Biografie van Niek Veldhuis

Ik bood nog geen werk ter publicatie aan. Ik schreef sinds mijn vroege jeugd gedichten uit een pure behoefte om indringende en minder indringende gebeurtenissen een haakje te geven, waarmee ze zorgvuldig ieder op een eigen plaats aan geheugenrekken werden gehangen. Als een onzeker 'couturier des mots' bleef ik mijn ontwerpen verfijnen tot zij de juiste zeggingskracht voor me vertegenwoordigden. De doorgepaste woordstukken komen nu één voor één naar buiten (door het meedoen aan deze poëziewedstrijd en de beoordelingen steeds ongeremder) en vormen een bescheiden parade die nu wel rijp lijkt om op de catwalk getoond te worden.
2010
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    4254

    Bliktelefoon

    1e ronde

     

    Bliktelefoon

     

    als de dag taant en een aanlandige wind

    opdringerig met zachte lauwe stromen

    onmerkbaar onder oude huid gekomen

    de toon treft van mijn diep geborgde kind

     

    wordt een kluwen tot een opgespannen draad

    waarlangs de sleetse trilling van de leugen

    die het blikken eind markeert in mijn geheugen

    als een plaaggeest in het heden binnen gaat

     

    dan spreekt ineens dat boude wezen vrij

    zolang al ingebakerd in mijn ziel

    een stem zo helder, onomwonden blij

     

    beluister ik je liggend op het mos

    ik waai van alle knevelingen los

    en hoor hoe jij me veel te vroeg ontviel

  • 2
    4255

    Dan toch

    1e ronde

     

    Dan toch,

     

    Dan toch het ruitvaren

    Op het Westeinde

    Met haar te kleine man

    En zijn grote boot

     

    Hoe hevig de helmstok

    Ook trilde. Van neuken

    Kwam het niet zolang

    Het roer nog niet om was

     

    Dan toch de sporen

    Achterop de ledervaren

    Onder het bilvlak geknakt

    De rietkraag geweken

     

    Hoe, in totaal genot omsluit

    Haar mond zijn harde

    Woorden komen eerder

    Pas na uren nazeilen

  • 3
    4256

    Naar Haarlem

    1e ronde

    Naar Haarlem

     

    de grijze bus rust

    onder de arm van de Kastanje

    je kunt de zon voelen prikken

    tussen de waterwolken door

     

    waar de beukennoot breekt

    past mijn nagel in het randje

    mijn ongewilde slikken

    is de smaaksensatie voor

     

    de chauffeur bereidt

    de kaartjesdrukmachine

    door de kleuren te herschikken

    op een nieuwe zone voor

     

    en op de stoep rolt

    een donkerbruine boomvrucht

    glanzend uit de marscapsule

    die hem behoedde voor het licht

     

    dan bijt ik door

     

    is de diesel al gaan draaien

    houd ik heel mijn zakkenvulsel

    tot in Haarlem uit het zicht

  • 4
    4354

    Overgang

    1e ronde

     

     

    voer de pont stroomafwaarts

    of hield de rivier haar haast in?

    noch het buiswater, noch de zwaluwen

    verrieden deze voorstilte

     

    we keken op

    en in tegen de avondzon

    we geloofden dat dit echt alles was

    voor het moment

     

    totdat de pontwachter

    bijna onheil gebaarde

    en ging bijliggen

    alsof de stroming onze teleurgang inzag

    toen we ons afwendden

  • 5
    4361

    Bollenland

    1e ronde

    Bollenland

     

    Nochtans kennen wij het hunne niet

    Geen stenen bedden rusten

    Geen hei vergrast in dit gebied

    Noch luwen boerenlusten

     

    Zie dan ons pas berooide land

    Met bol gewassen sloten

    Het pelafval nog in de mand

    De tussenoogst begoten

     

    Geurige gewijde grond

    Ademt vrij uit gaten

    Waar kleurenweelde zich bevond

    De oogst nu moet gaan baten

     

    De sporen vaag. Van eerste keus

    Het loof op losse hopen

    De zoete rook bedwelmt. Mijn neus

    Begint ervan te lopen

  • 6
    4510

    Bliktelefoon (definitieve versie)

    1e ronde

    Bliktelefoon

     

    Als de dag taant en een aanlandige wind

    opdringerig met zachte lauwe stromen

    onmerkbaar onder oude huid gekomen

    het oor wekt van mijn diep geborgde kind

     

    Wordt een kluwen tot een opgespannen draad

    die door de korte golven van de leugen

    de blikken weerklank uit mijn ver geheugen

    licht trillend in het heden binnen laat

     

    Dan spreekt ineens dat boude wezen vrij

    zo lang al ingebakerd in mijn ziel

    met een stem zo helder. Onomwonden blij

     

    beluister ik je, warm nog van een blos

    Ik waai van heel dit onderkoelde leven los

    en hoor hoe jij me veel te vroeg ontviel 

  • 7
    4511

    Dan toch (definitieve versie)

    1e ronde

    Dan toch

     

     

    Dan toch het ruitvaren

    Op het Westeinde

    Met haar te kleine man

    En zijn grote boot

     

    Hoe hevig de helmstok

    Ook trilde.Van Neuken

    Kwam het niet zolang

    Het roer nog niet om was

     

    Dan toch de sporen

    Achterop de Ledervaren

    Onder het bilvlak geknakt

    De rietkraag geweken

     

    Hoe in totaal genot omsluit

    Haar mond zijn harde

    Woorden komen eerder

    Pas na uren nazeilen

  • 8
    5451

    De Godsrivier

    1e ronde

    Daar ligt zij dood, zo dood

    na uren dood te zijn gegaan

    Het bed omhoog, de kachel zachtjes aan

    Gedragen door de Godsrivier. Voortaan

    tot wederzien gedoemd daaraan

     

    Haar bril verdeelt het bijbels dagboek in vandaag

    en morgen. Valt het laatste kelkblad traag

    van ongenadig openstaande tulpen;

    de macht ontbreekt hen om nog dicht te gaan

     

    Zoals de oude aders lopen door haar dunne armen,

    de zon haar huid beschijnt met wit erbarmen,

    het lijkt alsof zij met een zucht is opgegaan

    De Godsrivier weerklinkt  fier uit haar darmen

     

  • 9
    6052

    Laatste voorbode

    1e ronde

    Als mijn tranen er niet waren 

    om te huilen

     

    zou ik deze weg niet zijn gegaan

    om onze liefde gestenigd te zien worden,

    een gekrast hart  te voelen wegspoelen

     

    Met mijn dichtgeplakte ogen

    verbeeld ik mij vissers die touwen dreggen,

    stroppen om strandpalen knopen in een oranje lijn,

    de schelpenregen die met rust, (;draag ik rust in mij?);,

    een amberen krijtstreep trekt

     

    door alles wat ik zie. Aangelijnde eenlingen, honden

    cirkelen, een piepende molen met anzichten

    waarop mensen tweekleurige spijkerbroeken door

    de branding dragen

     

    Deze plek was er altijd

    als laatste halte voor de finale val

    (;Voor iedere gedachte een zandwade

    en zoute winden die je behoeften

    de eeuwige maat nemen);

     

    Kom wind waai!, waai mijn wangen droog

    Kom zon schijn!, licht op mijn dag

     

    Als ik terugkeer, de lucht zwaar is

    en ik inadem tot het slot ontspant, kijk ik op

    Een flard hemelblauw jaagt op het grijs;

    hulp is op komst

    Als ik mijn jas ophang

    weet je het al

  • 10
    6259

    Laatste voorbode (definitieve versie)

    1e ronde

    Laatste voorbode

     

    Als mijn tranen er niet waren geweest

    om te huilen

    zou ik deze weg niet zijn gegaan

    om onze liefde gestenigd te zien worden,

    een gekrast hart te voelen wegspoelen

     

    Met mijn dichtgeplakte ogen

    verbeeld ik mij vissers die touwen dreggen

    en stroppen knopen om oranje strandpalen,

    de schelpenregen die met vaste hand, (;draag ik rust in mij?);,

    een amberen krijtstreep trekt. Dat is alles wat ik zie

     

    Honden trekken aangelijnde eenlingen

    rond een piepende molen met anzichten

    waarop mensen in tweekleurige spijkerbroeken

    (;met idioot wijde pijpen); door de branding waden

     

    Deze plek was er altijd. Dit duin biedt

    als laatste halte voor de finale val

    voor iedere gedachte een zandsluier

    en zoute winden die geschreeuwde behoeften

    de eeuwige maat nemen

     

    Kom wind waai!, waai mijn wangen droog

    Kom zon schijn!,

    schijn licht op mijn dag

     

    Als ik terugkeer luister je

    tot het slotveer ontspant. Kijk ik op

    Met een brandende huig laat ik de oude, zere lucht los

    Een strook hemelblauw verjaagt het grijs;

    hulp is op komst

     

    Als ik mijn jas ophang

    weet je alles al

     

     

     

  • 11
    9839

    An Ton

    1e ronde

    An Ton

     

    Je lag op bed, Dat was je laatste rol

    Ach, en weet je, Men kwam naar je toe

    Je nam je whisky, draaide nog een drol

    Voor al het andere was je veel te moe

     

    Je lach klonk echt en toch was alles spel

    Of zo bedoeld. En jij de regisseur

    De genius ook, achter het gezwel,

    de sprietsigaar, de openstaande deur

     

    Beneden zong nog een gespeelde stem

    In dit theatertje was zij de marionet

    Zij wees de weg en maande. Zei met klem

    dat voor één stoel, één koffie was gezet

     

    Voor bakerpraat of jeremiëren was geen tijd

    derhalve. Dat was niet zo wijs wist jij

    Dit was het waardig wachten zonder strijd

    Met jou verliep het overdrachtelijke tij

     

    Een dode godheid echter schreef de kranten vol

    Jouw laatste adem duldde men niet meer

    Vandaar hier, met olympisch protocol,

    dit naschrift in zijn woorden: "Ton , an jou de eer"

     

     

  • 12
    9840

    Uitzieken

    1e ronde

    Met lampionnen die in de fik vlogen

    Laarzen vol water en kroos

    Haastig geijsde, bloedende japen

    Aangenaaide oren en ongenadige,

    ongenadige pakken slaag

     

    ben ik groot geworden

    Zo groot als ik ben geworden!

    Nu ik mankerende mensen

    help met alles, waarvan ik eerst walgde

    Beter ben gaan luisteren

    en met compassie denk aan iedereen,

    inclusief mijn ouders!

     

    Godbeter ben ik nooit, echt, gaan blowen

    of doorgegaan na die onwijze trip

    De drank heeft mij niet klein gekregen

    Nee, juist groot gehouden

    En nu?

    Wat een lage streek!

    Dat die kanker me als een wrokkige ouwe boer

    komt leegmelken. Morgenochtend vroeg

    ga ik eens fris naar buiten

    Dat zal me goed doen!

     

     

     

     

     

     

2009
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    7755

    Bliktelefoon

    1e ronde
    Bliktelefoon

    Als de dag taant en een aflandige wind
    Opdringerig met zachte lauwe stromen
    Onmerkbaar onder oude huid gekomen
    De liefste jongen in mijn diep geborgde vindt

    Wordt een kluwen tot een opgespannen draad
    Die druipend van mijn hebberige teugen
    Het holle eind markeert van mijn geheugen
    En mij alleen het lege heden houden laat

    Een blikken stem. Dat boude wezen binnen mij
    Zo lang al ingebakerd in mijn ziel
    Zo dierbaar trouw en onomwonden blij

    Ik luister naar je. Liggend op het koele mos
    Ik week van heel dit onbegrepen leven los
    Ik ben het hoor je. Die mij te vroeg ontviel

  • 2
    9688

    Blind

    1e ronde
    Door de spade. De wind
    Verstoven
    Verschoven. Verwezen
    Het oude duinenland
    Langs de paden van mijn kind
    De hagen
    Met gestage zware klinkers bekropen
    Het zachte tuinenland
    Nog in tegenlicht (En blind)
    Bemind de verte
    Aperte stenen. Stalen leugenspiegel
    Mijn kale kruinenland
  • 3
    9705

    Toen

    1e ronde
    Toen ik onder de Japanse kers
    Roze werd beschenen
    De krant las en de slak

    En de warme zomerlucht nog stak
    De zon haar zilveren lichtspel door
    Het berkenblad
    Dat later was verdwenen

    Toen ik de kale twijgen zag
    Na de vruchten in de koude mist. De veren
    Hoe ieder in zijn grasbed lag

    Begreep ik waarom hier het nieuws
    Van buiten in mijn ogen stroomt
    Mijn oren ruisen en mijn hart
    Beschroomd het juichen
    Nog altijd moet leren

    Toen ik om de ronde bloesem keek
    Naar besneeuwde stenen
    Het dak las en een vers
  • 4
    9740

    De rust

    1e ronde
    Toen bij het sterven van een reeks triolen
    De doodsmak van een reus te horen was
    Zijn lange val de laag getrilde bas
    Het bladgevolg van sidderende violen

    Hernam een fluit de maat zo waterkoud
    Dat men de dauw zag dalen met haar toon
    Om het zure hout. De natte wortelkroon
    Een wade met de geuren van het woud

    Ontsteeg een rust zo aangenaam. Alsof
    Een vlinder landde op de partituur
    In het Andante hoorde men het stof
    Bijna geluidloos vallen op het mos

    Zo welbewust. Zo van de tonen los
    Verried muziek door stilte haar natuur
  • 5
    9741

    Bankroet

    1e ronde
    In het oog van de storm
    dachten wij terug
    aan waar we zoutpilaren waren

    Een heel leven
    ging voorbij, leek het

    maar op de plaats die achterbleef
    kwam niemand terug en
    krijtwitte gezichten
    toonden het bankroet
    van onze zielen


  • 6
    9893

    Geboren

    1e ronde
    Onder het kraambed van de Liefde ligt
    Een klein wanordelijk geschrift. Een persbericht
    Op toon gezet lijkt het een liefdeslied
    Gesproken een gebed:

    Mijn lieve kind. Je komt met horten
    van nooddruft en van overvloed
    gewaarborgd door mijn eigen bloed

    Nu al hou ik van je.Van binnenuit
    En jij van mij voordat we huid op huid leven
    Twee baby's die elkaar bekoren
    Ik uit jouw moeder. Jij uit mijn kind geboren

  • 7
    9894

    Ruis

    1e ronde
    Windstil
    We luisterden naar de schelpenregen

    Niets dachten we nog

    Maar toen we zagen hoe de zee
    laag over laag de getijdencurve blootlegde
    En de zon de kustboog wit gekrijt had
    Vermoedden we onze onwetendheid
  • 8
    9895

    Zoals jouw aderen lopen

    1e ronde
    Zoals jouw aderen lopen
    Waardoor al die tijd jouw bloed stroomde
    Een kameraadschappelijk weerzien
    Met mijn vingertoppen
    Waarin al die tijd de weekheid
    Van je huid werd bewaard

    In stille tijdloosheid raak ik je aan
    En herkauwen mijn hersenen grazige velden
    Van levenslust. Ja, je zoetsappige mond
    Jouw delta die nu leeg is en brak

    Je proeft. Een kuchje
    Zoals jouw aderen lopen
    Rivieren van donker dwalen
    En ik. De zoutloze sluiswachter
  • 9
    9907

    Windstilte

    1e ronde
    Roerloos luisterden we
    naar de schelpenregen
    en de stiltes

    Niets dachten we nog

    Pas toen we zagen hoe de
    zee haar getijden blootlegde
    en de zon de kustboog
    wit gekrijt had, kwam het
    langzame besef dat we
    mee ademden





  • 10
    10491

    Zeven

    1e ronde
    Kind, kind van mij
    Jouw kindertijd gaat o zo snel voorbij
    Ik ben vader zogenaamd
    Maar vergeet niet dat mijn hart ook luistert
    naar het kind in mij
    Jij zegt: Pap wat ben je groot geworden
    Maar wat voelde ik me klein
    toen jij in mijn armen lag en ik je zag
    Mijn grote kleine meid

    Wat wordt je lang, jij bent niet bang
    Je bent al zeven
    Ik wou dat ik in mijn leven wat langer
    zeven was gebleven
    Ach, ik weet dat jij daarom lacht
    Want hoe werd ik anders acht
    en vader van zo'n pracht

    Kind, kijk naar mij
    Onder jouw ogen glijdt de tijd voorbij
    Ik blijf vader voor zolang
    Maar vergeet niet wat de liefde fluistert
    Liefde geef je vrij
    Jij zegt: Vriend 'k wil altijd bij je blijven
    Zacht geef je je kleine hand
    Die ik even houden mag. En met jouw lach
    raak jij mijn hele wezen aan

    Wat wordt je wijs, jij ziet geen grijs
    Alleen maar leven
    Ik wou dat ik jou kon geven wat jij
    in mij al hebt geschreven
    Maar meid jij hebt nog zo lang de tijd
    Pak je allermooiste krijt
    en kleur je groot
    Mijn kind
2011
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    3416

    yo y lago

    1e ronde
    We waren er al
    De gletsjer. Twee keer haar licht in mijn ijskoude ogen
    Waar het zich afspeelde was niet duidelijk
    In mijn lichaam?
     
    Zo stil. Alleen de einder en de stilte waren enkelvoudig
    op deze waterspiegel 

    Verder weerkaatste alles, een wiekslag
    Een diergeluid, tien bellen aan de oppervlakte:
    ti, ti, ti, ti, ti, ti, ti, ti, ti, ti   
2012
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    3456

    Blauw

    1e ronde
    Alles wat je doet is thee zetten
    van fijngedorste irissen
    die in de schellen blijven, stijven.
    Koud in mijn stomende glas.

    Praten over een stralend kind 
    zonder het ooit te hebben gezien
    in haar dansende ogen.
    Een benen navelstreng? Ik was toch
      
    springbalsem, aanraking?
    Jarenlang was er geen blauw
    tot de Fransen het evenwicht zagen.
    Wat was het onpeilbaar diep, maar zacht!

    Nu mag ik overzien hoe het ontbreken
    preluderend naklinkt
    en nog net niet sist in golven,
    kokend over mijn huid. 
  • 2
    3794

    De belofte

    1e ronde

    je bent niet hier
    je beeltenis ligt op een dikke plak ijs
    het bed is te laag

    warme lucht zoemt
    langs mijn benen omhoog
    een vraag slingert zich om mij heen

    als door een dieplood geraakt
    voel ik de grond onder mijn voeten
    nu draag ik het geheim

    eenmaal kijk ik op je lichaam neer
    dan valt mijn besluit:
    tot hier en niet verder     
                

  • 3
    3795

    Lichaamstaal

    1e ronde
    Die palm
    Hoe lang staat die gebogen
    Over mijn nachtelijke zelf
    Als ik met dadeltjes van ogen
    Ontwaak en schrik van zijn gewelf
    Dat schaduwmessen drijft in mij

    De pijn
    Hoe lang al schaaft hij plekken
    Onder mijn rimpelende huid
    Hoe vaak verstommen de gesprekken
    Op een verboden woord gestuit
    Dat niet geveeld, onuitgesproken blijft
  • 4
    3796

    Het zoutmeer

    Top 1000
    Wat was er toch?
    Er lag een film van water
    Alles, zelfs de einder was gevangen in pregnant wit
    Recht, plat
    Geen vluchtwegen. Deze godverdomde spiegel was de aarde en de hemel
    Ik ging liggen, voelde niets
    Alleen naar binnen gaan helpt, zei mijn ziel (een Boliviaan)

    Eenmaal daar kwamen mijn gedachten terug 
    Maar ze waren anders gevormd
    Ik greep me vast. Nee
    Dat was het: ik greep mijn gedachten vast 
    En vouwde ze open uit mijn kinderboek
    Hoogte, diepte
    Inzicht. En tranen op thuisreis   
           
  • 5
    5036

    Laatste voorbode

    1e ronde
    Als mijn tranen niet waren gekomen
    om te kunnen huilen
    zou ik deze weg niet zijn gegaan.

    Onze liefde gestenigd te voelen worden,
    ons gekraste hart te horen wegspoelen.
    Pijn is alles dat ik zie: 
    de schelpenregen, de zee die met vaste hand
    een amberen streep trekt onder ons einde.  

    Door mijn stroperige wimpers
    herken ik vissers die touwen dreggen,
    stroppen knopen om strandpalen. 

    Honden trekken aangelijnde eenlingen 
    rond een piepende molen met vergeelde ansichten
    waarop spijkerbroeken met olifantsoren
    door de branding waden.

    Deze plek was er altijd. Dit duin windt,
    als laatste halte voor de finale val,
    om iedere gedachte een zandsluier
    en neemt geschreeuwde behoeften
    de eeuwige zoutmaat. 

    Kom wind waai, waai mijn wangen droog.
    Kom zon schijn,
    verlicht me.

    Teruggekeerd wacht ik nog
    totdat de slotveer in het hek ontspant. Kijk ik op
    en laat mijn brandende huig de oude, zere lucht los.        
    Een strook hemelblauw jaagt op het grijs;
    hulp is op komst.                  

    Als ik mijn jas ophang      
    weet je alles al.
      

  • 6
    5296

    De godsrivier

    1e ronde
    Daar ligt zij dood, zo dood.
    Na uren dood te zijn gegaan. 
    Het bed omhoog, de oude thee wacht rood  
    nog op het licht dat spoedig uit zal gaan. 

    Haar bril verdeelt het bijbels dagboek in vandaag
    en morgen. Dan valt een kelkblad traag 
    van ongenadig openstaande tulpen. 
    De macht ontbreekt hen om nog dicht te gaan.

    Zoals de aders lopen door haar dunne armen,
    haar bleke handen dromen van een wit erbarmen
    dat haar omhult bij het te water gaan.
    Gedragen door de godsrivier voortaan. 


     





  • 7
    5319

    Bliktelefoon

    Top 1000
    als de nacht daagt en een aanlandige wind
    opdringerig een lemniscaat laat stromen
    die kunstig draaiend onderhuids gekomen
    liefdevol armwiegt met mijn lang vergeten kind

    is het alsof een door de tijd gevlochten draad  
    uit een kluwen, weggestopt in mijn geheugen
    de blikken weerklank van een oude leugen
    doordringend in het heden binnen laat  

    daar spreekt ineens dat boude wezen blij,
    niet langer ingebakerd in mijn ziel,
    met heldere stem: ik ben het , je bent mij

    ontworteld, maar niet bang meer en dociel
    wil ik van heel dit onbedoelde leven vrij
    alleen nog waaien waar jij mij ontviel 


  • 8
    5357

    De sluiswachter

    1e ronde
    zoals jouw aderen lopen
    ooit rivieren van levenslust 
    langs een kameraadschappelijk weerzien
    met mijn vingertoppen waarin  
    de weekheid van je huid werd bewaard 

    in stille tijdloosheid
    raak ik je aan en herkauwen mijn hersenen
    grazige verzen
    gekrast op gemarmerd papier met rafelranden
    (je scherpte je woord tot bloedens toe)
    waarmee je me diep sneed   

    zoals jouw aderen lopen
    brakke kanalen van donker dwalen
    naar een zee van weerloosheid
    die in mijn hart opleeft
    als ik, de sluiswachter
    de ene na de andere zin doorlaat
  • 9
    8062

    Woordkunst

    1e ronde
    waar jij loopt waait een halm om al het koren
    tien stappen lang krommen eiken boven ons en
    valt herhaaldelijk een gouden flonkering langs je hals
    op je handen

    er ligt een zee van woorden in mijn mond
    toch gebruik ik er maar een, in het moment gewogen
    een woord dat voor jouw voeten uit
    in bladeren ligt verscholen

    zo belommeren we lege lanen en paren trage zinnen
    aan hazenpaden die door hoog gras vluchten
    wat draagt de bosrand 
    het veld mooi naar de beekoever

    waar jij zit wordt het park de hele stad 
    ondergronds reizen we van platform naar platform
    een sliert ramen trekt voorbij in je ogen
    als je naar buiten kijkt

    en als we ons omhoog hijsen tot in de klamme straten
    krijgt je huid een bedeesde glans
    op je bord liggen drie zoetigheden die je laat wachten
    tot je ze goed van naam kent

    dan lach je overal bovenuit en legt het verband, treffend
    zoals we daarna de gezichten namen geven,
    de huizen in de rijen plaatsen en de bomen laten paraderen
    langs onze schaduwen         

                             
2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    7930

    Ritme

    1e ronde

    Ritme

     

    Op het seringeneiland aangekomen

    kwam alles tot stilstand.

    De tijd zocht naar een spoor van wind,

    de flonkering van een dotterbloem

    of een brasem die zich diep in de modder groef.

     

    Een lisdodde leunde op het water, bewoog daar wat?

    De praam lag roerloos te wachten, met bedwelmende oogst

    in gelijke rollen: honderd bossen paars, vijftig bossen wit.

     

    Indachtig een thuiskomst brak een vrouw

    zwijgend drie eieren

    en een ons gerookt spek smoorde in zijn eigen vet;

    dit was het enige vertrouwde.

    Het kroos naast de steiger bleef onbeweeglijk.

     

    Daarna kwam alles weer goed, zo was het toch?

    Een zware man werd ruggelings het huis in gedragen,

    zijn armen en gezicht rood verbrand; geen onverbiddelijke dode.

     

    Een koortsige zieke die geleidelijk verbleekte

    lag in een kist.

    Alle ritme was nu bijna weg,

    totdat het geopende bovenlicht verse lucht naar binnen zoog

    en het afscheidslied van een vlucht grauwe ganzen.  

  • 2
    8491

    Het zegel

    1e ronde

    Het zegel

     

    De ontmoeting van onze blikken, hoe je hand in de mijne viel.

    De tijd die om ons heen krioelde, als mussen om een struik.

     

    Wanneer je nooit een ander doel had dan woorden laten dansen, als aapjes,

    voor de schrandere anderen. Bedacht: wie ziet hun naaktheid?

    Je ontremde geweten loochende; uit je geheugen doorzichtige leugens opdiepte

    die zich als ijskristallen verzamelden rondom je hart.

    Je ziel voelde knellen op het punt van opstijgen, zweeg je beter.

     

    Je ontmoedigde me naar je te kijken, intiemer kon niet!

    Een kus, in zeemist, koelde mijn koortsige mond.

    Het vuur, waarvan de warme gloed mij voor mijn omzwervingen had beloond,

    ging uit. Gezeefd sterrenlicht bleef over.

    Het zegel brak in de ijle ochtendlucht.

    Onmachtig de aandrang te weerstaan ontsnapte een woord

    aan mijn verstijfde lippen.

    De tongval liefdevol, in plaats van afschrikwekkend.

  • 3
    10187

    Thuisreis

    1e ronde

    Thuisreis

     

    Toen de vrouw de gewonde man vond

    lispelde zij zijn ogen open.

    Het komt altijd uit, ik heb tijd voor je, ik luister.

     

    Je hoeft niet naar huis terug

    want je bent er al. In dit theater speelt het leven zich af,

    subtiel belicht: een zielsgelukkig mens.

     

    Een tafel voor twee, het was avond.

    Op dit toneel mocht alles worden uitgesproken,

    ieder woord was een voorstelling.

     

    Een doorwaakte nacht, de gewonde man brak.

    Stille maan; oor voor mijn huilen, goedzak!

    Je stuurde haar naar mij: de gewichtloze.

     

    De lijnen van haar hand (in de mijne).

    Rivieren waarin het leven samenstroomde.

    Elkaar herscheppen, dat was het!

  • 4
    10379

    Merkvast

    1e ronde

    Merkvast

     

    Het was bij tienen toen de mannen naar voren traden

    en simultaan spraken : Hoe ik forellenvis fileer, vagina’s prepareer,

    wat later uitrem bij het ingaan van de bocht, dat is mijn zaak.

    Het is het spelen met sappen, twee vingers tappen,

    een kwestie van wissels omzetten wanneer het moet.

    De weg is de brug, de brug is de weg.

     

    Onophoudelijk wachten op het eerste streepje blauw,

    een subtiel laagje houtjes onder de kolen en

    zonder smaak bedervende middelen de fik erin.

     

    Toen hielden de vrouwen het niet langer:

    Het lange wachten op reünies van kussen,

    het dragen als er niemand draagt.

     

    Uit een kaal, mineraalrijk gebergte vloeien twee stromen samen.

    Beide met het mandaat een rivier te veroorzaken.

    In bijna bladstilte ontstaan trapeziums van wijnstokken,

     

    synchroon geschakeld tegen de zwart fonkelende hellingen.

    Zien jullie het buitenspel niet; de mensen in hun rol,

    de tafel vol vrienden, de wijn zonder etiket?

     

    Het geheim bleef het geheim, ook in de yurt.

    Waar de man de deksel nam, het Texels lam keurde

    en haar gulzig in zijn armen nam.

2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    6954

    De godsrivier

    Top 1000

    De godsrivier

    Daar ligt zij dood, zo dood,
    niet langer door haar bede bijgestaan.
    Het bed omhoog, de oude thee wacht rood
    nog, op het licht dat spoedig uit zal gaan.

    Haar bril verdeelt het bijbels dagboek in vandaag
    en morgen. Dan valt een kelkblad traag
    van ongenadig openstaande tulpen,
    de macht ontbreekt hen om nog dicht te gaan.

    Zoals de aders lopen door haar dunne armen,
    haar bleke handen dromen van een wit erbarmen
    dat haar omhult bij het te water gaan,
    gedragen door de godsrivier voortaan.

  • 2
    6990

    Tweetalig

    Top 1000

    Tweetalig

    Waar wij lopen door terugdeinzend koren, krommen eiken
    en valt herhaaldelijk een flonkering langs je hals op je handen.

    Er ligt een zee van woorden in mijn mond,
    toch proef ik er maar één, ritselend voor je voeten uit.

    Zo verwonderen we ons lanen lang, achtervolgd door
    hazenpaden die door hoog gras vluchten.
    Wat draagt de bosrand het veld mooi naar de beekoever!

    Waar wij zitten in het park, rust de stad.

    Ondergronds reizen we van platform naar platform;
    een sliert verlichte ramen trekt voorbij in je ogen.

    En als we ons omhoog hijsen tot in klamme straten
    hervindt je huid bedeesd haar glans.

    Op je bord liggen drie zoetigheden die je laten wachten
    (tot je ze goed van naam kent).

    Dan lach je overal bovenuit en legt het verband:

    het woord valt.
    Zoals we daarna gezichten bloemennamen geven,

    gevels omzeilen en bomen laten paraderen
    langs onze schaduwen.

  • 3
    7227

    De sluiswachter

    1e ronde

    De sluiswachter


    Zoals jouw aderen lopen, ooit rivieren van levenslust,
    langs een kameraadschappelijk weerzien met mijn vingertoppen,
    waarin de weekheid van je huid werd bewaard.

    In stille tijdloosheid raak ik je aan en herkauwen mijn hersenen

    begraasde verzen. Je woorden, geciseleerd in mijn papieren ziel

    snijden me, duimdiep.

    Zoals jouw aderen lopen, brakke kanalen van donker dwalen,
    naar een zee van weerloosheid die in mijn hart opleeft
    als ik, de sluiswachter, de ene na de andere zin doorlaat.

  • 4
    10189

    Het zoutmeer

    1e ronde

    Het zoutmeer

     

    Waar zij was wist ik niet. Haar zoeken voelde

    als nog langer zonder haar, in bladstilte verblijven.

     

    Ik vroeg wat is er toch? Er is niets antwoordde een wervelwindje

    alles, zelfs de einder is gevangen in pregnant wit, recht, plat; er is geen uitweg.

     

    Deze godverdomde spiegels zijn de aarde en de hemel,

    alleen naar binnen gaan helpt, zei mijn ziel (een Boliviaan).

     

    Doodstil liggend voel ik zout door mijn handen smelten en zie ik haar

     

    Eenmaal daar gevormde gedachten, ze grijpen me vast,

    of nee, dat is het: ik vouw ze open als een kinderboek

     

    nu, in tranen zie ik hoogte diepte en wordt de leegte

    gevuld met inzicht, met haar, op thuisreis.

  • 5
    10343

    De gedachte

    1e ronde

    De gedachte

     

    Nog voordat ik je kende, zelfs niet van je wist

    een doorschijnende geest in mijn dromen

    je kruidige geuren nog niet had gemist

    of je terug zag in knoestige bomen

     

    was er al dat vermoeden, onaanraakbaar tactiel,

    de gedachte die jou alleen voelde

    waarin niets anders leefde; niets dan jouw ziel

    als een koorts door mijn aderen spoelde

     

    Een kalm weten aardde, van de weeromstuit,

    waar tenslotte je bloedzoute kus werd geproefd

    en je huid  samensmolt met mijn huid

     

    Ik draag mijn gedachte, blijmoedig bedroefd,

    onuitwisbare liefste dubbelzinnige bruid,

    met me mee tot het niet langer hoeft

2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5555

    Cheesecake

    Top 100

    Cheesecake

     

     

    Waar wij lopen door terugdeinzend koren, krommen eiken

    en valt herhaaldelijk een flonkering langs je hals op je handen.

     

    Er ligt een zee van woorden in mijn mond,

    toch proef ik er maar één: bladergeritsel.

    Achtervolgd door hazenpaden verwonderen we ons;

    wat draagt de bosrand het veld mooi naar de beekoever!

     

    Waar wij zitten in het park is de stad een gedachte.

    Ondergronds trekt een sliert verlichte ramen voorbij in je ogen.

    Bijna boven hervindt je huid haar herfstkleur en liggen straten

    te rusten.

     

    De zoetigheden op je bord laten je wachten tot je ze goed van naam kent,

    de namiddag schaterlacht.

    Zoals we daarna gezichten bloemennamen geven,

    gevels omzeilen en bomen laten paraderen langs onze schaduwen.

     

  • 2
    5568

    De godsrivier

    1e ronde

    De godsrivier

     

    Daar ligt zij dood, zo dood,

    niet langer door haar vroomheid bijgestaan.

    Het bed omhoog, de oude thee wacht rood

    nog, op de kaars die spoedig uit zal gaan.

     

    Haar bril verdeelt het bijbels dagboek in vandaag

    en morgen. Nu vindt het maanlicht traag

    de openstaande tulpen,

    de macht ontbreekt hen om nog dicht te gaan.

     

    Zoals haar blauwe handen zijn gevouwen,

    de onomkeerbaarheid van haar vertrouwen

    haar bracht tot haar tewaterlating, hier

    voorgoed gedragen door de godsrivier.

  • 3
    10696

    Het oordeel

    1e ronde

    Het oordeel

     

    Ik beken

    het is hardvochtig

    vergeef me mijn oordeel

    als de opgejaagden

    met schaarse krachten

    langs de rotsen omhoog klimmen

    maar het moet

    natuurlijk is er mededogen

    vindbaar geluk

    verloren

    een druppel die verkeerd valt

    op een van god verlaten waterscheiding

    en ongelijkheid

    tussen reikhalzenden

    wie zegt dat er geen verband bestaat?

    een man die betoogt dat het niet waar is

    een kinderlijkje in de Echeïsche Zee

    het komt nooit meer goed

    denk je

    totdat je leest van onderen naar boven

  • 4
    10697

    De omkering

    1e ronde

    De omkering

     

    Ik beken

    het is hardvochtig

    vergeef me mijn oordeel

    als de opgejaagden

    met schaarse krachten

    langs de rotsen omhoog klimmen

    maar het moet

    natuurlijk is er mededogen

    vindbaar geluk

    verloren

    een druppel die verkeerd valt

    op een van god verlaten waterscheiding

    en ongelijkheid

    tussen reikhalzenden

    wie zegt dat er geen verband bestaat?

    een man die betoogt dat het niet waar is

    een kinderlijkje in de Echeïsche Zee

    het komt nooit meer goed

    denk je

    totdat je leest van onderen naar boven

2016
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5246

    Langs meneer Jaques

    1e ronde
    Het zadel, mijn handen, jij naast me.
    Zelfs de verblindende mist voelt als vertrouwd,
    de zon met haar belofte zich overal te tonen.
    Als we meneer Jaques passeren
    weten we nog niet dat hij de wegversperring is.

    Nu, samengeklemd,
    mijn hand achter je rug om in de jouwe,
    zien we Arles terug;
    het licht over de rivier, onder de brug door en vanachter de bomen
    reflecteert op onze gezichten.

    Mijn ogen speuren even, je lacht vertrouwelijk.
    Zo'n godverdomd mooi zelfportret!

    Ook als we buiten zijn, blijven we gevangen in beelden
    totdat je spreekt
    en alles uiteenvalt als wortelgebak.
    Met mijn ontoereikende vorkje zoek ik naar woorden
    maar prik bloed aan.

    Op weg naar de uitgang 
    zien we het laatste museumstuk,
    meneer Jaques
    en hoe hij
    ons voortbestaan eeuwig binnen houdt.
  • 2
    6297

    Voor het overige

    1e ronde
    Afdalen naar waar het niet meer is.
    Krakende messen, zeevonk.
    Ik had niet meer gedacht zonder te kunnen. 

    Anzichtmolens piepen nergens
    zo ongeloofwaardig als hier, geen blauw jaagt
    zo kansloos op het grijs. Ingevroren vis is niet reukloos.

    Voor het overige maak ik
    zelfportretten met mijn schoenzolen,
    erfstukken van zand.

    Stemmen splijten mijn kern open.
    De ruis meet veertienduizend hertz
    en ik wil maar één ding horen,
    beseffen, zien:
  • 3
    6681

    Atrium

    1e ronde
    De concertpianiste, haar hand geklemd
    om de koekjes in haar schoot,
    voelde iets warms
    door haar heerlijkheidje stromen.

    Terwijl de fotograaf met zijn holle vuist
    een verrekijkertje maakte, zoog een luier
    zich langzaam vol en beroerden haar natte
    vingers de toetsen van de vleugel.

    Ze morste kruimels (van Grieg)
    en liet een beekje horen, bij maanopkomst.
    De fotograaf richtte zijn zoeker
    maar vond geen applaus.

    Dit atrium snakte naar mens maar
    alleen een grijze zangvogel floot
    achter een karretje vol rinkelend servies.
    Ajax godverdee! riep de fotograaf.
  • 4
    9027

    Roerloos

    1e ronde
    Waren het haar handen
    als zalmen onderweg naar bekende paaigronden
    door de zakken van zijn jas?

    Haar vingers;
    steenkoude voorbodes van slechte seks en
    goede voornemens.
    Had hij ze moeten proeven, raden
    waar ze geweest waren?

    Diep in de modder rust
    zijn anker. Roerloos.

    Hij was een geestdode
    toen drie Bachiaanse grondtonen
    de oerstilte doorbraken.
    Alles was misplaatst. Zijn naaktlopende zelf
    nog het meest

    maar niet haar stem,
    haar ademen, haar toevlucht.
    Ze bracht hem terug bij hun laatste zin:
    over wie de oudejaarsconference dat jaar
    zou gaan doen.
2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5079

    De godsrivier

    1e ronde
    De godsrivier


    Daar ligt zij dood, zo dood,
    niet langer door devotie bijgestaan;
    het bedhek rust, de thee wacht rood
    nog op de kaars die spoedig uit zal gaan.
     
    Haar bril verdeelt het bijbels dagboek in vandaag
    en morgen,  vaag maanlicht strijkt
    langs openstaande tulpen,
    de macht ontbreekt hen om nog dicht te gaan.
     
    Zoals haar vrome handen zijn gevouwen,
    de onomkeerbaarheid van haar vertrouwen
    haar bracht tot haar tewaterlating, hier
    voorgoed gedragen door de godsrivier.
  • 2
    5082

    Zoutmeer

    1e ronde
    Zoutmeer

    Wat was er toch?
    Er lag een film van water,
    alles, zelfs de einder was gevangen in pregnant wit..,
    recht, plat; geen vluchtweg.
    Deze godverdomde spiegel was de aarde en de hemel!
    Ik wilde gaan liggen, voelde niets.
    Alleen naar binnen gaan helpt, zei mijn ziel (een Boliviaan).

    Eenmaal daar kwamen mijn gedachten terug, 
    maar ze waren anders gevormd.
    Ik greep me vast, nee, dat was het:
    ik greep mijn gedachten vast, 
    vouwde ze open uit mijn kinderboek.
    Hoogte, diepte,
    inzicht. En tranen op thuisreis   
  • 3
    5102

    Bliktelefoon

    Top 1000
    Bliktelefoon

    Als de nacht daagt en een aanlandige wind
    opdringerig een fluistertoon laat horen, die
    langs mijn hart, tot in mijn dove oren
    de naam veinst van een lang vergeten kind

    is het alsof een door de tijd gevlochten draad  
    uit een kluwen, weggestopt in mijn geheugen
    de metalen weerklank van een oude leugen,
    gelouterd, in het heden binnen laat.

    Dan hoor ik weer het strak gespannen touw
    tussen de twee conservenblikken trillen;
    een scherpe stem ‘ ik ben je zusje’  gillen.

    Ontworteld, maar niet bang meer of dociel,
    waai ik me weg van onbeantwoord leven
    en naar de plek waar jij mij nooit ontviel.
  • 4
    7345

    Uurglas

    1e ronde
    Uurglas
     

    Er is een land, het kan overal zijn, waar niet wordt geoogst
    maar waar verteert wat is verteerd en wordt gezegd, wat is gezegd.
    Nieuwe maan stuurt nachtregen, oplichtend gras ruist,
    geen woord wordt er nog geboren.


    ’S morgens  hoor je fluisteren dat er tuinen in mensen zijn gezaaid,
    dat je er nieuw, gedachteloos kunt zijn en op de tast mag liefhebben.
    Het is er veilig, omdijkt. Valse hoop slaat kapot op de waterkering, 
    dagen worden er met zout in zand geschreven.
     
     
    Het een leidt tot het ander; dromen die rauw terugvallen met de branding en
    godzijdank geen geboetseer meer, of uitleg.
    Als onkruid woekert taal er onder bomen, onbruikbaar
    trillend boven immense zoutvlakten, smoezelige spaties.


    Het verhaal van je bestaan mag je welterusten kussen, als een kind
    in dit land leef je, door te  waken en te wachten
    op het  uurglas waarin de tijd wordt gebroken. Tot je hem omdraait
    met je laatste herinnering,  gebeurt er niets.
  • 5
    7620

    Dwangbevel

    Top 100


    Dwangbevel
     
    Dat ze niet kan stoppen weet ze. En dat niet elke open gepelde
    mandarijn acht partjes oplevert, soms zelfs negen, om precies te zijn
    twee keer negen, acht keer acht en vier keer zeven, weet ze ook.

    Het tikken van hakken, ergens in de straat, herhaalt zich
    nooit in een herkenbare reeks; zou dat pokkenwijf steeds voedsel gooien
    naar het gakkende ganzenleger?, eet je schimmelbrood zelf op!
     
    Vaak lijkt het of ongeschreven woorden haar voortjagen. Nu twijfelt ze,
    tussen leegte, knoestige bomen of de schoorsteenveger die zei
    dat hij drie bochten onveilig vond maar dat er nu geen gevaar was.

    Hier in het donker is niets werkelijk. Denken gebeurt op de tast en
    is al net zoiets als het voelen van haar ziel (een slangenmens).
    Een lichtflits, die godzijdank na acht tellen in een donderslag verandert,

    heeft even de papieren stapel zichtbaar gemaakt. Bovenop: 'dwangbevel'.
    Een wervelwindje blaast sigarettenhulzen van de tafel als haar voordeur open zwaait:
    ‘ik ben het maar, je moeder’.
  • 6
    10124

    Slecht gezelschap

    1e ronde
    Slecht gezelschap

    Op het seringeneiland kwam de tijd tot stilstand
    en zocht naar een spoor van wind,
    de flonkering van de middagzon op een dotterbloem
    of de schaduw van een brasem die zich diep in de modder groef.


    Een lisdodde leunde op het water, bewoog daar wat?
    De rietpraam dobberde heel even onder haar gewicht, de oogst lag
    in gelijke rollen: honderd bossen paars, vijftig bossen wit.

    Indachtig een thuiskomst brak een vrouw
    zwijgend drie eieren.
    Een ons gerookt spek smoorde in zijn eigen vet,
    het kroos naast de steiger bleef onbeweeglijk,
    dit was het enige vertrouwde.

    Een voorgevoel drong brutaal de stilte binnen.
    De sonore diesel in de verte verraadde de komst van de schuit, 
    de kweker was in slecht gezelschap.

    Een man werd ruggelings het huis in gedragen,
    zijn armen en gezicht rood verbrand; geen onverbiddelijke dode,
    eerder een koortsige zieke die geleidelijk verbleekte.

    Alle levensritme was nu bijna weg,
    totdat het bovenlicht verse lucht naar binnen zoog
    en het afscheidslied van een vlucht grauwe ganzen.