn,
te hebben omkrijt, herrijst hij
van de plaats delict, hijst zich
stap voor stap in nieuwe voeten,
past zijn kuiten, dijen (als gegoten),
omgordt zich met een schaambeen
en een buik van genereuze omvang.

Stof daalt neer: zijn navel schudt hij uit;
zijn middenrif, zijn twaalfde rib
schragen hart en longen die hij inslikt
uit het niets, zo zonder mond nog,
zonder tong, alsof hij licht schiep
dat kortelings voorafging aan de zon.

Ontboezemt dan zijn borstkas, slaat
losjes zijn armen om zich heen, lijnt
zijn nek uit, stelt atlas en draaier aard-
en nagelvast. Staat als een huis.

Als kroon op het werk welt meesterlijk
het ravissante hoofd. Hoofd vol hersens,

hoofd aan barrels, waaruit hij ontstond.


Juryrapport

De winnaar van de Nationale Gedichtenwedstrijd 2013 is in alle opzichten een onontkoombaar gedicht. Het vertrekt vanuit leegte en zet de gebruikelijke verhouding van ruimte en tijd op zijn kop. Vroeger werd van platen van The Beatles beweerd dat je, als je ze achterstevoren afspeelde, duivelse boodschappen kon horen. Op gelijkaardige manier wordt hier Gods schepping achterstevoren opnieuw uitgevoerd. Of liever: Gods vernietiging.

Een mens komt in opstand na zijn dood en trekt zich op. Binnenstebuiten blaast het zich een nieuw lichaam. Want ja, uit stof kunt gij wederkeren. Dat kan in de poëzie, en het gebeurt hier op meesterlijke wijze, middels niets dan woorden. Hart en longen worden ingeslikt - en voilà: er zij adem, er zij hartslag. Marsman zou het zo gewild hebben: als alles van de bodem af opnieuw moet beginnen, en niemand anders doet het voor je - wel, doe het dan zelf.

Onno Kosters (1962) is dichter, vertaler, docent-onderzoeker. Hij studeerde Engels en Literatuurwetenschap en promoveerde in 1999. Kosters publiceerde proza, poëzie en essays, en vertalingen van poëzie en proza in onder meer NRC Next, De Brakke Hond, De Gids, De Filmkrant, De Revisor, Dietsche Warande en Belfort, Parmentier, Poëziekrant, De Contrabas, Versindaba en Raster. Zijn vertaling van Samuel Becketts roman Watt werd bekroond met de Filter Vertaalprijs 2007. In 2004 verscheen zijn debuutbundel Callahan en andere gedaanten, in 2007 zijn bundel De grote verdwijntruc. Kosters treedt op bij literaire festivals (City2Cities, Poetry International, Winternachten, Dichters in de Prinsentuin) en is als Dichter bij de Dag verbonden aan Dit is de dag, Radio 1. Vertalingen van zijn werk verschenen in The Black HeraldWebsite van Onno KostersBiografie van Onno Kosters

TWEEDE PRIJS

De tweede prijs van € 1.500,- werd gewonnen door Elly Stolwijk met het gedicht waarom de zilvermeeuw in de nacht boven de parkeerplaats moet schreeuwen. Het gedicht wordt bovendien gepubliceerd in de speciale bloemlezing "Naaktlopen met je Hersenen", en in literair tijdschrift De Gids.

waarom de zilvermeeuw in de nacht
boven de parkeerplaats moet schreeuwen

er is dat veld, dat beweegt als
je je hoofd beweegt,
je hoofd voorover beweegt in mijn schoot.

het witte veld waarover de binnenkant
van mijn pols zich wil verlengen,
handpalm ook, de arm gestrekt.

je hemd dat los moet, dat witte,
de woorden die los uit de zinnen
misselijk makend niet kunnen zeggen

wat er is. wat beweegt van binnen.
wat wil schreeuwen boven
braak liggend land, met honger.


Juryrapport bij de tweede prijs

Alleen al de titel van het gedicht is een gedicht. En dat is nog maar het begin.Het gebeurt niet vaak dat in poëzie een volstrekt lichamelijke ervaring zo krachtig, vloeiend en persoonlijk wordt beschreven. Het gedicht is oorspronkelijk, trekt zich weinig aan van conventies en zoekt zijn eigen taal op. Het weigert zich prijs te geven, ook na vele malen herlezen. De lezer wordt overgelaten aan een eigen, individueel aanvoelen - en dat is lef hebben. Juist omdat je niet kunt vatten wat er precies gebeurt, wat er nu eigenlijk staat, blijft het ontroeren, keer op keer, louter door de geordende beelden die het overnemen waar de taal stokt en het schreeuwen van het lichaam het overneemt. Dit is grootse poëzie, die niet alleen refereert aan, maar zich ook schaart naast enkele van de beroemdste en meest weerbarstige liefdesgedichten die de Nederlandstalige literatuur heeft voortgebracht: de Oostakkerse gedichten van Hugo Claus. De tweede prijs van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd gaat naar (4414) oftewel: 'waarom de zilvermeeuw in de nacht boven de parkeerplaats moet schreeuwen'.

Elly Stolwijk 1957) is beeldend kunstenaar, dichter en docent Nederlands als tweede taal. Van 1986 tot 1989 nam zij deel aan De Nieuwe Wilden. Deze dichteressengroep, o.l.v. Elly de Waard, las regelmatig voor en bracht twee bundels uit (De Nieuwe Wilden in de Poëzie, Uitgeverij Sara, 1987, en: De Nieuwe Wilden in de Poëzie 2, Uitgeverij Van Gennep/Sara, 1988). In 1993 voltooide zij haar opleiding tot beeldend kunstenaar aan de Gerrit Rietveld Academie (autonome richting). Met haar beeldende werk neemt zij deel aan tentoonstellingen (o.a. in Alkmaar, Bergen, Amsterdam, Leidschendam, Dortmund, Shetland UK). Zij is lid van het Kunstenaars Centrum Bergen. Zij leest ook voor en gedichten van haar zijn opgenomen in diverse bloemlezingen (o.a. in de gelegenheidsbundel van de Nacht van de Poëzie, 1989). Een verblijf van twee maanden als vogelwacht op het vogeleiland Griend, in 1986, heeft haar beeldend werk en poëzie onherroepelijk beïnvloed.

DERDE PRIJS

Vier manieren om te dumpen

Sinds zijn sluitspier soms een steek laat vallen
(elk chassis verslijt) en hij ons dan bescheten opbelt,
komen wij zijn kamer poetsen, gooien kruis of munt
om wie hem straks zal deporteren naar een ver tehuis.

Of dat ik hem ontvoer, terwijl mijn broers snel delven
naast een landweg. Door het nekschot valt hij dieper
dan de avond, staart hij even hemelhoog. De leegte
van zijn mond en oren vul ik met dezelfde grond.

Of strootje trekkend: wie vertilt zo iemand tot de nok?
Ik hijg voorbij de treden. Eens zijn hals gestropt,
bekijken wij hoe rap hij trappelt op een luchtfiets -
tot de benen doodstil bengelen. Er sijpelt iets uit hem.

Of een geweldig offerfeest. We zorgen dat hij nimmer
wederkeert, hem spietsend aan het spit. We draaien,
draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis.
En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.


Juryrapport

In het gedicht dat de derde prijs zal winnen, wordt een groot, klassiek thema op modern-gruwelijke wijze behandeld. Een feest wordt voorbereid, tijdens welke de nooitmeer-wederopstanding van de hoofdfiguur wordt gevierd. Zoals Oedipus zijn vader vermoordt zonder het te beseffen - 'wee mij, wee mij, ik ben rampzalig' besluit de zoon het toneelstuk van Sophocles - zo gebeurt hier hetzelfde, maar bij volle verstand en in de wetenschap dat een noodzakelijke daad wordt verricht. Dat geweldsfantasieën worden verheerlijkt in de poëzie is niet voor het eerst: dichters zijn morbide wezens en menig lijk rot weg tussen de witregels. Maar het gebeurt zelden met zoveel humor, raffinement, vakmanschap en ritmische dwang. De jury wist zich gewonnen door dit gedicht, of beter: gedwongen. Je wordt meegesleurd tijdens de rite. Aan wiens zijde we moeten staan blijft onduidelijk. En intussen zingen we vrolijk mee: 'We draaien, draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis. En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.' Het laat de lezer achter als medeplichtige aan een dubieus gedicht.

Rik Dereeper (1962) bracht zijn jeugd door in Koekelare, West-Vlaanderen. Hij studeerde toegepaste economie, sociale en culturele antropologie, filosofie en Oosteuropakunde in Leuven en Gent. Rik woont en werkt in Kortrijk. Poëzie van zijn hand werd vertaald en opgenomen in diverse bloemlezingen en literaire tijdschriften, zoals Poëziekrant en Ballustrada.Hij won onder meer de Zuid-Vlaamse Poëzieprijs (Ronse, 1986), de Internationale Poëziewedstrijd voor de Jeugd (Gent, 1986), de Publieksprijs van de stad Sint-Truiden (1988), de Albert de Longie-Poëzieprijs (Strombeek-Bever, 1990), de Gaselwest Prijs voor Poëzie (Roeselare, 1994), de Literaire Prijs van de stad Harelbeke (1990 en 2004), de Tweejaarlijkse Poëzieprijs van de gemeente Keerbergen (2006), de Poëzieprijs Literaire Living (Ardooie, 2008), Filologica's Literaire Prijs (Gent, 2009), de Poëzieprijs CC Boontje (Sint-Niklaas, 2010), de Herman J. Claeys-Poëzieprijs (Antwerpen, 2011), de De Gouden Zandkorrel (Noordwijk, 2011), de Poëzieprijs stichting Eén en Ander (Den Haag, 2011), de Nieuwegeinse Literatuurprijs 2011 (Nieuwegein, 2012), de Schrijfwedstrijd 'Gezocht! Natuurtalent' (Zillebeke, 2012), de Poëzieprijs Plasmolen (Mook en Middelaar, 2012), de Poëziewedstrijd Verba (Hoegaarden, 2012) en de Plantage Poëzieprijs (Amsterdam, 2012). 

4E TOT EN MET DE 20E PRIJS

De gedeelde 4e tot en met 20e prijs, elk goed voor een gratis lidmaatschap van de Poëzieclub, een gratis abonnement op het poëzietijdschrift Awater, en publicatie in de bloemlezing Naaktlopen met je hersenen. Deze dichters worden bovendien uitgenodigd om een manuscript in te dienen bij uitgeverij Van Gennep.

Op alfabetische volgorde

Annemarie Estor (Antwerpen (B)) -"Vagebond
Etienne M. Wolfs (Utrecht) - 36 Dagen geleden, nadat ik de auto langs de kant van de weg had gezet
Gerda Blees (Delft) - Joanne
Hilde Van Cauteren (Hamme (B)) - Barst
Hilde Van Cauteren (Hamme (B)) - Moeder
Hilde Van Cauteren (Hamme (B)) - Observatie
Jacoline de Heer (Dordrecht) - Binnenin
Lieve De Vos (Halle (B)) - het internaat
Martijn Benders (Istanbul) - Aan de lezer
Martijn Benders (Istanbul) - Niks pretentieuzer dan wat dood is.
Martin Aart de Jong (Leiden) - Status Quo
Mary Heylema (Utrecht) - Schapen
Niels Blomberg (Almere) - Stoer
Rosa Schogt (Amsterdam) - Slaapliedje voor een klein meisje
Roy Logger (Amsterdam) - Voorjaarswind
Saskia Stehouwer (Amsterdam) - "glimp
Thei Ramaekers (Roggel) - nee karel

21E TOT EN MET DE 100E PRIJS

Op alfabetische volgorde

Ab Kuipers (Odysseus of)
Akke Brouwer (voorbije vrouw)
Ana Roelofs (Requiem voor een Wätterguoge)
Ann van Dessel (bot)
Are Meijer (2x) (De Zorg / Kantine)
Bianca Boer (bezetting)
Bob Boswinkel (Straatveger)
Catharina Boer (Matroesjka's)
Charlotte van den Broeck (Hvannadalshnukur)
Clazien Otten (Afgelopen)
David Zijlstra (Melktanden op Wall Street)
Dominique Babevsky (Transgeneratieve grammatica)
Dorien de Vylder (Thuis II)
Doro van Dansik (2x) (blindspraak / c'est loin, Tokyo)
Elizabeth van Sonderen (Krimp)
Elly Stolwijk (zonder titel)
Ernie Kuijer (Binnenkomen)
Erwin Steyaert (Skatejochies)
Frans Koopman (zonder titel)
Frederik Meesters (De vierkante stad)
Frouke Arns (2x) (grensgebied Eilat-Taba / schakels)
Geert Jan Beeckman (Zegt de oude man)
Gerda Blees (En verdorie die splinters)
Gerko van Randwijk (stilte)
Goedele Billen (Auti-Andy)
Hans Ter Borg (Intensive Care)
Hélène Gelèns (het is)
Ingeborg Klarenberg (Haken en ogen)
Iris Wynants (Voor Anneke Brassinga)
Jan Huizing (3x) (De huidige impasse / De psychologische test / Hoe ik heet)
Jan-Paul Rosenberg (Geen bezoek, geen bloemen)
Jan-Willem Dijk (wat oude mensen grappig vinden)
Jeanine Hoedemakers (Opleiding)
Johanna Pas (rouw)
Jonas van der Zeeuw (Geldzorgen), Joop Alleblas (De kus van de karper)
Jozua Zaagman (A76 E314)
Karen Wassink (Men heeft zich tot ik verklaard)
Kate Schlingemann (2x) (Kringloop / over padvinders en sprookjesjagers)
Koen Zonneveld (Hij zegt)
Koos Schreurs (Strenge Winter)
Lars Valke (De beste gedichten schrijf ik, als jij naakt bent)
Leendert van der Waal (Instrument)
Maarten Goethals (Gif)
Maarten van Doremalen (voorbijgaan etc.)
Machtilda Teekens (Uit mijn kuit)
Maria Ros (Zee)
Mark de Kok (In de trein (2))
Martien B. Diepenbroek (Keuzes), Martijn Simons (Als)
Martin Carrette (Veronderstelling)
Nic Castle (Atlas)
Noud Renthaven (Grondzang)
Olaf van Muijden (Aan de man die liefde weegt)
Pauline Alting von Geusau (Als we niet meer kunnen praten)
Paulus Baars (te menig)
Peter Mangel Schots (Welcome To The Zoo)
Pieter Grootendorst (hoed)
Renic Spruijt (nageslacht)
Rinske Kegel (De moeder van Tom moet dood)
Ruth Lasters (3x) (Rund / Sloop / Verstopper)
Ruud Poppelaars (Wasbleek)
Ruud van den Beuken (Drooglegging), Sylvie Marie (waas)
Tanne van den Wijngaart (3x) (Assendelft / En het hemd / Iemand)
Thei Ramaekers (aangifte)
Thomas Pattini (Le Petit Prince)
Tijs van Bragt (Men is geen hout)
Wieke van der Linden (M.)
Wout Waanders (de onvindbaarheid van bibi)

DE JURY

Alle dichters blijven gedurende het gehele beoordelingsproces anoniem. De namen worden pas weer aan de gedichten gekoppeld op de avond van de uitreiking. De jury voor het beoordelen van inzendingen van de Vierde Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (editie 2012) bestond uit Ramsey Nasr (voorzitter), Turing Foundation bestuurslid Alexander Ribbink, dichter en kunstenaar F. Starik, dichter en schrijver Maarten Inghels en redacteur en journalist Mirjam van Hengel.  

Ramsey Nasr

Ramsey Nasr (1974) is acteur, dichter/schrijver en regisseur. In 1995 maakte hij grote indruk met de door hemzelf geschreven en gespeelde monoloog 'De doorspeler', waarmee hij afstudeerde aan de Studio Herman Teirlinck te Antwerpen. Deze monoloog leverde hem de Philip Morris Scholarship Award op. In 2000 debuteerde hij als dichter met de bundel '27 gedichten & Geen lied', die werd genomineerd voor zowel de C. Buddingh-prijs als de H.C. Pernath-prijs. Op 28 januari 2009 werd Ramsey Nasr voor een periode van vier jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands. Ramsey was de ambassadeur van de eerste twee edities van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

F. Starik

F. Starik (1958) is schrijver, dichter, zanger en kunstenaar. In de periode 2010-2012 is hij de vierde stadsdichter van Amsterdam, nadat hij al eens was genomineerd als ‘Amsterdammer van het jaar’ en werd onderscheiden met de Amsterdamprijs voor de kunst. Recent publiceerde hij de dichtbundels Songloed, Victoria, en de roman De gastspeler.

Mirjam van Hengel

Mirjam van Hengel (1967) is (poëzie)redacteur bij uitgeverij Querido, en programmeur van de poëzieprogramma's in De Nieuwe Liefde. Voorheen was ze redacteur bij uitgeverij Van Oorschot en literair journalist voor onder andere Het Financieele Dagblad. Ze was jarenlang redacteur van het literaire tijdschrift Tirade en werkt momenteel aan een boek over de dichter Leo Vroman.

Maarten Inghels

Maarten Inghels (1988) is dichter, schrijver en coördinator van de Eenzame Uitvaart te Antwerpen. Inghels schreef poëzie, columns en kortverhalen en treedt regelmatig op met eigen werk. Verschillende gedichten werden al naar het Engels, Duits, Spaans en Arabisch vertaald. In september 2012 is zijn eerste roman De handel in emotionele goederen verschenen. Zijn werk wordt uitgegeven door De Bezige Bij Antwerpen.

Alexander Ribbink

Alexander Ribbink (1964) is sinds 2006 secretaris van het bestuur van de Turing Foundation. Alexander Ribbink is jurist en behaalde zijn MBA aan de Erasmus Universiteit. HIj werkte jarenlang bij Mars en Unilever en trad in 2003 toe tot de directie van TomTom NV. In 2005 werd hij uitgeroepen tot Marketeer of the Year. In 2008 verliet Alexander Ribbink TomTom. Hij is nu partner bij Prime Technology Ventures - investeerders in Europese technologie bedrijven - en vervult daarnaast tal van maatschappelijke functies, waaronder het voorzitterschap van de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum.

GEDICHTEN IN MET HET OOG OP MORGEN

In het Radio-1 programma Met Het Oog Op Morgen werd een selectie uit de 100 beste gedichten voorgelezen en besproken. 27 januari 2013: Ramsey Nasr leest 'Le Petit Prince' 28 januari 2013: Ramsey Nasr leest 'En het hemd' 29 januari 2013: Ramsey Nasr leest 'Matroeska's' 30 januari 2013: Ramsey Nasr leest 'Doe -het- zelf'   31 januari 2013: Anne Vegter leest 'Thuis II'   1 februari 2013: Ramsey Nasr leest 'Binnenin'   2 februari 2013: Ramsey Nasr leest 'Voor Anneke Brassinga' 3 februari 2013: Ramsey Nasr leest 'Rouw' 4 februari 2013: Ramsey Nasr leest 'Zonder titel'  5 februari 2013: Ramsey Nasr leest 'afgelopen'

Top 100 2012

  • Nr.
    Titel
    Auteur
    Tekst
  • 1
    5918

    Doe-het-zelf (1e prijs)

    Na zichzelf, met een witte lijn,
    te hebben omkrijt, herrijst hij
    van de plaats delict, hijst zich
    stap voor stap in nieuwe voeten,
    past zijn kuiten, dijen (als gegoten),
    omgordt zich met een schaambeen
    en een buik van genereuze omvang.

    Stof daalt neer: zijn navel schudt hij uit;
    zijn middenrif, zijn twaalfde rib
    schragen hart en longen die hij inslikt
    uit het niets, zo zonder mond nog,
    zonder tong, alsof hij licht schiep
    dat kortelings voorafging aan de zon.

    Ontboezemt dan zijn borstkas, slaat
    losjes zijn armen om zich heen, lijnt
    zijn nek uit, stelt atlas en draaier aard-
    en nagelvast. Staat als een huis.

    Als kroon op het werk welt meesterlijk 
    het ravissante hoofd. Hoofd vol hersens,

    hoofd aan barrels, waaruit hij ontstond.
  • 2
    4414

    waarom de zilvermeeuw in de nacht boven de parkeerplaats moet schreeuwen (2e prijs)

    Elly Stolwijk
    er is dat veld, dat beweegt als
    je je hoofd beweegt,
    je hoofd voorover beweegt in mijn schoot.

    het witte veld waarover de binnenkant
    van mijn pols zich wil verlengen,
    handpalm ook, de arm gestrekt.

    je hemd dat los moet, dat witte,
    de woorden die los uit de zinnen
    misselijk makend niet kunnen zeggen

    wat er is. wat beweegt van binnen.
    wat wil schreeuwen boven
    braak liggend land, met honger.
  • 3
    5257

    Vier manieren om te dumpen (3e prijs)

    Rik Dereeper
    Sinds zijn sluitspier soms een steek laat vallen
    (elk chassis verslijt) en hij ons dan bescheten opbelt,
    komen wij zijn kamer poetsen, gooien kruis of munt
    om wie hem straks zal deporteren naar een ver tehuis.

    Of dat ik hem ontvoer, terwijl mijn broers snel delven
    naast een landweg. Door het nekschot valt hij dieper
    dan de avond, staart hij even hemelhoog. De leegte
    van zijn mond en oren vul ik met dezelfde grond.

    Of strootje trekkend: wie vertilt zo iemand tot de nok?
    Ik hijg voorbij de treden. Eens zijn hals gestropt,
    bekijken wij hoe rap hij trappelt op een luchtfiets -
    tot de benen doodstil bengelen. Er sijpelt iets uit hem. 

    Of een geweldig offerfeest. We zorgen dat hij nimmer
    wederkeert, hem spietsend aan het spit. We draaien,
    draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis.
    En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.
  • 4
    3848

    voorbijgaan etc.

    het voorbijgaan
    heel even het wenden van het hoofd
    heel even het minieme draaien van het hoofd
    het kijken het kijken richting paradijs gesloten tot
    19.00 uur het terugwenden van het hoofd het
    loslaten van het verlangen
    het verlaten van
    het pand
  • 5
    9457

    36 DAGEN GELEDEN, NADAT IK DE AUTO LANGS DE KANT VAN DE WEG HAD GEZET

    etienne m. wolfs
    over een hek geklommen
    het veld in gelopen, doorgelopen

    tot aan een volgend hek, over dat 
    volgend hek geklommen, een volgend veld in

    gelopen, hekken over, meters gemaakt

    tot ik een hek vond dat om de nacht stond
    en het veld een kamer zonder ramen werd

    het stil was
    waar een antwoord naast een vraag lag
  • 6
    8929

    Frans Koopman
    misschien wilde ik
    me wel niet te diep in je
    naderende dood steken
    misschien schakelde ik te
    nonchalant over op
    hier en nu en
    verwarde ik je
    laatste heldere gedachten nog
    met mijn vraag of jullie
    vroeger
    met je vader
    de juten zakken
    nat maakten
    alvorens ze op het
    vers gezaaide bed van
    de postelein te leggen
    of juist niet
    droog dus
  • 7
    8422

    A76 E314

    Jozua Zaagman
    R H C P. SUN DANCE REBELS A PAS OP DRUGS WP SS …DR … FUCK JANIN… LOW =LAND WP FUCK THE POLICE … AR HIER DIT IS ... ANDY SPANDY SS VLAAMS BLOK EIGEN VOLK E... NSDAP NAZIS MABY BREUT ME NEUT KEEP YA DREAM SDR XTC HIER HEEFT ... ... ONTMAAGD FLEUR NEEMT YVES ZIEG HEIL ... ... ... HITLER SS WIET WP SS SIBBE KOTEM I LOVE KELLY SS FUURHER BCK O.C.M.V. ... ALLE TURKEN!!! WP SS HITLER SS VLAANDEREN WE LOVE ADOLF H DE EDDY HARD SEXPOES STEINDENAER COCAINE BISNESS BOORSEM KUTTEKOP AUSLANDERS DER AUS 2008 BIRKE ROSA … SUPPORT ...81... SUPPORT 81 VOORPOSST LBG ZIEG HEIL WP ROEL=HOERE- ZOON ZO...NEUKER BIFI HOEREZOON ... KEVIN SUPPORT 81 BOOR... KOTEM SOS CAO FASS... DOAHDUNER DANSSLEK.. XTC HITLER NAZIES WNF BURN NIGGER J J PATROEIS DOB.H. NEO BOORSM STINKT NAAR T GELD BDP KUT BR SS ANDY LANAKEN ZUIGT KOTEM SKINHEADS SS FLEN IS EEN MIETJE EIGEN VOLK EERST FREAKZ IK HOU VAN ... SDR ...MOEDER ADOLF BOORSSEM DE DOEVE CAN X BEN JE ... VLAAMS VUILE BESNEDE ...VERDIG ALS ROZA HIER NIET IS IS ZE THUIS SPELEN MET TARZAN SIEG HEIL DIE EEN HOND HEBBEN KUNNEN HEM NEUKEN BEGGER RASTAMAN ZIEG HEIL FLUGEL KEVEN FRAUSSEN HOEREZOON UCS LIVEVE CASUAL SERVICE DOMENICO DISCOT I LOVE TARZAN XXX ROZA 18.7. AAN DAVID STRAK IN JE PAK BWC HALS PAE… KANKER ZWARTEN WP … VULE- TARZAN SCHAAL 1:1 ZIEG HEIL BOK SS K.K.K. SIN 2000 SKINHEAD WP SS BOORSEM SIBEL IS EEN TURKS HOER … UBER AL WE… … … WP SKIN ALHA KUT AAP SA SINAG SINARH SINAG … 2000 SS SINAG SINAG DEUTSCH… GEEN JIHAD IN ONZE STRAAT… … 88 JUPILER UBER AL DUITSLAND HRB ZIEG HEIL SS LOVE BEKAKT IN JE PAK … … SS ROSA+ROEL R+… FUCK …S JAN RAM VEERDIG SS R+… DNTO STEINSE NAZIE JONGREN BOORSSEM SINDEL K 2000 =?. … … HITLER JOEGIN N.S.D.A.P. N.S.D.A.P. N.S.D.A.P. ROSA = DIKKE HOER!!! ROEL NEUKT VETTE … SS IMA FUCK NEW GOU SIBBO RAY IS EEN LUL CREW SIM AARSKNOBBEL ROSA … EDDY SCHATJES IMA ZIEG HEIL STAKK… MS ZU… WP KOTEMCITY VLAAMSBLOK VOELLE BROENNE WHITE POWER I WANNE FUCK WP HITLER SS .. … … … … … SS SKINS SNELLY EDDY HARDCORE AC/DC NORD-PATRO …=ZEVERAAR = KONTELOPE =JANET … FLIKKER BOORSSEM HOLD SS KÖPFEN … AUWSROEIEN MET BROENEN SS SIMAG LOVE ELVY J.V. 2008 …P LIGT DIE OM SIN CREW SD PIJPE SLET … ASSOCIALITY JOE LANDVERADER JOE 88 KOT WOEI 1/10/78+8/4/71 S HIT LER … WP
  • 8
    3290

    Aan de lezer

    Ik hoop dat je sterft als je dit leest,
    je ouwelui binnen komen
    grijnzen met vliegenmeppers

    deze zinnen zien staan,
    twee meter terugspringen
    in de prullenbak belanden
    dichter bij jou

    ratten tevoorschijn komen
    die je aanvreten en dit papier
    als servet gebruiken

    en als je dat overleeft
    bewijst dat slechts
    dat je ongedierte bent

    net als zij, alleen vergif
    poreert door dood stof
    en overleeft.
  • 9
    9866

    Aan de man die liefde weegt (met een eierwekker)

    Olaf van Muijden
    Mag ik jou een tip geven, vriend?
    Het is lastig vlinders vangen
    met een föhn.

    Ik zie je een koesterhart
    repareren. Het dreunt
    als migraine in stilte.

    Berg het toch op!

    Zoals een lepidopterist doet
    met zijn atalanta, dagpauwoog
    en witje, want

    voor de dichter die een speld
    prikt in een aorta bestaat geen taxonomie
    of feromoon, dus

    mag ik jou een tip geven? 
  • 10
    2443

    aangifte

    de jonge agente belt de garage, maar de receptie
    neemt wijselijk niet op, het bedrijf heeft natuurlijk
    een filter voor het totale overheidsapparaat, maar
    dat kan weer niet volgens het politiemeisje met
    de volle borstzakjes: pennen, opschrijfboekjes,   

    telefoon, waardoor het geheel een nog grotere
    omvang, ze tikt mijn verhaal in de pc, registreer
    dat de knoopjes het door de extra taak best
    moeilijk hebben maar maak me ook niet al te
    ongerust: uniformknoopjes kunnen wat hebben  

    meld haar nog het ontroerende ruitenbriefje van
    het jonge getuigenmeisje, liefste post sinds jaren
    ook onze legeruniformen waren degelijk en blauw
    de UZI, leerden we, was slim & semiautomatisch en
    speciaal bedoeld voor straatgevechten ver van huis
  • 11
    5538

    Afgelopen

    soms moet een mens doortastende besluiten nemen
    zo heb ik vanochtend de dood afgeschaft
    vrienden die nog het lef hebben plotseling te sterven
    gaan vanaf vandaag niet meer dood
    ze nemen lange vakanties
    ze emigreren naar verre oorden en laten
    vervolgens niets meer van zich horen
    maar ze bestaan, ze hebben het druk en ze zijn gelukkig
    als ik er eentje mis denk ik vaag aan
    morgen bellen en iets afspreken
    ik hanteer dezelfde laksheid voor levenden en doden
    het moet maar eens afgelopen zijn
    met al dat energievretende verdriet
    ik wil met een glimlach aan Hanna denken
    binnenkort weer eens bij haar langsgaan
    het is er al een poos niet van gekomen
    zo kost me het gemis geen centje pijn

    ik moet alleen nog iets verzinnen voor huisgenoten
    iets tegen de vlijmende angst
    als ze te laat zijn voor het eten
  • 12
    5014

    Als

    Martijn Simons
    Als de rijbaan verzandt en mijn auto versteent
    de brug wordt gemist en mijn zeilschip  

    als de lucht wordt gewist en mijn vliegtuig
    de kosmos vergruist  

    mijn oproep verbreekt
    de klok vertikt  

    pas dan heb ik richting
  • 13
    10143

    Als we niet meer kunnen praten

    Pauline Alting von Geusau

    Ik buig mij

    over rode konen

    onder krullend wit


    Wilt u dood vandaag?


    Een druppel spuug

    langs kin

    lijkt zin

    in spreken


    Maar, langs het haar uit ogen vegen

    hopend op een ja of nee bewegen

    kom ik leeg en stilte tegen


    De plastic slang

    van neus naar maag

    verloren op haar kraag


    Het roze flanel

    doordrenkt van zuur

    en zwetend vel


    Wilt u dood vandaag?


    Heeft u het opgegeven

    zelf de weg van vloeibaar Multi Fiber uitgedreven?


    Is dit het Nu

    Het Uur U

    met alle kinderen aan uw bed

    en vrienden waarop u nooit meer had gerekend?


    Is dit het Nu waarvoor U heeft getekend?


  • 14
    1147

    Assendelft

    Ze hebben me het niet verteld
    dat je elke dag
    met blote voeten op het laminaat
    en al die lelijke kantoorgebouwen
    en mensen
    en twee keer per dag je tanden poetsen
    van Assendelft en Zoetermeer
    hebben zo ook niets gezegd
    en dat je oud wordt
    met kans op kanker
    en over de A2 en de huismus
    die verdwijnt;
    geen woord gerept.
  • 15
    10963

    Atlas

    Nic Castle
    Wanneer Atlas zijn schouders ophaalt verzanden wij
    in kloven en dalen, schudden onze voeten op hun vaste
    grond, biedt de lucht geen houvast. Luister nou.
    De zwangere poes op de stoep wordt benaderd
    door mannen, vrouwen, vernauwde stembanden
    allemaal. Vernauw de stembanden, allemaal.
    Loop langs de Griek die buiten schalen
    olijven en pepers heeft neergezet, om mensen
    tot tweemaal toe zichzelf te verplichten; een,
    het staat daar voor mij, twee, nu ben ik
    verschuldigd. De Griek die in zijn handen wrijft.
    De pepers die je langzaam moet eten,
    het sap niet tegen je gehemelte laten spatten,
    kleine happen het voorste van de tong niet laten
    bereiken, teneinde niet binnen een paar seconden
    te beginnen met sterven, verzanden in het vagevuur.
    Luister naar het gekraak van de botten van de stad,
    weet wie het roept, weet wat het draagt. Het zal
    ontketenen vanavond, de wolken zullen splijten
    maar geen zeevaarders van ons maken. Atlas heeft
    hier niets mee te maken. Luister verdomme
    naar me, die poes zit er morgen ook nog, torenend
    over wat rest op alle voeten die het heeft. Deze stad
    is moe. Spoedig zet ze zich in beweging
    en wat moeten we dan? In lange treinen diens lijf
    ontvluchten, in brede auto's over wegen spurten,
    in groten getale over bruggen rennen? Enter Cloverfield.
    Enter Voldemort. Enter Joker. Alles wat leeft
    op een doodgewaand lijk verdient niet beter,
    alles wat behoort te sterven, zal. Laten we gaan
    voor de avond inzet, laten we gaan eer
    het lachen inzet, laten we gaan voordat
    ons lachen is vergaan. Als je wacht tot stijve spieren
    gaan kreunen zal het lachen ons vergaan.
    Als je wacht zal ze lachen,
    ons vergaan.
  • 16
    1384

    Auti-Andy

    Hou jij van sneeuw? 
     
      Nee. Ik hou van vissen.
    Hoezo hou je niet van sneeuw?
       O
    mdat ik heel veel vissen ken en maar één sneeuw
       en witte stiften zie je bijna niet.

    Wil je een knuffel? 
     
      Uhuh, wil ik wel.
    Ik ben dol op knuffelen.
      
    Ik hou van tekenen 
       en van Pokemon.

    Ik hou van jou.
      
    Ik hou ook van jou, maar van Imperior het meest
       en Kinxa is mijn lieveling.
  • 17
    3206

    Barst

    Er zit een barst in ons bestaan, 
    het is zo duidelijk dat niemand 
    hem ziet zitten. Iedereen kijkt
    iemand anders aan. Een hond 

    haalt vrolijk een schouderbot 
    op en plots wil iedereen leren 
    apporteren. Wat kan een barst
    de dartele tweevoeter schelen?

    Er zit een barst in ons bestaan,
    een camera staat vierentwintig
    zeven aan, een waakhond blaft
    naar vierentwintig schermen.

    Elk scherm vertoont een identieke
    barst. Een werkgroep stelt geen
    onregelmatigheden vast.
  • 18
    7961

    bezetting

    Bianca Boer
    de vrouw met de indianen in haar hoofd
    die geen moment hun mond houden
    is een moeder die zeven kinderen verloor

    ik hoor dit bij de kapper
    het waren allemaal zonen
    geen werd ouder dan een jaar

    sindsdien raakt niemand haar meer aan
    over mijn hoofd heen
    bespreken de kapsters deze kwestie

    ze is in de buurt gezien
    draagt veren achter haar oren
    vogels maken nesten in haar haar

    de kapsters proberen haar te lokken
    maar ze is schichtig en praat
    alleen tegen het opperhoofd

  • 19
    10950

    Binnenin

    ze zou willen zijn in de cabine van de strooiwagen
    in de hut van het schip waar het licht nog brand

    in het binnenste van de bronzen man

    in de slapeloze nacht voor de verjaardag
    in de nachtelijke huiskamer met slingers

    willen zijn in het bad van de liefhebbende tante
    in de kist bij het nog warme lichaam van de oude vrouw

    gewikkeld in dekens in een reddingsboot
    of in het kinderbed dat ook een boot is

    in de kamer in de nok van het dak
    waar je de vader hoort zingen in de nacht
  • 20
    10964

    Binnenkomen

    Wat is het nut van skiën zei ze, je gaat
    de berg op en gaat weer naar beneden.
     
    Ik bracht er tegenin dat uitgaan
    precies hetzelfde is, je verlaat het huis
    via de deur en komt dan zo ook terug
     
    maar stel je voor, je hebt geen deuren
    alleen een berg, skilange winters dan kun je verticale strofes schrijven 
    in de sneeuw, in je adem op het ijs   en later door een raam of uitzicht weer naar binnen, als een gedicht.   Zij is niet snel voor één opening   te vangen, met koevoeten verschaft ze toegang of met aangebonden bel.   Soms waait ze door een schoorsteen en ontbrandt vanzelf in deeltjes vuur.
  • 21
    8227

    blindspraak

    doro van dansik
    seringen sirenen sibylla
    zeep in haar ogen zand
    in haar stemband gespleten
    zij likt o zij lokt met dubbele tong
    het morgen de tastbare bol in
    het rondkoppig kalende nu

    het nu het ontblote
    het nu van seringen
    het paars kardinaalvrij de geur
    die van gisteren langswaait naar morgen

    de oren die waren de oren met was
    de zingende benen sibylla
    waar ben je sirenen ontstemd

    je ogen gekookt in hun kassen
    de vissen verwarmen je handen
    je ogen zijn bollen zijn schotels
    naar binnen je stem zendt geluiden

    de lucht in de geur van seringen
    sibylla je haar waaiert uit
    en wij zullen zien
    wat wij denken te willen
  • 22
    6567

    bot

    Ann Van Dessel
    met de regelmaat van de jaren
    hoorde vader het zichzelf
    luidop tegen de muren zeggen
    wij luisterden met het huis mee  

    fezelden de titel van het boek
    dat hij nooit zou schrijven
    als een wachtwoord door de tuin
    het gaf ons toegang  

    tot het verboden bos van de buren
    het redden van paddenstoelen
    en vogelnesten, het temmen
    van de wolven die er woonden  

    ‘messen’ haalde nooit de cover
    maar vaders woorden sloegen
    harder dan handen om onze oren
  • 23
    10137

    c'est loin, Tokyo

    doro van dansik
    tussen blaffen en slapen
    tellen wij mondhoekig slijm, pelgrimszuur
    en loodwit papegaaienzout

    - deze geur, dit gewas -
    achter godsakkertjes dorst
    liggen struikrovers doornhegs gestapeld

    - deze hand op een heup -
    tegen herinnering opspattend kleefkruid
    hantere men wegmakerij
    ransel vol bitterzoetgum

    - deze delta van ogen -
    een ijzeren hand door het hart
    peacemaker pacman

    - deze parende tongen, ongeografisch ballet -
    spijkers in bedden om niet
    roze te dromen van lepelarij
    om nestas higunan te legen
    schudde men eieren af

    - deze voeten op marmer -
    noem de nadruppels plas in de zilveren nacht
    men lere de haantjes capoeira
    beoefent riten de passage

    zwart gloort de morgen
    er wordt niet gebeten
    mits men niet voedert

    tipperary's bleekvelden wachtend
  • 24
    3542

    De beste gedichten schrijf ik, als jij naakt bent

    Lars Valke
    Ik ben de man
    Die verdrinkt in
    Een te blauwe zee  

    Jij bent de god
    Die iedereen
    Begeren wil  

    Ik ben de trein
    Op het punt waar
    De rails ophoudt  

    Jij bent de kat
    Die bij elk huis
    Iets te eten krijgt  

    Ik ben het kind
    In het bos die
    De beer niet zag  

    Jij bent de wolf
    In de kooi die
    Niemand vertrouwd  

    Ik ben de dief
    Die diefstal roept,
    Jij gaat verder
  • 25
    4593

    De huidige impasse

    Ik wacht al een tijdje
    Bij de halte van lijn 14
    Als een vrouw op een fiets
    Mij in het voorbijgaan toeschreeuwt
    Dat er bij het openbaar vervoer gestaakt wordt
    En later als ze terugkomt van de supermarkt
    Met plastic tassen aan het stuur
    Roept
    Dat alleen privatisering
    De huidige impasse
    Kan doorbreken
  • 26
    6872

    De kus van de karper

    Joop Alleblas
    De kus van de karper

    De karper kust de lentelucht
    net onder het rimpelloze water
    kust het zwangere water
    dat zachtjes bolt en zucht
    Mmmmmbbbbb*)
    De kus van de karper is ongeëvenaard  

    De karper kust met passie 
    droog en nat verenigd
    een mix van kracht en liefde
    complex en simpel tegelijk
    Mmmmmbbbbb*)
    De kus van de karper is ongeëvenaard
    Daar kan geen vrouw tegenop  

    *)
    Voor een juiste klanknabootsing van de kus van de karper moet men  

      
                              met getuite lippen
                                de hier vermelde letters
                                krachtig edoch speels
                                naar binnen zuigen  

    Aldus ontstaat een soort van klapzoen waarvoor ogenschijnlijk
    niet direct een bestemming lijkt te zijn maar die opmerkelijk genoeg
    mede door een soort van zelf opgewekte elektrische lading
    een tijdje tamelijk explosief rond de mond blijft hangen.
  • 27
    1157

    De moeder van Tom moet dood

    Voor de eerste keer stak ik alleen de grote weg over
    die ons dorp in oud en nieuw verdeelde
    om bij mijn vriendje te gaan spelen
    ik zong zijn naam achter mijn melkgebit

    Toen ik aan de brievenbus klepperde
    deed de moeder de deur op een kier
    haar wenkbrauw hing laag
    ze fluisterde Tom moet slapen

    Toen ik thuis was zei mijn eigen moeder
    met haar te kleine armen dat ik gegroeid was
  • 28
    9154

    de onvindbaarheid van bibi

    Wout Waanders
    de meeste mensen hadden nog nooit van bibi gehoord
    ik vroeg ze in de trein wat ze van haar wisten
    maar ze haalden allemaal hun schouders op
    alsof ze mij met alle macht van de informatie weerhielden moesten

    ik heb me in de ijscozaak van gregor vaak hardop verbaasd
    over de oneerlijkheid van de wereld en de manier waarop iedereen
    mij altijd maar tegenwerkt
    soms kreeg ik dan een gratis bolletje aardbei

    maar bibi bleef bijna onvindbaar
    ik vond haar op het laatst alleen nog in de televisiegids als columniste
    totdat ook dat iemand anders bleek te zijn
    daarna heb ik haar eigenlijk niet meer gezien
  • 29
    4597

    De psychologische test

    Het was winter 
    En ik moest een psychologische test doen 
    Ik hoefde niet naar school
    Ik ging met de trein naar Tilburg 
    En daarna met de bus naar de Canisiuslaan
    Het gebouw op nummer 36 
    Had vijf etages met elk vier ramen
    Op de begane grond was een dubbele deur 
    Bezoekers moesten zich melden bij de receptie
    Een man met een lapje voor zijn oog vroeg
    Of ik voor de test van tien uur kwam
    Ik knikte
    Dan moest ik op de derde zijn
    Maar ik mocht in geen geval de lift nemen
    Ik zei dat ik een hartafwijking had
    En dat het een familiekwaal betrof
    Toen mocht het wel 
    De test werd afgenomen
    In een lokaal met dertien tafels
    Er waren nog twee andere jongens
    Een vrouw met grote borsten hield de wacht
    Ik was als eerste klaar
    Na de lunch moest ik op gesprek
    De vrouw zei dat ze mevrouw Vermeulen was
    Ze wilde van alles weten
    Bijvoorbeeld welke kleur ik vond dat maandag had 
    En welke kleur dinsdag 
    En of ik wist hoeveel tegels erop het schoolplein lagen
    Ik overwoog haar aan te raken
    Want ik had nog nooit een borst gevoeld
    Maar er was geen tijd meer voor
    Mevrouw Vermeulen zei
    Dat ze contact zou opnemen
    Met mijn ouders

  • 30
    7385

    De vierkante stad

    Frederik Meesters
    We hadden met elkaar gemeen
    dat we de touwtjes van theezakjes rond de oren van onze kop draaiden
    bij wijze van veiligheid

    We onze gitaren in brand staken op het podium
    zonder eerst een noot te spelen, men de brandblusser bovenhaalde
    bij wijze van anticlimax

    De straten waren breed en alle gebouwen gelijk
    we vonden kleren op de stoep die ons perfect pasten
    voor mij een T-shirt met een gebouw erop gedrukt
    waarin slechts achter één raam licht brandde

    Daar zei ze dat ik mijn woorden als kettingen rond me heen slingerde
    ik ze samen met mijn haar waste en opmaakte
    om verder de wind zijn werk te laten doen

    Als die niet blies zag je leugens doorschijnen 
    als schilfers kwamen ze los en dwarrelden neer op haar bed
    ze blies alles schoon en lachte
  • 31
    3371

    DE ZORG

    are meijer
    We hadden een dokter kunnen bellen om je
    adem te repareren je weer woorden in de
    mond te leggen en vooruit een stukje onuit
    staanbaarheid of inderhaast wat nieuwe hersens
    opgediept uit zijn voorraadkamer 

    We hadden een dokter kunnen bellen bij voorkeur
    één die te bed lag ware het thuis of in een bordeel
    een dokter die stotterde na-naam van de patiënt
    wa-wat mankeert eraan hoe-hoe is uw adres
    hij zou te laat gekomen zijn

    Een dokter misschien met hart voor de zaak die
    het ook niet wist maar tenminste een pil zou ver
    strekken die wonderen deed een wonder was
    wat je nodig had en een poeder mocht ook
    drie keer daags en dan liefst een half uur voor
    de maaltijd als dat helpen zou 

    We hadden je ook kunnen brengen met de auto
    naar de groepspraktijk hier vlakbij waar altijd
    wel iemand kan worden opgetrommeld desnoods
    een stagiair met een tweedehands stethoscoop
    en een pyjamajas onder zijn overhemd

    Waarom nou niemand daaraan dacht
     
  • 32
    7271

    Drooglegging

    kammoros
    Dit trekt niet naar het midden: alles heeft
    hier speelse namen, koinè. Het begint
    gemakkelijk met je lijzig haar, zo’n lint
    van zwavel en een beulenlach. Jij geeft

    de tweeslag, blinde kop in beeldenstorm;
    ik scherm met rulle taal, bezin me zelden
    op splijtzwam, ruis of vlekken. Wij verstelden
    ons wolkendek, wij lustten vlees noch vorm.

    Windstilte – het verwittigd feit en offer –
    schrijft voor: niet wassen als het bloed toch droogt.
    Mijn ballingschap als vaag gebaar van huid

    en hart; drieledig oog wordt almaar doffer.
    Ik wist: ’t woord zou worden afgehoogd—
    dit haalt het niet; dit sluit niets uit.
  • 33
    1141

    En het hemd

    Links van mijn ineen gevouwen handen
    is er een kring van koffie verkeerd
    en rechts zijn er kruimels
    als de sproeten op je schouders
    zo veel dat ik ze aan wil raken
    zo veel dat ik ze weg wil vegen.

    De lijnen van mijn arm en pols
    lopen blank en stil over het tafelkleed
    en gaan over in handen met vingers
    die naar orde en daadkracht lijken te streven.

    Zo liggen ze daar
    als glooiende akkers
    met verse strepen van het ploegen
    door de boer die niet praat maar werkt
    een hemd draagt
    en een hond heeft
    die buiten slaapt.

    En ik denk dat we te veel willen zeggen
    en te weinig luisteren
    naar de kruimels
    en het hemd.
  • 34
    8082

    En verdorie die splinters

    Gerda Blees
    ‘Er is een jeugd geweest
    die tussen regels leefde
    en zichzelf ten dode schreef.’
    Hoorde je dat?
    Die scheurende gitaren
    brekende halzen
    splijtende voorbladen.
    Dun was het hout
    toch kostte het kracht.
    En verdorie die splinters
    onder de huid, ont-
    stekingen alom. Ik
    maak het af: niemand kan
    aanwijzen wanneer
    een aangeslagen snaar
    exact is uitgezongen.
    Alles lijkt rekbaar.
  • 35
    6717

    Geen bezoek, geen bloemen

    Jan-Paul Rosenberg
    En nu je niets meer toevoegt 
    dan wat stugge uren vloeit de dag  
    als druppels water weg
    van zwanenvleugels
    & het harde glas

    vernist de holte van je hand
    met wat er komen zal: gebroken
    spiegelingen als een dunne huid
    van maskers, dode zomers
    voor je ogen & je hart

    bewaart nog juist voldoende
    adem om je dromen 
    te verwaaien & je foto
    leeg te blazen tot een open plek 
    van licht.
  • 36
    5436

    Geldzorgen

    jonasdeponas
    Net 50 euro gevonden.

    Op Google Streetview.
  • 37
    6477

    Gif

    Karel Kind
    (1)

    Ik –van alle dingen één:
    een seizoen, een ochtend, een goudenregen
    met het licht, de bloemen nog aaneenen zij, die mij dan, onuitgesproken, doodgezwegen,
    laat weten: ‘ik ben het open gesprongen gif, geel en zacht
    wijdvertakt, wijds aan de nacht.’  


    (2)

    Ik –waar geen mens ooit ging:
    mager, van mismeesterd hout, mijn handen:
    opgerold, klauwend loof en zij, een spin, hing aan mijn natte, schuwe schors. Haar tanden,
    beide wangen, de wasem op haar web, een dier
    bedong niet driester, doder zijn vertier.

    (3)

    Ik –meer was nooit nodig:
    ribben, aderen als gesels geslagen
    uit een hoger niets, een donderslag, kloppend, kruipend, blauw gebeend, een lach
    van takken, tanden, een misdragen
    grap: ik ben te min, onzin, overbodig.  

    (4)

    Ik –als vanouds ik:
    een refrein, een eeuw, een ronkend rijm
    zonder pointe of postuur, en in mijn blik (hoor het getik) desemt een zuur geheim:
    ik ben een blinde, verduisterd,
    slaafs, slaags aan mijn bloed gekluisterd.
  • 38
    9906

    glimp

    toen onze vader het huis uit

    en zijn hoofd inliep

    hoorden we de deur

    dichtslaan


    we zagen hem nooit meer

    maar er kwamen boodschappen

    die ons zeiden wantrouwend te staan

    tegenover mensen die lange vakanties boeken


    de kleuren veranderden

    een helder blauw kwam op de muren terecht

    en onze nagels ontwikkelden een duidelijk

    groene ondertoon


    we leerden op een andere manier naar vogels kijken

    hoewel we hun namen vergaten

    we verzamelden de slakken die ons het meest raakten

    en legden ze op een hoopje op de keukentafel

    we rechtten onze schouders

    en ontdekten onze nek


    op een dinsdagochtend besloten

    we de berg te beklimmen

    die naast ons huis verschenen was

    terwijl we hoger klommen pelde de wind

    onze kleren af

    onze huid leerde vloeiend

    een nieuwe taal


    weer thuis deden we alle boeken weg

    zaten op het kleed en luisterden

    naar de wereld die geduldig op onze deur klopte

  • 39
    3909

    grensgebied Eilat-Taba

    wat maakt het uit dat de straat geen perspectief heeft
    evenwijdig loopt tot aan het eind
    -er is een verte waar geluid uit komt  

    wij gaan door de nacht als over zand
    op bleke trottoirs doet het straatlicht
    met onze schaduw wat wij niet durven  

    ik ken je nog niet goed genoeg
    om je in gezelschap te herkennen
    welk teken spreken we af, straks  

    als we de huizen achter ons laten
    het duister ons links en rechts omsluit,
    we de grens overschrijden
  • 40
    8966

    Grondzang

    Noud Renthaven
    Van maart is de aarde, de dooiwind, de mest
    die de grond in gewerkt wordt, waarin alles
    verdwijnt in zichzelf, en zichzelf - zichzelf niet
    langer - te boven komt: breekt, wrikt en dringt.

    Men wil zichzèlf wel begraven om hartgrondig
    de hondsroos tot voedsel te zijn. Niets is er
    dat niet opstaat, zijn aard roept: hier ben ik!
    Het zingt klinkklaar als een oordeel. Oordeel zelf

    of in dit pandemonium een lied zich verschuilt
    vals als een dronkaard die vers uit de kroeg
    het plantsoen zoekt, houvast mist, gestrekt gaat,
    zijn bek vol met zand krijgt, maar desondanks lalt.
  • 41
    8133

    Haken en ogen

    We haken als stoelen in elkaar en schrijven
    op elkaars ruggen hoe we het beste graten

    vermalen tot stilte. We leggen stenen
    op plaatsen waar we waren en blazen rook

    in kringen de ramen uit. We lezen de krant
    van vandaag nog vaker en raken ogen
    kwijt tussen knipsels over de polder

    waarvan we gisteren nog dachten
    dat hij niet kon. We leggen een magere

    man op straat en beloven elkaar niets.
  • 42
    6634

    het internaat

    het heet hier regen, zegt de man
    de galmgaten van het geheugen
    spuwen kreten, zwart van spreeuwen
    kraaien kauwen, soms een buizerd
    in al zijn tinten grauw, hangend
    onder een zorgendek

    in dichte drommen rennen stuiteren
    blaadjes over het asfalt, zijn ingesleten krijtlijnen
    ze houden stand, bordkartonnen coulissen
    van jonge levens, aangevreten door
    het zuur van tranen, afbladderende
    palen zonder net en bladloze platanen

    binnen krassen jongensvingers heimelijke tekens
    scatologische iconen, terwijl ze ogendwalend
    wachten zoals ik - over spikkels vastgekit
    tot mozaïeken wervelend op de vloer
    steengeworden ongedurigheid en
    verveling walmt uit een klamme lucht

    je bent zo zichtbaar naakt in deze kale kamer
    onder de huiverblik van neonlampen
    waar buizen tikken geeft alleen de slaap
    soelaas. stil, het bed kriept. stop je oren
    voor het zuchten van de kamers, scherm je
    af voor surveillanten door het matte glas

    de nacht wordt koud, de pijpen zwijgen
    nare geesten sluipen in je limbische systeem
    slaan klinknagels in het zachte hout
    terwijl de bel halsstarrig om het uur
    in lege gangen rinkelt
  • 43
    10038

    het is

    Hélène Gelèns

                                           het is
    niet dat het dekbed zo zacht opveert dat mijn neus zich
     erin graaft, niet dat de zoldertrap mij zo liefkoost dat ik
         het koude staal zoen, niet dat mijn 06 van fluweel
           lijkt dat ik het scherm aai, dat mijn draaistoel zo
               uitdagend zwenkt dat ik mij laat rondtollen
                    of dat het boek op jouw plek in bed
                         zo op jou lijkt dat mijn been
                             eromheen zwiept, nee
                                       jij bent het
                           ook al ben je niet hier nu
                     jij, maar het is ook mijn woelneus
                ondanks de kleur van het dekbed, mijn
             zoenmond ondanks  het figuur van de trap
      het zijn mijn tastvingers ondanks de schaal van 1:10
     mijn huppelbenen mijn straalogen mijn jubel mijn hand
     nu, die mijn jas mijn sleutels mijn post mijn soldeerbout
    van jouw schrijftafel grist en mijn lach die almaar schaapt
                                         en echoot
  • 44
    8196

    Hij zegt

    Noek Geeling
    Pak een stoel en kom zitten
    je bent op jezelf aangewezen  

    (zijn lichaam is van ogenblikken
    het beddengoed een rechte das).

    Ik mag iets naar hem toe bewegen.
    Achterham, Friese nagelkaas (zonder korst)

    milde shampoo (van Elsève) gekocht
    langzaam leg ik zijn armen goed.

    Lees zijn post hardop. Reclame, geen kaart
    en alleen het CAK komt tegemoet.

    Ik begin wat te vergeten. Water,
    stoffig licht, iets daarbuiten misschien.

    Hij heeft de tv aangekregen
    blaast zichzelf wereld in.

    Pensioenfondsen, megastallen,
    een dictator die zijn dood beging

    niets lijkt nu nog om het even. Hij zegt:
    Laatst heb ik mijn bloemen weer gezien.
  • 45
    4610

    Hoe ik heet

    Tony is mijn man
    En hij wil me wat vertellen
    Ik zie het aan de manier
    Waarop hij zijn macaroni eet
    Hij zoekt naar woorden
    En af en toe gaan zijn wenkbrauwen omhoog
    Maar hij kijkt me niet aan
    Ik hou mijn mond
    Samen ruimen we af
    Bij de koffie komt hij ermee
    Maar eerst zegt hij
    Dat hij van me houdt
    Dat hij heel veel van me houdt
    Waar het om gaat
    Is dat hij vergeten is
    Hoe ik heet
    Hij weet het niet meer
    Hoe lang hij ook nadenkt
    Hij weet het gewoon niet meer
    Even kijkt hij me aan
    Of het erg is, vraagt hij
    Of het heel erg is
  • 46
    5992

    hoed

    op de kapstok ligt plotseling een hoed
    van iemand die zich niet heeft voorgesteld

    ik denk dat het een man is
    die komt kijken of mijn huisdieren nog ademhalen

    als hij klaar is met zijn werk
    veegt hij met een bruuske beweging mijn agenda schoon
  • 47
    3687

    Hvannadalshnukur (wiegelied)

    Charlotte Van den Broeck
    Vingertoppen zuignappen, vooral niet slapen nu,
    als je niet gaat slapen nu, dan zullen we praten nu, dan kunnen we praten,
    hier, boven deze lakens, over de bleke heuvels aan de andere kant van het water,
    de zoden van het gras waarin we zaten, waarin we nog niet samen zaten,
    zomers die we afzonderlijk meemaakten,
    het lichter van onze haren en het langer van de dagen,
    hier, boven deze lakens,
    vooral niet slapen nu.

    Alle tenen, vier snaren, vooral niet breken nu,
    de schorpioenen in mijn boekenkast zijn op reis vannacht, het is veilig nu,
    de warmte op de ramen, de damp op je verhalen,
    het is bijna ochtend, boven deze lakens nog een laatste uur,
    hier in mijn lome lendenen blijf,
    nog even praten nu, in de lome lendenen van mijn lijf,
    vooral niet breken nu.

    Buikholtes, komkommertijd, een ver land in mijn oren,
    takken van robuuste bomen langs de klanken van de woorden,
    hier, koortsdromen, hier, boven deze lakens nu,
    knoesten van handen en kommen van dorst,
    witte lelies voor de woonkamer, vooral niet slapen nu, aanraken nu,
    wanden vergeten blauwdrukken, wormenwonden in een kindermond,
    we kunnen praten, hier, boven deze lakens, nu
    een ver land in mijn oren.
  • 48
    1156

    Iemand

    Iemand had die morgen
    toen niemand keek
    met een groot glanzend mes
    honing gesmeerd
    over het IJ en de eilanden
    en daarna
    het mes in het water gekieperd.
    Nu glansde het geel
    aan alle kanten
    en blikkerde het zilver
    op de golven.
    En de pont was als de botervloot
    die over tafel voer
    en zacht en bedaard bij jou aanmeerde
    om boter te smeren
    op al die droge plekken.
  • 49
    227

    In de trein (2)

    Een man en een vrouw zitten in de trein.

    De man zegt: “Ik lees hier dat de geest evenzeer
    als het lichaam een product van de natuur is.
    Wat vind jij daarvan?”

    De vrouw denkt even na en antwoordt:
    “Volgens mij is het lichaam een product van de natuur,
    zoals een appel een vrucht van een boom is.
    Maar voor een geest gaat dit slechts op
    zolang de vrucht nog levend in de boom hangt.
    Hij is een met de boom en zal zich nooit behappen.”

    De man antwoordt: “Maar stel nu eens
    dat de geest een boom is, dan gaat dit niet meer op.”

    De vrouw antwoordt: “Een boom heeft wortels
    waaraan hij niet voorbij kan."
  • 50
    2951

    Instrument

    l.v.d.waal
    We dronken uit dezelfde
    bron, riepen op eender
    klaaglijke toon de namen
    van hen die verdwenen
    waren. We maalden niet
    om zuiverheid maar trokken
    elkaar aan haren en snaren
    uit afgrond na afgrond
    en dwongen het Beest 
    voor ons te dansen.

    Mijn oude viool,
    ik wist niet beter dan dat
    mijn huid de jouwe was.

    Tot jij met veel geweld je
    terugtrok uit mijn handen,
    er vandoor ging met meer
    dan mijn oor - hartstilstand -
    en een waarheid van meer
    dan duizend kilo in mijn
    gebalde vuisten achterliet.

    Maar laat ik niets dan
    jouw lof zingen. De lof
    der snaren - onovertroffen
    strik voor vrouwenharen.
  • 51
    6248

    Intensive Care

    Hans ter Borg
    Vreemd licht
    ik hoor
    we houden van je
    een dronken moeras droogt op
    Appelmoesmodder in de Bommelerwaard
    daar is Reinbert de Leeuw
    een bleke dinsdagmiddag
    ik zie een witte Kever
    Voodoo brengt me
    waar niemand ooit eerder was 
    een Stomp ritme nadert
    dorst scheurt mijn stem
    een radiator bij mijn hoofd lekt
    Rilke discrimineert
    in een rode bundel
    samenzwering bij het voeteneind
    de intensivist heeft geen snor meer
    het aftellen is begonnen
    waar is mijn auto
    ik verlies nu ook mijn zoontje
    mijn dochter verwijnt
    in een menigte op drift
    daar is mijn vrouw 
    de lift laat haar niet los
    niemand hoort haar
    Robert Crumb lacht me uit
    de Blauwe Mortier speelt
    dorp diep in Vlaanderen
    Schapen met de blote billen
    weg met het bezoek
    bedreiging wacht me op
    ik kan nooit meer slapen
    ijzige kou verwarmt me
    daar is Piet!
    waarom luistert niemand
    ik ben doodsbang
    ik moet weg
    mijn dorst heeft het vocht verdrongen
    de ochtend laat me gaan
    alleen
  • 52
    8113

    Joanne

    Gerda Blees
    Joanne is naar het rivierenland gegaan
    om wakker te worden naast mannen
    met zachte g's in de keel en dan
    de strepen te bewonderen
    die ze in vergeten nachten
    met haar blauwgelakte nagels
    op hun pukkelige ruggen tekende  

    dat was tenminste wat ze deed
    plannen volgen was nooit echt haar ding geweest
    haar kwaliteiten lagen in het vlees
    en bloed van haar bedgenoten
    vond ook de moeder van  

    Joanne, in het rivierenland maakte zij dingen mee
    waarover wij aan zee alleen maar dromen
    of nachtmerries kunnen verzamelen
    als water in een doorgeroeste pan

    maar wie Joanne kent weet wel beter
    dan haar met keukengerei te vergelijken  

    zij is uit de grot geweest en alleen
    haar buitenkant is thuisgekomen
  • 53
    3365

    KANTINE

    are meijer
    Hierin lag alles besloten toen je hijgend
    je tas in een hoek smeet en naar ons
    tafeltje kwam ik zei zeg jij het of zeg ik

    het en je zei zeg jij het maar (want je had
    werkelijk geen idee) waarop ik zei: een rondje voor
    Jos (of Joost of Joep of hoe je heette toen)

    en iedereen lachte je werd rood maar lachte
    mee liet glazen aanrukken liters bier we
    proostten en lachten en hadden het goed

    - toen het gelach verstomde en de glazen ge-
    leegd en je dacht dat je me terug kon pakken
    sprak je langs je neus weg de magische woorden

    en ik zei meteen dat ik het wel zou zeggen
    nog een rondje voor Johannes hier (of weet ik hoe 
    je heette toen) en ze lachten harder nog dan

    ooit tevoren 
  • 54
    8189

    KEUZES

    De inleider opent het gezicht van de beroepsspreker,
    het publiek dat zich heeft ingekocht wordt gehoor.

    Bij wijze van interpunctie
    kucht men, knikt men,
    gaapt men, schrijft men.

    Ik zoek een raam,
    vind er geen, maak er een,
    en zie dat buiten
    forsgeschapen hommels
    met de lezing van dovenetels
    aangevangen zijn.
  • 55
    9896

    Krimp

    Elizabeth van Sonderen
    Ik zag de stad
    krimpen die nacht
    tussen twee lamellen,

    ik durfde niet naar buiten,
    bleef zitten tussen een stel
    levende kunstobjecten

    probeerde ze te tellen
    wilde weten met hoeveel
    we daar al nachten zaten,

    maar ik kwam niet verder dan één,
    want steeds ademde er iets in
    vlak naast me.

    Iemand vroeg of ik noedels lustte
    Iemand hield zich vast
    aan een paperclip magneet

    Hij vertelde me dat hij zijn moeder
    vroeger wel eens kustte
    hij zei dat ik op zijn moeder leek.
  • 56
    4420

    Kringloop

    Kate Schlingemann
    Hier komen we dus voor. De paden op
    de lanen in door bergen grijs-emaille
    op safari pannensets met ingedeukte deksels

    We zien signalen roken uit roestvrij staalverdriet
    maar hoe verdwaald het prikt vlak achter onze ogen
    hebben we het niet

    Motten zijn we om een gloeilamp
    die uit en aan verboden is, we zien een man 
    zonder belangen die beide linkerhanden giet

    in de jaszak van een vrouw. Zij duikt in tassen 
    kinderkleertjes, weet hoe weerstand ruikt  
    naar onze scheefgeknoopte jassen 
     
    Ze laat ons uren langer wachten
    in de hoop niet veel te vinden, we bleken
    hier ook al te koop, we dachten

    als we deuren waren als
    we draaiden, zouden we 
    naar één kant open.
  • 57
    7261

    LE PETIT PRINCE

    Cees van Ede
    kijk de kleine prins daar staan
    hij 's aan zijn vijfde wodka-ijs
    hij moet, vindt hij, weer gauw op reis
    maar komt niet van zijn plek vandaan

    hij neemt een slok, kijkt niemand aan
    en levert lijdzaam het bewijs
    hoe snel een prins zonder paleis
    naar de verdommenis kan gaan

    eens heeft een bloem op hem gewacht
    maar sinds de sterren zijn gedoofd
    zwalkt hij ontroostbaar door de nacht

    met leren tong en houten hoofd
    hij had het altijd al geweten
    ooit zou het schaap zijn bloem opeten
     
  • 58
    7328

    M.

    W. van der Linden
    Er was eens een meisje dat verliefd was op een jongen die altijd haast had. Hij niet op haar, hij had geen tijd. Soms kwam hij koffiedrinken. En zaagde hij haar heel voorzichtig in twee stukken. Hij begon bij haar hoofd en eindigde tussen haar benen. Ze deed alsof ze het niet voelde, maar natuurlijk doet het wel pijn als iemand je in tweeën zaagt. Met de ene helft praatte hij. Over invasieve soorten. Dat zijn bijvoorbeeld groene vogels, die hier niet horen. Ze zijn gevaarlijker dan snelwegen. En over internetdates. En hoe mooi een merel is. De andere helft verstopte zich, tot hij weer weg was.  En zocht de lijm. Twee-componenten-lijm. Een van de componenten is een verharder. De verdrietige helft mengde de lijm en plakte zich weer vast aan de vrolijke helft. En het meisje vroeg zich af hoe vaak je een mens eigenlijk doormidden kan zagen.
  • 59
    5583

    MATROESJKA 's

    Zij bleef dezelfde in stem, gebaren
    maar borg steeds meer in haar dat
    mij niet zag. Ik die jaren herinnering
    bewaarde, waarin ik graag verdwaalde,

    Mijn winterkind, eens net zo'n blos en
    bloemen die rode muts en wanten sierden,
    heeft nu haar kamer leeggehaald, keuze
    gemaakt, zegt achteloos: die laat ik hier.

    Verstilde meisjes, de buitenste is vrouw
    met onleesbaar veel gedachten. Ze verlaat
    het huis, zo is het goed. Behoedzaam schuif
    ik de beelden  in elkaar. Die kunnen wachten.
  • 60
    3322

    Melktanden op Wall Street

    David Zijlstra
    Opgevoed
    door wolven
    slepen 
    sluimeren
    topzware koorddansers
    lege kluizen    
    hulzen
    aan zijden draden
    de zoete
    diepte
    in
  • 61
    9267

    Men heeft zich tot ik verklaard

    Karen Wassink
    Men heeft zich tot ik verklaard
    nu de jij
    nu de jij de mij
    -de wij-
    teniet heeft gedaan
    blaast men zijn bellen in beurtbalken
    wast men zich -zonder vleugels- in eigen sop
    kleurt men de mosselschelpen en eierschalen

    Men wil geen uitgroei in hennahaar
    geen goedkope vruchtenwijn
    Men wil aan de beurt komen
    met zijn winkelwagen
    met zijn stoofpeerloze woorden
    Laat ze nader komen de boodschappenlijsten van het grote schrijven
    Laat ze de was verzachten

    Terwijl men de bakfietsouders pijnloos groet
    snijdt men zich – nu in zijn eentje-
    aan de rafelige randjes
    denkt men aan de spelletjes van vroeger
    bekleedt men de appels met nieuwe schillen
  • 62
    2009

    Men is geen hout

    Je naam draag ik
    Onder mijn trui
    Als een aapje dat geborgen
    Leeft in alles wat ik doe  

    Ik maakte mijzelf alles eigen
    Alles wat men doet
    Ik speelde dat ik normaal ben
    Toverde losheid uit een hoed  

    Maar ik ben een plank, mensen  

    Er was nood aan leven
    Een schaap met zijn poten in de lucht
    Mijn ballen wogen zwaarder dan de dood
    En jou, toch  

    Toch, ik ben een schuchtere plank
    Hij weet wat hij doet, zegt men
    Net als in dat ene vers
    Over ons  

    Maar het is nu half negen in de ochtend
    Het huwelijk tussen de aardkorst en de maan
    Ik kan alleen maar denken over de voltrekking
    Giet er drank in en kijk of het lopen wil  

    Uitgebluste bruiden van zand en klei en populier
    En ik; houterig, niet de anderen  

    In de ochtend hangt er wit
    In de middag wappert er bont; in buxusstad
    Op zondag zet men de deur een uur later van de knip
    De gordijnen bieden uitzicht zoals altijd  

    In de lanen vond ik een boeket
    En om negen uur slaat de klok negen maal

  • 63
    3694

    Moeder


    Alle dagen schrobt ze vergeefs het vuil
    van de vloer, de huid van haar jongen,
    haar eigen nagels stuk. Ze wringt de nek
    van haar geluk in veel te nauwe kragen.

    Alles moet schoon naar school en altijd
    komt het vuil terug, nooit raakt ze daar
    nog van af. Nooit heeft ze genoeg zeep
    in huis en nooit is zij nog aan de beurt.

    Van woede kookt ze haar eigen botten af,
    spuwt een pan vol soep voor haar kroost.
    Voeden is haar plicht. Zij eet alleen

    brokken roomgele zeep, om de wrok
    die naar haar lippen stijgt te stoppen.
    En kauwt tot het schuim op haar tanden.
  • 64
    8319

    nageslacht

    ik heb vandaag mijn vader gezien
    electrisch voortgedreven
    de regenstraat in
    en heel licht begrepen
    daar gaat het eind mijn begin
      het is niet veel en mager ook
    leek alleen maar op verdriet
    toch zou de lach
    van de roodgevlamde kinderfiets
    ook nu nog als lak
    aan zijn handen kunnen kleven  
    hoi pa riep mijn stem
    en m’n ogen zagen paarsomrande
    prednisonhanden de tiptoetsen
    beenderig verlaten
    om dat wat hij had nagelaten
    nu nog even aan te raken 
  • 65
    1211

    nee karel

    nee karel begrijp me goed dat is het niet
    als ik terugdenk aan die wilde zomernachten
    hoe we honderden keren met troebel zicht
    daarna vrolijk bij het eerste licht de mensen
    die naar het werk, over dat weggetje waar  

    we normaal nooit. nee karel dat doe je niet
    met je kleren aan, een kanaal is goddomme
    geen zwembad, dat kun je niet maken. hoe
    we daarna toch weer naar huis nog nat en
    ongezien later volwassen en verstandig  

    liepen we over van saai fatsoen, vormde ik
    een tijdlang een kwartet met een vriendin
    een hamster en een hond, verderop
    verdwaalden we in een stijf beroep maar
    toen hadden we bijna alles al verloren
  • 66
    4825

    Niks pretentieuzer dan wat dood is.

    Ze bestaan niet eens meer, weetjewel.
    En toch een naampie en een graf en fluisterende wind.
    Klapperende ramen, vreemd verschoven boeken en uiteindelijk het filmrolletje.
    Waarheen leidt het fokking kronkelpaadje.

    Zal ik het maar zeggen. Naar aartsluie spijbelkoppen
    die met hun afwezigheid ons menen te kunnen kleineren
    met hun vreselijke mistbankjes en huilende radiostemmen.

    Eerst laat je je maatjes in de steek.
    En daarna irritant ritselen door boomkruinen.
    Wat een poseurs, wat een uitslovers.
    Om maar niet over dat dweperige maantje te spreken.
  • 67
    7115

    Observatie

    Ze draaien rond in hun glazen lokaal,
    terwijl god in een hoek zit te gluren.
    Hoe de witte flappen van hun jassen
    zwierig hun beweging onderstrepen,

    het zegt hem niets. Hij leest het happen
    van hun lippen, ziet hoe zijn naam
    op elke tong verschijnt. Hoe hij alleen
    de zaal in puin, een volle ziekenboeg

    en alle hens aan dek. Daar is de naald,
    daar zijn de lange mouwen. De woede
    is voorbij, god reikt sereen zijn handen.

    Hij wil alleen nog weten hoe ze vechten
    voor hun leven. Wenen ze? vraagt hij.
    Of knarsen ze met hun tanden?
  • 68
    9357

    Odysseus of

    Abe Kuipers
    Bezorgd om wie hij in der haast verliet
    Een trotse man, maar toch ook man en vader
    Ziet hij zichzelve in een ver verschiet
    Hij beeft, hij zwoegt, hij bidt, maar komt niet nader

    Hij blaast zijn hartstocht leeg, 't is al om niet
    Het beeld schimt weg, rest enkel nog geblader
    In de tijd, als steeds, hij staat weer quitte
    Dobbelend dobberend over het water

    Aan land onder de gekromde voeten
    Rijst zijn verlaten rijk vanuit het rulle zand
    Hij recht zijn rug. Wraak op al wie samenspant

    Tegen ons beiden, zij zullen boeten
    Hij waant zich held en minnaar samen, spant
    Vijftig maal zijn boog, maakt God na God van kant 
  • 69
    7538

    Opleiding

    Jeanine Hoedemakers
    in zijn mond baarde hij twee mannen
    en gaf ze namen

    ik geef namen om er over te praten
    zei hij

    een man noem ik broer
    de ander noem ik naar mezelf

    met mezelf ga ik naar de brug
    en spring er af

    broer moet me redden

    dat kan hij niet
    ik verdrink

    zo geef ik broer een schuldgevoel
    om lang op te teren

    dat zal hem schrijven leren
    dat zal hem
  • 70
    2231

    over padvinders en sprookjesjagers

    Kate Schlingemann
    half voldragen broekmeneren rommelen bij nacht 
    in naveltruitjes van Roodkapjes of het lades zijn waarin
    ze eerder dan gedacht het ongeachte wat verloren    

    hun duimen volgen halzen door het midden parallel 
    aan kuiltjes in de wangen of daar behalve wilde haren
    iets te horen of nog terug te vinden is, en morgen
     
    mag wie opklimt tot een dag zich buigen over wat-
    heb-jij-een-grote-ogen-zeg van doorgezaagde wolven 
    toch medailles spelden op de zware stenen in hun maag 
  • 71
    6083

    REQUIEM VOOR EEN WÄTTERGUOGE

    In mij woont een klein zwart diertje,
    en zijn kopje rust op mijn hart.
    Zijn lijfje past heel ruim in het
    mijne, met zijn pootjes houdt het
    zich aan mijn ribben vast. En zijn
    staart rolt zich gelijk aan darmen.
    Zijn oogjes zijn van glanzend zwart.

    Ik schud de slaap af, blijf eeuwig
    wakker. Schaduw van mijn armen
    draaien rondjes op de muur. Het
    diertje huilt droge tranen. Een
    vlies voor zijn ogen als hij sterft.

    Ik droomde dat jij groot was en
    ik klein. Mijn hoofd tegen jouw hart
    en je was blond in plaats van zwart.
  • 72
    4205

    rouw

    johanna pas
    De spiegel toonde niet hoe ik verdween. Ik zag het
    pas toen ik mijn handen op de tafel legde en in
    die handen niets dan leegte zag

    De spiegel bleef mijn wangen reflecteren maar in
    die wangen zat alleen het eten dat ik at - geen leven

    Zag niemand dat ik naast me liep en dat mijn voeten
    ijverig mijn schoenen zochten - maar niet vonden?

    Mijn schaduw viel nog steeds op het tapijt. De spiegel
    liet mijn ogen zien, mijn mond hing lichtjes open. Ik las
    de woorden die mijn lippen vormden: Waar niemand

    is kan niemand zich verwonden -                
  • 73
    5750

    Rund

    Ruth Lasters
    Als verzekering tegen het verlies van vleselijke
    liefde (men neemt toch ook een polis tegen braak,       
              brand, hagel) namen wij

    een blindgeboren dier. Een schuddend, stotend, wroetend, rollend
    rund, de tastzin zelve haast op slijkerige

    hoeven. Een half ton kostbaar vlees voor wie van ons
    twee zich lichamelijk het meest tekort gedaan zou
    voelen zodra onze aanrakingen zeld-

    zaam, druppend uit
    vingertoppen van
    versleten
    kraangaas. Het beest redden

    van het slachtblok: slechts door (dichtgeperste ogen, lip-
    pen) toenaderingstoegiftes in het
    linnen.
  • 74
    3935

    schakels

    in het bijeengeveegde zand op de vloer
    van het huis aan het strand schittert een ketting
    - ze kijkt er lang naar 

    vanaf zee drijft geluid van klaterende kinderstemmen
    kabbelende moeders en woordkarige vaders, een schorre hond
    haar richting uit 

    hij ligt op zijn stretcher en leest de krant, voedt zichzelf
    met nieuws uit de wereld en af en toe
    een blik op haar 

    misschien denkt zij is er ergens iemand
    die plots beseft dat iets ontbreekt
    en niet begrijpt hoe je iets kwijtraakt
    zonder te merken dat het weg is, iemand 

    die met een hand 
    naar een hals reikt en voelt,
    daar niets meer voelt
  • 75
    1431

    Schapen

    Warmte, vroeg het herderinnetje,

    is dat een sleutelwoord?

    En waar past het op dat

    het mijn hart kloppend deuren

    laat openen van wie weet welke kamers?

    Dit is een lastige zin, zei ze,

    nog een keer.


    En ergens

    op straat loopt de postbode

    met zijn dappere karretje

    zijn choreografie van oneven naar

    draai, stap, even.

    Op de muren zitten postzegels,

    hier was hij al.

    Vastgelikte vensters, ook dat nog.

    Hier was hij al.

    In zijn tas zit iets

    dat kan niet anders.


    Pak het, vouw het open

    duw de randen glad.

    Probeer het.

    Dat het niet lukt betekent niets.

    Schapen dringen zich door dichte deuren,

    lege handen zijn bedoeld om vacht te aaien.

  • 76
    5216

    Skatejochies

    Erwin Steyaert
    Er steekt veel droefheid in hun board.
    Niet van het vallen. Ze staan gauw weer op.
    Niet van de korst op hun knieën,
    de builen, de blauwe plek.  

    Niet de valse branie, het videogame-taaltje
    uit hun huis in een spookwijk.  

    Het is wat komt. Hun uitgeschudde
    zielen. Straks. Als katten
    langs de weg gezet: het stille huilen
    in een wereld waar meisjes bestaan
    en rappers en  

    steegjes waarin ze verdwijnen,
    waar ze uitkomen en weer in verdwijnen.  

    We poetsen vierletterwoorden weg,
    die ze niet eens verstaan, ruimen blikjes op,
    papiertjes van snoep. We laten ze stoeien
    op het kleine terrein. Ze zullen niet stoppen
    met groeien, ze groeien en na het werk
    gaan we naar huis langs de smalle straat.  

    We nemen de kat op de schoot
    of een boek. We ruiken hun adem,
    bladeren door onze agenda. Er zijn momenten
    die we niet vinden, kalenders van zand en  

    dagen waarop ze komen of wegblijven,
    en zullen verdwijnen. Voorgoed.
  • 77
    5759

    Slaapliedje voor een klein meisje

    Rosa Schogt
    Lief meisje meizelijntje poppetje
    Je huilt we halen je eruit wat ben je wakker
    Stil stil het is nog vroeg ga nu maar liggen
    Ga nu maar liggen hier tussen ons in
    Je vader slaapt alweer zo moe van deze nacht
    We hebben heel de wereld al gezien

    Lief meisje meizelijntje poppetje
    Je wil niet slapen goed kruip dan maar rond
    Het spijt me ik weet ook niet waar je speentje is
    Ik kan wel even kijken op de grond
    Je vader is een dier een beest zo prachtig
    En jij bent net zo mooi zo fijn zo zacht

    Lief meisje meizelijntje poppetje
    Je zegt nog niks je kan nog nauwelijks praten
    Mijn mond mijn hoofd is leger dan ik dacht
    Er waren minder grenzen geen bedenking
    Je vader is weer wakker ziet je spelen
    Ziet dat je bezig bent hervindt zijn weg naar mij

    Lief meisje meizelijntje poppetje
    Je vragen die zijn allemaal gesteld
    Ik weet niet wie ik ben wat ik verwachtte
    Ik kwam hier heus niet enkel voor de koffie
    Je vader had natuurlijk groot gelijk
    Voor enkel koffie ga je niet je benen scheren

    Lief meisje meizelijntje poppetje
    Je moeder die is ergens naar een cursus
    Ze komt vanzelf weer terug na een paar dagen
    Dan ben ik al weer weg maak je geen zorgen
    Je vader wil me enkel deze nacht
    Ik wou dat ik zo weinig wist als jij
  • 78
    6215

    Sloop

    Ruth Lasters
    Eén ding red ik voor hen van de sloop
    van het huis waar zij veertig en wat
    zomers. Mijn moeder kiest voor de klink

    van het hok waar zij zo vaak heeft
    gegild, in gedachten haar keuzes terug-
    geschroefd. Mijn vader wil het raam waarachter hij haar

    schreiend het gras heeft zien
    voeden met korrels als erwten van onwerkelijke
    grootte, niet eens naar hem opkijkend,  

    nooit. En toch, als ik het transport van dat
    volledige venster ondoenbaar noem, richt zij der
    deurklink op mij als een ontgrendeld

    pistool. (Deuntje af te ratelen tegen
    onrust, naar gelang welke gradatie, traag of
    vlugger. Gedachtenisolatie-

    pluche.)
  • 79
    3275

    Status Quo

    Vandaag mijn kop maar in beton gestoken
    op een voetstuk gaan staan en gezwegen
    de duiven naar mij toe gelokt. Als het weer
    zomer wordt werp ik mijn schaduw over jurken
    en rokken. Ze zullen voelen wie ik ben en rillen.

    Alleen de ware zal verstenen en naast me gaan
    staan. We zullen elkaars handen lenen. We zullen
    wuiven naar de stad en nooit meer tijd verliezen.
    We zullen kiezen voor elkaar, in ieder weer bevriezen
    jaar na jaar. We zullen zwijgend ruzie maken.

    Liefde kennen als een vreemde hand om onze
    benen. We zullen vele  talen horen. Eeuwenlang
    zullen we stilte delen door het sterrenlicht beschenen.
  • 80
    1868

    stilte

    gerko van randwijk
    mijn moeder frunnikt aan servetten bekijkt met afgewende blik het brood zet het bestek recht, neemt een slok en vraagt zich af of er iets gebroken moet worden   ze doet het niet, glimlacht vals schuift de stoel nog eens aan zegt aarzelend: 't is stil vandaag
  • 81
    8061

    Stoer

    Vanmiddag ga ik mee met Pier.
    Dat vind ik mooi, want Pier is stoer.
    We hangen samen op de brug.

    Het water is hier spiegelglad.
    Wij zweven in de grijze lucht
    die langzaam onder ons verglijdt.

    Pier spuugt. Een kring ontstaat, dijt uit.
    Het wolkendek toont siddering
    en dan komt alles weer tot rust.

    Ik zamel op, ik barst zowat.
    Ik spuug de speekselbal heel ver.
    De wolken deinen rusteloos.

    Pier gooit een kiezel. Opwaarts schiet
    een cumulus, de lucht betrekt.
    Er vallen druppels op ons neer.

    Ik gooi een kei, het firmament
    verduistert, slaat zijn donderslag,
    die mijlenver te horen is.

    Pier pakt de afvalbak, ontwortelt
    hem en lazert hem ver weg.
    Wij samen in de onweersbui.

    Dan pak ik Pier. Hij vliegt, hij valt.
    De wolkbreuk spoelt de wereld schoon
    en sleurt mij mee de diepte in.

    Vanmiddag ging Pier mee met mij.
    Dat vond hij mooi, want ik was stoer.
    We hingen samen op de brug.
  • 82
    2080

    Straatveger

    In trage zwaaien veegt de straatveger stegen, straten, pleinen.
    Uur na uur schuift hij vuil als wijzers van de klok over de keien
    draait met de schaduw mee, laag in de ochtend van oost naar west
    lang in de middag van west naar oost.

    Bij elk ochtendkrieken port de dag de veger opdat ook nu
    het vuil van de stad zich in trage pirouettes laat omarmen
    en innig verstrengeld laat dumpen in veegkarren.

    Het gromt in die bulkbakken. Weer een dag als oud vuil gestort in ovens
    waar uren branden als de hel en gisteren in rook de hemel verduistert.

    Schoon als schoonheid cirkelend rond trage voeten en bezwerende bezems
    betovert dag na dag onze rotzooi, afvallig als wij zijn.

    Tot op de laatste dag de veger zichzelf bij elkaar stoffert
    en als oud vuil in de veegkar dumpt.
  • 83
    1282

    STRENGE WINTER

    Hij zit achter isolerend glas en roert
    in gedachten meedrijvend met de trage
    draaikolk -zo nadert ouderdom- melk rond
    in zijn thee, die ondoorzichtig wordt.

    Tegenover hem zoekt zij in de gids
    de soortnamen van vogels die in de tuin
    in vetbollen pikken en luid kwetterend
    vrolijk (lijkt het) vechten voor hun leven.
  • 84
    8682

    te menig

    te menig

    griezelig grauw wemelt waarheid wiedend
    grondig zondig zaait zoden dienend geest
    dodend groen fatsoen offert doen voor laten
    loochent lovend naaste voor minder lover
    gelovend meer grover en meest ziedend
    dover voor verdriet en weg van hulp telt
    knopen terug in schulp blind voor tover
    niets biedend dan haat voor raad schaadt
    in naam en beschaamt het geweten ereveld
    zielig nauw neemt het maat niet zelf zij
    wij waar ik meen zien daarin geen been
    bijt vreemde eend kwaakt te laken moord
    brand geen wolf te bekennen niet moe
    de ar te mennen door eigenbaat getrokken
    scheldt op alles en niets kwijt jouwt en jijt
    schuwt leugen niet en zij deugen niet hoort
    niet zij horen niet oordeel snel geveld
    atijd wrokken gifgroen doortrokken nijd
  • 85
    6942

    Thuis II

    Dorien De Vylder
    Ik speelde met koeien, konijnen
    en uitgestrektheid, op papa ’s boerderij
    en in grote houten puzzels.  

    Tussen ons huis en dat van de buren,
    lag een wei met koeienvlaaien en tijd.  

    We vochten er de veldslag tegen verveling,
    wonnen elke keer, ons krijgerskostuum rustte pas
    ’s avonds, in de wasmachine, en als het regende.  

    Dan bleef ik binnen, liet mijn nieuwsgierigheid uit
    in mama ’s verboden kasten.  

    Naast de gewoonlijke geheimen vond ik, op een dag,
    in kleine stukken van goedkoop karton,
    een stadsbeeld.  

    Ik puzzelde tot ik de gevels en gewoontes kende,
    er mijn kindertijd te slapen durfde leggen.  

    Tussen mijn huis en dat van de buren,
    zit een dunne wand,
    we bewaken het kraken van elkaars trap.  

    Er heerst rust van een andere uitgestrektheid,
    één binnen handbereik.
  • 86
    8186

    Transgeneratieve grammatica

    Dominique Babevsky
    Rond het cocktailuur komen – quasi-spontaan – bijeen:
    Uit het verleden, mijn vader; uit de toekomst, mijn zoon.
    Het heden heeft mij als gastheer aangewezen.

    Wij dragen ongeveer dezelfde kleren,
    Lopen even krom, of krommer,
    en schrapen vrijwel simultaan de keel.

    Pa haakt zijn ene nagel aan de andere.
    Zoonlief knakt zijn knokkels voor zich uit.
    Ik zoek naar een kwinkslag in de strijkplank.

    Gesproken wordt er nauwelijks.
    Grote vragen blijven liggen.
    Id. Ego. Superego.

    Hij is dood zonder het te weten.
    Onbedoeld leidt hij mijn leven.
    Hij had er net zo goed niet kunnen zijn.

    Wie het eerst zijn glas leegt
    Schenkt de ander bij,
    Om te toasten op het blinde toeval.
  • 87
    9519

    Uit mijn kuit



    Ik hield me al maanden op

    aan de rand van het schoolplein

    peinzend over de grote daden van

    later. Ik hield me koest, probeerde

    weg te vallen tegen de kleuren van de dag.

    Mijn schutkleuren zouden vanzelf verdwijnen

    als ik groot was en sterk en

    mondig, dacht ik.


    Maar ik hield het niet vol

    om plein te zijn

    om stoel te zijn

    om bord te zijn

    kaantjes te eten

    grote zus te zijn.


    En ik waagde de sprong

    van het schoolhek

    dat al maanden lonkte:

    “Spring dan, ik maak je zichtbaar!”

    Ik waagde de sprong in de struiken na schooltijd

    toen het plein was leeggestroomd

    toen het stil was, niemand te zien,

    en dat gaf niet want mijn daad

    zou worden bijgeschreven

    in het grote boek.


    Het hoofd der school met sleutelbos

    zag mij, de dokter even later

    haalde een takje uit mijn kuit.
  • 88
    2690

    Vagebond

    Oren geslepen aan de nevel, hijgend na de regenbui,
    de poten trappen in het glas langs de weg.

    Wie sloeg de ruiten in waar het dier doorheen
    naar binnen kan, het gras nog tussen de tenen,

    het kwijl nog aan de bek, de damp in zijn vacht,
    en wie ligt hier te roesten,

    wat heeft de man verloren,
    zal hij in zijn verbogen kooi het beestig snuiven

    aan horen komen, zal hij wakker worden,
    geschrokken van het rot in de snuit?

    Zoekt dit zoogdier iets anders dan vlees?
    Een verbond met een lijf, warm en meurend als hij?
     
  • 89
    5120

    Veronderstelling

    Wandelend in de velden en uitzicht rondom.
    Alsof men het middelpunt is van een heelal. Plots is er de vraag:
    wat als? Als God bestond, de wereld vierkant had geschapen?
    (Evengoed een blok aan zijn been, verondersteld dat hij dat had).  

    Wat dan met de zon, de maan, de besterde, bewolkte, wolkenloze
    (schrappen wat niet past), hemelkoepel, zijn kroon op de schepping?  

    Koos hij voor het zadeldak (met wolfseinden, zin voor symboliek was
    hem niet vreemd)? Het lessenaarsdak (vooruitziend, het evangelie
    was nog niet geschreven)? Het schuine of het platte dak, ging hij
    voor eenvoud (een zaligheid, zou later blijken)? Probeerde hij
    een schilddak (zo hij ooit bescherming nodig had)?  

    Hoe hield je zoiets draaiende? Voorzag hij toen problemen,
    had hij Rubik al in gedachten, en dat men zou gaan schuiven?
    (Later zou hij nog perfectionisme scheppen).  

    Hoe vlogen vogels dan? Wat met de aerodynamica, hoe bleven
    de clichés van de krimi, de paraboolbaan van de kogel, overeind?
    (De ijselijke gil  van het bloedmooie meisje dat het lijk vindt?
    Hoe trilt dat na in een vierkant universum?)  

    Was het toeval toen hij de ronding koos (Eva was nog maar een naam,
    een mogelijkheid, zoals de vicieuze cirkel van de liefde), afwezigheid
    van verborgen hoeken - zo viel alles gemakkelijk in de hand
    te houden (zo hij dat had)?    

    Voorzag hij al de kwadratuur van de cirkel, de onmacht van de almacht,
    het transcendente getal? Of dwaalde hij?
  • 90
    5751

    Verstopper

    Ruth Lasters
    Treed nooit tevoorschijn uit het om je heen gerold gordijn
    voor je verslaafd bent aan de impact van je eigen
    afwezigheid. Noteer beoordelingen van 0 tot 10 voor hoe

    men stommelend naar je zoekt achter deuren,
    meubels. En inderdaad, ook het roepen van je naam doorheen
    het huis kan brozer, mooier
    moedeloos. Nee, vergeet het eerste en onthoud: verlaat je

    schuilplaats nooit voor je mij gezien hebt
    aan de overkant, net zo met mijn hoofd door een partij
    katoen. Een vlek van haar en huid, van
    vlees, van voornemen je nooit te zullen

    ontmoeten, vrij te stellen van mijzelf, in ruil voor,
    elke avond, het erkennen van elkaars
    koppige weemoed

    door te maken één of ander mal – twee tikjes op
    de neuspunt? Doe iets, doe gewoon iets. –
    teken.
  • 91
    6419

    Voor Anneke Brassinga

    Iris Wynants
    voor wie bereid is om de zee te drinken
    wacht een ander strand
    zonder havens om aan te meren
    of restaurants met lampionnen voor het raam

    er zijn geen winkels waar je voorverpakte
    boterhammen met kaas kan kopen
    er klinkt geen achtergrondmuziek

    maar de vrouwen dragen linten in het haar
    en de mannen hamers waarmee
    ze huizen in elkaar slaan en ijzers op paarden

    en jij mag meedoen, krijgt linten en hamers
    een huis dat uitkijkt over het strand
    en een boot voor als je de moed verliest


    De eerste versregel is ontleend aan Anneke Brassinga. Uit 'Wadloper en meeuw' uit de bundel Verschiet, De Bezige Bij, 2001.


  • 92
    10302

    voorbije vrouw

    Mijn moeder heeft mij gelezen tot
    bladzijde dertig,sindsdien draagt ze een bril.
    Ze ziet wel goed maar weet niet
    of het waar is wat ze denkt dat ze ziet.   

    Soms praat ze over later als ze groot is;
    flarden van vroeger waar alles klein gebleven blijft.
    Soms moet ze plotseling naar school-
    de oorlog kwam er tussen,diploma niet
    gehaald, de meester staat te wachten-  

    In blootgewoelde botten hangt een ander wachten.
    Bijeen gebonden organen rafelen de tijd;
    lang geleden opgeheven, aangevreten door
    naamloze gedachten en zinnen zonder zin.

    Haar voeten dragen versleten verhalen,
    vreemde verzen schuren haar mond.
    Ze zit niet, ze staat niet.
    Ze hangt aan draden van adem van ooit,
    aan ragfijne garens van op en van uit.                       
  • 93
    8073

    Voorjaarswind

    Roy Logger
    Het was een warme dag.
    De voorjaarswind is opgestoken
    en heeft met één zucht
    de bladeren van de kastanjeboom
    vastgepakt en weggeduwd.  

    Je beseft dat je alleen dekking ziet
    en geen begin van vluchten.
    Anders stond de reusachtige kastanje
    wel op de bal van zijn voet
    te balanceren en op het punt  

    zich om te draaien om zijn as.
    Het is onverwacht gebeurd en in
    de vroege avond heeft de boom
    een donkerder kleur en een licht
    bezeerde houding aangenomen.  

    Maakte je dit al eerder mee?
    Herken je het? Zag je ooit bij een
    vrouw, een vriend, een kind, door
    zo’n teer gebaar zo’n teer verdriet?
    Je bent ernaar op zoek gegaan  

    en keer op keer heb je
    het zuchten van de wind
    diep in jezelf nagedaan.
    Er is daar iets, heel duidelijk,
    maar het reageert niet.
  • 94
    7786

    waas

    Sylvie Marie
    ik vraag me plots af wat ze met oude
    vliegtuigen doen terwijl mijn hoofd
    onder een handdoek hangt, cocon
    van wasem, minisauna, burkaformaat.  

    natuurlijk is het in dat soort landen
    waar er kerkhoven voor boeings zijn,
    groot en dampend en met kinderen
    in de weer als vliegen op veel mest.  

    ik zit in afghanistan met een schroef,
    los haar onder zware doek, hitte
    die parelt. een zoon is zoek en mijn
    gezicht beslaat. ik troost me:  

    het idee dat een traan
    de minst naïeve vorm van water is.
  • 95
    10191

    Wasbleek

    Je zult niet zijn die wolk.
    Je zult niet zijn dat as.
    Je zult niet zijn dat volk.
    Je zult niet zijn dat ras.  


    Alles is adem. Aan het stof van de mensen ternauwernood ontsnapt. Of
    als klacht vastgeklonken.
    En toch verkondig je Nacht en Dageraad als speelse elementen
    tussen de laurieren, de wind die door de aarde raast.


    Het is hier dat mijn hart zich vulde met olie.
    Aan de Verdronken Zwarte Polder met een zee als een blinde stad.
    Ze noemen het hier Sinte Pier.
    Hier bevindt zich de geheime sprokkelplaats voor alles wat ik heb
    liefgehad. Maar een zee kent geen geheimen. Kent geen geheime deuren.
    Of een geheime straat zoals een bos onder water.


    Je zou de wereld moeten kunnen breken.
    Heb jij? nog een druppel Poézie.
    Of wat kruim voor de vogel in mij.    


    Je zou zelfs Tijd in Tweeën moeten kunnen delen. Een helft voor
    het  goede en een helft voor de kwaaien. De Holtmannen bij Hitler
    en alle mooie Poppen bij mij; ingepakt in rijstpapier en netjes gerangschikt
    op alfabet.  


    En dat je het dan zachtjes hoort ritselen omdat ze eerst nog een pannetje bouillon
    willen maken, voordat we met ze slapen gaan.  Aan de andere kant van de zon,
    aan de andere kant van de maan.   


    (einde)
  • 96
    8987

    wat oude mensen grappig vinden

    oude mensen vinden dingen grappig 
    die helemaal niet om te lachen zijn

    als ze voor een marktkraam vol met sjaals en wanten
    staan kunnen ze bijvoorbeeld zeggen kijk wat grappig
    een kraam vol sjaals en wanten

    als ze hun wijsvingers langs de kalenderdagen laten
    zweven en zeggen kijk wat grappig je bent al weer zeven
    maanden niet geweest
  • 97
    9190

    Welcome To The Zoo

    Peter Mangel Schots
      Met geleende vleugels de ochtend in
    duiken door opwolkende katoenvelden en magnoliabomen.

    Het tarmac ligt op de bodem van een kurkdroog aquarium,
    fata morgana van een barracuda die de aangespoelde zon weerkaatst,
    kraanvogels storten zich op de hete weeë vlakte.

    Ladies and gentlemen
    gelieve u naar de kooien te begeven
    u te vergewissen van de noodzaak
    tot legitimatie.

    Zo bewegen we ons: een stroom
    stort zich in de rusteloze zee, muskieten
    voegen zich bij de zwerm wemelend langs lichtbakken
    die ons tot blauwdruk reduceren.

    Onbestemde berichten
    deinen boven
    het gegons de ruis.

    In elke hoek van de ruimte zoemen facetogen
    rasteren ons in tijdloze fragmenten.

    Tegen de grens aan tonen we
    de binnenkant van wat we bij ons dragen.

    Nageplozen en gewaarmerkt schuifelen we
    langs slagbomen.

    Konden we geruisloos door de mazen
    als sabeltijgers donkere strepen door het hoge rietgras trekken.



  • 98
    8375

    Zee

    Maria Ros
    Altijd dring je binnen in het hoekje van mijn
    geest. Grens van het mij zo goed bekende
    met dat nieuwe rusteloze. Kilo's zand als
    sussend niemandsland. Maar zelfs het
    zand stuift pekellippenucht alom.

    Je sabbelt aan mijn tenen en koude
    golven ovespoelen elke weifeling.
    Water knarst in neus en oren. Mijn
    vissenarmen wiegen in
    je bronstig zeebanket.

    Met rechte rug en regelhersens veilig in
    mijn mantelpak van klokjesplicht sijpel je
    stil, uit onverwachtse hoek, naar binnen.

    Mijn vissenarmen schuren in hun kokers.


  • 99
    6222

    Zegt de oude man

    Geert Jan Beeckman
        
    Natuurlijk zijn er altijd mensen geweest
    dat kun je zien door een raam
    stoel aan een tafel waar hun leven zat
    in het midden gaan ze altijd weg.  

    Neen, ook zij wisten van niets
    etenstijd altijd stilte en kraakbeen
    een duister woord in het hoofd  

    met een steen onder de hemel
    keken zij naar de dood en zeiden
    dat wij enkel daarover gaan:  

    in het geheugen roerloos bij sneeuw
    in de tijd een glas laten staan
    waar poëzie een gat in de stilte slaat.  

    Kijk, ze gaan nog altijd weg alsof
    het niets is stoel aan een tafel
    waar hun leven zat je wilt blijven weten
    hoe het was.
  • 100
    4399

    zonder titel

    Elly Stolwijk
    oud bietenblad en wat prinsessenboontjes
    liggen verspreid op het smalle pad

    zoveel moeders verliezen een kind
    en dat van mij is al zo lang geleden

    tuintjes zijn afgegraven, en liggen vierkant
    in het zachte, ronde landschap

    ter wereld gekomen in grote stilte
    maakte ze van ons tableau vivant

    de duindoorn die geen vruchten draagt
    staat gemeen dicht langs het paadje

    ze leek op niemand die ik kende
    zij was het meisje van mijn dromen

    voorbij de bocht staat een paardje
    zomaar wild en los te zijn

    zij werd sneller koud dan het zand
    langs de kust na een dag in de zomer

    ik aai het beestje dat zo verloren
    en toch zo zelfverzekerd staat te grazen

    nog streelde ik haar natte haartjes
    behoedzaam betastend de fontanellen

    ik laat het achter, het sjokkende, geurige
    diertje en volg het spoor naar zee

    ’s nachts liet ik haar achter
    ik kan haar nog altijd ruiken, het kind

    een kind speelt langs de vloedlijn
    een meisje met lokken die golven