Editie 3

In 2011 organiseerden de Poëzieclub en de Turing Foundation de tweede editie van de jaarlijkse Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Tot 15 november 2011 kon men aan de derde editie van de wedstrijd deelnemen. Voor de derde editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd werden dit jaar in totaal 10.131 gedichten ingezonden, iets meer dan vorig jaar. De media-aandacht dit jaar was overweldigend.

Voor deze editie mochten voor het eerst ook de Vlamingen inzenden. En met succes, want niet alleen was de winnaar een Vlaming, er eindigde ook een Vlaamse dichter op de derde plaats. Het succes van de Vlamingen in de hoogste regionen van de wedstrijd is opmerkelijk, daar van de 2.227 dichters die meededen aan deze editie slechts 314 uit Belgie kwamen. 15 Vlaamse gedichten eindigden in de Top 100.

hoofdprijs

De hoofdprijs van € 10.000,- werd gewonnen door David Troch uit Sint-Denijs-Westrem (B) met het gedicht wij waren geen jongens. Het gedicht wordt bovendien gepubliceerd in de speciale bloemlezing De Toverhazelaar, en in literair tijdschrift De Gids.

'Het winnende gedicht van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd trekt de lezer in al zijn beelden, zijn taal en de opgeroepen sfeer diep de zompige Hollandse klei in. Het lijkt doordesemd van een streng-calvinistisch determinisme en van boerse aardsheid. Knielen op een bed violen. Des te verrassender is het voor de jury, nu blijkt dat met dit gedicht een Vlaming wordt bekroond: ‘wij waren geen jongens'.'

wij waren geen jongens

wij hadden vaders, wij waren zonen. het volstond niet
dat wij driemaal daags spek en spinazie vraten.
de hemdsmouwen moesten omhoog,

wij moesten tonen hoe hard wij de spieren in onze bovenarmen
op konden spannen. wij zweetten als zwijnen, groeven bloederige kloven
in onze handen, wroetten in het stof waarin onze voorvaderen
al jaren liggen te liggen

en kregen het vuil amper onder onze vingernagels vandaan.
wij moesten voelen met wat wij tussen de benen geboren waren, jongens,

maar hadden niet eens een eigen kamer
waar wij voorovergebogen, met opgetrokken knieën
en met de neus in andere werelden zaten.

wij ondervonden aan den lijve dat doordringende boerenstank
je harder in het gezicht kan slaan dan wat vuistdikke boeken.  

Bespreking van het gedicht door Rob Schouten
Bonheidenaar wint 10.000 euro met gedicht (GVA Mechelen)
10.000 euro voor een gedicht (Het Laatste Nieuws)
Plattelandspoëzie (Man bij Hond)

Pers over de wedstrijd

Vlaming wint Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (NOS Journaal)
Radio-uitzending in het teken van de uitreiking van de 3e Turing Nationale Gedichtenwedstrijd
Vlaming David Troch schrijft beste gedicht 2012 (NOS Radio)
David Troch wint Nationale Gedichtenwedstrijd (De Stentor)
David Troch wint Nationale Gedichtenwedstrijd (Stem.nl)
Vlaming wint Nationale Gedichtenwedstrijd (De Gelderlander)
Vlaming wint Nationale Gedichtenwedstrijd (Nieuws.nl)
Vlaming schrijft beste gedicht 2012 (NOS)
Drie Friese dichters in race voor grote poëzieprijse(Friesch Dagblad)
De speech van Ramsey Nasr over deze editie van de wedstrijd
De speech van Gerrit Komrij voor deze editie van de wedstrijd
Juryrapporten over de winnende gedichten
De Toverhazelaar (Uitgeverij Augustus)
Meer dan 10.000 inzendingen Derde Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (Persbericht)
De Ochtend van 4 Ramsey Nasr over de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (Radio 4)
Ramey Nasr over Belgische inzenders (Radio1)
Iedereen een dichter, vindt ook Komrij (De Stem)
David Troch (Bonheiden, 1977) heeft wel eens een hekel aan hoofdletters; won o.a. de Jules van Campenhoutprijs voor poëzie en de Gerard Vermeerschprijs voor monologen; en publiceerde o.a. in Snoecks, Het Liegend Konijn, Poëziekrant, De Brakke Hond, Deus Ex Machina en de Amerikaanse bloemlezing A Generation Defining Itself; bracht o.a. laat[avond]taal op papier en o.a. Een doosje dolle dialogen op podiumplanken; werkte mee aan Meander, was redactielid van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift en stond mee aan de wieg van Kluger Hans. Momenteel is hij ambassadeur van de poëzie van de stad Gent. Website van David Troch

TWEEDE PRIJS

De tweede prijs van € 1.500,- werd gewonnen door Kate Schlingemann uit Hartwerd (N) met het gedicht Bemoeizorg. Het gedicht wordt bovendien gepubliceerd in de speciale bloemlezing De toverhazelaar, en in literair tijdschrift De Gids. 'Het gedicht dat de tweede prijs in de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd verdient is bijzonder sterk, zeer geestig, en geschreven met een flair die suggereert dat er geen moeite aan te pas kwam. Wie de verzen bekijkt ziet echter meteen hoe minutieus deze zijn opgebouwd. De humor is daarnaast subtiel.'

Bemoeizorg

Uw geboortedatum sprak ons aan,
net als uw burgerservicenummer
in combinatie met uw blauwe ogen
en de krullen in uw haar.
Ontwikkelt uw stoornis zich naar wens,
uw burgerlijke staat? Of indien u die niet hebt
verzon u weleens een beperking
of een virtuele geboorteplaats?
 
Wie bent u zonder levenslied?

Leeft u van de wind, op grote voet
of er zomaar wat op los? Wist u dat u
niemand bent die nooit het laatste lacht
of iemand anders kent?
Waar hebt u voor het laatst ontbeten,
weet u wat uw ouders doen
in de kleine uurtjes van de nacht?

Wij die alles willen weten
vragen u per ommegaande
uw persoonlijkheid
aan ons retour te mailen

p.s.

Het extra bijgesloten formulier
voor Ongewenste Gebeurtenissen
moet voorkomen dat wij u wissen.
En om calamiteiten te vermijden
heeft ons systeem al ingevuld
uw voorgenomen datum van
overlijden.

(zodat wij straks niet hoeven gissen
of u zichzelf hebt opgegeven
of wanneer u bent gestorven
of hoe u in hemelsnaam, zonder ons
in leven bent gebleven, en wij op onze beurt
u hebben kunnen missen)

 Kate Schlingemann op Twitter (#spindingen)
vBespreking van het gedicht door Ramsey Nasr

Kate Schlingemann is schrijfster en illustrator. Zij woont en werkt in Hartwerd, een dorp dat deel uit maakt van de gemeente Súdwest Fryslân. In 2000 debuteerde ze met het prentenboek Mats en de Moedmannetjes, daarna volgden Bang in het Donker en het verhalenboek Spindingen. Zij schrijft gedichten voor de jeugd - enkele werden opgenomen in Querido's Poëziespektakel - en haar poëzie voor volwassen (vaak onder pseudoniem Kate S. Kuipers) staat o.a op Krakatau.nl en haar eigen site www.kateschlingemann.nl

DERDE PRIJS

De derde prijs van € 1000,- werd gewonnen door Hilde van Cauteren uit Hamme (B) met het gedicht Carne Vale. Het gedicht wordt bovendien gepubliceerd in de speciale bloemlezing De toverhazelaar, en in literair tijdschrift De Gids.

Uit het juryrapport: 'Om in vier kwatrijnen zo'n eenzaam, beklemmend en letterlijk onontkoombaar gedicht te schrijven, moet men van goeden huize komen. Zo'n gedicht verdient een prijs. De derde prijs van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd'. 

Carne Vale

Terwijl de straten volstroomden met volk
zei je: ik hoor een zacht geruis, alsof iemand
een kraantje openzet. Traag reed een wagen
voorbij, met dansende dames in rode jurken.

Terwijl blauwe mannen vrolijk zwaaiden
zei je: ik droomde dat ze mijn hart wilden
stelen, voel het nog bonken. De luidsprekers
joegen een samba door de binnenstad.

Terwijl de hemel zich vulde met snippers papier
zei je: ik krijg te weinig lucht, alsof iemand
proppen in mijn borstkas stopt. Een knalgele
wagen draaide langzaam onze hoek om.

Terwijl je longen volstroomden met vocht
zei je: neem me nog een keer vast, ze komen
me halen. Onder luid gejoel tilden de dragers
de witte prinses op haar hemelbed.

Bespreking van het gedicht Carne Vale door Ramsey Nasr
Hilde Van Cauteren gekroond (Gazet van Antwerpen)
Hilde Van Cauteren (1967) is gemeenteraadslid in Hamme en sinds maart 2011 dorpsdichter van Doel. Ze wil ook graag langere verhalen vertellen. 'Het Naveltheater' is haar eerste jeugdboek. Het verscheen in april 2011 bij uitgeverij davidsfonds. Website van Hilde van Cauteren

EERVOLLE VERMELDING

Een speciale eervolle vermelding is er voor het top-20 gedicht 'Twitter - de echo's van de #eeuwigheid - van Chris den Engelsman

Uit het juryrapport: 'Eén gedicht wilde de jury per se een eervolle vermelding geven. Het is een gedicht dat radicaal een nieuw pad inslaat, dat op visionaire wijze een poging doet een poëzie van de toekomst te creëren. Maar wat belangrijk is: het is niet slechts geslaagd als experiment, het is ook geslaagd als gedicht. Het klopt aan alle kanten, op meerdere niveaus. In eerste instantie valt het experimentele aspect op. Het is een gedicht dat tien jaar geleden letterlijk nog niet geschreven had kunnen zijn, omdat simpelweg het gereedschap daartoe én de codetaal om het te begrijpen nog niet bestonden: tien jaar geleden wist niemand wat Twitter was'.

'Twitter - de echo's van de #eeuwigheid -'

Twitter - de echo's van de #eeuwigheid -
(ontdek wat zich afspeelt in de wereld van het eeuwige ogenblik in vier
tweets van 140 tekens - #twoosh -)

(Bij Lucas van Leydens Drieluikmet het Laatste Oordeel 1526-27)

@bij het aanbreken van de #jongste dag
vormen de #naakte man en #hemelse
klaar-over een ideaalbeeld deze
#twitterquitters troosten ons RT

geen enkele #tweet brengt ons
nader tot #God maar het verlangen
van de #tweeps leidt wel tot tedere
scenario's tussen tweebie en #engel FF

@zoals tijdens de #jongste dag van Lucas
onderweg naar de #hemel vat een #engel #wellustig
en met volle hand de #billen van een #geredde LOL

kijk en hoor hoe de echo van de #eeuwigheid met
#polyfone versiering bij het aanbreken van de
#jongste dag noodt tot vele zinloze dingen IRL

Chris den Engelsman (1956), werkzaam als beeldend kunstenaar en docent is eindeloos geboeid door de wisselwerking tussen beeldende kunst en poëzie. Eerst was er het tekenen, vandaar uit is hij ook zelf steeds meer poëzie gaan schrijven. Website van Chris den Engelsman

4E T/M 20E PRIJS

De gedeelde 4e tot en met 20e prijs, elk goed voor een gratis lidmaatschap van de Poëzieclub, een gratis abonnement op het poëzietijdschrift Awater, en publicatie in de bloemlezing De toverhazelaar. Deze dichters worden bovendien uitgenodigd om een manuscript in te dienen bij uitgeverij Augustus. Op alfabetische volgorde:

Chris den Engelsman (Houten) - "Twitter - de echo's van de #eeuwigheid -"
Fred Tak (Arnhem) - "Zoon"
Hilde Van Cauteren (Hamme (B)) - "wit"
Inge Boulonois (Heerhugowaard) - "Psalm"
Jacoline de Heer (Dordrecht) - "Chinese vrienden"
Jan Huizing (Amsterdam) - "Amadou"
Lars Schotel (Utrecht) - "Dochter"
Maarten van Doremalen (Heerenveen) - "kindervriend"
Martin Aart de Jong (Leiden) - "Ali Baba & de 40 Rovers"
Paul Roelofsen (Koedijk) - "Kinderliefde"
Peter Knipmeijer (Zeist) - "Ze zegt de maan"
Peter WJ Brouwer (Velp) - "Hij en de ander"
Piet van den Boom (Eindhoven) - "die dienaar"
Ronald van Noorden (Rotterdam) - "Een Zondag In Lagorce"
Runa S. (Berchem (B)) - "Dorst"
Thei Ramaekers (Roggel) - "vooruitgang"
Tom Hofland (Utrecht) - "Vogels"

21E T/M 100E PLAATS

Op alfabetische volgorde: Albert Bobeldijk (Soldaat), Alida Diana Hiwat (wanneer mijn moeder zomer werd), Anke Labrie (Strand), Arjan Keene (Business as zoosual), Bart van Oost (Groot), Branko van Hulst (Niet bij haar), Cissy Valkhoff (Vader), Corrie Kopmels (Incarnatie), Danny De Mulder (onderweg), De Glansrijcke (Veel water), Dick van Welzen (De ijssalon), Elena Moeremans (twee geliefden), Elisabeth Bakker (Klein), Elisabeth Handschoewerker (ik zag een aapje op de weg), Elke Lutgerink (Iets ouds en blauws), Erik Bies (gedicht), Erika Mannink (jouw gedicht), Erwin Steyaert (Omertà), Frank van Lier (Banksia), Frank Vingerhoets (Een mysterie opgelost), Fred Penninga (in later licht), Frouke Arns (ondertussen op de Overtoom), Hedwig Baartman (3x) (Deadline voor happiness / En ze leefden / Uiterwaarden), Heleen Bosma (Smaakvol), Heleen van Loenen (Overgave), Helleman (kerstgezicht), Henry Fowler (Haikuplankje), Ilse Van der Weeën (spreekbeurt …), Jacob van Schaijk (Evenwicht), Jacoline de Heer (Daktuin), Jan Hidding (mysticus), Jan Huizing (Het water uit de plassen), Jantine Knevels (bent), Jean-Luc van IJperen (Schrijven), Jelmer van Lenteren (Het is mooi), Johan Clymans (Vogelschrik), Johan de Koning (Gesprek in het zwembad), Jonathan Robijn (IJle lucht), Joost Baars (ik leidde mijn liefste rond door het geboortedorp in mij), Josse Kok (Desideratum), Kira Wuck (2x) (Mijn ouders zijn goed in ontvreemden / Vertraging), Koen Croese (Dierenverhalen), Kohlemainen (Ophaalbrug), Koos Schreurs (2x) (Man in de straat / The eye of the beholder), Laura van der Haar (2x) (Albuquerquee baby / vanachter glas en sigaretten), Leo Mesman (Het laatste gedicht), M. Sterrenplek (Ik ga op reis en ik neem mee . . .), Maria Foerier (in dit land wil ik niet wonen), Marjolein Degenaar (Onrustig staartmeesje), Mark de Kok (Onze evolutie), Martin de Waard (Ontmoeting), Michelle Brouwer (Kust), Michiel Hanon (mooie vrouw), Nicolette Marié (droom 8), Nicoline van Heijningen (Herhaling), Niels Blomberg (Plaats Delict), Nomi Ben-David (2x) (Brief aan Michael / Lunchpauze), Paul Gellings (3x) (Kairos / Spoken van Rembrandt / verborgen kamers), Paul Roelofsen (Strandwandeling), Pauline Pisa (2x) (Punt van belang / Tjonge), Peter Kuipers (Donker), Piet van den Boom (groot druppels), Pieter Grootendorst (Verstreken), Renee Simons (hier en nu), Ries Agterberg (Ik haat je), Ronald van Noorden (Lada), Runa S. (De emmer), Sebastiaan Köhler (Zwaarheid), Toine Heijmans (Revérence voor een doodgewone Koningin), Vincent Van Asch (Dat is nu net de clou), Willem Tjebbe Oostenbrink (doorgang) Zie ook de Eregalerij.

DE WEDSTRIJD

De winnaars werden op 24 januari 2012 bekendgemaakt in de stadsschouwburg van Amsterdam. De radio-uitzending van Met Het Oog Op Morgen stond die avond geheel in het teken van de wedstrijd. De 100 beste gedichten worden gepubliceerd in de speciale bloemlezing De toverhazelaar.  In het Radio-1 programma Met Het Oog Op Morgen werd weken lang een selectie uit de 100 beste gedichten voorgelezen en besproken.

  4 januari 2012: Ellen Deckwitz leest 'Brief aan Michael'
  5 januari 2012: Mauro Pawlovski lees gedicht 10210 
  6 januari 2012: Ellen Deckwitz leest 'Kust'
  7 januari 2012: Mauro Pawlovski lees 'Verborgen Kamers'
  8 januari 2012: Ellen Deckwitz leest 'Lade'
  9 januari 2012: Mauro Pawlovski leest gedicht 2521 
 10 januari 2012: Ramsey Nasr leest 'Ali Baba & de 40 Rovers' 
 11 januari 2012: Rob Schouten leest 'mysticus' 
 12 januari 2012: Ramsey Nasr leest 'Vogels' 
 13 januari 2012: Rob Schouten leest 'groot druppels' 
 14 januari 2012: Ellen Deckwitz leest 'Strandwandeling' 
 15 januari 2012: Mauro Pawloski leest gedicht 6089 
 16 januari 2012: Rob Schouten leest 'Vader' 
 17 januari 2012: Ramsey Nasr leest 'Carne Vale' 
 18 januari 2012: Ellen Deckwitz leest 'Revérence voor een doodgewone Koningin' 
 19 januari 2012: Mauro Pawloski leest 'Ik haat je' 
 20 januari 2012: Rob Schouten keeft 'wij waren geen jongens' 
 21 januari 2012: Ramsey Nasr leest 'Bemoeizorg' 
 22 januari 2012: Rob Schouten leest 'Het laatste gedicht' 
 23 januari 2012: Ramsey Nasr leest 'die dienaar' 
 24 januari 2012: Uitzending in het kader van de uitreiking 
De auteurs van de beste 10 gedichten worden uitgenodigd door Uitgeverij Augustus om een manuscript in te dienen voor mogelijke publicatie. De drie beste gedichten worden bovendien gepubliceerd in literair tijdschrift De Gids. Alle dichters bleven gedurende het gehele beoordelingsproces anoniem. De namen werden pas weer aan de gedichten gekoppeld op de avond van de uitreiking. De jury voor het beoordelen van inzendingen van de Derde Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (editie 2011) bestond uit Ramsey Nasr (voorzitter), Turing Foundation bestuurslid Alexander Ribbink, dichteres Ellen Deckwitz, zanger/gitarist Mauro Pawloski en actrice Halina Reijn.  

Ellen Deckwitz

Alexander Ribbink

Mauro Pawloski

Halina Reijn

Ramsey Nasr

Gerrit Komrij

Gerrit Komrij was ambassadeur van de wedstrijd.

Top 100 2011

  • Nr.
    Titel
    Auteur
    Tekst
  • 1
    6446

    wij waren geen jongens (1e prijs)

    wij hadden vaders, wij waren zonen. het volstond niet
    dat wij driemaal daags spek en spinazie vraten.
    de hemdsmouwen moesten omhoog,

    wij moesten tonen hoe hard wij de spieren in onze bovenarmen
    op konden spannen. wij zweetten als zwijnen, groeven bloederige kloven
    in onze handen, wroetten in het stof waarin onze voorvaderen
    al jaren liggen te liggen

    en kregen het vuil amper onder onze vingernagels vandaan.
    wij moesten voelen met wat wij tussen de benen geboren waren, jongens,

    maar hadden niet eens een eigen kamer
    waar wij voorovergebogen, met opgetrokken knieën
    en met de neus in andere werelden zaten.

    wij ondervonden aan den lijve dat doordringende boerenstank
    je harder in het gezicht kan slaan dan wat vuistdikke boeken.  
  • 2
    529

    Bemoeizorg (2e prijs)

    Uw geboortedatum sprak ons aan,
    net als uw burgerservicenummer
    in combinatie met uw blauwe ogen
    en de krullen in uw haar.
    Ontwikkelt uw stoornis zich naar wens,
    uw burgerlijke staat? Of indien u die niet hebt
    verzon u weleens een beperking
    of een virtuele geboorteplaats?
     
    Wie bent u zonder levenslied?

    Leeft u van de wind, op grote voet
    of er zomaar wat op los? Wist u dat u
    niemand bent die nooit het laatste lacht
    of iemand anders kent?
    Waar hebt u voor het laatst ontbeten,
    weet u wat uw ouders doen
    in de kleine uurtjes van de nacht?

    Wij die alles willen weten
    vragen u per ommegaande
    uw persoonlijkheid
    aan ons retour te mailen

    p.s.

    Het extra bijgesloten formulier
    voor Ongewenste Gebeurtenissen
    moet voorkomen dat wij u wissen.
    En om calamiteiten te vermijden
    heeft ons systeem al ingevuld
    uw voorgenomen datum van
    overlijden.

    (zodat wij straks niet hoeven gissen
    of u zichzelf hebt opgegeven
    of wanneer u bent gestorven
    of hoe u in hemelsnaam, zonder ons
    in leven bent gebleven, en wij op onze beurt
    u hebben kunnen missen)
  • 3
    10473

    Carne Vale (3e prijs)

    Terwijl de straten volstroomden met volk
    zei je: ik hoor een zacht geruis, alsof iemand
    een kraantje openzet. Traag reed een wagen
    voorbij, met dansende dames in rode jurken.

    Terwijl blauwe mannen vrolijk zwaaiden
    zei je: ik droomde dat ze mijn hart wilden
    stelen, voel het nog bonken. De luidsprekers
    joegen een samba door de binnenstad.

    Terwijl de hemel zich vulde met snippers papier
    zei je: ik krijg te weinig lucht, alsof iemand
    proppen in mijn borstkas stopt. Een knalgele
    wagen draaide langzaam onze hoek om.

    Terwijl je longen volstroomden met vocht
    zei je: neem me nog een keer vast, ze komen
    me halen. Onder luid gejoel tilden de dragers
    de witte prinses op haar hemelbed.
  • 4
    7501

    Albuquerquee baby

    met een fletse bek van de kou zink je je huis uit
    de stoep veert niet mee en de rest 
    ook al niet  

    er is een plek die je kent
    waar iemand missen de vale gloed wordt
    die soms boven steden hangt  

    steden, waar 's nachts een trein voorbijrijdt
    waar gespeeld wordt, muziek
    die harkend op een hoop veegt
    wat uit jouw hoofd verdween  

    die hoop wordt een berg om in te schoppen
    sneeuw, herfstblaadjes of
    de plastic bekers na koninginnedag, desnoods
    je schopt  

    maar zij verdwijnt niet
    jouw Albuquerquee baby
    en met boliderode lippen
    drukt ze vlinders in je kraag
  • 5
    9107

    Ali Baba & de 40 Rovers

    De vorige nacht alweer bezocht door vreemdelingen. U kent dat wel. Ze zwierven rond in kasten, ruimden zelfs de vuilinszakken. Doken onder in pakken yoghurt, zetten de thermostaat een graadje hoger, alles wat niet mag gebeurt je. Niet vooraleerst ze slaap als poeder rond mijn ogen joegen. Ze zijn zo uitgekookt.

    Ik sliep een nacht maar ook de halve dag door, op kantoor wisten ze niet waar ik was, ook daar waarde een vreemde rond, in mijn kleren. Hij sprak een vreemde taal, boog in de koffiepauzes naar het Oosten. Het was ondoenlijk allemaal.
  • 6
    5933

    Amadou

    Hij maakt schoon
    Buiten kantoortijden
    Hij heet Amadou
    En denkt dat Toyota
    De beste auto is
    Die er is
    Hij komt met de bus
    Begint op de zesde
    En eindigt in de kelder
    De vuilniszakken gaan
    In de blauwe container
    Hij wil wel iets zeggen
    Maar kent de taal niet goed
    Hij heeft een kinderboek gekocht
    Voor in de pauze op de binnenplaats
    Hij leest over een boerderij
    Een boer, een knecht, een paard
    Het paard is ziek
  • 7
    2800

    Banksia

    Zag haar in het licht van een vergeten dag
    Las atmosferische berichten ongecodeerd
    handgestuurde signalen door de ether
    Een milde glimlach de lippen nauwelijks gekruld
    Denk dat dit haar meest serene beeld is
    Of was het zo'n transparante middag
    Vol lange smalle bladeren onder een
    Zeegroene zon boven een ander continent
    Waarin zij bewoog kalm beschaduwd
    En bijna los van de warme droge grond ?

    Ik weet het niet

    Haar licht was als een onvergetelijke dag 
  • 8
    6703

    bent

    Jij bent geel.
    Als ik moet raden.
    Ook nog om een andere reden.
    En ik weet niet welke kleur ik heb.
    Ik heb wel een cijfer.
    Dat van jou is vier, denk ik.
    En ik vind je handen mooi. En je stem.
    En je licht. Het roept lees mij, zoals sommige boeken me aanspreken. Die waarin je iets bijzonders vindt, iets wat je altijd gemist hebt, maar vaag, iets wat wel van jezelf lijkt, maar dan nog beter. Niet van jezelf.
    Je armen en benen zijn mijn type niet. En soms zie je er om de twee minuten echt compleet heel anders uit. Je gezicht verandert, je hebt genoeg verschillende. Dat heb ik ook.
    Je bent de enige man in zicht, die me leuk lijkt.
    Eerlijk gezegd.
    Leuk genoeg om eeuwen mee te spenderen. Het lijkt alsof ik je daar al een stukje van ken. Van vroeger. Misschien hebben we ooit ruzie gehad. En zijn we toen beste vrienden geworden. Zo iemand.
    En je hebt een hekel aan het woord leuk.
    Dat vind ik interessant.
    Maar leuk doe ik niet weg, want ik heb het al veel te lang.
    En het is oranje. Het is een woord dat past bij zichzelf.
  • 9
    9669

    Brief aan Michael

    Als je niet weet wie ik ben, ik was
    het meisje dat altijd hoog in de boom
    zat  -  net onderaan de groene kroon
    waar de takken zo dun werden dat het
    duizelend heen en weer boog  -
    de boom en ik aan elkaar gewaagt
    worden eens terwijl ik klim  -  blote
    voeten op boomhuid  -  nooit weer dat
    ik zo gelukkig was, behalve eens dan,
    toen ik jouw horloge mocht bewaren
    bij het voetballen, niet zij maar ik, en
    jij de keeper was  -  later op de fiets
    door eindeloos regen, je hand op mijn
    middel dan in de koude wind je lippen  -
    hoe je stiekem naar mij keek, dat jaar;                           
  • 10
    6905

    Business as zoosual

    Ik hoef niet eens meer naar de dierentuin
    om allerhande beesten te bezoeken.
    Wanneer ik door de wandelgangen struin
    verschijnen ze vanzelf uit alle hoeken.

    De parelzwijnen, luiaards, trage slakken, 
    de struisvogels met koppen in het zand,
    de haantjes die zich nimmer laten pakken.
    Hyena's sluipen kwijlend door het pand.

    En kijk, de zilverrug in het vizier!
    Hij trommelt grijnzend voor de troepen uit
    en roept de apen op voor groepsvertier,
    vast iets met neuzen, richting, nieuw geluid.

    Ach, was ik in die jungle ook een krijger,
    en niet alleen maar een papieren tijger.
  • 11
    10814

    Chinese vrienden

    Zij verbazen zich over het hebben van een platenspeler,
    vinden oude huizen een ramp en stripboeken alleen voor kinderen,
    dragen dure parfums, dromen van Louis Vuitton, gaan naar zwemles
    en oefenen de uitspraak van Nederlandse woorden.  

    Vragen wat ze aan moeten op een Hollandse begrafenis, gooien
    ook een schepje zand in het graf, gezien in een Amerikaanse film,
    vertellen dat in China cremeren verplicht is, overbevolking denken wij,
    alleen in de dorpen wordt nog begraven, in de bergen, zeggen zij.  

    Zij hebben Engelse namen aangenomen en make up maakt hun gezichten
    meer Europees. In hun geboortedorp staan huizen die door hen betaald zijn,
    zonder verwarming zodat hun neefjes in dikke winterjassen tv-kijken.  

    Wij eten hun jujube-snoepjes en drinken gekookt water met blaadjes,
    bekijken de trouwreportage waarin zij onherkenbaar op fotomodellen lijken.
    Zij serveren ons soep met waterleliestelen en kip gemarineerd in cola.
  • 12
    10746

    Daktuin

    De vrouw op het betonnen dak
    hangt was aan de verroeste lijnen
    kleren klapperen in de wind 

    ze gaat zitten in de zon, bewaakt haar was
    overziet de steenwoestijn, er groeit hier niets
    dan wat borstelig zwart mos

    ze kan kijken tot aan de brug, de kerk
    tot aan het einde van de stad, aan de rand
    van het dak staat een kinderwagen

    in de deuropening verschijnt een oude vrouw 
    met een glas water in de hand.
  • 13
    1373

    Dat is nu net de clou

    Als ik een zak ben,
    kan ik mezelf dan lek prikken?
    Het potje met spelden,
    hier op het krukje naast m'n bed.

    Als ik een eikel ben,
    kan ik dan een poppetje van mezelf maken?
    De lucifers, naast de spelden,
    liggen hier op het krukje naast m'n bed.

    Als ik een lul ben,
    kan ik mezelf dan aftrekken?
    De papieren zakdoekjes liggen al klaar.
    Naast de lucifers en naast de spelden,
    hier op het krukje naast m'n bed.

    Als ik moet oprotten,
    waarop dan?
    Op het krukje, hierzo,
    naast m'n bed?

    Dat ligt al vol.
  • 14
    9252

    De emmer

    Alles wat verdronk (bijvoorbeeld: week 
    katje broos blazend, ogen dicht, tongetje
    roze schuurpapier enz.) komt weer boven.

    Zoals de schorpioen de kikker stak:
    er zijn geen wegen uit deze emmer.

    Alle gangen lopen dood en de weg terug
    (een brug) was - altijd al - smeulende fictie.
  • 15
    8241

    De ijssalon

    Onder de platanen
    stracciatella en croccangelo
    grote spiegelramen verdubbelen de boulevard,
    de stad, zelfs het heelal  

    Paarse tongen likken de muren
    graag herinner ik u
    aan de efemere breekbaarheid
    van de bougainville  

    Misschien als we wat treuzelen
    met het kantelen van de glazen
    gaan ook de eens zo gewisse standpunten  

    Achter de donkere heuvels is een baai
    van waaruit wegens onbetrouwbare weermannen
    de storm opsteekt
    de kleine kinderdraaimolen
    met de witte paarden
    zal eindelijk voor zichzelf beginnen.
  • 16
    10928

    Deadline voor happiness

    in het park een jongetje bij vijver
    radiobestuurbaar bootje. Een
    meisje wijst. Valt. Knie kapot - 
    rood – waarom die kleur 

    een appelboom aangevallen door het
    seizoen – hoewel nog warm voor november,
    dat moet gezegd - 

    slaapwandelend scheen ik gisteren de tarantella
    gespeeld te hebben op de blaasbalg van de buren 

    een aardappel achtergebleven in de kelder 
    kijkt me misprijzend aan 

    een week later glimlacht hij van ouderdom,
    gerimpeld en met wrat 

    toch komt het er maar niet van
  • 17
    2679

    Desideratum

        wie
    ruikt nog de rijkdom
        aan regenboogeinders
    proeft melk en honing
        nog voor het de tong raakt
    spreekt nog van broeders
        als ouders verschillen
    droomt nieuwe kleuren
        ver buiten de aarde  

        wie
    voelt dat een valkuil
        altijd op de loer ligt
    weet van deceptie
        als bitter en kwaad
    wacht tot betekenis
        opklaart uit nevel
    noemt mussen profeten
        sterven een daad
  • 18
    804

    die dienaar

    die dienaar

    ek het die taal gespreek van die oorwinnaars
    die base die predikers en die onderwysers

    ek het geprijkt op groot borde in die stad
    en my verskuil in die klein letters van die wet

    ek het berug geword en is aangekla weens één woord
    dat die samelewing in twee ongeijke dele splijt

    niemand wou my nog ken verstaan ​​of praat
    ek is gesien as die brenger van die kwaad

    ek is verban na achterkamertje en taalkundig woordeboek
    die dienaar werd gestraf vir die dade van sy meester

    ek verdroogde tot 'n besienswaardigheid
    en 'n aandoenlijk dialek vir stukkende siele
  • 19
    3645

    Dierenverhalen

    Ik zag in jou nog nooit een vis.
    Het spijt me, kennelijk ken ik
    mijn dieren nog niet goed genoeg,
    wanneer ze zich in jou verstoppen.

    Een vijver wel, zoals in iedereen,
    met kringen, water dat op water drijft
    en omtrek waar ik soms omheen ben, dier
    met dorst en aarzelingen.
  • 20
    9387

    Dochter

    Het zwembad, 's avonds.

    Rimpelloos, als ze langs schrijdt -

    niemand die haar duwt.
  • 21
    10354

    Donker

    Het is zo donker Dat je alleen maar licht ziet Zo licht Dat je alleen maar zwart voelt Zo donker Dat je alleen maar wit ziet Zo licht Dat je alleen maar lucht voelt
  • 22
    9234

    doorgang

    'k las een gedicht van begin tot eind
    daarna zinnen van achteren naar voren
    stukken overdwars, 'k zag overal ik
    verloor mezelf  

    in India dwaalde ik door de woestijn
    ik kwam mijzelf tegen en later
    een chauffeur van een busje

    in het museum bezocht ik een expositie
    'k liep tegen de nummering in tot
    aan het begin het gebouw weer uit  

    maden hebben twee bruine stipjes
    het lijkt de kop, het is het achtereind  
  • 23
    9253

    Dorst

    Het is niet zeker waar die dorst vandaan komt
    het durven slikken. Soms zouden we liever slapen

    maar ogen dicht doen is naar binnen kijken: een ander
    wakker worden, als het licht al binnenvalt en het toch nog

    midden in de nacht is. Elke snee is een tree op een ladder
    zeg ik en nee ik ben niet zeker of we zeker moeten willen zijn

    waar die dorst vandaan komt, of mensen beeldhouwwerken
    zijn, hoe hard we moeten hakken om ze af te krijgen

    of we niet eerder vloeien, lek langs alle kanten, drinkbaar zijn.
  • 24
    4306

    droom 8

    Nicolette Marié
    Het huis kent vele trappen
    en ik loop ze allemaal op en af,
    sommige zelfs twee keer achter elkaar.
    Bovenaan een hele lange trap blijf ik staan.
    Er is geen overloop.
    Er is geen licht.
    Er is niets wat op een vervolg duidt.
    Ik roep: "Vooruit met de geit!"
    Achter me hoor ik een zacht mekkeren.
    De trap begint te zwenken en blijkt
    bij nader inzien een hangbrug.
    Er klautert een vriendelijk kwispelende geit
    langs me heen, die zich voortvarend
    in het duister stort.
    Mokkend volg ik haar.
    We landen tussen de sappige grashalmen.
    Ook schijnt de zon.
  • 25
    2521

    een mysterie opgelost

    God maakte op een
    vrije zaterdagmiddag Adam
    en plaatste hem in een tuin,
    de Hof van Eden,
    maar Adam was alleen
    en ontevreden

    Daarop maakte God op een
    maandagmiddag uit een
    sparerib van Adam Eva,
    en Adam zei tegen de vrouw:
    "kom, loop, lig en ga"

    Dit spel was leuk, totdat
    de vrouw boodschappen
    ging doen en thuiskwam
    met golden delicious

    "Eet "; zei de vrouw, "maar
     vergeet niet het stickertje
    met God eraf te halen "

    Toen ontstak God in
    groten toorn, want
    nooit eerder had iemand
    het gewaagd uit Zijn boom
    appels te plukken

    En op een late woensdagnamiddag
    werden Adam en Eva niet
    gestenigd, maar weggezonden, want
    God was in een goede bui
    en nogal lui

    Zijn moeder had die dag
    gehaktballen gebakken en
    dat vond God heel erg lekker,
    daarop bepaalde God dat vanaf
    die dag woensdag gehaktdag
    zou zijn.
  • 26
    4661

    Een Zondag In Lagorce

    Ronald van Noorden
    De kerk is uit, de boeren worden jagers, en schieten
    offervaardig een rustdag aan flarden.  

    Verdreven vogels vluchten in de toren, maar de koster
    houdt geen schuilkerk voor vluchtelingen.  

    Voor zijn late dienst hangt hij zelf in de touwen.
    En zie: het regent lood.  

    De mannen hebben schik om wat hen voor
    de loop komt van godswege.
  • 27
    10933

    En ze leefden

    daar, aan de andere kant van – wat is het -
    krijg ik kussen van je, zijn vingertoppen letters
    geworden, lach je me toe in symbolen

    ik ben bang voor de post-it op de koelkast:
    'mijn vrouw kussen'. Had gedacht dat je armen
    altijd en vanzelf

    op mijn helft is het koud, een burcht van
    nachtschaduw. Je snurkt, hoor ik.
    tussen je mond en mijn borsten
    liggen pizzadozen

    als ik de volgende dag rondtrek in een helikopter
    zie ik je zitten. Hoe je me typt. Hoe je met rode
    konen. En hoe je halfgesmolten naar me zwaait
  • 28
    2323

    Evenwicht

    Kareltje van Berkel kon lopen
    zonder handen aan de leuning
    over de rand van het viaduct

    gisteren sprak ik nog even met
    zijn moeder
  • 29
    6992

    GEDICHT

    Wij sterven allen
    net als de dieren
    Er is niets aan te doen

    Dit besef leidt tot
    urenlang voor mij uit
    staren totdat ik

    het potlood pak
    en schrijf
    dat wij allen sterven
    net als de dieren

    en dat er niets aan is te doen
  • 30
    2428

    Gesprek in het zwembad

    Dus Speuld, zei de man met de snor
    in het zwembad, Speuld hoort bij Ermelo.
    Ja, zei zijn vriend, die net als hij
    in het bubbelbad lag, Speuld hoort bij Ermelo,

    maar Uddel hoort bij Apeldoorn.
    Dus Speuld hoort bij Ermelo en Uddel
    bij Apeldoorn, zei de man met de snor
    in het bubbelbad. Ja, zei de ander,

    maar Ermelo was vroeger van Nunspeet.
    Toen hield het bubbelbad op
    en zwom ik naar de stroomversnelling,
    maar onthield wat ik zojuist had gehoord.
  • 31
    3246

    Groot

    De kroketten zijn speciaal voor mij.
    En het brood en de boter.
    Ook de koe is dus
    gemaakt voor mij.
    En het gras en het graan.
    De boer heeft goed zijn best gedaan.
    Voor mij.

    Mijn moeder werd voor mij geboren.
    Mijn vader nam een baan voor mij
    en de poes past
    precies in mijn schoot.
    Dat kan geen toeval zijn.

    Maar vanochtend was mijn broek
    plotseling te klein
    en nu tocht het rond mijn sokken
    alsof de wereld zeggen wil:
    ik wacht niet meer op jou.

    Ik heb een stoel gepakt.
    Ben voor het raam gaan staan.
    De tuin ligt er verlaten bij.
    Het hekje staat open.
    Mijn bal ligt nog steeds op het dak.
  • 32
    801

    groot druppels

    groot druppels

    groot druppels spat
    en tik teen my ruite
    hulle kom van binne
    en nie van buite

    'n koue wind suist
    ruisend in my ore
    hy waai uit my hart
    reg my skedel in

    die schrale weer is
    'n miezerig venster
    waarin ek my spieël

    my kind doolt
    verlore in mis
    weg van die geluk
  • 33
    2711

    Haikuplankje

    Aap noot Mies Wim Zus
    Jet Teun vuur Gijs lam kees bok
    Wei does hok duif schaap   
  • 34
    6676

    Herhaling

    Al het bestaan
    is enkel herhaling
    verhalend en wel

    zoals de vrouw
    die elke meivakantie weer
    haar manuscript herschreef

    of de man
    die in elke nieuwe relatie
    nog nooit zo gelukkig was geweest

    of ik
    die mijzelf afvraag
    of de wind
    niet moe wordt van zichzelf
  • 35
    5097

    Het is mooi

    Het is mooi hoe ze zegt: mooi hè!
    Over bijvoorbeeld de Botlek. Nooit over mij.
    Ze houdt van industrie als van haar eigen borsten.
    Vind je ze lief ? vraagt ze.
     
    En ik zeg: ja. Bij gebrek aan liever.
    Bij gebrek aan haar affectie sluit ik soms
    het portier van de auto alsof het haar benen zijn.
    Heel zachtjes. Als ik er net ben uit gekomen.
     
    Ik laat één hand rusten op de ruit. Die voelt koud aan.
    Het voelt als net onder haar billen weet ik.
     
    Op de Maasvlakte geeft ze me de enige kus van die dag.
    En ik maar blij zijn. Dat ik heel even mag.
  • 36
    5971

    Het laatste gedicht

    Stel, dit wordt het gedicht
    dat alle andere gedichten overbodig maakt.

    Ik word de enige winnaar van de (laatste!)
    Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

    Er breekt een algehele poet's block uit,
    die Ramsey Nasr en alle andere dichters
    in Nederland en Vlaanderen het zwijgen oplegt.

    Sommige uitgevers lachen in hun vuistje,
    eindelijk verlost van een vaste verliespost.

    Maar daar staat een heel leger aan poëten,
    redacteuren, professoren en juryleden tegenover,
    die hun werk, inkomen en status kwijtraken.

    En dat in een tijd waarin de culturele sector
    het toch al zo moeilijk heeft!

    Daarom hoop ik van harte dat dit gedicht
    niet als het best denkbare uit de bus zal komen.

    Velen blijft dan onnodig leed
    en mij de eeuwige roem bespaard.
  • 37
    5940

    Het water uit de plassen

    Ik was al een tijdje
    Mijn stem kwijt
    Toen er werd aangebeld
    Door een meisje
    Van een telecombedrijf
    Met een aanbieding
    Als ik nu een abonnement nam
    Kreeg ik er een toestel
    Gratis bij
    Ik schudde mijn hoofd
    Teleurgesteld draaide ze zich om
    En liep terug de regen in
    Zich niet bekommerend om
    Het water uit de plassen
    Dat opspatte tegen
    Haar blote kuiten
    Bij elke stap
    Die ze deed
  • 38
    10881

    HIER EN NU

    Boven, op de bank met de oude kat,
    buiten woedt het voorjaar.

    Beneden zoogt de jonge kat
    drie nieuwe naamloze mormels.

    In Amstelveen sterft mijn moeder
    terwijl haar tuin ontwaakt.
    Dit is wat ik weet, ik weet niet hoe het smaakt.
  • 39
    8761

    HIJ EN DE ANDER

    Een ander had het
    altijd gedaan.
    Daar was steeds wat

    mis mee,
    dat kon niets worden.

    Sprak hij achter het raam
    boven zijn orchideeën,
    terwijl hij ijverig terug zwaaide

    naar de hand in de lucht en de lange
    manen die vrolijk wegfietsten.
    Maar vast niet naar de kapper,

    lispelde hij ons al
    over zijn schouder toe.

    Later herinner ik mij hem
    van allen
    die het volgens hem niet hadden

    als enige kaal.
  • 40
    10572

    Iets ouds en blauws

    Lisdodden sisten en stolden tot scharen
    het nachtriet knipte haar rokken rond
    het regende bogen en vloeibare haren
    slibten gulzig om haar slikkende mond  

    Het dorre slonk in aarde
    waar blijven niet kan
    en al het bewaarde
    verdween - ook een man 

    Bij de haard brak het broze
    en wit als de as was
    keek ze enkel door zwart glas
    maar niet meer gekozen
  • 41
    4677

    IJle lucht

    De Chinese kriekenkerselaar
    vertraagt de groei
    de muiltjesfanfare kondigt
    in de winkelwinkelstraat
    een volgende staking aan
    want er heerst crisis, anarchie
    hangt aan een wasrekje te drogen

    de vrouw van de lampionnenfabriek
    wiegt met haar suikerklont
    ze vraagt of iemand de hakken
    van haar schoenen heeft gezien
    wrijft met haar miauw over de glazen bol
    voorspelt een perzikroze winter
    verwacht een aalmoes voor vannacht
  • 42
    10894

    Ik ga op reis en ik neem mee . . .

    Ik ga op reis en ik neem mee

    mijn nieuwste kaart voor over zee

    Een paar hemden en vijf broeken

    waar niemand ‘n weg uit hoeft te zoeken,

    een tube zonnebrand, een boek voor in de nachtcoupé,

    voor tere zielen: driemaal daags verband!


    Ook vier dadels dansen mee

    in driekwartsmaat om hart te luchten

    Zie, dromers zonder zadels die

    al hun nachtmerries ontvluchten


    Onder&tussen: rails en bielzen, ijzer en hout

    zij kruisen en kussen, vertragen, bevragen

    de grote zon tot hij weer op komt dagen.

     

    Nog steeds op reis dus ik til mee

    dit vege lijf, mijn oud’ valies

    in huid en haar gevlochten; en jij?

    Kies jij nu ook voor mij zoals ik jouw

    mooie botten schragen en beminnen zal

    in voor- en tegendagen en voorbij wind en kou?

     

    Nu sta ik hier en werp van mij vandaan

    een laatste tube tandpasta

    mijn bril die steeds vooraan

    wil zien hoe deze nacht zal neigen.


    Nog net niet thuisgekomen

    wel al heel dichtbij: de keukendeur,

    een pop met krullen en dan jij,

    achterop mijn nieuwe fiets

    Lachte jij het eerst naar mij

    en ik, ik deed nog niets?

    Of dacht ik: groei ik, wacht en bloei ik . . .

     

    Wij gaan op reis en nemen mee van hier

    ieder elk twee muntjes

    voor over de rivier.
  • 43
    9699

    Ik haat je

    Ik haat je zoveel
    dat elke stap van jou me interesseert,
    elke kus de mijne zou moeten zijn,
    elke vloek een zonde die slechts aan mij veroorloofd is.  

    Omdat dit niet zo is,

    haat ik je meer
    dan ik ooit iemand beminnen zal.  

    Mijn nagels strelen in gedachten
    jouw tedere lichaam
    zodat
    bloedstrengen zich duidelijk
    aftekenen.  

    Elke dag opnieuw jouw afwezigheid
    maakt me gek, 
    elke dag opnieuw
    besef ik hoe meer ik je haat
    omdat ik je mis
    elke dag opnieuw.
  • 44
    3024

    ik leidde mijn liefste rond door het geboortedorp in mij

    hier woonde het meisje wiens vader doodging toen ze twaalf was
    en die me belde dat ze niet mee naar school zou fietsen, huilend
    natuurlijk, waar ik, ook twaalf en doodsonnozel nog, slechts één
    letter tegenover had, een droog en doodslaand “O…” hier zat ik
    op school en in de vijfde klas was er een meester die de lastige
    kinderen sloeg, ze soms zelfs bij hun kraag greep en tegen schoolbanken
    smeet, waarna natuurlijk met niet al te lange tijd een man in regenjas
    de school in kwam, ja echt een soort columbo, met wie ik mee moest
    naar een kamer, waarin hij overtuigend rustig vroeg wat ik gezien had,
    en ik moest toegeven van ja, de meester, die een flauw soort humor had
    waar ik van hield en die af en toe gitaar speelde terwijl we rekentoetsen
    maakten, had geslagen, maar die kinderen waren ook wel echt vervelend,
    dat vond de hele klas, waarna columbo knikte en ik weer kon gaan,
    en die meester snel zijn baan verloor. hier woonde een meisje dat niemand
    echt kende, ik ook niet, van wie het enige dat ik wist was dat haar moeder
    zelfmoord had gepleegd, dat was tenminste wat er over haar de ronde deed,
    ik heb haar enkel af en toe voorbij zien lopen, altijd die gebeurtenis op haar
    gezicht, zo leek het. hier woonde mijn vriendje a., twee huizen verderop,
    die ooit een tijd bij ons kwam wonen omdat zijn moeder in een kliniek
    werd opgenomen nadat ze zichzelf in brand gestoken had, wat mij
    verteld werd door mijn vader, bij wijze van verklaring voor het onverwachte
    tijdelijk gezinslid, maar waar ik het nooit met a. over gehad heb, drie
    als wij waren, spelend in de achtertuin, het kan oorlogje geweest
    zijn, verstoppertje, klapperpistolen vanachter de heg, en soms
    misschien niets anders dan een dreigend wolkendek.
  • 45
    1663

    ik zag een aapje op de weg

    ik zag een aapje op de weg                             en fietste terug   ik hurkte mijn hals strekte zich uit                      over mijn gespinsel   wat moet ik met dit aapje?   ik ben een pop die niet branden mag   hout op hout hout op hout en een mannenstem ik spin   ik ben een leeg omhulsel, een soepblik van Andy Warhol   ik raak het aapje aan het is dood   mijn aapje is dood en ligt langs de weg
  • 46
    7474

    in dit land wil ik niet wonen






    boven de rivieren is het kouder dan ooit
    bakstenen huizen, betonnen gebouwen
    nijdige vrouwen met blond geverfde haren
    in plukjes overeind gezet

    maar ze lijken zo juist ouder
    waar het bloed kruipt stroomt het niet 

    kleurloze mannen, weinig te melden
    veel te verstouwen, gestoken in confectiepakken
    als ze al pakken dragen kunnen
    ’s zomers sandalen 

    en soms een korte broek
  • 47
    6089

    IN LATER LICHT

    Laten we zeggen dat hierna een mooie regel komt
    zoals de aanblik van een plein met palmen en fontein
    in later licht en dat je zomaar een hoek om slaat 
    en dat er weer een mooie regel staat

    met bijvoorbeeld bozige zigeunervrouwen
    waardoor dat plein allure krijgt
    laten we dat zeggen en erin geloven

    het kan, de ingrediënten liegen er niet om
    zoals de aanblik van een plein
    met palmen en fontein
    en bozige zigeunervrouwen
    bij tegenlicht

    zie je wel?

     
  • 48
    3453

    Incarnatie

    Vanochtend schrok ik wakker
    in mijn eigen lijf met de huid
    van mijn moeder, helder dooraderd

    soms buigt ze zich in mij
    als ik een schaal op tafel zet

    ooit zal mijn handgebaar of oogopslag
    zich in een bliksemflits vertalen
    in het lichaam van mijn kind
  • 49
    10260

    jouw gedicht

    eke mannink
    Zo bezongen
    klonk het bos weer heel anders.
    ging er tegenlicht uit
    van de kruinen
    steeg een lentegeur
    van zoet hout
    naar onze hoofden
    verleidden zelfs
    de meest stekelige takken
    tot een streling.

    Ja, zo bezongen
    klonk het bos weer heel anders.
  • 50
    178

    KAIROS

    Middag in augustus, de zon op zijn hoogst.
    Een terras in de schaduw, donker en diep.
    Het land warm en verlaten; het dorpje sliep
    in een geur van rogge die net was geoogst.

    Wat stoelen, wat tafels, een zoemend insect,
    drie parasols, een haag van ruisende bomen,
    de middag werd vloeibaar, het uur was gekomen
    het terras ontwaakte, door ons tot leven gewekt.

    Het werd een boot, naar ongebroken kinderjaren.
    Het bewoog en maakte zich los met een zucht,
    zodat we eindelijk terug konden varen.

    Zonder moeite werd toen de tijd overbrugd,
    want het duurde maar even voordat we er waren,
    in klaterend zonlicht, spiegelende lucht.
  • 51
    9077

    kerstgezicht

    wanhopig koud en slaafs verlangen in de broek
    de nacht is aan een lange shift begonnen
    ik zet thee, rook met olympische precisie
    mijn derde pakje leeg, de discipline van vergetelheid

    of het nu maandag is, of zaterdag, of kerst
    ook vandaag is een dag als een ander:
    ik drink thee, lees wat in een tijdschrift
    god is op reis, sneeuw ligt als troost op de dakgoot

    buiten gooien koningen met sterren, elk om ter verst
  • 52
    6033

    Kinderliefde

    Wat wil je later worden, jongen
    Hond, opa

    maar je weet
    dat ik niet van honden houd

    U bent dan oud, opa, en blind
    ik leid u dan

    Waarheen, mijn jongen?
    De sloot, opa

    en wanneer u bent verdronken
    en wordt begraven

    zal ik daarbij janken
  • 53
    5407

    kindervriend

    elke nacht word ik klaarwakker van zacht kindergehuil
    dan eet ik beschuitjes pekelvlees en luister naar Mozart

    elke ochtend trek ik een zwart uniform met ijzeren kruis aan,
    stop in brievenbussen pamfletten met opvoedingswenken

    wekelijks predik ik onvermoeibaar voor volk en vaderland
    over de noodzaak kinderen te behoeden voor het kwaad

    zondags draag ik trots mijn koninklijke onderscheiding
    voor mijn jarenlange inzet voor de speeltuinvereniging

    mijn beste vriend is een ex-pater uit een ver internaat
    met een zelfde liefde voor de schoonheid van de wereld

    ’s avonds dalen we af naar mijn souterrain en troosten
    we langdurig de ons door God gezonden kinderen
  • 54
    8568

    Klein

    Klein,
    voel ik me

    Klein propje papier

    Dat graag
    gladgestreken
                      wil       
  • 55
    1034

    Kust

    ik laat mijn vingers door het
    hoge groene gras glijden en
    denk aan de dag dat we
    onze zwemkleding pakten

    blote voeten op asfalt
    kleine kans dacht ik
    kleine kans dat het lukt
    vier kilometer naar het strand

    het was eb je pulkte schelpen
    uit de bodem terwijl ik keek
    naar hoe je billen bijna het
    natte zand raakten

    ik knijp zachtjes in de besjes aan
    de struiken en denk aan hoe we
    op onze rug lagen en dat ik door
    je T-shirt je borsten zag, plat

    zand in mijn nek in mijn shirt tussen
    mijn tenen en ik dacht dit is het moment
    en ik draaide me naar je om

    ik steek twee vingers in het door
    golven gelikt zand omdat het lekker
    voelt en ik denk aan hoe je giechelde
    en mijn hand op je bovenbeen

    aan je blonde haren op het strand je
    gesloten ogen je lippen en hoe je
    wegliep toen het vloed werd
  • 56
    4651

    Lada

    Ronald van Noorden
    We noemden haar Lada,
    niet van huis uit haar naam,
    een sloom hippievriendinnetje,
    uit zichzelf onbewogen.                                                    

    We sleutelden hardhandig
    aan haar wezen, staken om haar
    de koppen bij elkaar, haar
    belagend met geërfd gereedschap.                                

    Toen was zij klaar, een vervaarlijk
    clubhuis op wielen. We lapten
    de man een paar tientjes
    en staken de hemel in brand.  

    Maakt het uit waar je heengaat?
    Je neemt een afrit als elke afrit
    in de richting van zomaar een
    stad, een strand, je vergeet dat  

    plaatsen namen hebben. Voeten die
    ons jeukten werden wapens op
    het gaspedaal, toevallige lifsters
    kregen de rit van hun leven.  

    Nachtelijke ritten waarbij het licht
    voor een moment gedoofd werd
    en wij -met donkerte in zicht-
    genoeglijk met ons leven speelden.  

    Nee Lada, we namen je niet mee
    uit wandelen. Je zou ons liefje
    worden voor een snel seizoen
    dat ergens in een sloot belandde.
  • 57
    9621

    Lunchpauze

    Een kind met stok sluipt in het struikgewas,
    de raaf kraait  -  schreeuwend zaagt hij de
    middag als een spiegelei doormidden, vloeigeel
    met aan de randen nog een ander licht, van 
    daarvoor  -  wasgoed taal, wind, en bladzilver;
    dan krimpt hij, wordt vogel als alle anderen,
    vliegt af,  - de reiger kijkt niet om, weet, hij
    komt zoals de dief of moordenaar, terug naar
    de plaats van de daad  -  niet eens de nacht 
    kan hem ontzien  -  schuldbekennend, kraaiend
    wordt hij vroeg klagend, als eerste wakker  -

    en morgen, is er weer een of ander kind, dat
    oorlogskreten roepend, de narcissen omver trapt.                       
  • 58
    4765

    MAN IN DE STRAAT

    Dat de dood geen sociaal leven heeft
    is een fabeltje, een unfaire pers.
    Natuurlijk, soms ontsteekt hij 't vuurwerk
    van oorlog, pandemie en catastrofe.

    Maar hij zorgt bij elke maaltijd voor gedood
    leven in de vorm van drank en voedsel.
    Hij, van zaad tot zerk onwankelbaar
    gehecht aan elk wezen, hoort erbij.

    Een keer, in 't kader van een hartinfarct
    heeft hij mij uit de verte schuw gegroet
    'n keurige, timide man met aktetas.

    Wie weet wilde hij jou 'n keer ontmoeten
    maar drentelde hij aarzelend en te
    verlegen keer op keer jouw deur voorbij.
  • 59
    10682

    Mijn ouders zijn goed in ontvreemden.

    Mijn ouders zijn goed in ontvreemden   Op de kleuterschool steel ik een houten paardje, niet omdat ik het een mooi paard vind maar omdat niemand het ziet als ik hem in mijn zak stop. De meeste dingen gebeuren tijdens iemands afwezigheid.   Mijn vader brengt nooit zijn elpees terug naar de bibliotheek en zegt dat als je maar lang genoeg wacht, ze die toch niet meer zullen missen. Het paard heb ik niet gehouden.   In de tram rijden we zwart, bij elke halte kijk ik geconcentreerd of ik de blauwe mannen zie en repeteer ik de regels van ons spel.    Mijn moeder is verliefd op mijn logopedist, ze komt het huis niet uit behalve voor mijn spraaklessen. Op mijn verjaardag drinkt ze andere moeders eruit. Daarna is het een kwestie van tijd wanneer ze aan haar danssolo begint.   De blauwe mannen kijken naar mijn vaders zwarte krullen.
    Ik hoor het adres van een oude kennis, dat de man in een boekje schrijft.
    Hetzelfde adres waar ook de rekeningen van de bibliotheek heengaan.   Ik glimlach naar de conducteur en zwaai met mijn benen die ruim boven de vloer hangen, altijd beleefd blijven.   Later lukt het mijn moeder ook niet meer om voor mijn spraaklessen het huis te verlaten. Nu stuurt ze mijn logopedist kaarten met blauwe luchten en stranden erop.   Mijn vader leert mij fietsen en laat mij voor het eerst los op een berg. Mijn voeten zoeken de trappers en ik ben bang, maar hij weet dat ik het kan vandaag.    
  • 60
    4932

    MOOIE VROUW

    de mooie vrouw groet
    dus herkent zij mij
    mijn beeld moet ergens
    in bepaalde vorm
    op haar harde schijf bestaan  

    als we elkaar na een tijd weer zien
    zal ze mij in haar vinden
    ze draagt mij overal
    en altijd met zich mee  

    en misschien, heel misschien
    komt deze enkele spore
    na lange tijd van overleving
    eens in dit mooie, zachte lijf tot leven  

    gestaag delend
    groeiend diep onder haar huid
    steeds voelbaarder kruipend door haar vaten
    tot een goedaardige, overal aanwezige
    structuur - genaamd ik
    badend in haar liefdevolle aandacht  
  • 61
    9616

    mysticus

    Mijn vriend V
    die aflaten in dozen verkoopt die,
    mits afgerekend,
    de hemel garanderen
    vertelde,
    op dezelfde dag
    dat ik s’morgens
    wakker werd in het besef
    van een goddelijke aanwezigheid,
    hoe mooi hij mijn gedichten vond.

    die toevalligheden
    daar geloof ik niet in.
  • 62
    9326

    Niet bij haar

    Het mooiste is zien dat ze te lang kijkt
    het allermooist de tweede keer en het
    bijna zeker weten.  

    Kijk uit het raam of praat met vrienden.  

    Werp de lucifer brandend, vlam
    en doof vrijwel
    tegelijkertijd.  

    Knoop om de pup een vuilniszak
    voordat ze met je danst of
    zindelijk kan zijn.  

    Laat het koude flesje bier
    halverwege staan, dronken
    wordt je niet
    bij haar.
  • 63
    6082

    Omertà

    Alleen de aangelanden hebben weet.
    Van gebroken glazen en neuzen,
    de lege planken en het harde brood,
    het tandenknarsen in de lakens.

    De jonge vogels op hun nest van roest
    kijken weg. Vrouwen poederen de blauwe
    plekken, trekken de muts diep
    over de hoorns van de mannen.

    Met de vinger op de lippen roept men
    de kinderen van de straat. Uit de berm
    rapen wij het zwijgen op. We zitten
    aan de tafel en staren in de borden.  
  • 64
    9261

    ondertussen op de Overtoom

    een zwerver met een Unoxmuts staat bij de halte
    van lijn 1, het miezert op zijn shaggie;
    zag hij de zee vandaag?  

    een stel komt aangesneld, de pas gereed
    twee vrouwen lachen anders  
    nu de dagen lengen

    het meisje van frituur Galaxy
    ruikt naar mayo en als ze met je praat
    kijkt ze naar je mond  

    terwijl jij aan Damascus denkt
    en aan die lente,
    het woeden in de grond.
  • 65
    6044

    onderweg

    onderweg werd ik tegengehouden
    door de werkelijkheid,
    ik moest aan de kant gaan staan.  

    of ik wel wist ik wie ik was
    ik, en kon ik dat bewijzen.
    en waar kwam ik vandaan.  

    en als dit het was,
    het leven dat ik leidde, dit,
    wat ging ik dan van hier naar daar.   

    wie had ik het laatst gezien
    en wat had ik gezegd toen.
    en wat betekent dat.  

    had ik een vrouw gekust vanmorgen, innig,
    en/of kinderen, zij mij.  

    en of ik ogen had, blauw en donker,
    diep, oneindig als de zee.  

    en ook
    hoe vreemd of mijn gedachten gingen,
    en hoe vaak, waarom.
  • 66
    2642

    Onrustig staartmeesje

    Pluizenbolletje, met je lange staart
    en je brede zwarte wenkbrauwen,
    waarom warrel jij niet met je vriendjes
    vrolijk tussen knop en twijgjes door,
    buitel jij zo eenzaam voor mijn raam
    tik je aldoor lieflijk tegen 't vensterglas?

    Ben jij een fier gevleugelde Narcissus
    die ziekelijk zijn eigen spiegelingen kust,
    je snavel tuitend onder flonkerende oogjes,
    pronkend met het waas van roze op je buik,
    dolverliefd op je potsierlijke gefladder,
    jezelf verliezend in je eigen verderpracht?

    Of ben jij door Eroos valselijk misleid
    en meende jij een darteltje liefje steeds te zien,
    wilde jij haar zoet verleiden met je capriolen,
    heerlijk met haar paren in het boomgewas,
    samen een behaaglijk nestje maken
    van pluimpjes, spinrag, dons en mos?
  • 67
    7544

    ontmoeting

      ontmoeting
    I
    alsof het iets waard is iets te zoeken of te scheppen
    te ontschepen uit een engte in een vreemde ruimte
    in een vijandig gebied van platgetreden bemijnde wegen
    II
    alsof het niet waar is dat elk begin zijn voorganger
    dat elk einde een nazaat nalaat voor een opnieuw
    in een leegte die vol barstensvol van oud is

    III
    alsof ik erom vroeg tussen nieuw en oud
    ingeworpen te worden en in het voorbijgaan
    dan toch de voorbijen opnieuw te ontmoeten
  • 68
    637

    Onze evolutie

    Om te overleven kan het evolutionair
    voordelig zijn om klein en talrijk te zijn,
    denk maar aan bacteriën.
    Daarom zal onze soort zich
    de komende miljoenen jaren
    desnoods drastisch verkleinen
    tot hoogintelligente microben die
    intensief  en vreedzaam samen
    zullen werken, zoals bij de mieren,
    maar dan wel veel slimmer
    en met een partij voor de dieren.
  • 69
    10238

    Ophaalbrug

    Je komt er niet meer in ik heb mijn ophaalbrug
    Je bent met je vrachtwagen van zwetsen mijn beschermd dorpsgezicht binnen gedenderd
    Wat moest dat? Moest je weer spulletjes afleveren? Flessen water voor in de kraan? Lul
    Maar ik ben in oude luister hersteld Ik heb mijn kinderhoofdjes en ik heb mijn ophaalbrug Je komt er niet meer in
  • 70
    10924

    Overgave

    Ik weet, op dit moment, deze dag, heb ik mijn hele leven gewacht.
    Maar ik wist het niet. Tot nu.

    (Kan ik deze opdracht aan?)

    Er is rust, zoals al dagen. Schaduw van het gordijn, daarachter een bescheiden bries.
    Weinig woorden, koffie, een boterham, het wachten.
    Hoe trots en lijdzaam het lichaam en de geest. Hoe eenzaam en onontkoombaar de dood.

    De vrouw uit wie ik geboren ben gaat mij verlaten
    of ik haar
    De moeder door wie ik geworden ben
    of zij door mij
    Twee zielen blijkt één

    Eindelijk
    dankzij de dood
    overgave

    De verlossing van het
    sterven brengt alles nabij
  • 71
    7073

    Plaats Delict

    Ooit was ik een eenvoudige straathoek
    Eén van de vier
    Eén van de duizenden
    Ontmoetingsplaats van ijle lucht en vluchtige groeten
    Met voeten getreden door gehaaste voorbijgangers
    Een stoeprand en wat tegels met los zand aan elkaar liggend
    Dekmantel voor water, gas en licht
    Scheidsvlak tussen boven- en onderwereld

    Maar nu ben ik PD
    De bron van kruit en DNA
    Met strenge krijtstrepen die verhalen van moord en doodslag
    Een strakgespannen lint bakent mijn grens af
    Mijn afgunstige broers torsen mijn bewonderaars

    Wie mij vroeger schielijk betrad, stopt nu op eerbiedige afstand
    Wereldwijd verschijnt mijn beeld op tv
    Ieder anker is op mij gezakt
    Lenzen speuren naar mijn geheimen
    Microfoons smeken om mijn waarheid

    Maar ik zwijg
    Laat niets los
    In het belang van het onderzoek
  • 72
    2617

    PSALM

    De boer is mijn herder,
    het ontbreekt mij aan niets.
    Mijn hele leven mag ik toeven
    in de ligbox van zijn volle burcht.
    Ik hoef goddank niet meer bij regen
    en wind te grazen in het drasse slijk
    van weiland onder bonte billboards
    met lingeriereclames.
    Geen opgefokte stier versteert nu nog
    mijn rust: de boer zelf spuit me driftig
    jaarlijks drachtig en mijn nageslacht
    is talrijk als de vliegen in zijn gigastal.
    Hij is mijn licht en mijn behoud.
    Kwaad vrees ik niet. Hij zalft
    de doorligwonden en mijn uiers
    blijven overvloeien. Ik loof hem
    loeiend tot in lengte van dagen –
  • 73
    6000

    Punt van belang


    Aan de nachtdienst van 12-02-11.

    In het afgelopen werkoverleg hebben we afgesproken dat we bij de palliatievelingen geen wisselligging meer toepassen als deze liggen te slapen.

    Zeker in de laaste fase moet de zorg niet enkel en alleen gericht zijn op het voorkomen van doorligplekken.
    Natuurlijk weten we allemaal dat we hun lichamen volgens een vast schema zouden moeten draaien, maar als dat pijn tot gevolg heeft. Nee.

    Nogmaals:
    Op papier zouden we hen moeten draaien,
    maar als je dan beseft dat het een laatste dag, een laatste levensuur kan zijn!

    Als je dit veel hebt meegemaakt, zoals ik, dan weet je dit redelijk goed in te schatten. Dan laat je de bewoner rustig liggen, dept zijn mond, haalt een kam door het haar.
    Hooguit bevoel je voorzichtig het incontinentiesysteem, en controleer je of er natte plekken zijn.

    Mens zijn voor de bewoner en menselijk zijn in in je vak, daar doen we het voor!

    Werk prettig, en hou het rustig.

    ps: in de koelkast staat nog lekkers van Trees.



     
  • 74
    8449

    Revérence voor een doodgewone Koningin

    Revérence voor een doodgewone Koningin     In de nadagen van de kille winter, die leunen tegen het te vroege voorjaar, staat zij er wat harkerig humeurig bij, als een werkster die met tegenzin aan de grote schoonmaak denkt; haar armen & benen steken als grijsgrauwe staken alle kanten op, levenloos.   Door de warmte van het eerste lentelicht zoekt zij zich een onderjurk van dunne lichtgroene bladeren en zodra de zomerzon hoog genoeg aan haar horizon staat, tooit zij zich voorzichtig met tere, roomwitte bloemschermen als schaterende bruidssluiers. Maar pas op Koningínnedag - en alleen dán - vlecht zij frivool door haar schitterend witte tooi ranken met de diep oranjerode vruchten van het Bitterzoet.   Sambucus nigra is haar naam, en toch, het enige zwart aan haar zijn de grappig golvende polsbandjes van minuscule bladluizen in het voorjaar en haar sappige paarszwarte bessen van kinderen in de roodkoperen herfst.   25 juli 2011
  • 75
    9354

    Schrijven

    In de nacht, als het bier
    je schoonste slapen bezoekt
    droom je niet.

    En overdag, als het licht
    je mooiste dromen vervloekt
    besta je niet.

    Maar ´s avonds, als het licht
    donkert, schijnt de inkt
    niet te drogen.
  • 76
    2771

    Smaakvol

    Het schijnt dat als je mensen minder slaat
    ze minder blauwe plekken hebben.  

    Als je zacht praat ze hun handen
    zelden voor hun oren houden.  

    Dat als je ze omhelst als ze dat prettig vinden
    ze dat prettiger vinden dan wanneer je ze omhelst
    als wanneer ze dat niet prettig vinden.  

    Dat ouderen in een verpleeghuis in het geval
    van smaakvol eten in een gezellige ambiance
    32 procent meer groenten,
    29 procent meer zetmeel
    en maar liefst 76 procent meer appelmoes eten
    dan wanneer ze smakeloos en ongezellig eten.  

    Het management heeft hier nog geen afdoende verklaring voor.
    Waren deze ouderen wel representatief,
    niet te oud, niet te jong,
    niet te uitzonderlijk mens? 



  • 77
    5143

    Soldaat

    Een montere soldaat rolt open zijn floerse baret
    Hier is het land, dit zijn de bloemen van het land
    Hij streelt zijn amulet
    Het breekt, het knakt van binnenin de steel

    Zijn ogen breken, door scheuren kruipt het geel
    Hij wil naar buiten maar niet in de zon
    Hij kijkt neer van het balkon
    Verstoorde zinnen, naar leervet ruikt het binnen

    Zo marcheert hij door een hand gebroken licht
    Hij groeit, in takken naar het licht
    Alle plicht zal in het vaandel overgaan
    Dat kun je op één hand natellen, hij telt alles na

    Onaangedaan, in een snackbar op het zuiden
    Een bleke tiener bij het raam
    Gooit de gokkast vol, vreet zich rondom hol
    Hier is het land, dit is de vetwalm van het land
  • 78
    226

    Spoken van Rembrandt

    Glans en daglicht langzaamaan geoxideerd
    tot avond met een ander, dieper perspectief
    in de alkoven thuis had men elkander lief
    en bij de hoeren werd het vlees geëerd

    in gezelschap van het vroeg gestorven kind
    in ons ontwaken wij nog steeds om twaalf uur
    nu er op uit! het feest is slechts van korte duur!
    gelukkig kent onze kapitein de route blind

    men hoort de lansen op de Kloveniersburgwal
    men ziet de vlammen op de toortsen trillen
    en kijk, daar is de Dam, het Damrak al

    dan verstrakken wij weer wanneer in de prille
    zon de vensters hier opeens gaan zinderen
    en wij alleen nog leven in het oog van kinderen
  • 79
    4399

    spreekbeurt

    spreekbeurt ...  

    konijnen,
    de ruimte,
    bonsais,
    Anna Eleanor Roosevelt,
    in de middeleeuwen leven,
    boeddha en boeddhisten,
    fruit, meerbepaald exotisch,
    ook het topic pinguïns,
    de geneeskundige krachten van kruiden,
    Barcelona, een wereldstad,
    de herfst als topseizoen,
    criminaliteit bestrijden,
    maar heb ik al verteld over hoe een varken dooddoen ?
  • 80
    4686

    Strand

    Traag kruipen ze die middag omhoog
    over hun tengere rug, twee schaduwen
    Nog is het zand warm en breed het strand

    Hun kinderen spelen zoals kinderen spelen
    ze bouwen natuurlijk een zandkasteel
    en graven een diepe gracht daaromheen

    Hij is de prins en zij de prinses. Het paard
    slaat op hol, het slot gaat kapot. Ze geven
    het echter niet op en bouwen een nieuw     

    Nu nog veel mooier, met schelpen versierd
    Maar de vloed komt eraan. Het strand
    wordt te smal en het zand wordt te zwaar    

    Ze redden het niet alleen. Het wordt koud
    Geen hulp van het koninklijk paar, stram
    en verstijfd. Het heeft zich te lang ingegraven
  • 81
    6034

    Strandwandeling

    Omdat het oog blijft zien
    wat het zag
    het oor bewaart wat het hoorde

    trok zij haar arm uit de zijne
    ging voor hem staan
    greep de revers van zijn jas

    en eiste opheldering

    genietend van de ondergaande zon
    was hij een en al aandacht

    weet je, schreeuwde ze tenslotte
    en door wat toen volgde

    hield de zon het voor gezien

    moest hij het doen
    met het ruisen van de zee
  • 82
    4763

    THE EYE OF THE BEHOLDER

    Kijk die grote kraai kijkt deze kant op.
    Met welk doel, wat denkt zo'n vogel?
    Naar wat precies kijkt hij? Wie weet

    naar het rustig glijden van de penpunt
    over het papier, wellicht naar de hand
    die de pen vasthoudt of naar die andere
    die halfbewuste bewegingen maakt:
    door het haar woelen, de neus beroeren
    oor krabben, kin ondersteunen. In de hoek
    die het linkerbeen maakt door de linker-
    enkel te laten rusten op het rechter
    bovenbeen ligt dit notitieschrift.

    Dat kan die toeschouwer allemaal zien
    maar de vraag is: waar let hij op?

    Opeens zie ik het langwerpige harde einde
    van mijn schoenveter voor het dekschild
    van een kever aan. Ik kijk op. Met flinke
    vleugelslag vliegt de zwarte vogel weg.
  • 83
    3755

    Tjonge

    Achteraf gezien, mijn borsten groeiden nog.

    Ik herinner me de Veluwe: het huisje, de zonnige keuken, en dat jij -dat jij in je ontblote onderstel de taart aansneed, je vingers likte, de fles met cola aan je lippen zette, klokte.

    Ik vond het wat.  

    En, hoe soepel onze ringen gleden.
    De vanzelfsprekendheid waarmee ik dacht dat wij onze vingers voor altijd zouden blijven vlechten samen. 

    Tjonge.

    Ach,  soms bezoek ik nog je moeder.  

  • 84
    1624

    twee geliefden


    Ha.

    Dag.

    Pas op.

    Ja. Ik pas op. Duurt het nog lang?

    Ja.

    Hoe lang ongeveer?

    Het duurt nog lang.

    Ah. Ja.

    Ja.

    Zullen we anders even op bed gaan liggen?

    Heb je daar zin in?

    Nee.
    Ik dacht, misschien dat het zo sneller voorbij zou gaan.

    Ik denk niet dat het zo werkt.

    Nee, of ja, ik bedoel : je hebt gelijk.

    Ja.


    Ja.
  • 85
    7309

    Twitter - de echo's van de #eeuwigheid -

    Twitter - de echo's van de #eeuwigheid -
    (ontdek wat zich afspeelt in de wereld van het eeuwige ogenblik in vier tweets van 140 tekens – #twoosh -)

    (Bij Lucas van Leyden's 'Drieluik met het Laatste Oordeel' 1526/ 7)

    @ bij het aanbreken van de #jongste dag
    vormen de #naakte man en #hemelse
    klaar-over
    een ideaalbeeld deze
    #twitterquitters troosten ons RT

    geen enkele #tweet brengt ons
    nader tot #God maar het verlangen
    van de #tweeps leidt wel tot tedere
    scenario's tussen tweebie en #engel FF

    @ zoals tijdens de #jongste dag van Lucas
    onderweg naar de #hemel vat een #engel #wellustig
    en met volle hand de #billen van een #geredde LOL

    kijk en hoor hoe de echo van de #eeuwigheid met
    #polyfone versiering bij het aanbreken van de
    #jongste dag noodt tot vele zinloze dingen IRL
  • 86
    10559

    Uiterwaarden

    ik keer me om,
    binnenstebuiten,
    vanonder een steen

    mijn buurman gelooft
    in helden met een voetbal

    ik steek zijn woorden
    in mijn zak en kijk tv

    achter mijn douchegordijn
    regent het slechte gedichten
    ik schreeuw:
    'iemand!'

    kan iemand me terugleggen
    onder de steen?

    Iemand zegt:
    Graag.
    We houden van de wereld
    precies zoals-ie is.
  • 87
    10944

    Vader

    Als de slaap
    haar donzen deken
    over mijn gedachten spreidt
    kom jij

    je pakt me
    met je vederlichte hand
    en lacht verstild
    zoals alleen jouw lach
    beschutten kan

    niemand was voor mij
    ooit
    dichterbij
    dan jij

    zoals alleen jouw geur
    mij bergen kan.
  • 88
    7517

    vanachter glas en sigaretten

    in het weiland steek je zwammen in de fik want zwart zouden ze toch al worden
    dat is de schimmel aan het werk, die langzaam vloekend op bezoek komt en de luiken sluit
    de lakens nog eens opschudt, met een vlakke hand de kruimels veegt en dan toch
    de luiken sluit

    het getik van berken hoog in de wind en later de koplampen van een wagen in de bocht
    de stift die het niet deed op beton en de emmer sop uit de kroeg over de stoep
    naar het onbekende oor kijken waarin je iets schreeuwt over popmuziek en
    je afvragen of de ander dat hoort

                        iemand die je overeind zette tegen de kast en ‘kijk maar’ zei
                        dat je keek naar de plek waar je later de geur nog van zou weten

    luisteren naar het opwrijven van glas
    je adem van de ruit terug horen trekken
    de verschillende voorhoofden voorstellen, leunend, en
    niet weten of je het morgen ook nog bent
    zittend in de vensterbank
  • 89
    2793

    Veel water

    Veel water

    Ha-ja. De zee. 
    Gij, deel van sterfelijk en broos,
    graag bezoek en zie ik u.
    Opdat ik er -ooit-
    mag verwaaien, op de wind.

    de Glansrijcke
  • 90
    1163

    VERBORGEN KAMERS

    Ik hou van pleintjes onder bladerdaken
    naamloos en driehoekig uit een straat geknipt
    je loopt er zo voorbij, alleen ik niet

    altijd schemerig en louter bewoond
    door geesten en hun flessen in
    een walm van pis en slechte wijn

    misschien zijn het wel wormgaten
    naar de hel en is dat wat me zo
    lokt: als toerist even op doorreis

    in het duister en dan gauw terug naar huis
    met toch steeds een diep verlangen
    naar deze pleintjes onder bladerdaken

    waar iets uit een ander leven
    in verborgen kamers lijkt te wachten

    of alleen de donkergroene schaduw ervan
  • 91
    8113

    Verstreken

    Omdat ik wilde eten met een dier, omdat ik jacht wilde maken op mijn laatste gedachten liet ik mijzelf links liggen tot de tijd was verstreken.   Toen ik eindelijk opstond van de bank was ik onvrij, moest ik uitwijken voor een man die een winkel verliet met een kruiwagen vol zand, goudzoeker onder grijze hemel.   Vuilniszakken hadden een wilde nacht achter de rug, dikke meeuwen waren boos op ons. Ik stelde mijzelf zo lang mogelijk uit, ik hield de wacht bij al mijn uitlatingen.  
  • 92
    10725

    Vertraging

    Als er iemand voor de trein springt is er vertraging zeg je omdat je de tijd wilt stilzetten   Ik zeg dat ik dit landschap saai vind en mijn laatste geld aan een date heb uitgegeven de date zwaaide met te kort opgerolde mouwen ik vroeg of hij zonder pet kon komen en zag dat het in daglicht niets worden kon   doordeweeks maakt hij kaas in het weekend is hij iets anders   Je lacht en zegt dat je trakteert geluk is zeer plaatselijk niemand staat meer stil   je bent in India geweest waar je ratten in een ton water verdronk je duwde ze net zolang onder tot ze niet meer bewogen   Ik heb wel eens overdreven hard gejuicht om een onbestemd gevoel te onderdrukken maar hoe harder ik klapte hoe hardnekkiger het zich tegen mijn keel aandrukte
  • 93
    7184

    Vogels

    De vogels slapen niet vannacht
    Ze waren onderweg
    en ik heb ze gezegd blijf niet
    wachten tot de dag
    Voor je het weet is het te laat
    Is de winter ingedaald
    en kom je nooit meer weg

    Tegen vogels durf ik wel
    Tegen jou heb ik gezwegen
    en ben je ondanks sneeuw
    en ijs
    bij mij in bed gebleven
  • 94
    3599

    Vogelschrik

    Na de crematie van mijn vader,
    voerde ik vandaag een vivisectie uit,
    ik sneed en reet maar vond geen ader,
    oogstte enkel gras, as en luizen.

    Ik heb hem maar euthanasie gegeven,
    zijn nek gebroken zoals bij de muizen,
    maar zijn kralen blik bleef star kleven,
    mijn assistent, de boer kan dit getuigen.

    We hebben hem weer terug gehangen,
    gekruisigd tussen rupsen en bladschade.
    Waar de raven nu kwetsbaarheid vangen.
    Na school ga ik op visite, zonder genade.

    In de weerloosheid van die strooien pop,
    wreekte ik de verschrikking van mijn vader.
    Ik zocht een hart, maar vond enkel de strop,
    van een beul, een pantser, een mensenhater.
  • 95
    3795

    vooruitgang

    er gaat veel goed, best veel, de zon doet het al jaren
    prima en wat dacht je van de maan: elke nacht
    trouw op wacht, veel mensen hebben iedere dag
    te eten en als je wapens produceert zul je die  

    natuurlijk ook een keer moeten gebruiken, grenzen
    worden verlegd, soms door de wetenschap
    soms door een oorlog, maar toch, we bellen
    dat we straks mailen, we sturen elkaar beelden  

    van de pas aangekochte tuinhark, we communiceren
    ons suf, brillenglazen worden steeds beter
    hoortoestellen zijn nog nooit zo perfect geweest
    horen en zien vergaat ons, er gaat veel goed
  • 96
    10210

    Wanneer mijn moeder zomer werd

    mijn moeder bestond uit seizoenen
    alleen in de zomer had ik haar lief

    dan was zij lichter dan de wind
    vrolijk als een kind
    rennend op blote voeten

    in de herfst was zij vallend blad
    dan raapte ik haar op
    en sloeg de aarde van haar schouders
    dekte haar toe in het grote bed

    tijdens winterdagen sliep zij
    maan en zonlicht gingen aan haar voorbij
    soms werd zij wakker en vroeg aan mij
    hoe laat het was

    nog lang geen zomer zei ik dan

    als het lente werd keerde zij voorzichtig terug
    zong zacht liedjes en lachte soms om niets

    hoe blij was ik wanneer de dagen lengde
    zij weer de moeder werd
    waar ik van hield
  • 97
    7396

    wit

    ik sla dit gedicht aan diggelen, dacht ik
    te laat, jij trok mijn mond al open,
    wou alle woorden zien bij hun begin

    ik toon alleen een kale huig, dacht ik
    te laat, jij las de spanning op mijn huid,
    ik las jouw moedervlekken, zoveel

    kaalheid konden we met taal niet aan
    ik wilde valse tranen maken, maar raakte
    mijn naakte huid niet uit, krijtte

    zinnen met vingernagels, jij las gretig
    het vocht van mijn handen, de tong in
    mijn mond, de warme lucht die uit

    ons lichaam kwam. in witregels
    vielen we uit elkaar
  • 98
    869

    Ze zegt de maan

    Ze zegt de maan trekt
    harder aan je
    als zij vol is

    dat gebeurt 's nachts
    als de ziel wil zwerven

    ik zeg zwaartekracht trekt
    zich niks aan van tijdstip
    en reflectie van daglicht
    en de ziel is ook maar een product
    van neurotransmitters en gebrekkige kabels

    ze steekt verbolgen
    haar kop in het zand

    ik zeg leg wat korrels onder je tong
    wie weet groeien er parels

    ze pakt haar jas en gaat

    de maan trekt
    harder aan sommigen
    dan de wereld
  • 99
    10936

    Zoon

    Hij was te doorzichtig
    om nog te blijven
    dat begrepen wij ook wel
    onverstaanbaar in liefde
    is hij vertrokken.

    Nog jaren keken wij vanaf ons dak
    naar vallende sterren
    maar zijn weg en waarheid
    kwamen niet tot leven.

    Wij breken nu ons brood
    in de dagloze dag en tellen af. 

    Wij blijven trouw onrustig slapen.
  • 100
    8320

    Zwaarheid

    En de stilte die volgde
    was als scherven in het water
    ze trok een wenkbrauw op

    Haar linker

    En besloot iets niet te vragen
    de opluchting die volgde
    was zwaar
    en duurt nog steeds.